logo

Displaying items by tag: biodiversiteit
dinsdag, 23 april 2019 10:42

De mot zit in de globalisering

'Uw buxus is gedoemd', schrijft Steven Vanonckelen (DS 16 april), en dat klopt. Uit het verhaal van de buxusmot valt veel te leren. De buxus wordt al eeuwen in West-Europa gekweekt, voor kasteeltuinen, voor ‘palmtakjes’ op palmzondag, voor zijn geneeskrachtige werking, voor zijn harde hout waarmee je muziekinstrumenten kunt maken, en recenter dus vooral als sierplant in tuinen. Het gaat om de Buxus sempervirens, een inheemse soort die van nature in de westelijke Maas­vallei groeit, met het beschermde Montagne-aux-Buis in Dourbes als hoogtepunt. Natuurlijke buxusstruwelen zijn vrij zeldzaam, maar je vindt ze wel over heel Europa.

Buxuswouden in verval

Enkele decennia geleden kwam iemand op het idee om het plantgoed van de Buxus sempervirens in Oost-Azië te laten kweken, waar de soort niet inheems is, maar de arbeid veel goedkoper. Miljoenen potjes Buxus sempervirens zijn vervolgens van Oost-Azië naar Europa versast. Maar met plantgoed komen onvermijdelijk ook andere organismen mee, zoals de buxusmot, een doodgewone nachtvlinder uit Oost-Azië.

De buxusmot werd voor het eerst in 2006 in Europa opgemerkt, in Duitsland. De daaropvolgende tien jaar verspreidde de soort zich, via de alom aanwezige buxus in de tuinen, over de natuurlijke groeiplaatsen van buxus over heel Europa, tot Portugal, Zweden en Griekenland. Gegevens uit Duitsland, Zwitserland en Frankrijk getuigen van een achteruitgang van de natuurlijke buxus met 95 procent in acht jaar tijd.

Tijdens de Olympische Spelen van 2012 in Sotsji verfraaiden de Russen hun olympisch dorp met buxussen uit Italië, ook toen reisde de buxusmot mee.

In de Kaukasus vormt de daar inheemse Buxus colchica bijzondere buxuswouden. In drie jaar tijd maakte de buxusmot een eind aan vrijwel alle Buxus colchica. Omdat het er warmer is, volgden de cycli van de nachtvlinder elkaar daar nog sneller op dan hier.

Buxus is een traag groeiende soort, met tientallen schimmels, algen, insecten en korstmossen die alleen op buxus gedijen, buxusstruwelen zijn unieke ecosystemen. Wanneer de natuurlijke buxus verdwijnt, verliezen we meteen ook alle daarmee geassocieerde soorten. Of hoe één ontvoerd nachtvlindertje een ravage kan aanrichten in de al zo getergde biodiversiteit.

Zwarte weduwen in auto’s

De geëxporteerde buxusproductie is geen unicum. We laten rozen en boontjes in Kenia kweken, omdat het goedkoper is. We importeren druiven uit Chili en appels uit Argen­tinië, omdat we willen dat alles altijd beschikbaar is. De Chinezen zeulen integrale beukenstammen uit het Zoniënwoud naar huis, omdat Europees hout er trendy is. De stromen aan organismen die onbedoeld mee rondreizen, zijn niet te overzien. In de Antwerpse haven stranden geregeld levensgevaarlijke zwarte weduwen, verstopt in auto’s. De Aziatische hoornaar, die bijenpopulaties decimeert, zou via Chinese bloempotten in Bordeaux geland zijn. De tijgermug, die een resem tropische ziekten verspreidt, reist via vochtrestjes in autobanden. Het zijn lukrake voorbeelden.

In onze geglobaliseerde wereld versluizen we onophoudelijk organismen rond. Die organismen behoren tot ecosystemen die zich al miljoenen jaren in samenhang ontwikkelen. Wanneer een organisme op een ander continent terechtkomt, vervalt alle samenhang, met alle risico’s van dien, inclusief epidemieën die niet alleen de natuur, maar ook de mens kunnen treffen.

De alarmbel luidt niet alleen voor het klimaat, maar ook voor de bio­diversiteit. We bevinden ons in de zesde uitstervingsgolf.

We moeten het roer drastisch omgooien. Een van de sleutels daartoe is de korte keten. Wanneer we de bulk van wat we nodig hebben van lokale productie betrekken, vermijden we niet alleen enorme verspilling van fossiele brandstoffen, maar sparen we ook ’s werelds biodiversiteit. Weiger voortaan Chileense appels en Keniaanse rozen en kies voor producten van het seizoen bij de lokale boer en tuinder. Wat we hier echt niet kunnen produceren, kan dan nog altijd van verder weg komen. Het zal helpen om nieuwe buxusmotverhalen, of grimmiger varianten daarop, te voorkomen.

Myriam Dumortier doceert Bos- en natuu­r­beleid aan de UGent en is lid van de Denktank Oikos.

Dit artikel verscheen op zaterdag 20 april 2019 als opiniestuk in De Standaard.

Published in Opinie
maandag, 18 februari 2019 12:27

Ecomodernisten: een vat vol tegenstrijdigheden

In hun lezenswaardig stuk (DM 15/2) nemen Manuel Sintubin en Bart Coenen het op voor het ecomodernisme. Want critici zouden er een karikatuur van maken, voorstanders reduceren tot een koele bende die alle heil verwacht van technologieën zoals kernenergie en ggo’s. En het zouden klimaatontkenners zijn. Het voordeel van hun stuk is dat ze op tafel leggen waar ecomodernisme voor staat, en we dat nu nuchter naar waarde kunnen schatten. Om maar met de deur in huis te vallen: dat valt tegen. Het ecomodernisme blijkt een vat vol tegenstrijdigheden en onbeantwoorde vragen. Zeker, de auteurs erkennen de ernst van het klimaatvraagstuk. Maar ze komen uit bij het besluit wat ze net wilden vermijden: ‘ecomodernisten zien heil in doorgedreven technologische ontwikkelingen’ en dan specifiek kernenergie en intensieve landbouw.

Volgens de auteurs beoogt het ecomodernisme de realisatie van het ‘goede antropoceen’, van ‘menselijke voorspoed op een ecologisch gezonde planeet’. So far, so good. Dat willen ze bereiken doordat de mens zich terugtrekt uit de natuur, we mens en natuur van elkaar loskoppelen. Nu ben ik ook voorstander van meer ruimte voor de natuur, maar de idee dat we de natuur helemaal kunnen ontkoppelen van de menselijke invloed snijdt geen hout. Dat is de ironie van hun gebruik van de term antropoceen. Die is juist ingevoerd om aan te geven dat we door menselijk ingrijpen het tijdperk van het holoceen achter ons hebben gelaten. Voor de taalliefhebbers: het antropoceen is een neologisme gevormd met het Oudgriekse woord anthropos (mens). De boodschap is helder: we leven nu in het tijdperk van de mens. De idee van de ecomodernisten - we intensifiëren menselijke activiteiten op een kleiner oppervlakte (waar er dan geen natuur nodig is) om zo de natuur meer ruimte te geven- klinkt nobel maar roept tal van onbeantwoorde vragen op.
Ten eerste dus het ontkennen van het antropoceen: elke vierkante meter van de aarde is nu onderhevig aan de menselijke invloed. Ook in natuurreservaten daalt de biodiversiteit omdat de stikstofneerslag van de intensieve landbouw geen onderscheid maakt tussen natuurgebied of industrieterrein. Een muur bouwen rond natuurgebieden en daarbuiten de intensieve landbouw haar gang laten gaan, zal dat niet oplossen. Als we dat doortrekken naar mondiale schaal: de wereld te voeden met de meest intensieve landbouw op een kleiner gebied, creëert dezelfde problemen. Want deze landbouw steunt op het massieve gebruik van pesticiden en kunstmeststoffen, die we slechts kunnen produceren door inzet van grote hoeveelheden fossiele brandstoffen. De natuur bannen uit je landbouwmodel is trouwens onhaalbaar. Want dan zitten we zonder bijen, wie gaat dan al die gewassen bestuiven?

Twee punten die bij ecomodernisten steeds ontbreken, zijn die van onze levenswijze en de machtsverhoudingen. Daar hoeven we ons blijkbaar niet over te buigen. Liever enkel inzetten op het pogen om vleesproductie minder milieuontwrichtend te maken, dan ook te praten over een gezonder levenspatroon. Daar bestaan nochtans prachtige voorbeelden van. Op basis van positieve acties rond ‘Donderdag veggiedag’, leven er in Gent dubbel zoveel vegetariërs. Moet daarom iedereen vegetariër worden? Van mij niet, ik ben zelf flexitariër. Maar systeemveranderingen reduceren tot technologische ingrepen waarbij al de rest hetzelfde kan blijven, is niets anders dan blind techno-optimisme.
Voor alle duidelijkheid: als bio-ingenieur ben ik voorstander van technologische innovatie. Ik sta versteld van de doorbraken in zonne- en windenergie. Zonnepanelen worden elk jaar beter en goedkoper en in Denemarken daalt het aantal windmolens omdat de nieuwe types veel performanter zijn.
Wat mij overigens intrigeert in de discussie, is dat ecomodernisten steevast tegenstanders verwijten eenzijdig te zijn. Ik draai de zaken graag om: waarom horen we de ecomodernisten nooit pleiten voor een decentraal uit te bouwen hernieuwbaar energiesysteem? Want windmolens kan je democratisch beheren, een kerncentrale vergt een quasi militaire toezichtsstructuur. Waarom onderzoeken ze niet de potentie van agro-ecologie, die stelt dat we voldoende voedsel kunnen produceren zonder ggo’s en de hiermee verbonden meststoffen en pesticiden van multinationals?

Het is niet omdat we de natuur genegeerd hebben, dat we ze nu moeten buitensluiten. Dat is een doodlopende weg. De toekomst ligt in het opbouwen van een vruchtbare relatie tussen mens en natuur, met bijvoorbeeld landbouwgebieden vol biodiversiteit die natuurgebieden eerder versterken dan verschralen.

Dit artikel verscheen in De Morgen op 15/02/2019.

 

Published in Opinie
vrijdag, 28 januari 2011 14:05

De crisis van de biodiversiteit

Een boeiende lezing over het mondiaal beleid op vlak van biodiversiteit

Published in Column

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.