logo

donderdag, 17 september 2009 01:00

Integratie als strategisch concept, of wat leren we van Willem Schinkel?

Written by
Rate this item
(0 votes)

Vlaanderen kiest deze dagen volop voor polarisatie met de verharding van het hoofddoekendebat. Niet de structurele ongelijkheid in onderwijskansen en -resultaten staat daarbij centraal, maar de vraag of moslimmeisjes wel of niet hun hoofddoek mogen ophouden op school. Is dit een zoveelste illustratie van een oprukkend neo-racisme en culturisme, zoals de Nederlandse socioloog Willem Schinkel het noemt? Op zoek naar andere stemmen en/of meer nuance in het debat las ik de voorbije weken het boek ‘De gedroomde samenleving' van Schinkel. Het boek is verfrissend én teleurstellend tegelijk, maar wel aan te raden lectuur om te kijken achter de sluiers van het denken in tijden van hoofddoekfixatie.

Willem Schinkel is theoretisch socioloog aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en kreeg enige bekendheid in 2007 met zijn boek ‘Denken in tijden van sociale hypochondrie'. Als samenleving gedragen we ons volgens hem ‘hypochondrisch', omdat we ons krampachtig fixeren op alle mogelijke ziektes en bedreigingen die ons en de eenheid in onze samenleving kunnen bedreigen. We zijn daarbij voortdurend op zoek naar eenheid en orde. In zijn laatste boek ‘De gedroomde samenleving' werkt hij dit verder uit ten aanzien van ons [integratie]debat. Hij zet zich daarbij uitdrukkelijk af tegen Paul Scheffer en zijn ‘Land van aankomst'. Scheffer domineerde de afgelopen jaren het [integratie]debat met zijn oproep voor gedeeld burgerschap en legde daarbij ook een belangrijke verantwoordelijkheid bij migranten. Scheffer situeerde zich daarbij op de zeer dunne lijn tussen [integratie] en assimilatie, tussen responsabiliseren, culpabiliseren en culturaliseren.

Schinkel tapt uit een heel ander vaatje, wanneer hij provocerend pleit voor een afschaffing van het hele [integratie]beleid. Volgens hem maken we ons ‘op een sociaal-hypochondrische wijze' druk om [integratie]. Hij zet dat woord tussen haakjes, omdat [integratie] voor hem veeleer een symbool is. Het benadrukken van [integratie] is bedoeld om de scheiding tussen ‘leden van de samenleving' en ‘niet-geïntegreerden op te heffen, maar draagt daardoor juist bij aan de voortdurende uitsluiting van diegenen van wie de [integratie] wordt geproblematiseerd. Zo komen we tot een (door sommigen bedoelde, maar door velen onbedoelde) radicale uitsluiting van mensen met een ‘andere cultuur'. Tegenwoordig gaat het daarbij vaak om moslims.

Onbewust vertrekken we daarbij van een erg organische en statische kijk op de samenleving als een afgebakend en af te bakenen geheel. Daarbij negeren we dat diegenen die nog moeten ‘integreren' ondertussen ook al deel zijn van onze samenleving, zij het van een veranderde en nog sterk veranderende samenleving. In dat opzicht noemt Schinkel het gebruik van de term (of het symbool) [integratie] bijzonder productief, maar anders dan we denken: het helpt om de problematiek in stand te houden. Juist de aandacht voor [integratie] houdt de scheiding tussen ‘de samenleving' en de ‘niet-geïntegreerden' in stand die het met de beste bedoelingen wil overbruggen.

Het concept [integratie] is en werkt normatief. Het draagt bij aan het creëren van een beeld van wat onze samenleving juist is. Die werking van de notie [integratie] analyseert Schinkel uitgebreid in wat hij ‘een diagrammatica van [integratie]' noemt. Aan de ene kant individualiseert de notie [integratie]: individuen moeten zich integreren. Aan de andere kant desindividualiseert het ook: het gebrek aan [integratie] wordt al snel verbonden met dé cultuur van Ali of Mohammed.

Schinkel wijst ook op de eenzijdigheid van het [integratie]-onderzoek. Bij mensen van andere etnische afkomst wordt [integratie] ondermeer gemeten door het aantal contacten met autochtonen. De vraag hoeveel contacten die autochtonen dan hebben met mensen van andere etnische afkomst, wordt niet eens gesteld, laat staan in termen van [integratie] in een steeds meer diverse samenleving. ‘Normal science' wordt daarbij ‘normalizing science', vat Schinkel zijn kritiek op de meerderheid van het sociologisch onderzoek samen.

Toch is net op dat [integratie]discours een deel van het debat over burgerschap geënt, waarbij steeds vaker een moreel burgerschap het formele burgerschap overheerst. Het moet een actief, constructief burgerschap zijn. Net zoals [integratie] wordt zo ook burgerschap tot een symbool dat de grenzen tussen ‘in' en ‘uit' versterkt.

Het centrale punt van Schinkel is dat spreken over [integratie], met welke bedoelingen ook, steeds een strategisch spreken is en onmogelijk neutraal kan zijn. Het is evenmin machtsvrij. Die macht is productief in het afbakenen van de samenleving, maar werkt tegelijk uitsluitend. In feite vertrekken we van een wensbeeld van wat de samenleving is of zou moeten zijn, van een ‘gedroomde samenleving', die een ‘zuivere' samenleving is. Hierop is ook de ‘[integratie]markt van welzijn en geluk' gebaseerd, die niet alleen integreert, maar vooral ook normaliseert. Het wordt een markt ‘van eenheid en orde'.

In het derde hoofdstuk bekritiseert Schinkel de culturalisering van het debat. Structurele achterstelling van migranten inzake inkomen, arbeidsmarktpositie, onderwijskansen en huisvesting worden steeds vaker als culturele problemen behandeld. Stilaan groeien we door naar een extreme vorm en pervertering van culturalisme, die Schinkel ‘culturisme' noemt, wat aanleiding geeft tot racisme waarbij de notie ‘ras' is vervangen door ‘cultuur'. In deze ‘culturistische' fase bepleit men de assimilatie van migranten die hun cultuur moeten aanpassen. [integratie] wordt dan een eenzijdig proces. Kenmerkend is dat men steeds de cultuur (van de migranten) als achterliggende oorzaak van de meest uiteenlopende problemen ziet, omdat die niet past bij de dominante cultuur. En opnieuw versterkt dit de scheiding tussen ‘de samenleving' en de ‘niet-geïntegreerden'.

In zijn slothoofdstuk analyseert Schinkel de discoursmechanismen van wat hij het hedendaagse ‘multiculturealisme' noemt. We moeten vandaag immers realist zijn en toegeven deat de idee van een multiculturele samenleving niet heeft gewerkt. Het verdedigen van de multiculturele samenleving veroordelen we als een verouderd, politiek correct links denken, waarbij het afstand nemen van dat denken ondertussen het nieuwe, dominante politiek correcte denken is geworden. Toch wordt dit verhult door een underdog-positie te blijven koesteren. Zo herhaalt schinkel zijn basisistelling dat met taal voortdurend op een strategische manier wordt omgegaan en dat het [integratie]discours zo de scheiding tussen ‘de gevestigden en de buitenstaanders' reproduceert.

Schinkel eindigt zijn boek dan ook met een (normatieve) oproep om op een geheel andere manier over [integratie] te spreken. Enkel door een creatieve transformatie van dat discours kan een ander perspectief ontstaan. Daarom moeten we - zoals Schinkel poogt - de paradoxen in het huidige discours expliciet maken en de contradicties blootleggen. In plaats van zoals vandaag eenzijdig [integratie] te meten, zou de sociologie juist het [integratie]discours moeten analyseren en blootleggen hoe we ‘samenleving maken', ook doorheen de taal. Want door de vanzelfsprekendheid spreekt de macht.

Het zal duidelijk zijn: wie pasklare antwoorden zoekt, blijft op zijn honger zitten. Schinkel heeft op twee punten een verfrissende inbreng in de debatten. Het hele boek door confronteert hij hoe alle taalgebruik - ook ons taalgebruik - over [integratie] strategisch en normatief, machtsbeladen en uitsluitend werkt. Ten tweed toont hij aan hoe een doorgeslagen focus op cultuur niet alleen de structurele maatschappelijke achterstellingen naar de achtergrond verdringt, maar ook individualiseert en leidt tot vormen van neo-racisme. Beide inzichten kunnen het debat opentrekken en beter kaderen, iets wat bv. in het hoofddoekendebat echt wel mag. Want waar zien we daar voorstellen voor de structurele ongelijke kansen en uitstroom in het onderwijs? Of wat bedoelen we met [integratie] ten aanzien van zelfbewuste, zich scholende en opwerkende jonge vrouwen, met en zonder hoofddoek, die nu het onderwerp (of lijdend voorwerp) van het hoofddoekendebat zijn?

Tegelijk stelt Schinkel's boek teleur. Methodologisch omdat het zelf paradoxaal en contradictorisch is; want als geen ander moet Schinkel weten dat ook zijn discoursanalyse en ‘deconstructie' van het debat strategisch is en/of strategisch wordt gebruikt. Maar bovenal is het teleurstellend omdat het onvoldoende bijbrengt aan - en nu moet ik opletten welke strategische taal ik hanteer - oplossingsstrategieën die kunnen bijdragen aan de emancipatie van (al dan niet) etnische groepen onderaan de sociale ladder, of aan een meer eigentijdse invulling van wat dan de (al dan niet multicultureel genoemde) samenleving van de 21ste eeuw is. Ook zonder migratie heeft een land, een samenleving en een democratie nood aan een beeld of beelden van burgerschap. Schinkel heeft gelijk dat de huidige invulling ervan bijzonder strategisch is vanuit de meerderheidscultuur, maar wat is dan dat ‘andere discours' dat hij bepleit? ‘De gedroomde samenleving ‘ is een spiegel die een deel van onze samenleving en ons discours in beeld brengt en ons doet nadenken over het strategische van onze taal. Maar om de structurele achterstellingen en uitsluitingsmechanismen in de samenleving aan te pakken, of om de groeiende culturele conflicten emanciperend te maken, zal meer nodig zijn. Dat debat dringt zich dag na dag sterker op.

Dirk Geldof (http://www.dirkgeldof.be/ )

Willem Schinkel, 2008. De gedroomde samenleving. Kampen, uitgeverij Klement, 160 p.
Read 5097 times Last modified on zaterdag, 12 december 2015 12:16
Dirk Geldof

Dirk Geldof is socioloog, docent en OCMW-raadslid te Antwerpen.

www.dirkgeldof.be

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.