'Nog snel even door het oranje rijden is helemaal niet cool, ook al is het dan wel koel in je auto', schrijft Jan Mertens, lid van de denktank Oikos in Knack op 23/07.

De voorbije dagen kregen we het in de media vaak te horen. Code oranje. De watervoorraden hebben een kritiek punt bereikt. De temperaturen zullen fors stijgen. De ozonconcentraties zullen hoog zijn. In New York roept burgemeester Bill De Blasio een hittenoodtoestand uit. De airco mag niet te laag gezet worden, anders wordt er teveel energie verbruikt. Zal men zich daaraan houden? Wordt het 'eigen koelte eerst'? De rechtvaardigheidsdilemma's van de klimaatverandering komen dichterbij. Zullen ook bij ons zij die het normaal zijn gaan vinden om elke dag minstens een keer te douchen dat gedrag aanpassen opdat er voor anderen ook nog water zou zijn?

Gezamenlijke veiligheid

In de autorijles leerden we dat een oranje verkeerslicht betekent dat je moet stoppen en een rood dat je moet stilstaan. Velen interpreteren oranje echter nog steeds als: ik kan er waarschijnlijk nog net door, gas geven! Want oranje is nog altijd geen rood, het zal nog wel meevallen, die anderen moeten zich maar aan de regels houden.

Het is interessant, hoe we denken dat we het verkeersreglement voor onszelf kunnen oprekken, in zekere zin alsof het verkeer de 'anderen' zijn.

Het zijn de anderen die voor de file zorgen, in de weg staan, de mooie parkeerplaats hebben, en dus mag ik voor mezelf opkomen.

Het neoliberale globaliseringsproject heeft tot reductie van verantwoordelijkheid en vrijheid geleid

Het interessante van het verkeer is dat we in wezen niet alleen kunnen zijn. We zijn voor onze gezamenlijke veiligheid afhankelijk van de anderen, moeten erop kunnen vertrouwen dat de anderen zich ook aan de regels houden. We hebben er zelfs belang bij dat we de wegen zo inrichten dat de meest kwetsbaren beter beschermd of zelfs de norm worden. Veilig verkeer kunnen we alleen samen zijn. Anders heerst enkel de macht van de sterkste en zullen nog meer mensen zich terugtrekken in hun gepantserde en gekoelde SUV terwijl kwetsbaren het slachtoffer worden, wat die mensen in hun hoge auto dan niet meer hoeven te zien.

Er zijn allerlei varianten van het negeren van het oranje licht. 'Ik weet wel dat het slecht is voor mijn ecologische voetafdruk, maar ik ben toch naar Madagascar gevlogen. Nu het nog kan.' Die 'nu het nog kan' is fascinerend... Sommigen die tot voor kort stelden dat er eigenlijk niets aan de hand was met het klimaat, zeggen nu dat het toch al allemaal te laat is.

'Het zal mijn tijd nog wel net duren. Dat is dan wel pech voor mijn kinderen, maar je kunt er nu toch niets meer aan veranderen, dus kan ik er evengoed nog extra van genieten.'

Wat in deze uitspraken op persoonlijk niveau weerklinkt, zegt ook iets over een structurele ontwikkeling, die onder meer door Bruno Latour in zijn schitterende essay Waar kunnen we landen? is beschreven. Een groep in onze mondiale samenleving heeft beslist (of voor zichzelf aanvaard, bij gebrek aan zin in zelfreflectie) dat er op deze planeet geen toekomst is voor iedereen en dat men zich zo snel mogelijk van alle lasten van de solidariteit wil ontdoen.

Privévliegtuig

Sommigen van hen komen met hun privévliegtuig naar het World Economic Forum om daar te luisteren naar Greta Thunberg. Ze zijn lichtjes geëmotioneerd. "Het is inderdaad heel erg, we moeten er dringend iets aan doen." Ze hebben ook voor zichzelf uitgerekend dat het voor hen nog wel mee zal vallen. Er zijn ook populistische en nationalistische politici die gemakkelijk weg lijken te komen met een merkwaardige intellectuele spreidstand.

Ook zij weten dat de welvaart die we 'hier', 'bij ons' hebben er alleen maar kan zijn omdat die steunt op een geglobaliseerde onrechtvaardige economische keten (de grondstoffen komen van 'daar', het afval sturen we naar 'daar', de klimaatverandering is vooral 'daar').

Maar tegelijk zeggen ze aan hun kiezers dat we 'hier' volledig autonoom en soeverein kunnen zijn, en liefst met mensen 'zoals wijzelf'. Het is heel logisch dat de machthebbers in zo'n politiek project er alles aan zullen doen om de klimaatverandering actief te ontkennen. Dat vervelende klimaat maakt immers te duidelijk dat we op één planeet leven, dat we samen het klimaat zijn, zoals we samen het verkeer zijn.

Die 'nu het nog kan' blijft merkwaardig. Het neoliberale globaliseringsproject heeft tot een eigenaardige reductie van begrippen als verantwoordelijkheid en vrijheid geleid, alsof die twee begrippen niets met elkaar te maken hebben. 'Je kunt de mensen toch niet veranderen', klinkt het dan. In volle verantwoordelijkheid, in de jaren die we nog hebben om rechtvaardige keuzes te maken, er zelf voor kiezen om onze maatschappij grondig te transformeren, dat getuigt toch van een veel grotere vrijheid dan impliciet te aanvaarden dat het fout gaat of dat er wel een of andere verlichte dictator zal komen?

Misschien rust werkelijke vrijheid - die niet kan bestaan zonder rechtvaardigheid - wel in het aanvaarden van een aantal grenzen.

Soms is het alsof we beseffen dat we samen in een bus zitten die op de snelweg keihard de verkeerde richting uit rijdt, maar dat we ons gewoon niet durven inbeelden dat we niet in die bus zouden zitten. Misschien durven we de vrijheid niet aan van het denken van het duurzame en rechtvaardige alternatief en rijden we dus maar door het oranje.

Het besef van de dreigende klimaatchaos maakt ons ook duidelijk dat de aarde zelf een soort actor geworden is. Het was heel modern te doen alsof er een scheiding zou zijn tussen ons als mens en de rest. De aarde was als een soort willoos vat, een decor van de menselijke vooruitgang. We konden de aarde gebruiken als louter een productiefactor. We vonden het vanzelfsprekend dat dat decor - aangezien het uit louter materie of 'ondergeschikte' soorten bestond - zich wel zou schikken naar onze menselijke missie die alle grenzen zou overschrijden. (To boldly go where no man has gone before!)

We wilden ons zo graag 'bevrijden' van de natuur, alsof wij niet zelf natuur zouden zijn. En nu lijkt de aarde via klimaatverandering, luchtvervuiling, grondstoffenconflicten, ... terug te slaan.

Die bevrijding door scheiding maakt ons nu vooral minder vrij en vergroot op acute wijze de rechtvaardigheidsuitdaging. Misschien rust werkelijke vrijheid - die niet kan bestaan zonder rechtvaardigheid - wel in het aanvaarden van een aantal grenzen, in het besef dat we in zekere zin samen met de andere aardebewoners zelf de aarde zijn.

Return to sender

Keuzes dringen zich op. Geloven dat we eindeloos kunnen blijven groeien en dat we die toenemende productie en consumptie volledig, op grote schaal, en langdurig zullen kunnen loskoppelen van de impact op de planeet is als in volle bewustzijn door het oranje rijden. Er zijn immers onvoldoende bewijzen dat zo'n absolute ontkoppeling mogelijk is. Zeggen dat we in onze 'schone diensteneconomie' ontkoppeling hebben is je ogen sluiten voor het feit dat we het 'gekoppelde of herkoppelde' deel van onze economie hebben verbannen naar de andere kant van de wereld. Eerst was het naar China, en nu stuurt China de hinder ook al door naar andere landen waar ze hopelijk weinig zullen protesteren. Al zijn die landen nu ook begonnen met het terugsturen van afval naar afzender.

De koppeling wordt doorgeschoven naar de armsten, zodat de rijksten ontkoppeld kunnen leven (waarmee ze zich ook mentaal en ethisch hebben ontkoppeld van die ene wereld waar ze in de feiten niet toe willen behoren).

We hebben dus keuzes te maken. Gaan we ons in de Europese, federale en Vlaamse programma's voor circulaire economie vooral laten leiden door een verlangen naar meer groei en competitiviteit of gaan we echt proberen kringlopen te sluiten, de voetafdruk te verkleinen en rechtvaardigheid te verbeteren?

Dat is ook beter voor het klimaat. Gaan we het Europese Stabiliteits- en Groeipact vervangen door een project dat stabiliteit zoekt voorbij de klassieke groei? Gaan we onder ogen willen zien dat er voor onze zogenaamd 'efficiënte' groene economie door mensen aan de andere kant van de wereld een te grote prijs wordt betaald of gaan we even nadenken voor we ook de zeebodem gaan ontginnen? Een beleid van sufficiëntie, een economie van het genoeg dus, getuigt misschien wel van veel meer vrijheid in verantwoordelijkheid, van het besef dat we alleen samen veilig kunnen zijn in het verkeer, dan te denken dat we ongestoord door het oranje kunnen blijven rijden.

Dit artikel verscheen op 23/07 in de doordenkers van Knack.

Published in Opinie
maandag, 01 juli 2019 10:02

Van doemdenken naar nieuwe hoop

Bespreking David Wallace-Wells, De Onbewoonbare Aarde (De Bezige Bij, 2019, 363 pag.) & Bruno Latour, Waar kunnen we landen? Politieke Oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime (Octavo, 2019, 131 pag).

Johan Malcrops brengt in een heldere analyse van beide boeken de parallellen, maar vooral ook de tegenstellingen, naar voor van beide auteurs. Waar David Wallace-Wells eerder vertrekt vanuit een doemscenario dat enkel kan beantwoord worden via technologie, vertrekt Bruno Latour vanuit een veel bredere visie op de klimaatcrisis. Migraties, de explosieve toename van ongelijkheden en het Nieuwe Klimaatregime : het is dezelfde dreiging.

 

De film ‘An Inconvenient Truth’ (2006) van Davis Guggenheim en gepresenteerd door Al Gore, zette ooit de trend. Een hele rist van boeken en films verscheen sindsdien met waarschuwingen over de opwarming van de aarde en de klimaatcatastrofen die voor de deur staan. Recent nog de nieuwe reeks Planet Earth en de documentaire ‘Climate Change : the facts’ van David Attenborough .

Ook de wetenschappelijke rapporten van het IPCC brengen steeds meer feitenmateriaal aan : de klimaatverandering is veroorzaakt door de mens, is volop bezig en binnen enkele jaren wordt ze onomkeerbaar, onbeheersbaar. Volgens datzelfde IPCC hebben we nog 12 jaar om het tij te keren .

Het boek ‘De Onbewoonbare Aarde ‘ van David Wallace-Wells biedt een lange opsomming van voorspellingen van de rampspoed die op ons afkomt, als de mensheid niet dringend het roer omgooit.

Hij beschrijft de gevolgen van het absolute doemscenario (5 graden opwarming en meer), maar ook van meer realistische scenario’s (2 tot 3 graden opwarming). 

Van hittesterfte tot klimaatmigraties

Het boek begint met een beschrijving van de gevolgen van extreme hitte voor de mens. En hij doet er geen doekjes om : bij 5 graden opwarming, zouden grote delen van de aarde ongeschikt worden voor menselijk leven. Grote delen van de aarde worden onbewoonbaar. En dan heeft hij het over de directe effecten van hittestress. Maar zelfs bij het huidige tempo van opwarming, zijn de gevolgen al dramatisch. Hij verwijst naar de recordzomer van 2018 met temperaturen boven de 42 graden in Los Angeles, 50 graden in Pakistan en 51 graden in Algerije. En deze zomer hebben we opnieuw prijs, ook in Europa. Meer hitte betekent ook een veel slechtere luchtkwaliteit. Nu al sterven duizenden mensen wereldwijd (bijv. In Azië) door de toename van zomersmog. 

Door de hoge temperaturen krijgen we ook af te rekenen met meer orkanen en tropische stormen, met ‘regenbommen’ en massale overstromingen. En in andere delen van de wereld met verzengende droogte en verwoestende natuur- en bosbranden. De oceanen sterven af, nieuwe plagen en ziekten verspreiden zich.

Wallace-Wells besteedt veel aandacht aan de effecten van de klimaatverandering op de landbouw en de economie. Grote delen van de wereld zullen te lijden hebben van falende oogsten en getroffen worden door hongersnood. Daarnaast voorspelt hij een economische ineenstorting. Het wereld-BNP dreigt te kelderen. Er is meer dan 51% kans dat mondiale productie tegen 2100 met 20% zal zijn teruggevallen, 12% kans dat de productie zal halveren. Waarbij de economische crash van de jaren dertig van de vorige eeuw zou verbleken. Ook in economisch opzicht voorspelt hij het ‘Grote Sterven’. Het kapitalisme is door het klimaat ten dode opgeschreven. Meer en meer blijkt nu dat neoliberalisme en economische groei teerden op het verbruik van fossiele brandstoffen. Dit ‘fossiel kapitalisme’ loopt nu op zijn laatste benen. Nieuwe economische groei zit er volgens hem niet meer in. Als de digitale revolutie, waar velen alle heil van verwachten, geen duidelijke groei van de productiviteit oplevert, komt dat volgens hem omdat de klimaatverandering het positief effect van computers en robotica meer dan teniet doet.

Ten slotte besteedt de auteur ook aandacht aan de hele reeks van conflicten die ontstaan door de klimaatverandering en de verminderde landbouwopbrengsten in grote regio’s : sociale onrust, burgeroorlogen zoals in Syrië, strijd tussen landen om water, de ‘climate wars’ van Harald Wezer. Zelfs als de opwarming zou beperkt blijven tot 2°C, krijgen we de komende jaren tot 80% meer oorlogen. En steeds meer ‘kwetsbare staten’ onder invloed van de klimaatchaos. En hij beschrijft ook de stroom van klimaatvluchtelingen die steeds verder zal aanzwellen en onstuitbaar zal oprukken naar landen waar ze niet welkom zijn.

Negatieve uitstoot : flirten met geo-engineering

Hoe somberder de toekomstverwachtingen rond klimaat, hoe groter de verleiding om te kiezen voor drastische technologische oplossingen. Wallace-Wells danst hier op een slappe  koord. Hij denkt dat de inzet van technologieën die zorgen voor een ‘negatieve uitstoot’ van CO2 uiteindelijk niet zal te vermijden zijn. Zo bijvoorbeeld de inzet van  technologieën om CO2 uit de lucht te halen en op te slaan (Carbon Capture and Storage of CCS) via natuurlijke methoden (nieuwe bos- en landbouwmethoden) of door te investeren in grote CO2-afvangfabrieken. Hij twijfelt : is CCS geen vorm van ‘magisch denken’? En is betrouwen op CCS  realistisch? Om de doelstellingen van Parijs te halen en de opwarming onder 2°C te houden, zouden er  elke twee dagen drie volwaardige CO2-afvangfabrieken moeten gebouwd worden. Maar juist omdat de nood zo hoog is, besluit hij dat een aanzienlijke inzet van negatieve uitstoot technologie toch nodig zal zijn. In het hoofdstuk over klimaat en luchtvervuiling gaat hij nog een stap verder en pleit hij voor nog straffere vormen van geo-engineering : het opzettelijk inbrengen van deeltjes zwaveldioxide in de atmosfeer om de opwarming af te remmen. Ook als dit bijzonder schadelijke neveneffecten zou hebben voor de volksgezondheid.

Hij citeert klimaatwetenschappers die stellen dat zelfs de zeer bescheiden klimaatdoelen van Parijs onhaalbaar zullen blijken, zonder de inzet van dit soort technologieën.

De totale ombouw van onze energie- en vervoers- infrastructuur is op de luttele tijd die ons rest, niet meer mogelijk. Dan zou de grootschalige inzet van CO2-afvanginstallaties wel eens onze laatste hoop kunnen zijn. Om voldoende tijd te winnen om alsnog de noodzakelijke klimaattransitie te kunnen realiseren.

Om dezelfde reden verdedigt Wallace-Wells ook kernenergie en ggo’s. Waarbij hij een deel van het ecomodernistisch discours overneemt. Het aantal slachtoffers van kernrampen is niet te vergelijken met de slachtoffers (nu en in de toekomst) van de klimaatverandering. En genetisch gemodificeerde organismen zijn een deeloplossing voor de te verwachten klimaatcrisis in de landbouw. 

Wallace-Wells heeft allicht te weinig aandacht en vertrouwen in de klassieke klimaatstrategieën, waarin naast duurzame technologieën, ook ingezet wordt op andere productie en consumptiewijzen. Hij zoekt te snel zijn heil bij technologische “mirakel”oplossingen. Maar de vraag blijft reëel : kunnen we een koolstofneutrale toekomst bereiken, zonder de ultieme inzet van bepaalde negatieve emissie technologieën? Ook de wetenschappers van het IPCC houden er ernstig rekening mee dat dit tot op zekere hoogte nodig zal zijn (bijv. opvang en hergebruik van CO2 om de industrie koolstofneutraal te maken). 

Wallace-Wells is niet de enige die onder druk van klimaatpessimisme gaat overhellen naar ecomodernistische oplossingen. Hetzelfde zagen we de voorbije jaren gebeuren met andere prominente klimaatpessimisten zoals Mark Lynas of George Monbiot. ‘Zes Graden. Onze Toekomst op een warmere planeet’ (2008)  bracht tien jaar geleden al een soortgelijk verhaal als dat van Wallace-Wells. Mark Lynas schetste toen al de stand van de planeet bij één, twee, drie tot en met zes graden opwarming. Ook hij ging uiteindelijk overstag en is nu een groot pleitbezorger van kernenergie. Eenzelfde traject doorliep de radicale milieudenker George Monbiot. En uiteraard een ecomodernist pur sang zoals Michael Shellenberger, die nog verder gaat en zich nu zelfs keert tégen hernieuwbare energie .

Eco - Nihilisme 

Op ecopessimisme staat geen maat. Wallace-Wells besteedt in zijn boek ook een hoofdstuk aan nog straffere doemdenkers.  De klimatoloog Guy McPherson is nog pessimistischer dan Wallace-Wells. Hij heeft alle hoop opgegeven dat de mensheid de klimaatverandering zal overleven. Alle zogenaamde wonderoplossingen zullen falen. Hij verwacht dat de mensheid binnen tien jaar zal uitgeroeid zijn. Hij geeft wereldwijd lezingen over zijn hypothese van ‘near-term human extinction’. 

Vandaar is het nog maar een stap naar het absolute doemdenken, het eco- of klimaatnihilisme van Paul Kingsworth en zijn beweging van ‘dark ecology’. Het kan dan gaan om het berusten in de ondergang, het afzweren van de menselijke soort (inhumanisme) of om vormen van regelrecht ecofascisme, waarbij men zich afkeert van de naïeve pogingen van zogeheten progressieve politici om alsnog de planeet te redden, maar enkel nog vecht voor het veilig stellen van de eigen belangen, de ‘klimaatbehoeften’ van een beperkte groep of een beperkt (superieur) ras. Wallace-Wells waarschuwt ervoor dat dit soort vertwijfeling en groepsegoïsme meer en meer de weg vindt naar het consensusdenken over klimaat. 

Maar al bij al blijft de benadering van Wallace-Wells zeer partieel : te eenzijdig gericht op het klimaatprobleem op zich, alsof het over een geïsoleerd gegeven zou gaan. Een (daardoor) ook te zeer gericht op technologische (nood)oplossingen. De Franse filosoof Bruno Latour gaat voor het andere uiterste : hij speurt naar de oorsprong van de klimaatproblemen, zoekt wel naar samenhang en naar heel nieuwe oplossingen die veel dieper reiken dan het uitpakken met nieuwe technieken. 

Het Nieuwe Klimaatregime van Bruno Latour

Bruno Latour vertrekt in zijn boekje ‘Waar kunnen we landen?” van een veel bredere visie op de klimaatcrisis. Het gaat fundamenteel om onze verhouding met de Aarde (Gaia) of eerder nog het Aardse . “Migraties, de explosieve toename van ongelijkheden en het Nieuwe Klimaatregime : het is dezelfde dreiging.” De migratiecrisis is daarbij geen fait divers. Het gaat om duizenden, straks miljoenen mensen vooral in de armste landen die door de klimaatcrisis hun land zien verdwijnen of onbewoonbaar zien worden. Zij moeten  letterlijk en figuurlijk op zoek moeten naar nieuwe grond onder de voeten. En het gaat tegelijk om de bewoners in de rijke landen die beseffen dat ze hun levenswijze volledig moeten veranderen. Beide groepen voelen zich ‘door hun land verlaten’. 

De link tussen klimaatcrisis en de toenemende ongelijkheid formuleert Latour aan de hand van een politieke fictie – hypothese. In plaats van naïefweg te blijven geloven dat de (rijke) elites van onze wereld ziende blind zijn voor de klimaatcrisis, laat ons veronderstellen dat ze wel degelijk de alarmsignalen hebben opgevangen, maar dat ze weigeren die kennis te delen. Ze beseffen donders goed dat een radicale ommekeer nodig is, maar weigeren ervoor op te draaien en kiezen ervoor om de nieuwe klimaatrealiteit glashard te ontkennen .

“De elites zijn er zozeer van overtuigd geraakt dat er geen toekomst is voor iedereen dat ze hebben besloten alle lasten van de solidariteit zo snel mogelijk van zich af te werpen.”

Hij gebruikt het beeld van de Titanic : de leidende klassen begrijpen dat de schipbreuk onvermijdelijk is. Ze maken zich meester van de reddingsboten en ze vragen het orkest lang genoeg slaapliedjes te blijven spelen zodat zij er in het nachtelijk duister vandoor kunnen gaan . Een voorbeeld is de multinational ExxonMobil die begin van de jaren negentig al de ernst van het klimaatprobleem kende en toch jaren lang bleef investeren in negationisme. De obsessieve ontkenning van de klimaatverandering door de superrijken (waarvan Trump slechts de vaandeldrager is) wordt daardoor een misdaad buiten alle proporties, een verraad aan de gewone mensen, aan de mensheid. Trumps politiek is niet enkel ‘post truth’, ze is vooral ‘postpolitiek’ : ze verwerpt de wereld waarin we leven. Amerika reageert als een paard dat de hindernis ziet waar het over moet springen, maar begint te steigeren. Met die ‘grote weigering’ moet de hele wereld nu leven. Alle venijn van de negationisten richt zich meer en meer op klimaatactivisten – wereldwijd worden steeds meer milieuactivisten vermoord .

Landen in het Aardse

Bruno Latour ziet geen heil in de verdere keuze voor globalistische modernisering en groei. Ook het terugplooien op het lokale (protectionisme, nationalisme), zal geen uitweg bieden. De keuze tussen globalisering en het lokale is een valse keuze. Hij gebruikt het beeld van een vliegtuig dat vliegt van het Lokale naar het Globale maar onderweg te horen krijgt dat er bij het Globale geen plaats is om te landen en dat ook terugkeer en een noodlanding op het Lokale uitgesloten is. Met dan de prangende vraag : waar kunnen we landen? De echte keuze die zich stelt is tussen het ‘Bodemloze’ en het ‘Aardse’. Het ‘Bodemloze’ is de attitude waarbij alle hoop wordt opgegeven. De keuze om te crashen zeg maar.  Het is veel meer dan klimaatnegationisme, het is de ontkenning van de wereld. Het is ook veel meer dan ecofascisme, want de fascisten hadden nog een verwrongen ideaal van modernisering en van ‘Blut und Boden’. Het is absoluut nihilisme. De enig mogelijke bestemming is het Aardse. Met het begrip ‘het Aardse’ tracht Latour een nieuwe geogeschiedenis te beschrijven waarin mensen en alle leven op Aarde samenwerken om te overleven. Latour geeft een diepere inhoud aan de Aarde als levend organisme (uit de Gaia-hypothese van James Lovelock). En aan de nieuwe notie ‘anthropoceen’. Het ‘Aardse’ is een nieuwe vorm van handelen, van interactie, van samenleven. Het ‘nieuwe klimaatregime’ wordt niet langer ontkend, maar ten volle aanvaard. De oplossing is zeker niet nog meer dan voorheen controle uit te oefenen op de aarde (zoals de voorstanders van geo-engineering willen). Dit is voor Latour grootheidswaan, een delirium : het moderne, de technologie heeft gefaald, laten we nog moderner worden, laten we nog meer dwingende technologieën inzetten…  Dat is niet samenwerken met het Aardse, maar de Aarde nog meer verkrachten. 

De politieke ecologie heeft gefaald

Moderniseren of ecologiseren is dus de cruciale kwestie. Maar we kunnen er volgens Latour niet onderuit : de politieke ecologie heeft gefaald. De groene partijen blijven overal romppartijen. Ze ontsnappen niet aan de worsteling tussen kiezen voor de natuur of kiezen voor het sociale. “Na vijftig jaar groen militantisme wordt de ecologie nog steeds tegenover de economie geplaatst, de eisen voor ontwikkeling tegenover die van de natuur, kwesties van sociale rechtvaardigheid tegenover de ontwikkeling van de levende wereld”. Groene partijen probeerden de klassieke links-rechts-tegenstelling te overstijgen, maar zijn daar zelden in geslaagd. Ze werden platgewalst in de tegenstelling tussen sociale en ecologische conflicten.  Dikwijls bleven ze een soort derde weg aanbieden tussen het lokale en globale modernisering (denk lokaal, handel globaal). “Degrowth”   is geen geschikte term voor een alternatieve aanpak, want met die term blijf je ook steken binnen de horizon van  het moderne. Terwijl de frontlijnen radicaal moeten kantelen. Er is een fundamentele heroriëntering nodig van het politieke handelen. Er is nood aan nieuwe allianties. Daarbij kunnen zowel mensen en bewegingen die streven naar het globale (modernisering) als mensen en bewegingen die opkomen voor het behoud van het lokale, meegenomen worden. Niet links, niet rechts, niet modern, niet identitair, maar radicaal Aards.

Uitgangspunt kan zijn het terug kiezen voor het toebehoren aan een bodem, maar dan zonder de conotaties die het Lokale er heeft aan toegevoegd (etnisch homogeniteit, historicisme, nostalgie, ..). Latour verwijst als voorbeeld naar de Franse ZAD-bewegingen (ZAD = ‘zones à défendre’) zoals bij het verweer tegen het vliegveld gepland in Notre-Dame-des-Landes). In plaats van een sociale klassenstrijd is een geo-sociale plaatsenstrijd nodig. De tegenstelling tussen mens en natuur moet daarbij overstegen worden. Latour citeert één van de ZADisten : ‘ wij verdedigen de natuur niet, wij zijn de natuur die zich verdedigt”. Ook hier is een nieuwe alliantie nodig : ‘Wij zijn aardbewoners te midden van aardbewoners” . 

Europa – een plaats om te landen

Een concreet programma biedt Bruno Latour niet aan, wel een radicaal nieuw denkkader. En daar is nood aan. Hij speelt graag met woorden maar opent zo ook nieuwe perspectieven : kiezen voor het woord voorspoed in plaats van groei of degrowth, voor levenspunten i.p.v. standpunten, voor verwekkingssystemen i.p.v. productiesystem, voor “binnenaardse” wezens, enz.

Maar soms wordt hij ook pijnlijk concreet. Bij voorbeeld als het over de migraties gaat. Voor hem zijn die integraal onderdeel van het nieuwe klimaatregime. En hij ziet hier een historische plicht voor Europa. Europa kan niet ontsnappen aan wat het in het verleden heeft aangericht… Europa is bij alle volken binnengevallen, alle volken komen op hun beurt naar Europa … “Op het Europese territorium kunnen de drie grote kwesties van deze tijd samenkomen : hoe ontworstelen we ons aan de negatieve mondialisering? Hoe incasseren we de reactie van het aardsysteem op het menselijk handelen? Hoe organiseren we ons om vluchtelingen op te vangen?” Zijn besluit : “Europa kan één van de vaderlanden worden voor allen die op zoek zijn naar een bodem. Europeaan is, wie Europeaan wil zijn. Dit Europa zou ik mijn land, mijn toevluchtsoord willen noemen”. 

Published in Boek

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.