logo

dinsdag, 17 december 2013 23:23

Duurzame ontwikkeling anno 2013: act local, push the global

Written by
Rate this item
(2 votes)

Keynote uitgesproken naar aanleiding van de uitreiking van de Prijs van de Duurzaamste Gemeente – Stadhuis Brussel 10 december 2013

Ik wil deze lezing ophangen aan twee zaken, namelijk ten eerste participatie en draagvlak 2.0 en daarnaast het concept positie. Het eerste klinkt waarschijnlijk niet onbekend in de oren, maar ik ben ervan overtuigd dat ze in de huidige tijd een nieuwe invulling kunnen en moeten krijgen. En ook de keuze voor het concept positie heeft te maken met de tijd waarin we leven.

Wat ons hier vandaag samenbrengt is uiteraard het concept duurzaamheid. En ik ga hier niet de geschiedenis ervan bespreken. Waar ik wel wil op wijzen is dat het concept meer dan ooit relevant is omdat het zich richt op de toekomst. Duurzame ontwikkeling benadrukt niet alleen de wereldwijde solidariteit, het stelt de noden van de toekomstige generaties op gelijke voet met de huidige behoeften. En dat is een belangrijke, grensverleggende uitbreiding van de morele en politieke horizon. Het weerlegt ook de veel gehoorde verzuchting dat ‘onze kinderen het minder goed gaan hebben dan de huidige generaties’. Als deze verzuchting grond van waarheid heeft, dan kan dat enkel betekenen dat we nog te weinig werk maken van een echte, sterke duurzame ontwikkeling. Want deze stelt juist de toekomst centraal. De verzuchting kan dan enkel als opdracht begrepen worden.

Zoals we weten, heeft de toekomstdimensie verbonden met duurzame ontwikkeling een concrete uitwerking gekregen tijdens de Conferentie van Rio in 1992 met de sleuteltekst Agenda 21. Deze bevat niet alleen de zogenaamde ‘Rio principes’, maar gaf ook aan de lokale besturen de opdracht om een Lokale Agenda 21 uit te werken. Ik denk dat het belang van deze Lokale Agenda 21 moeilijk overschat kan worden. Gemeentelijke initiatieven en acties van het middenveld hebben geresulteerd in twee duidelijke verworvenheden. Ten eerste wordt vanaf dan in de analyses en oplossingen een duidelijke link gelegd tussen de ecologische en de armoedeproblematiek, de sociale uitsluiting en de vernietiging van ons leefmilieu. Ten tweede vertaalt duurzame ontwikkeling als abstract concept zich in heel concrete beleidsdomeinen en realisaties op het terrein. Ook ik als actieve burger, en ik zal hier niet alleen zijn in de zaal, heb thuis nog in mijn bureau de actiemap uit de jaren ‘90 liggen om mijn eigen gemeente aan te sporen tot een stevige Agenda 21.

Even belangrijk als dat heel wat gemeenten projecten op vlak van duurzame ontwikkeling opzetten, is het gegeven dat er tal van netwerken voor lokale duurzame ontwikkeling werden opgericht. Het gaat hierbij over heel verschillende types van netwerken, op verschillende schaal, van regionaal over nationaal tot mondiaal, en ook verschillend qua doel en opzet: soms gericht op ideeënuitwisseling, andere netwerken dan meer gefocust op het opzetten van wederzijdse leerprocessen over duurzame innovaties en weer andere met als verbindend thema participatie.

Deze nieuwe netwerken passen in de gekende overgang van government, waar nationale regeringen de dienst uitmaken naar governance, waar bevoegdheden van de nationale regeringen worden overgenomen door hogere en lagere bestuursniveaus. In Europa heeft governance duidelijk vorm gekregen met de Europese Unie enerzijds en anderzijds, erg verschillend van land tot land, de rol van steden of van regio’s. In eigen land gaat er veel aandacht en energie naar de federalisering waardoor de kracht en initiatieven van steden en gemeenten onderbelicht zijn gebleven, en dit volkomen onterecht. Want ze zijn de nieuwe plaatsen van emancipatie van de 21ste eeuw. Laat me toe dit duidelijk te maken aan de hand van een korte historische schets.

In de 20ste eeuw vormde de natiestaat het centrale kader, zeg maar de democratische doos waarbinnen de openbare diensten zich ontwikkelden en ook de nationale economie tot groei kwam. De natiestaat was ook de schaal en het kader voor de sociale strijd zoals die toen gevoerd werd door onder meer vakbonden en vrouwenbewegingen. Deze nationale civiele maatschappij was de drijvende kracht achter sociale innovatie en de opbouw van de welvaartstaat. Zij verschuilden zich niet achter wat haalbaar was –fabrieksdirecteurs vonden de afschaffing van kinderarbeid onhaalbaar want slecht voor de concurrentiepositie – om te strijden voor wat wenselijk en noodzakelijk was: het recht op een goed leven met eigen ontplooiingskansen.

Ondertussen zitten we in de 21ste eeuw gekenmerkt door governance. Hier zijn dus twee nieuwe democratische niveaus met de potentie tot emancipatie: de hogere langs de ene kant, en de steden en gemeenten langs de andere kant. Ik ga hier niet uitweiden over de opdrachten en teleurstellingen van Europa, anders zitten we hier morgen nog. Eerder wil ik hoopvol focussen op de steden, gemeenten en urbane regio’s. Zoals uitvoerig is geargumenteerd in de Oikos publicatie Mensen Maken de Stad vormen in de 21ste eeuw steden en gemeentelijke regio’s de knooppunten van het centrale netwerk. Ze vormen een bijzondere verknoping tussen enerzijds zeer globale processen en netwerken en anderzijds zeer lokale geschiedenissen en omstandigheden. Elke stad en gemeente is anders en het politieke project en de maatschappelijke context waarmee ze de transitie ingaan, doen er sterk toe. En door samen te werken in netwerken van sociaalecologische steden en gemeenten kunnen zij hun stempel drukken op de wereld van morgen.  Twee zaken zijn hier cruciaal: de opkomst van een nieuwe sterke civiele maatschappij op lokaal niveau, en hoe de netwerken van lokale actoren zich op hogere niveaus gaan positioneren.

Daarbij komt ook dat de uitdaging van duurzaamheid, de sociale en ecologische uitdagingen elk decennium hun eigen invulling krijgen. Kijken we bijvoorbeeld naar de jaren 80 van vorige eeuw dan zien we daar dat het maatschappelijk bewustzijn rond milieuvernietiging een tastbare veruitwendiging krijgt in het thema van stervende wouden in Duitsland en op mondiaal vlak in de bedreiging van de ozonlaag door koelmiddelen. En het einde van de apartheid in Zuid-Afrika een decennium later betekent een andere blik op de kracht van het Zuiden.

Vandaag anno 2013, en dat is logisch, zien we dat andere thema’s hoog op de agenda staan. Het fijn stof in onze lucht heeft de plaats ingenomen van de dioxines uit de verbrandingsovens, de broeikasgassen die de klimaatopwarming veroorzaken die van de gechloreerde koolwaterstoffen. En in NoordZuid perspectief problematiseert het fenomeen van landgrabbing, zeg maar het stelen van land, onze overconsumptie hier in het Westen en haar verslaving aan grondstoffen. Landgrabbing maakt de situatie van governance trouwens nog complexer, de soevereiniteit van landen wordt nu niet alleen deels overgenomen door hogere en lagere bestuursniveaus, ze wordt nu ook reëel bedreigd door investeringsfondsen en multinationals. We huldigen vandaag terecht een aantal steden en gemeenten met hun hoopvolle projecten, maar mogen onze ogen ook niet sluiten voor deze dramatische evolutie op mondiaal vlak.

Uitweiden wat de centrale thema’s zijn in het tweede decennium van de 21ste eeuw hoeft niet. De dramatische gevolgen van de klimaatwijziging en het onvermogen van de onderhandelende partijen in Warschau hebben duidelijk gemaakt dat het vijf over twaalf is. In die zin zijn de thema’s die nu aan de orde zijn niet louter inhoudelijke thema’s, maar evenzeer de urgentie van de toestand en de toekomst die nu heel letterlijk in onze handen ligt.

In de steden en gemeenten die vandaag het voortouw nemen, herken je die radicaliteit die nodig is om de toekomst te redden. Want bijvoorbeeld de ambitie formuleren om klimaatneutraal te worden, vergt meer dan gewoon een Noord-Zuid beleid te hebben of fietspaden aan te leggen. Het gaat over het radicaal herdenken van alle systemen in de lokale gemeenschap, van wonen over mobiliteit tot wonen. Je kan de vraag stellen waarom deze gemeenten nu net die stap zetten, terwijl het in internationale conferenties zoals Warschau niet lukt.

Ik denk dat daar twee redenen voor zijn.

Ten eerste is het op niveau van een gemeente of stad veel duidelijker dat maatregelen voor een duurzame samenleving ook samengaan met een betere levenskwaliteit. Wie autofiles kan vervangen door levendige straten vol fietsers, wint twee keer. Een meer conviviale gemeente die minder afhankelijk wordt van fossiele brandstoffen.

Ten tweede is het lokale niveau ook het niveau waarop de civiele maatschappij zich terug aan het vernieuwen is. Het aantal en de diversiteit aan nieuwe en spontane burgerinitiatieven is verrassend en hoopvol. Of het nu repair cafés, collectieve moestuinen zijn of ruil- en deelinitiatieven, ze tonen een nieuwe bereidheid om op actieve wijze duurzame levenswijzen te verkennen en uit te dragen. Ze zijn zoals Harald Welzer het omschrijft ‘de sociale beweging die nog niet weet dat ze bestaat’. En zo kom ik tot mijn eerste accent van participatie en draagvlak 2.0.

Want wat opvalt bij de nieuwe initiatieven is dat het collectieve praktijken gaat, na jaren van focus op individuele gedragsverandering, vooral dan nog in de rol van consument. Dit is nu helemaal anders: burgers richten bijvoorbeeld zelf een energie-coöperatieve op waarbij ze een actieve rol opeisen in de transitie naar een duurzaam energiesysteem.

Zo ontstaat er ook de mogelijkheid, maar ook de opdracht voor lokale besturen, om tot nieuwe vormen van samenwerking te komen tussen beleid en burgersamenleving. Meer dan ooit liggen er kansen voor het grijpen voor co-creatie en co-productie van beleid. Burgers zijn dan niet langer gewoon aanbrengers voor goede ideeën of een sterk klankbord. Ze zijn nu mede-ontwikkelaars in een meer horizontale visie op beleid. In verschillende gemeenten wordt hier al mee geëxperimenteerd. Als ik een voorbeeld mag geven van mijn eigen stad Gent, ze diende geen project in dit jaar dus ik kan dat zonder risico doen, op gebied van voeding. Reeds twee jaar geleden namen kritische burgers, organisaties uit het lokale middenveld en ecologische ondernemers het voortouw om een netwerk op te zetten rond stadslandbouw en vormen van samenwerking op te zetten. Nu enkele maanden terug heeft het stedelijk beleid er een voedselstrategie aan gekoppeld. Deze overheidsstrategie staat niet boven de lokale acties, wil niet regisseren wat er gebeurt, maar wil zich er mee verweven, gaat op zoek naar positieve synergieën, kan zaken ook loslaten.

Beste mensen,

Het belang van deze trend naar echt participatief beleid kan en mag niet onderschat worden. Een echt duurzame gemeente, wat dus betekent veerkrachtig, klimaatneutraal maar ook solidair en plezant, vergt dat mensen actief kunnen werken aan duurzame beleidskeuzes, en dat dit spoort met de structurele maatregelen die het beleid neemt. Donderdag veggiedag was en is in Gent geen succes omdat het beleid dat wil, maar omdat het aansluit bij wat er leeft vanonder uit.

De projecten van de toekomst zijn deze waar structurele maatregelen gedragen worden door de bewoners. Niet uit sympathie, maar omdat ze leiden tot een hogere kwaliteit van leven. En zo ontstaat eindelijk het noodzakelijke draagvlak, zeg maar het draagvlak 2.0, om beleidsmaatregelen te nemen die ogenschijnlijk ingaan tegen wat de mensen zouden willen. De realiteit is dat meer en meer mensen misschien wel verder gaan dan sommige mensen uit politiek en administratie denken. Als bijvoorbeeld een groeiende groep jongeren in de stad het niet meer belangrijk vindt om een rijbewijs te behalen, dan wijst dat op een trendbreuk in hun visie op mobiliteit.

De conclusie is helder: met de conferentie van Rio in 1992 gaf de internationale gemeenschap een opdracht aan de lokale overheden met de Agenda 21. Twintig jaar later zijn de rollen omgekeerd: steden en gemeenten hebben nu het voortouw genomen met concrete duurzame initiatieven én visionaire ambities, terwijl de internationale gemeenschap ter plaatse trappelt. Het is nu zaak voor deze steden en gemeenten, om zich nog sterker te organiseren, zodat zij de macht verwerven om daadwerkelijk de hogere bestuursniveaus tot actie aan te sporen. En kom ik tot mijn tweede focus, namelijk het belang van positie. Het is belangrijk dat in de huidige beleidsarchitectuur van governance lokale overheden zich meer expliciet positioneren tegenover hogere overheden. Willen we bijvoorbeeld dat Europa zich sterker profileert als koploper op vlak van klimaatbeleid, dan zal dat niet alleen van de houding van lidstaten mogen komen. Sterker nog: ik denk dat vooral sterke netwerken van lokale besturen, in samenspraak met de nieuwe burgerbeweging, hier het voortouw in kan nemen, het sterkste kan wegen.

En zo kom ik het einde van mijn bijdrage. Het is duidelijk dat de prijs voor duurzaamste gemeenten enkel aan belang zal winnen de komende jaren, aangezien de meest innovatieve initiatieven meer en meer van onderuit ontstaan. Het is hierbij uiterst belangrijk om als lokale gemeente positief in te spelen op wat er leeft in de civiele maatschappij, te komen tot nieuwe vormen van samenwerking en coproductie. En deze lokale innovatie moet in netwerken van lokale koplopers de hogere bestuursniveaus aansporen tot een sterker beleid.

En zo kom ik tot het einde van mijn betoog in dit mooie gebouw. Dit Brusselse stadhuis is een mooi voorbeeld van wat men omschrijft als de flamboyante gotiek. En het is opgetrokken in kalkhoudende zandsteen uit de Dilbeekse steengroeven, enkele kilometers van het stadhuis vandaan. Of met andere woorden: het meest flamboyante, schitterende met internationale uitstraling, is meestal gebouwd uit en met wat lokaal voorhanden is.

Read 3274 times Last modified on vrijdag, 03 april 2015 13:35
Dirk Holemans

Dirk Holemans: coördinator van denktank Oikos / hoofdredacteur

van gelijknamige tijdschrift / publicist

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.