logo

Displaying items by tag: ecomodernisme
donderdag, 12 september 2019 09:14

Eco – Optimisme – afscheid van het doemdenken

In deze recensie plaatst Johan Malcorps twee boeken tegenover elkaar waarin de auteurs op zoek gaan naar een antwoord op de uitdagingen rond klimaatverandering. In het eerste boek: 'Hoe Gaan we dit uitleggen? Onze Toekomst op een steeds warmere aarde' (De Correspondent, 2019) pleit Jelmer Mommers vooral voor enige relativering. Aaron Bastani daarentegen stelt in zijn boek: 'Fully Automated Luxury Communism. A Manifesto' (Verso, 2019) dat het antwoord ligt in technologische vooruitgang.

Van angst naar hoop

In tijden van Trump en Bolsonaro en een stijgend aantal rampen dat direct of indirect verband houdt met de klimaatverandering, is er dringend nood aan hoop en positieve boodschappen. Wetenschappers, activisten, journalisten en filosofen hebben dit begrepen en  gaan in tegen doemdenken en klimaatdepressies. Niemand ontkent dat de strijd hard zal zijn, dat de tegenstanders niets ontziend zijn, maar de strijd tegen de klimaatchaos kunnen we, zullen we winnen. Maar dan wel met nieuwe strategieën en nieuwe middelen. Zo is klimaatactivist Bill McKibben tot het besef gekomen dat rationele wetenschappelijke argumenten onvoldoende zijn om politieke verandering te bewerken. Maar activisme kan dit wel : de divest-beweging, de klimaatbetogingen . 

Angst is geen goede motivatie om op lange termijn iets te doen aan het klimaatprobleem, zegt klimaatwetenschapster Katharine Hayhoe,” de mens kan het psychologisch niet aan om lang bang te zijn. Dan distantieert hij zich en keert hij het probleem de rug toe.

Angst is geen goede motivatie om op lange termijn iets te doen aan het klimaatprobleem, zegt klimaatwetenschapster Katharine Hayhoe,” de mens kan het psychologisch niet aan om lang bang te zijn. Dan distantieert hij zich en keert hij het probleem de rug toe. Als we het toch niet kunnen oplossen, waarom zouden we dan nog proberen?” In de plaats pleit Hayhoe voor ‘rationele hoop’. ‘Rationeel’ omdat we de problemen niet mogen minimaliseren. ‘Hoop’ omdat we er met doemberichten alleen niet zullen komen. Mensen hebben nood aan concrete haalbare oplossingen. Ze verwijst naar de lange lijst van technologische innovaties voorgesteld door de organisatie Drawdown . Als de markt echt vrij wordt en er een eind komt aan de massale subsidies voor fossiele brandstoffen (160.000 dollar per seconde volgens het IMF ), zullen groene oplossingen bovendrijven. De omslag die nodig is, is vergelijkbaar met de afschaffing van de slavernij. Toen werd ook de instorting van de economie voorspeld. Met de nieuwe klimaatacties van zoveel jongeren is er weer hoop .

Het gaat niet om minder, maar om meer

Jelmer Mommers van het Nederlands perscollectief De Correspondenten pleit in zijn boek eerst en vooral voor enige relativering. De klimaatverandering leidt niet binnen de kortste keren tot een apocalyps. Het is geen vijf voor twaalf. En zeggen dat de wereld binnen 12 jaar zal vergaan is onzin en pure bangmakerij. Ook het negatief zelfbeeld van de mens klopt niet. Mensen zijn geen onverbeterlijke egoïsten. Mensen zijn eerder tot samenwerking geneigd . 

Voor Jelmer Mommers is er een nieuw verhaal nodig over klimaatverandering. Dat verhaal gaat niet om ‘minder’ : minder vliegen of minder autorijden.

Het draait om ‘meer en beter’ : meer geluk, meer welvaart, meer gezondheid. We moeten af van het waanidee dat we voor een loodzware opdracht staan.  Of dat we geen tijd meer hebben om te kiezen voor geleidelijke stappen in de goede richting.

Het draait om ‘meer en beter’ : meer geluk, meer welvaart, meer gezondheid. We moeten af van het waanidee dat we voor een loodzware opdracht staan.  Of dat we geen tijd meer hebben om te kiezen voor geleidelijke stappen in de goede richting. Maar dat neemt niet weg dat de uitdaging groot blijft. Verdere klimaatverandering is geen vaststaand gegeven, maar een keuze die we zelf al dan niet maken. Er zijn twee scenario’s mogelijk : een negatief ‘Muren’-scenario waarin superrijke ‘doomsday preppers’ zich verschansen in gated communities en op beveiligde eilanden. Het is het cynisch scenario waarbij de fossiele industrie grof geld blijft verdienen tot de laatste druppel olie opgepompt is, in het volle besef van de rampen die ze over de rest van de mensheid afroepen. Mommers beschrijft hoe de wetenschappers van het American Petroleum Institute al eind jaren ’60 volledig doordrongen waren van de omvang van de klimaatcrisis die ze met hun oliewinning aanrichtten. Olieconcerns als ExxonMobil en het Nederlandse Shell waren al lang op de hoogte, maar beseften dat ze geen kant meer op konden. Het is misdadig dat ze meer dan een miljard dollar investeerden om de publieke opinie voor te liegen en klimaatwetgeving af te blokken .

Het scenario van de Hoop

Maar er is ook een bijzonder hoopvol scenario mogelijk : het ‘Bossen’-scenario. Mensen kunnen kiezen voor gemeenschapsvorming en samenwerking. Alle technieken om onze wereld te verduurzamen zijn voorhanden. We kunnen terug kiezen voor ondernemende en investerende overheden die samen met ngo’s en burgers gaan voor de massale aanplanting van bossen, voor de uitrol van een ambitieus programma van energiebesparing en van hernieuwbare energie, voor een agro-ecologische omwenteling in de landbouw,… Landen als Costa Rica, Belize en Nieuw Zeeland hebben nu al het boren naar nieuwe reserves van fossiele brandstoffen verboden. Een grote oliereus als het Deens DONG (Dansk Olie of Naturgas) vindt zich zelf opnieuw uit als het groene bedrijf Ørsted, wereldleider in de bouw van windturbines. Bedrijven die vooroplopen in verduurzaming scoren veel beter op de beurs dan bedrijven uit de fossielebrandstoffensector. Er is dus hoop. Maar dat neemt niet weg dat er een nog veel grotere versnelling nodig blijft. En dat het een epische strijd zal worden met Big Oil.  De totale waarde van fossiele investeringen die kunnen stranden, wordt geschat rond de 9 biljoen dollar. Voor investeerders loont het nu al om fossiel te dumpen. Het is simpelweg veel goedkoper om klimaatverandering aan te pakken dan het te laten gebeuren. Maar met elke ton CO2 die we niet uitstoten, besparen we de wereldeconomie van de toekomst naar schatting 400 dollar aan kosten. De circulaire economie biedt ons de kans om alle materialen die we nodig hebben voor de groene revolutie, in voldoende hoeveelheden te recyclen. Voor elke fossiel baan die verdwijnt, komen zeven groene banen in de plaats.

Politieke actie en persoonlijke actie

Maar een nieuw toekomstverhaal moet méér omvatten dan een beaat ‘ja’ tegen de alternatieven. Het moet ook een luide, duidelijke ‘nee’ bevatten tegen doorgaan op de huidige, gevaarlijke weg. Het is het gevecht van de eeuw.

Politieke actie is nodig, maar ook juridische actie. De kosten van de noodzakelijke klimaatverandering moeten deels verhaald worden op de oliemultinationals.

Politieke actie is nodig, maar ook juridische actie. De kosten van de noodzakelijke klimaatverandering moeten deels verhaald worden op de oliemultinationals. En dezelfde eis kan gesteld worden aan verzekeraars, banken en investeerders die de aanhoudende winning en verbranding van fossiele energie faciliteren. Investeerders moeten goed beseffen dat wie blijft investeren in klimaatchaos, ooit voor de rechter zal gesleept worden. Zoals nu de tabaksproducenten. 

Mommers gelooft ook vurig in individuele actie. 

In de eerste plaats in politieke actie, in activisme : op straat komen, je stem verheffen.  Individuele acties of betogingen kunnen mislukken, maar langdurige collectieve inspanningen blijven nooit zonder resultaat. Kijk naar grote voorbeelden van activisme als de strijd tegen de slavernij, de strijd voor de emancipatie van vrouwen, zwarten, bevrijdingsbewegingen,…

Maar ook zelf anders gaan leven, levert een reële bijdrage. Mommers pakt uit met een top 3 : 

1. Eet meer planten en minder vlees

2. Kies thuis voor echte groene energie

3. Vergroen je reispatroon

Naïef optimisme ?

Alle beetjes helpen echt. We hebben alles in huis om het tij te keren. Als mens en als maatschappij. Er is nog tijd en er is altijd hoop.

Toch blijft het optimisme van Mommers ergens naïef, onvoldoende onderbouwd. Hij gaat wel erg relativerend om met nochtans forse wetenschappelijke data over klimaatverandering. Soms wordt de verleiding groot om te gaan minimaliseren, om toch maar nieuwe perspectieven te bieden. En dan is er de strijd van de eeuw. Hij geeft zelf treffend aan hoe groot de tegenkrachten zijn van de fossiele lobby’s. Maar hij geeft nergens geloofwaardig aan hoe hij die onder controle denkt te krijgen. 

Die strategie vinden we dan weer wel terug in het boek van Aaron Bastani.

Het groene rijk van de vrijheid

Aaron Bastani is een links publicist vooral gespecialiseerd in nieuwe media en technologie. Hij militeerde in het Verenigd Koninkrijk zowel voor de Green Party als voor Labour. Zijn boek is pas echt een optimistische belijdenis : een manifest, zoals hij zelf zegt, een nieuwe utopie, op sommige punten zelfs een regelrechte provocatie. Je zou hem kunnen onderbrengen bij de eco-modernisten. Maar daarvoor is zijn verhaal veel te links , uitgesproken marxistisch zelfs. 

Bastani gelooft dat de technologische vooruitgang al onze problemen zal oplossen.

Bastani gelooft dat de technologische vooruitgang al onze problemen zal oplossen. Nu pas, door de derde industriële revolutie (of ‘disruptie’ in zijn terminologie) wordt een sociale en tegelijk ecologische samenleving mogelijk. Want door de stormachtige technologische vooruitgang op vlak van automatisering, informatie-technologie, hernieuwbare energie en materialen, wordt arbeid overbodig en worden informatie en energie onbeperkt voorradig. De zero marginale kost van informatie, maar ook van energie wordt bijna nul . De nieuwe technologieën zorgen ervoor dat de schaarste wordt opgeheven, dat er een eind komt aan het rijk van de schaarste en dat het Rijk van de Vrijheid, zoals voorspeld door Karl Marx  zich eindelijk kan ontplooien. Nu pas wordt het mogelijk om een communistische samenleving te vestigen : “een samenleving waar werken niet meer nodig is, waar schaarste vervangen is door overvloed en waar werk en vrije tijd in mekaar overvloeien”. 

“een samenleving waar werken niet meer nodig is, waar schaarste vervangen is door overvloed en waar werk en vrije tijd in mekaar overvloeien”. 

Lang leve de robots

Voor Bastani is de komst van de robots geen doembeeld. Hij juicht toe dat zinloos, afstompend werk grotendeels zal vervangen worden door robots en computers. In plaats van achterhoedegevechten te leveren zoals de ludieten die de eerste mechanische weef getouwen aan diggelen sloegen, en hun opvolgers die zich kanten tegen de automatisering van menselijke arbeid, moeten we de automatiseringsgolf juist versnellen . Dat is immers de logica van de geschiedenis, van de vooruitgang : dat we steeds minder moeten gaan werken en steeds meer tijd vrij krijgen voor zelfontplooiing. Het is juist een schande dat we na decennia van technologische ontwikkeling, eerder langer moeten werken dan korter. John Maynard Keynes voorspelde ooit in zijn  “Letter on the Economic Possibilities of our grandchildren” dat we in de 21ste eeuw nog maar 15 uur per week zouden werken . En vandaag zitten we nog altijd met minstens 32- uren-weken, met stress en burn-out door overwerk en moeten we nog eens tot op veel latere leeftijd blijven werken. Complete waanzin, nu we omringd zijn door vernuftige machines en algoritmes die ons van al dat werk zouden moeten bevrijden. Maar Bastani is optimistisch : het doel - technologische  werkloosheid voor iedereen - is in zicht.

Gratis zon, gratis grondstoffen, gratis genen, gratis voedsel

Ook de dreigende klimaatcatastrofe kunnen we voorkomen door op grote schaal in te zetten op hernieuwbare technologieën. We moeten af van de fossiele brandstoffen. Zon en wind kunnen ons onbeperkt schone energie leveren en die zal steeds goedkoper en uiteindelijk zo goed als gratis worden. Voor Bastani is dat,  net zoals voor zijn voorgangers als Paul Mason,  het einde van het kapitalisme. Want kapitalisme kan maar gedijen als er schaarste is.

Kapitalisme stuikt ineen als het geconfronteerd wordt met grenzeloze overvloed. En dat is nu juist wat Karl Marx altijd al voorspeld had.

Kapitalisme stuikt ineen als het geconfronteerd wordt met grenzeloze overvloed. En dat is nu juist wat Karl Marx altijd al voorspeld had. Dit principe van onbegrensde voorradigheid en marginale kosten wil Bastani nu ook op andere sectoren gaan toepassen. Daarbij wordt zijn verhaal steeds geforceerder. En krijgt zijn betoog steeds meer trekken van het futurisme en transhumanisme van Yuval Noah Harari . Grondstoffen zijn voor Bastani geen probleem : ook die zijn onbeperkt voorradig. En dan verwijst hij niet zo zeer naar een circulaire economie, maar voorspelt hij dat we in het zog van de commerciële ruimtevaart gelanceerd door Elon Musk, straks alle zeldzame metalen nodig voor onze groene en slimme technologieën zullen ontginnen op asteroïden. Roofbouw op onze aarde door mijnen heeft zijn beste tijd gehad. Ze worden vervangen door ruimte-mijnen en zo breekt ook voor grondstoffen een tijdperk van post-schaarste aan. Ook de gezondheidszorg ondergaat een technische revolutie. Gene sequencing wordt steeds goedkoper. Ook genetische informatie wil vrij zijn, wordt op termijn gratis. Genetische ziekten worden uitgeroeid, mensen worden steeds ouder. Voedselschaarste wordt overwonnen door een radicaal doortrekken van de groene revolutie gebaseerd op gentechnologie en synthetische biologie. Megastallen voor dieren verdwijnen doordat we op grote schaal kweekvlees of plantaardige eiwitten gaan eten.  Het doden van dieren wordt verboden. Doordat landbouw en veeteelt steeds minder ruimte in beslag nemen, kan de natuur terug verwilderen. Hier loopt het verhaal van Bastani helemaal parallel met dat van de eco-modernisten.

Hier loopt het verhaal van Bastani helemaal parallel met dat van de eco-modernisten.

Nood aan een rood en groen populisme

Om deze paradijselijke toestand te bereiken is er nood aan een populistische politiek die ervoor zorgt dat de vruchten van de derde industriële revolutie (disruptie) niet gaan naar de rijken die steeds meer winst willen maken, maar dat de winsten gebruikt worden om de noden van alle mensen te lenigen. Dit populisme verwerpt het realisme van de kapitalistische economie die beweert dat we steeds meer moeten blijven werken en vervuilen. Technisch is het mogelijk en we hebben er recht op. Het nieuwe populisme moet tegelijk rood en groen zijn. Rood moet de grenzen van de planeet erkennen en strijden tégen werk, in plaats van vóór werk. Groen moet haar superioriteitswaan rond zelfgekozen versobering afleggen en haar strijd tegen de moderniteit en grootschaligheid  afzweren. 

In het laatste deel van zijn boek pakt Bastani uit met een reeks klassieke communistische oplossingen. Het nieuwe rood-groene populisme kan maar slagen als de vruchten van de technologische vooruitgang, als de machines in gemeenschapsbezit komen. Als de robots het werk doen, moet de opbrengst van hun werk naar de mensen, naar de gemeenschap gaan. Dat kan maar als we breken met het neoliberalisme. Er is nood aan vormen van staatsbezit, coöperatieven in de handen van werknemers, of nieuwe vormen van commons. 

Bastani pleit bewust niet voor een basisinkomen. Want dan blijven de machtsverhoudingen onaangetast. Hij pleit voor universele basisdiensten, publieke dienstverlening in overheidshanden : m.n. onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting, vervoer en natuurlijk informatie en energie. De overgang naar een duurzame economie moet er komen door publieke investeringen, bijv. nationale of lokale volksbanken die investeren in hernieuwbare energie, energiebesparing en -opslag. De economie moet van onderop herbouwd worden, met nadruk op lokale, organische productie met lokaal geproduceerde energie. De vergroening van de economie moet sociaal zijn, maar ook steeds kiezen voor democratisering, socialisering : groene politiek kiest steeds voor productiewijzen en technieken die zorgen voor zelfbeschikking van mensen, van lokale gemeenschappen. 

Een droom die nog niet af is …

Bastani’s boek doet zeker dromen. Hij zet gevestigde denkbeelden op hun kop. Bijvoorbeeld met zijn pleidooi om actief te vechten voor meer werkloosheid. Of met zijn voorspelling dat alles op termijn gratis en in overvloed ter beschikking komt : van energie tot informatie, van gentherapie tot kweekvlees.

Maar daarvoor gaat hij wel erg ver in zijn technologisch optimisme. Technologie maakt ons tot goden zegt hij ergens, daar kunnen we dan beter goed in worden. Waardoor hij bijna exact de bewoordingen overneemt van “Homo Deus” van Yuval Noah Harari.

Hij blijft blind voor de vele negatieve kanten die veel van de technologieën die hij zo beeldend oproept, met zich brengen.

Hij blijft blind voor de vele negatieve kanten die veel van de technologieën die hij zo beeldend oproept, met zich brengen. Kernenergie is niet echt zijn ding, voor de rest heeft hij veel gemeen met de eco-modernisten en hun blind geloof in innovatie. Maar hij plaatst zijn verhaal wel in een duidelijk links, marxistisch kader. Waardoor hij allicht in het rijtje van de eco-modernisten toch uit de toon valt. 

De klassieke communistische recepten waar hij uiteindelijk mee uitpakt om zijn verhaal sluitend te maken, missen dan weer de verbeeldingskracht die hij ten toon spreidde in de rest van het boek. Hij speelt even met coöperatieve en burgerbewegingen en met nieuwe commons, maar valt dan toch grotendeels terug op de bekende oplossingen van een staatsgeleide economie. Met alle vragen die daar weer bij te stellen zijn… 

 

[1] Bill McKibben, “Falter”, april 2019

[1] Paul Hawken, “Drawdown. The most comprehensive plan ever proposed to reverse global warming’, 2017

[1] IMF Working Paper, Global Fossil Fuel Subsidies remain large, 2/5/2019 - file:///C:/Users/Johan/Downloads/WPIEA2019089%20(1).pdf

[1] “Angst helpt niet om het klimaatprobleem op te lossen”, De Tijd, 14 mei 2019

[1] Cf. de gelijklopende analyse in Rutger Bregman, “De Meeste Mensen Deugen”, 2019

[1] Bill McKibben brengt dit relaas ook in geuren en kleuren in zijn boek ‘Falter’ – Nathaniel Rich beschrijft in zijn boekje ‘Het Verlies van de Aarde’ (2019) hoe de petroleumindustrie eind van de jaren ‘70 (onder president Carter) klaar stond om te anticiperen op klimaatwetgeving en klimaatfiscaliteit, maar tegen 1989 (na de periode Reagan en onder Bush) geheel van strategie was veranderd.

[1] Hoewel ecomodernisme perfect kan samengaan met een uitgesproken socialistische keuze, zoals de Australiër Jonathan Symons bewees in zijn uitwerking van een ambitieus ecomodern project in ‘Ecomodernism’ (Polity, Cambridge/Medford, 2019)

[1] Deze these ontwikkelt Jeremy Rifkin ook met glans in ‘The Zero Marginal Cost Society’ (2014)

[1] Bastani beroept zich vooral op het zgn. ‘Fragment over Machines’ uit de Grundrisse van Karl Marx

[1] Bastani volgt daarmee het voorbeeld van andere “accelerationisten” als Paul Mason (“Post-Capitalism”, 2015) en Nick Srnicek en Alex Williams (“Inventing the future : postcapitalism and a world without work”, 2016).

[1] Robert en Edward Skidelsky nemen deze brief van Keynes zelfs als uitgangspunt om een hele ‘grenzen aan de groei’ - ideologie op te baseren en te pleiten voor een economie van het genoeg (“Hoeveel is Genoeg”, Bezige Bij, 2013)

[1] Yuval Noah Harari, 21 lessen voor de 21ste eeuw, Thomas Rap, 2018

Published in Boek
maandag, 01 juli 2019 10:02

Van doemdenken naar nieuwe hoop

Bespreking David Wallace-Wells, De Onbewoonbare Aarde (De Bezige Bij, 2019, 363 pag.) & Bruno Latour, Waar kunnen we landen? Politieke Oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime (Octavo, 2019, 131 pag).

Johan Malcrops brengt in een heldere analyse van beide boeken de parallellen, maar vooral ook de tegenstellingen, naar voor van beide auteurs. Waar David Wallace-Wells eerder vertrekt vanuit een doemscenario dat enkel kan beantwoord worden via technologie, vertrekt Bruno Latour vanuit een veel bredere visie op de klimaatcrisis. Migraties, de explosieve toename van ongelijkheden en het Nieuwe Klimaatregime : het is dezelfde dreiging.

 

De film ‘An Inconvenient Truth’ (2006) van Davis Guggenheim en gepresenteerd door Al Gore, zette ooit de trend. Een hele rist van boeken en films verscheen sindsdien met waarschuwingen over de opwarming van de aarde en de klimaatcatastrofen die voor de deur staan. Recent nog de nieuwe reeks Planet Earth en de documentaire ‘Climate Change : the facts’ van David Attenborough .

Ook de wetenschappelijke rapporten van het IPCC brengen steeds meer feitenmateriaal aan : de klimaatverandering is veroorzaakt door de mens, is volop bezig en binnen enkele jaren wordt ze onomkeerbaar, onbeheersbaar. Volgens datzelfde IPCC hebben we nog 12 jaar om het tij te keren .

Het boek ‘De Onbewoonbare Aarde ‘ van David Wallace-Wells biedt een lange opsomming van voorspellingen van de rampspoed die op ons afkomt, als de mensheid niet dringend het roer omgooit.

Hij beschrijft de gevolgen van het absolute doemscenario (5 graden opwarming en meer), maar ook van meer realistische scenario’s (2 tot 3 graden opwarming). 

Van hittesterfte tot klimaatmigraties

Het boek begint met een beschrijving van de gevolgen van extreme hitte voor de mens. En hij doet er geen doekjes om : bij 5 graden opwarming, zouden grote delen van de aarde ongeschikt worden voor menselijk leven. Grote delen van de aarde worden onbewoonbaar. En dan heeft hij het over de directe effecten van hittestress. Maar zelfs bij het huidige tempo van opwarming, zijn de gevolgen al dramatisch. Hij verwijst naar de recordzomer van 2018 met temperaturen boven de 42 graden in Los Angeles, 50 graden in Pakistan en 51 graden in Algerije. En deze zomer hebben we opnieuw prijs, ook in Europa. Meer hitte betekent ook een veel slechtere luchtkwaliteit. Nu al sterven duizenden mensen wereldwijd (bijv. In Azië) door de toename van zomersmog. 

Door de hoge temperaturen krijgen we ook af te rekenen met meer orkanen en tropische stormen, met ‘regenbommen’ en massale overstromingen. En in andere delen van de wereld met verzengende droogte en verwoestende natuur- en bosbranden. De oceanen sterven af, nieuwe plagen en ziekten verspreiden zich.

Wallace-Wells besteedt veel aandacht aan de effecten van de klimaatverandering op de landbouw en de economie. Grote delen van de wereld zullen te lijden hebben van falende oogsten en getroffen worden door hongersnood. Daarnaast voorspelt hij een economische ineenstorting. Het wereld-BNP dreigt te kelderen. Er is meer dan 51% kans dat mondiale productie tegen 2100 met 20% zal zijn teruggevallen, 12% kans dat de productie zal halveren. Waarbij de economische crash van de jaren dertig van de vorige eeuw zou verbleken. Ook in economisch opzicht voorspelt hij het ‘Grote Sterven’. Het kapitalisme is door het klimaat ten dode opgeschreven. Meer en meer blijkt nu dat neoliberalisme en economische groei teerden op het verbruik van fossiele brandstoffen. Dit ‘fossiel kapitalisme’ loopt nu op zijn laatste benen. Nieuwe economische groei zit er volgens hem niet meer in. Als de digitale revolutie, waar velen alle heil van verwachten, geen duidelijke groei van de productiviteit oplevert, komt dat volgens hem omdat de klimaatverandering het positief effect van computers en robotica meer dan teniet doet.

Ten slotte besteedt de auteur ook aandacht aan de hele reeks van conflicten die ontstaan door de klimaatverandering en de verminderde landbouwopbrengsten in grote regio’s : sociale onrust, burgeroorlogen zoals in Syrië, strijd tussen landen om water, de ‘climate wars’ van Harald Wezer. Zelfs als de opwarming zou beperkt blijven tot 2°C, krijgen we de komende jaren tot 80% meer oorlogen. En steeds meer ‘kwetsbare staten’ onder invloed van de klimaatchaos. En hij beschrijft ook de stroom van klimaatvluchtelingen die steeds verder zal aanzwellen en onstuitbaar zal oprukken naar landen waar ze niet welkom zijn.

Negatieve uitstoot : flirten met geo-engineering

Hoe somberder de toekomstverwachtingen rond klimaat, hoe groter de verleiding om te kiezen voor drastische technologische oplossingen. Wallace-Wells danst hier op een slappe  koord. Hij denkt dat de inzet van technologieën die zorgen voor een ‘negatieve uitstoot’ van CO2 uiteindelijk niet zal te vermijden zijn. Zo bijvoorbeeld de inzet van  technologieën om CO2 uit de lucht te halen en op te slaan (Carbon Capture and Storage of CCS) via natuurlijke methoden (nieuwe bos- en landbouwmethoden) of door te investeren in grote CO2-afvangfabrieken. Hij twijfelt : is CCS geen vorm van ‘magisch denken’? En is betrouwen op CCS  realistisch? Om de doelstellingen van Parijs te halen en de opwarming onder 2°C te houden, zouden er  elke twee dagen drie volwaardige CO2-afvangfabrieken moeten gebouwd worden. Maar juist omdat de nood zo hoog is, besluit hij dat een aanzienlijke inzet van negatieve uitstoot technologie toch nodig zal zijn. In het hoofdstuk over klimaat en luchtvervuiling gaat hij nog een stap verder en pleit hij voor nog straffere vormen van geo-engineering : het opzettelijk inbrengen van deeltjes zwaveldioxide in de atmosfeer om de opwarming af te remmen. Ook als dit bijzonder schadelijke neveneffecten zou hebben voor de volksgezondheid.

Hij citeert klimaatwetenschappers die stellen dat zelfs de zeer bescheiden klimaatdoelen van Parijs onhaalbaar zullen blijken, zonder de inzet van dit soort technologieën.

De totale ombouw van onze energie- en vervoers- infrastructuur is op de luttele tijd die ons rest, niet meer mogelijk. Dan zou de grootschalige inzet van CO2-afvanginstallaties wel eens onze laatste hoop kunnen zijn. Om voldoende tijd te winnen om alsnog de noodzakelijke klimaattransitie te kunnen realiseren.

Om dezelfde reden verdedigt Wallace-Wells ook kernenergie en ggo’s. Waarbij hij een deel van het ecomodernistisch discours overneemt. Het aantal slachtoffers van kernrampen is niet te vergelijken met de slachtoffers (nu en in de toekomst) van de klimaatverandering. En genetisch gemodificeerde organismen zijn een deeloplossing voor de te verwachten klimaatcrisis in de landbouw. 

Wallace-Wells heeft allicht te weinig aandacht en vertrouwen in de klassieke klimaatstrategieën, waarin naast duurzame technologieën, ook ingezet wordt op andere productie en consumptiewijzen. Hij zoekt te snel zijn heil bij technologische “mirakel”oplossingen. Maar de vraag blijft reëel : kunnen we een koolstofneutrale toekomst bereiken, zonder de ultieme inzet van bepaalde negatieve emissie technologieën? Ook de wetenschappers van het IPCC houden er ernstig rekening mee dat dit tot op zekere hoogte nodig zal zijn (bijv. opvang en hergebruik van CO2 om de industrie koolstofneutraal te maken). 

Wallace-Wells is niet de enige die onder druk van klimaatpessimisme gaat overhellen naar ecomodernistische oplossingen. Hetzelfde zagen we de voorbije jaren gebeuren met andere prominente klimaatpessimisten zoals Mark Lynas of George Monbiot. ‘Zes Graden. Onze Toekomst op een warmere planeet’ (2008)  bracht tien jaar geleden al een soortgelijk verhaal als dat van Wallace-Wells. Mark Lynas schetste toen al de stand van de planeet bij één, twee, drie tot en met zes graden opwarming. Ook hij ging uiteindelijk overstag en is nu een groot pleitbezorger van kernenergie. Eenzelfde traject doorliep de radicale milieudenker George Monbiot. En uiteraard een ecomodernist pur sang zoals Michael Shellenberger, die nog verder gaat en zich nu zelfs keert tégen hernieuwbare energie .

Eco - Nihilisme 

Op ecopessimisme staat geen maat. Wallace-Wells besteedt in zijn boek ook een hoofdstuk aan nog straffere doemdenkers.  De klimatoloog Guy McPherson is nog pessimistischer dan Wallace-Wells. Hij heeft alle hoop opgegeven dat de mensheid de klimaatverandering zal overleven. Alle zogenaamde wonderoplossingen zullen falen. Hij verwacht dat de mensheid binnen tien jaar zal uitgeroeid zijn. Hij geeft wereldwijd lezingen over zijn hypothese van ‘near-term human extinction’. 

Vandaar is het nog maar een stap naar het absolute doemdenken, het eco- of klimaatnihilisme van Paul Kingsworth en zijn beweging van ‘dark ecology’. Het kan dan gaan om het berusten in de ondergang, het afzweren van de menselijke soort (inhumanisme) of om vormen van regelrecht ecofascisme, waarbij men zich afkeert van de naïeve pogingen van zogeheten progressieve politici om alsnog de planeet te redden, maar enkel nog vecht voor het veilig stellen van de eigen belangen, de ‘klimaatbehoeften’ van een beperkte groep of een beperkt (superieur) ras. Wallace-Wells waarschuwt ervoor dat dit soort vertwijfeling en groepsegoïsme meer en meer de weg vindt naar het consensusdenken over klimaat. 

Maar al bij al blijft de benadering van Wallace-Wells zeer partieel : te eenzijdig gericht op het klimaatprobleem op zich, alsof het over een geïsoleerd gegeven zou gaan. Een (daardoor) ook te zeer gericht op technologische (nood)oplossingen. De Franse filosoof Bruno Latour gaat voor het andere uiterste : hij speurt naar de oorsprong van de klimaatproblemen, zoekt wel naar samenhang en naar heel nieuwe oplossingen die veel dieper reiken dan het uitpakken met nieuwe technieken. 

Het Nieuwe Klimaatregime van Bruno Latour

Bruno Latour vertrekt in zijn boekje ‘Waar kunnen we landen?” van een veel bredere visie op de klimaatcrisis. Het gaat fundamenteel om onze verhouding met de Aarde (Gaia) of eerder nog het Aardse . “Migraties, de explosieve toename van ongelijkheden en het Nieuwe Klimaatregime : het is dezelfde dreiging.” De migratiecrisis is daarbij geen fait divers. Het gaat om duizenden, straks miljoenen mensen vooral in de armste landen die door de klimaatcrisis hun land zien verdwijnen of onbewoonbaar zien worden. Zij moeten  letterlijk en figuurlijk op zoek moeten naar nieuwe grond onder de voeten. En het gaat tegelijk om de bewoners in de rijke landen die beseffen dat ze hun levenswijze volledig moeten veranderen. Beide groepen voelen zich ‘door hun land verlaten’. 

De link tussen klimaatcrisis en de toenemende ongelijkheid formuleert Latour aan de hand van een politieke fictie – hypothese. In plaats van naïefweg te blijven geloven dat de (rijke) elites van onze wereld ziende blind zijn voor de klimaatcrisis, laat ons veronderstellen dat ze wel degelijk de alarmsignalen hebben opgevangen, maar dat ze weigeren die kennis te delen. Ze beseffen donders goed dat een radicale ommekeer nodig is, maar weigeren ervoor op te draaien en kiezen ervoor om de nieuwe klimaatrealiteit glashard te ontkennen .

“De elites zijn er zozeer van overtuigd geraakt dat er geen toekomst is voor iedereen dat ze hebben besloten alle lasten van de solidariteit zo snel mogelijk van zich af te werpen.”

Hij gebruikt het beeld van de Titanic : de leidende klassen begrijpen dat de schipbreuk onvermijdelijk is. Ze maken zich meester van de reddingsboten en ze vragen het orkest lang genoeg slaapliedjes te blijven spelen zodat zij er in het nachtelijk duister vandoor kunnen gaan . Een voorbeeld is de multinational ExxonMobil die begin van de jaren negentig al de ernst van het klimaatprobleem kende en toch jaren lang bleef investeren in negationisme. De obsessieve ontkenning van de klimaatverandering door de superrijken (waarvan Trump slechts de vaandeldrager is) wordt daardoor een misdaad buiten alle proporties, een verraad aan de gewone mensen, aan de mensheid. Trumps politiek is niet enkel ‘post truth’, ze is vooral ‘postpolitiek’ : ze verwerpt de wereld waarin we leven. Amerika reageert als een paard dat de hindernis ziet waar het over moet springen, maar begint te steigeren. Met die ‘grote weigering’ moet de hele wereld nu leven. Alle venijn van de negationisten richt zich meer en meer op klimaatactivisten – wereldwijd worden steeds meer milieuactivisten vermoord .

Landen in het Aardse

Bruno Latour ziet geen heil in de verdere keuze voor globalistische modernisering en groei. Ook het terugplooien op het lokale (protectionisme, nationalisme), zal geen uitweg bieden. De keuze tussen globalisering en het lokale is een valse keuze. Hij gebruikt het beeld van een vliegtuig dat vliegt van het Lokale naar het Globale maar onderweg te horen krijgt dat er bij het Globale geen plaats is om te landen en dat ook terugkeer en een noodlanding op het Lokale uitgesloten is. Met dan de prangende vraag : waar kunnen we landen? De echte keuze die zich stelt is tussen het ‘Bodemloze’ en het ‘Aardse’. Het ‘Bodemloze’ is de attitude waarbij alle hoop wordt opgegeven. De keuze om te crashen zeg maar.  Het is veel meer dan klimaatnegationisme, het is de ontkenning van de wereld. Het is ook veel meer dan ecofascisme, want de fascisten hadden nog een verwrongen ideaal van modernisering en van ‘Blut und Boden’. Het is absoluut nihilisme. De enig mogelijke bestemming is het Aardse. Met het begrip ‘het Aardse’ tracht Latour een nieuwe geogeschiedenis te beschrijven waarin mensen en alle leven op Aarde samenwerken om te overleven. Latour geeft een diepere inhoud aan de Aarde als levend organisme (uit de Gaia-hypothese van James Lovelock). En aan de nieuwe notie ‘anthropoceen’. Het ‘Aardse’ is een nieuwe vorm van handelen, van interactie, van samenleven. Het ‘nieuwe klimaatregime’ wordt niet langer ontkend, maar ten volle aanvaard. De oplossing is zeker niet nog meer dan voorheen controle uit te oefenen op de aarde (zoals de voorstanders van geo-engineering willen). Dit is voor Latour grootheidswaan, een delirium : het moderne, de technologie heeft gefaald, laten we nog moderner worden, laten we nog meer dwingende technologieën inzetten…  Dat is niet samenwerken met het Aardse, maar de Aarde nog meer verkrachten. 

De politieke ecologie heeft gefaald

Moderniseren of ecologiseren is dus de cruciale kwestie. Maar we kunnen er volgens Latour niet onderuit : de politieke ecologie heeft gefaald. De groene partijen blijven overal romppartijen. Ze ontsnappen niet aan de worsteling tussen kiezen voor de natuur of kiezen voor het sociale. “Na vijftig jaar groen militantisme wordt de ecologie nog steeds tegenover de economie geplaatst, de eisen voor ontwikkeling tegenover die van de natuur, kwesties van sociale rechtvaardigheid tegenover de ontwikkeling van de levende wereld”. Groene partijen probeerden de klassieke links-rechts-tegenstelling te overstijgen, maar zijn daar zelden in geslaagd. Ze werden platgewalst in de tegenstelling tussen sociale en ecologische conflicten.  Dikwijls bleven ze een soort derde weg aanbieden tussen het lokale en globale modernisering (denk lokaal, handel globaal). “Degrowth”   is geen geschikte term voor een alternatieve aanpak, want met die term blijf je ook steken binnen de horizon van  het moderne. Terwijl de frontlijnen radicaal moeten kantelen. Er is een fundamentele heroriëntering nodig van het politieke handelen. Er is nood aan nieuwe allianties. Daarbij kunnen zowel mensen en bewegingen die streven naar het globale (modernisering) als mensen en bewegingen die opkomen voor het behoud van het lokale, meegenomen worden. Niet links, niet rechts, niet modern, niet identitair, maar radicaal Aards.

Uitgangspunt kan zijn het terug kiezen voor het toebehoren aan een bodem, maar dan zonder de conotaties die het Lokale er heeft aan toegevoegd (etnisch homogeniteit, historicisme, nostalgie, ..). Latour verwijst als voorbeeld naar de Franse ZAD-bewegingen (ZAD = ‘zones à défendre’) zoals bij het verweer tegen het vliegveld gepland in Notre-Dame-des-Landes). In plaats van een sociale klassenstrijd is een geo-sociale plaatsenstrijd nodig. De tegenstelling tussen mens en natuur moet daarbij overstegen worden. Latour citeert één van de ZADisten : ‘ wij verdedigen de natuur niet, wij zijn de natuur die zich verdedigt”. Ook hier is een nieuwe alliantie nodig : ‘Wij zijn aardbewoners te midden van aardbewoners” . 

Europa – een plaats om te landen

Een concreet programma biedt Bruno Latour niet aan, wel een radicaal nieuw denkkader. En daar is nood aan. Hij speelt graag met woorden maar opent zo ook nieuwe perspectieven : kiezen voor het woord voorspoed in plaats van groei of degrowth, voor levenspunten i.p.v. standpunten, voor verwekkingssystemen i.p.v. productiesystem, voor “binnenaardse” wezens, enz.

Maar soms wordt hij ook pijnlijk concreet. Bij voorbeeld als het over de migraties gaat. Voor hem zijn die integraal onderdeel van het nieuwe klimaatregime. En hij ziet hier een historische plicht voor Europa. Europa kan niet ontsnappen aan wat het in het verleden heeft aangericht… Europa is bij alle volken binnengevallen, alle volken komen op hun beurt naar Europa … “Op het Europese territorium kunnen de drie grote kwesties van deze tijd samenkomen : hoe ontworstelen we ons aan de negatieve mondialisering? Hoe incasseren we de reactie van het aardsysteem op het menselijk handelen? Hoe organiseren we ons om vluchtelingen op te vangen?” Zijn besluit : “Europa kan één van de vaderlanden worden voor allen die op zoek zijn naar een bodem. Europeaan is, wie Europeaan wil zijn. Dit Europa zou ik mijn land, mijn toevluchtsoord willen noemen”. 

Published in Boek
maandag, 18 februari 2019 12:27

Ecomodernisten: een vat vol tegenstrijdigheden

In hun lezenswaardig stuk (DM 15/2) nemen Manuel Sintubin en Bart Coenen het op voor het ecomodernisme. Want critici zouden er een karikatuur van maken, voorstanders reduceren tot een koele bende die alle heil verwacht van technologieën zoals kernenergie en ggo’s. En het zouden klimaatontkenners zijn. Het voordeel van hun stuk is dat ze op tafel leggen waar ecomodernisme voor staat, en we dat nu nuchter naar waarde kunnen schatten. Om maar met de deur in huis te vallen: dat valt tegen. Het ecomodernisme blijkt een vat vol tegenstrijdigheden en onbeantwoorde vragen. Zeker, de auteurs erkennen de ernst van het klimaatvraagstuk. Maar ze komen uit bij het besluit wat ze net wilden vermijden: ‘ecomodernisten zien heil in doorgedreven technologische ontwikkelingen’ en dan specifiek kernenergie en intensieve landbouw.

Volgens de auteurs beoogt het ecomodernisme de realisatie van het ‘goede antropoceen’, van ‘menselijke voorspoed op een ecologisch gezonde planeet’. So far, so good. Dat willen ze bereiken doordat de mens zich terugtrekt uit de natuur, we mens en natuur van elkaar loskoppelen. Nu ben ik ook voorstander van meer ruimte voor de natuur, maar de idee dat we de natuur helemaal kunnen ontkoppelen van de menselijke invloed snijdt geen hout. Dat is de ironie van hun gebruik van de term antropoceen. Die is juist ingevoerd om aan te geven dat we door menselijk ingrijpen het tijdperk van het holoceen achter ons hebben gelaten. Voor de taalliefhebbers: het antropoceen is een neologisme gevormd met het Oudgriekse woord anthropos (mens). De boodschap is helder: we leven nu in het tijdperk van de mens. De idee van de ecomodernisten - we intensifiëren menselijke activiteiten op een kleiner oppervlakte (waar er dan geen natuur nodig is) om zo de natuur meer ruimte te geven- klinkt nobel maar roept tal van onbeantwoorde vragen op.
Ten eerste dus het ontkennen van het antropoceen: elke vierkante meter van de aarde is nu onderhevig aan de menselijke invloed. Ook in natuurreservaten daalt de biodiversiteit omdat de stikstofneerslag van de intensieve landbouw geen onderscheid maakt tussen natuurgebied of industrieterrein. Een muur bouwen rond natuurgebieden en daarbuiten de intensieve landbouw haar gang laten gaan, zal dat niet oplossen. Als we dat doortrekken naar mondiale schaal: de wereld te voeden met de meest intensieve landbouw op een kleiner gebied, creëert dezelfde problemen. Want deze landbouw steunt op het massieve gebruik van pesticiden en kunstmeststoffen, die we slechts kunnen produceren door inzet van grote hoeveelheden fossiele brandstoffen. De natuur bannen uit je landbouwmodel is trouwens onhaalbaar. Want dan zitten we zonder bijen, wie gaat dan al die gewassen bestuiven?

Twee punten die bij ecomodernisten steeds ontbreken, zijn die van onze levenswijze en de machtsverhoudingen. Daar hoeven we ons blijkbaar niet over te buigen. Liever enkel inzetten op het pogen om vleesproductie minder milieuontwrichtend te maken, dan ook te praten over een gezonder levenspatroon. Daar bestaan nochtans prachtige voorbeelden van. Op basis van positieve acties rond ‘Donderdag veggiedag’, leven er in Gent dubbel zoveel vegetariërs. Moet daarom iedereen vegetariër worden? Van mij niet, ik ben zelf flexitariër. Maar systeemveranderingen reduceren tot technologische ingrepen waarbij al de rest hetzelfde kan blijven, is niets anders dan blind techno-optimisme.
Voor alle duidelijkheid: als bio-ingenieur ben ik voorstander van technologische innovatie. Ik sta versteld van de doorbraken in zonne- en windenergie. Zonnepanelen worden elk jaar beter en goedkoper en in Denemarken daalt het aantal windmolens omdat de nieuwe types veel performanter zijn.
Wat mij overigens intrigeert in de discussie, is dat ecomodernisten steevast tegenstanders verwijten eenzijdig te zijn. Ik draai de zaken graag om: waarom horen we de ecomodernisten nooit pleiten voor een decentraal uit te bouwen hernieuwbaar energiesysteem? Want windmolens kan je democratisch beheren, een kerncentrale vergt een quasi militaire toezichtsstructuur. Waarom onderzoeken ze niet de potentie van agro-ecologie, die stelt dat we voldoende voedsel kunnen produceren zonder ggo’s en de hiermee verbonden meststoffen en pesticiden van multinationals?

Het is niet omdat we de natuur genegeerd hebben, dat we ze nu moeten buitensluiten. Dat is een doodlopende weg. De toekomst ligt in het opbouwen van een vruchtbare relatie tussen mens en natuur, met bijvoorbeeld landbouwgebieden vol biodiversiteit die natuurgebieden eerder versterken dan verschralen.

Dit artikel verscheen in De Morgen op 15/02/2019.

 

Published in Opinie

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.