logo

maandag, 22 juli 2019 14:47

Het verborgen leven van bomen

Volgens Frank Deboosere voorspellen verschillende weermodellen dat we op donderdag 24 juli 2019 de warmste dag ooit zullen beleven sinds het begin van de metingen in Ukkel in 1833 (DS, 22/07/2019). In het debat hoe we deze hitte kunnen trotseren, of temperen komt de verkoelende functie van bomen steeds vaker op de voorgrond te staan. Maar bomen hebben naast hun verkoelend effect nog tal van andere functies. Myriam Dumortier bespreekt in Oikos-tijdschrift 83 het inspirerende boek van Peter Wohlleben over het verborgen leven van bomen. Ontdek hier hoe bomen koelte kunnen bieden tijdens periodes van extreme hitte. Wil je graag meer lezen vraag dan hier een gratis proefnummer aan of kom hier meer te weten over een abonnement op het Oikos-tijdschrift

Peter Wohlleben, Het verborgen leven van bomen, Amsterdam, A.W. Bruna Uitgevers B.V., 2016, 222 p.

Bomen dienen tot zoveel veel meer dan om gekapt te worden, bossen zijn zo oneindig veel meer dan een verzameling bomen. Wie dit boek leest zal daar nooit meer aan twijfelen. Peter Wohlleben brengt wetenschappelijke inzichten en jarenlange nauwgezette observatie samen in een indringend boek, waar hij op heel toegankelijke, vrolijk antropomorfische wijze over het leven van bomen verhaalt.

Het valt niet op, maar in het bos is er altijd een geroezemoes van jewelste. De inwoners van het bos communiceren met elkaar, niet alleen via geluid, maar ook via geur, optisch, en zelfs elektrisch dankzij een soort zenuwcellen aan de wortelpunten. Wanneer een insect zich aan de wortels van een boom vergrijpt, herkent de boom het insect aan het speeksel en sturen zijn bladeren geurstoffen uit, die uitroepen welk insect aanvalt. De dierenwereld registreert deze geuren, en meteen snellen de juiste predatoren te hulp, verlekkerd op het aanvallende insect. Wanneer een ander insect de bladeren van de eik probeert, pompt deze prompt giftige looistoffen naar zijn bladeren, daar gaat de maaltijd... Bomen communiceren ook via hun wortels met elkaar, rechtstreeks of via schimmeldraden, het ‘wood-wide-web’, een theelepel bosaarde bevat gemakkelijk een kilometer van die schimmeldraden. Zo waarschuwen eiken elkaar voor het aanvallende insect, en meteen pompen alle eiken uit de omgeving looistoffen naar hun bladeren en zit er voor de aanvallers niets anders op dan afdruipen.

Over wat en hoeveel wordt uitgewisseld, is nog maar heel weinig geweten. Aan de wortelpunten van bomen werden neuronale structuren en moleculen aangetroffen, die als soortgelijke vorm ook bij dieren bestaan. Deze inzichten brengen de opdeling tussen planten en dieren aan het wankelen. Maar deze opdeling is hoe dan ook des mensen, de natuur laat zich niet zomaar in vakjes ordenen. Wat alvast duidelijk is, is dat cultuurplanten het vermogen om met elkaar te communiceren kwijtgespeeld zijn, een van de vele redenen waarom ze zo gemakkelijk ten prooi vallen aan allerlei plagen. Misschien moeten veredelaars weer wat meer spraakzaamheid inkruisen in graan en aardappelen, stelt Wohlleben. Alleen, hoe begin je daar aan?

Telkens opnieuw zet dit boek ons als mensheid op onze plaats, en moeten we toegeven hoe weinig we maar van de natuur begrijpen.

Bomen dragen veel zorg voor elkaar, vooral beuken zijn zeer sociaal. Met behulp van zonlicht produceren hun bladeren grote hoeveelheden suikers, maar soms is er een boom bij wie het allemaal niet zo goed meer lukt. Dan stoppen de sterkere bomen uit de omgeving hem suikers toe via de wortels. Want het welzijn van de bomen hangt af van hun gemeenschap. Veel bomen samen matigen extreme warmte en kou en zorgen voor voldoende luchtvochtigheid. Ook de dikke vochtige humuslaag zorgt voor koelte in het bos. En met hun takken stutten de bomen elkaar. Alleen in een dergelijke beschutte omgeving kunnen bomen zeer oud worden. Want in het bos heerst de traagheid.

Beuken worden geslachtsrijp wanneer ze 80 tot 150 jaar oud zijn, vanaf dan werpen ze om de vijf jaar zo’n 30.000 beukennootjes af, een frequentie die toeneemt door klimaatverandering. Indien ze 400 jaar oud worden produceren ze dus zo’n 1,8 miljoen beukennootjes. Statistisch gezien kan maar één beukennootje de oude moederboom opvolgen, een bijzondere gedachte, zo had ik het nog nooit bekeken. Wanneer bosbomen vruchten afwerpen volgt er feest bij reeën en everzwijnen, die het bos afschuimen tot het laatste vruchtje is verorberd. Dat is echter niet de bedoeling. Door onderling af te stemmen en maar om de paar jaar vruchten af te werpen, zorgen de bomen ervoor dat de wildpopulatie zich niet kan aanpassen aan hun vruchtproductie, en dat er tijdens ‘mastjaren’ toch meer vruchten zijn dan de dieren kunnen oppeuzelen. Zo kunnen ze kiemen.

Onder de reusachtige kroon beschermt de moederboom de jonge boompjes. Via de wortels neemt ze contact met hen op om hen met suikers en andere voedingsstoffen te bevoorraden. Doordat maar 3 procent van het zonlicht de bodem bereikt, groeien kleine beuken zeer langzaam, waardoor hun houtcellen klein blijven en hun stammen sterk worden, weerbaar tegen de stormen en aantastingen die de komende eeuwen op hen af komen. Zo wachten de boompjes vele tientallen jaren geduldig af tot een grote boom omver valt en ze de kans krijgen om door te groeien naar het zonlicht. De omgevallen boom heeft gedurende eeuwen voedingsstoffen uit de bodem gezogen en in hout en bast opgeslagen.

Na zijn dood ontstaat een culinaire estafette van ontelbaar veel schimmel- en insectensoorten, allemaal gespecialiseerd in een bepaald stadium van ontbinding.

Een vijfde van alle plant- en diersoorten zijn aangewezen op dood hout. Het vliegend hert brengt tot acht jaar door als larve in verkruimelde loofhoutwortels, om vervolgens slechts een paar weken als volwassen insect te leven en te paren. Het leven in rottend hout is heel bijzonder.

Een boom kan tot 20 ton CO2 vastleggen. Ook al gaat er bij de vertering van het hout weer een deel naar de atmosfeer, het grootste deel blijft in het ecosysteem. In een handje bosaarde zitten meer levende organismen dan er mensen zijn op aarde. Centimeter per centimeter werken zij de koolstof dieper in de grond, naar koudere lagen, waar het leven vertraagt en ten slotte stilvalt en de koolstof langzaam verwordt tot bruinkool en later steenkool, zoals de huidige vindplaatsen van fossiele brandstoffen 300 miljoen jaren geleden ook uit bomen ontstaan zijn. Vandaag jagen we al die CO2 in ijl tempo de lucht weer in.

De geneugten van het bos reiken veel verder dan het bos zelf. Eén vierkante kilometer bos bevat 27 vierkante kilometer bladoppervlakte. Deze vangt regen op, die er blijft hangen, weer verdampt en wolken vormt.

Terwijl de boven zee gevormde wolken slechts enkele honderden kilometer landinwaarts raken, gaat de regen dankzij de bossen veel verder landinwaarts. Wanneer bossen verdwijnen ontstaan landinwaarts woestijnen.

De bladoppervlakte zorgt ook voor luchtzuivering, tot 7.000 (!) ton zwevende deeltjes per vierkante kilometer per jaar, en voor zuurstofproductie, tot 3.500 ton per vierkante kilometer per jaar. Met hun immense wortelstelsels houden bomen ook de bodem vast. Terwijl via verwering 100 ton bodem per vierkante kilometer per jaar wordt gevormd, eroderen ontgonnen bodems gemakkelijk met 10.000 ton per vierkante kilometer per jaar, terwijl dat in bossen maar 0,4 tot 5 ton per vierkante kilometer per jaar is. Alleen in bossen groeit de bodem dus aan.

Een beuk pompt per dag zo’n 500 liter water naar zijn bladeren. We verklaren dit met capillaire werking, transpiratie en osmose. Maar zelfs in de dunste houtvaten krijgen capillaire krachten het water met moeite één meter hoog. De sapstroom is net het sterkste in het voorjaar, wanneer de boom nog geen bladeren heeft en er dus geen transpiratie mogelijk is. En osmose speelt dan weer alleen in bladeren en wortels en niet in de lange houtvaten van de stam. Hoe gebeurt het dan wel? Daar hebben we alweer het raden naar!

In de laatste hoofdstukken verlaat Wohlleben het bos en beschrijft hij de penibele situatie waarin straatbomen zich bevinden, en hoe lang het duurt om in nieuwe bossen de kringlopen van ontstaan en vergaan weer goed te laten functioneren. Want hoe raakt een snuitkever die zich maar tien meter per jaar kan verplaatsen in een nieuw bos? Heel wat soorten kunnen alleen overleven, en hun rol vervullen, in bossen met een lange ononderbroken bosgeschiedenis.

Naaldbomen worden dikwijls aangeplant op plaatsen waar ze eigenlijk niet thuishoren. Dit maakt de bomen zeer gevoelig voor aantastingen, waardoor hectische geurboodschappen door de kronen flakkeren. Dat voelen we wanneer we in het bos wandelen. Terwijl de bloeddruk van bosbezoekers in eikenbossen daalt, stijgt die in naaldbossen. Wohlleben is ervan overtuigd dat we instinctief de gezondheid van bossen kunnen registreren.

Hij staat ook stil bij de impact van invasieve soorten en klimaatverandering en heeft in dit verband verbazend veel vertrouwen in de veerkracht van natuurlijke bossen, op voorwaarde dat we hun sociale structuur niet storen en ze hun microklimaat zelf kunnen blijven regelen. Hij stelt zelfs dat dankzij globalisering de soorten die invasieve soorten aantasten hier ook terecht zullen komen en het systeem zich vanzelf zal stabiliseren. Misschien wel, maar niet zonder catastrofaal biodiversiteitsverlies. Een van de voorbeelden die hij geeft, is de Aziatische schimmel die momenteel al onze essen verwoest, nochtans eveneens in de meest natuurlijke bossen… Wellicht is Wohlleben zijn liefde voor bossen zodanig groot dat hij de ernst van deze bedreigingen niet onder ogen durft te zien. Tegen wat we momenteel uithalen met de planeet is geen veerkracht bestand. Pleit Wohlleben ervoor om geen bomen meer te kappen? Neen, hier en daar een stam oogsten moet kunnen, voorzichtig, niet te veel, en met paarden uitslepen. Dit is hoe we in al onze handelingen met de natuur zouden moeten omgaan. Wie dit boek leest, zal oude constructies uit hout van oude traag gegroeide loofbomen koesteren (en de bloeddruk voelen stijgen in de buurt van zelfbouwpakketten uit snel gegroeid naaldhout).

Maar dit boek gaat over veel meer dan bomen, het gaat over de wonderbaar lijke complexiteit van het leven op aarde, zo innig verweven, onderling afhankelijk en kwetsbaar. Het zet aan tot verwondering, tot nederigheid, respect. Hopelijk vormt het voor velen een stimulans om zich dieper in de bossen te wagen, en hun bedwelmende traagheid en rust in zich op te nemen, als tegenpool voor het doldraaiende consumentisme om ons heen.

 Wil je graag meer lezen vraag dan hier een gratis proefnummer aan of kom hier meer te weten over een abonnement op het Oikos-tijdschrift.

Published in Boek
donderdag, 04 juli 2019 11:00

Minder vliegen is heel sociaal

'In de klimaatdiscussie wordt het sociale argument soms nogal ruim gebruikt. Niet om te pleiten voor meer gelijkheid, maar wel om een ecologisch gulzige levensstijl te verdedigen die zelf leidt tot meer ongelijkheid', schrijft Jan Mertens van Oikos voor De Doordenkers van Knack.be.

Terwijl buiten de recente hittegolf aangeeft wat de volgende jaren het nieuwe normaal zal worden, wurmen deze dagen duizenden mensen zich in de vertrekhal van de luchthaven. Ze willen weg uit de sleur, naar 'ergens'. Ze rekenen er waarschijnlijk wel op dat er daar een goede airco zal zijn. Ze hopen ook dat ze vooral geen last zullen hebben van morrende arbeiders die in de onderwereld van de luchthaven in moeilijke omstandigheden de bagage moeten verwerken en prikacties hebben aangekondigd. Aan die sociale kwestie willen we liever alleen een beetje aandacht geven op een rustig moment in het jaar, als er niemand het vliegtuig neemt. Velen voelen het tegelijk misschien als een soort sociaal recht, het vliegtuig nemen tegen een zo laag mogelijke prijs.

In een interview in het radionieuws zei een van de vertrekkers op de vraag waarom hij naar Praag ging: 'Het vliegtuig is goedkoop en het bier is goed daar.' Misschien zijn sommigen ook wel een beetje bang. Dat het zo warm wordt in Spanje en Frankrijk, dat was nu ook weer niet de bedoeling. Ze hadden bij de recente verkiezingen het klimaat toch weggestemd? Kan de overheid, of kunnen de 'anderen' er niet voor zorgen dat die 'hype' van het klimaat ophoudt en dat we gewoon op vakantie kunnen vertrekken?

Minder vliegen is heel sociaal

Je moet al erg veel moeite doen om niet te merken dat er wel erg veel berichten in het nieuws komen over extreme weersomstandigheden. In India waren er de voorbije weken temperaturen van boven de 50°C. Laten we zeggen dat er ondertussen meer dan voldoende bewijzen zijn dat de klimaatverandering volop bezig is, ook bij ons, en dat alles erop wijst dat meer extreem weer frequenter zal voorkomen. Het is merkwaardig hoezeer we blijkbaar nog steeds een vervelende werkelijkheid uit beeld kunnen houden. Gewoon een airco meer zetten, denken velen. Dat is iets als: bomen kappen om het bos te redden. Men verwacht dat tegen 2050 de mondiale energievraag voor koeling maal drie zal gaan. Waarmee we - zonder drastisch ander beleid - de klimaatverandering alleen maar zullen versnellen. En zo ook de ongelijkheid die er het gevolg van is.

De werkelijkheid heeft ook rechten. Binnen de korte tijd die we nog hebben om de klimaatomslag te maken ook nog eens het vliegverkeer fors laten groeien, dat kan eigenlijk helemaal niet. Een recent rapport van het Europees Milieuagentschap en de luchtvaartsector zelf maakt het voldoende duidelijk voor wat de EU betreft. Het aantal vluchten zal nog met zeker 42% toenemen tussen 2017 en 2040. Tegen 2040 zullen emissies van CO2 met 21% en van NOx met 16% toenemen. Uit het rapport blijkt duidelijk dat de groei het probleem is. Technologische verbeteringen volstaan niet om die te compenseren. En terwijl de luchthaven van Zaventem geweldig veel moeite doet om zichzelf als 'groen' te profileren, blijkt uit een onderzoek van de VUB en de UAntwerpen dat de luchthaven slechts 0,23% van zijn reële CO2-uitstoot rapporteert.

Zonder forse koerswijziging zal alleen al het toeristisch luchtverkeer de hele klimaatruimte van het akkoord van Parijs innemen. Tegelijk weten we ook dat de klimaatverandering vandaag al de ongelijkheid tussen rijk en arm doet toenemen, ook in Europa. In de steden kun je bijna perfect voorspellen waar de impact door hittestress het grootst zal zijn. Kwetsbare bevolkingsgroepen wonen vaak in huizen van lagere kwaliteit, hebben vaak een meer kwetsbare gezondheid, kunnen niet genieten van heel wat fiscale woon- en energiemaatregelen die vooral op de betere middenklasse zijn gericht en hebben ook niet de middelen om even naar de andere kant van Europa te vliegen. Klimaatverandering is zelf een sociale kwestie. Wereldwijd is het zo dat zij die het minst verantwoordelijk zijn voor de klimaatverandering er de zwaarste prijs voor betalen.

Een verworven levensstijl is op zich niet sociaal, als de voetafdruk daarvan bijdraagt aan ongelijkheid, en dus op minder kansen op een waardig leven voor anderen.

Het valt op hoe in dat hele debat sociale argumenten nogal eens erg selectief of bewust misleidend worden gebruikt. Dat kwam al zeer goed aan bod in een recent artikel van Tine Hens in Mo. Zo lang we discussiëren in termen van rijk of arm is het debat vaak nogal 'veilig', want de rijken, dat zijn toch altijd de anderen... We moeten het debat voeren over de ecologische voetafdruk. In een begrensde wereld is een te grote voetafdruk asociaal. Er kan niet iets bestaan als een individueel 'sociaal recht' op zoveel mogelijk, zo goedkoop mogelijk en zo ver mogelijk vliegen, ook al zijn velen dat zo gaan beschouwen en ook al voelen velen het idee van minder vliegen aan als een inperking van een verworven levensstijl. Het is zinvol om de woorden nauwkeurig te gebruiken. Een verworven levensstijl is op zich niet sociaal, als de voetafdruk daarvan bijdraagt aan ongelijkheid, en dus op minder kansen op een waardig leven voor anderen.

Wereldwijd heeft slechts een minderheid van de mensen ooit in een vliegtuig gezeten. Het is dus helemaal niet zo dat 'iedereen' vliegt, het is in de feiten een privilege. Een privilege dat sociaal niet neutraal is. Als de klimaatverandering ontspoort, en in de richting van + 4°C gaat, zullen grote delen van de wereld quasi onbewoonbaar worden. Waar zullen die mensen naartoe gaan? Zullen alleen rijke mensen in hun door privéfirma's bewaakte gebouwen met airco recht hebben op een waardig leven? Het doel om de klimaatverandering de volgende jaren door ambitieus beleid richting + 1,5°C te brengen is dus op zich al een sociaal doel, laten we dat vooral niet vergeten.

Het is zorgwekkend als zelfs sommige groene politici de indruk lijken te wekken dat je zou moeten kiezen tussen klimaatbeleid en een sociaal-progressief beleid.

Het is zorgwekkend als zelfs sommige groene politici de indruk lijken te wekken dat je zou moeten kiezen tussen klimaatbeleid en een sociaal-progressief beleid. Het tegendeel is waar, of zou waar moeten zijn. We moeten wel de vraag goed stellen. Is de sociale kwestie dat de arme mensen nog niet genoeg vliegen? Of is de sociale kwestie dat de ecologisch gulzigen te veel vliegen? Sociaal beleid gaat volgens mij over het garanderen van de grondrechten van alle burgers nu en in de toekomst, niet over het verdedigen van een ecologisch te gulzige levensstijl van sommigen.

Stel dat we ervan uitgaan dat we enerzijds vliegen als potentieel aangenaam en verrijkend beschouwen en dat we anderzijds de ecologische voetafdruk van onze manier van leven drastisch moeten verkleinen. Dan kun je de contouren zien van wat we sociaal zouden kunnen noemen. Als vliegen ten eerste zo geweldig is, dan zijn er geen argumenten waarom onze kinderen en kleinkinderen het niet meer zouden mogen. Minder vliegen nu zodat anderen later het ook nog kunnen is dus sociaal. Ten tweede zou het goed zijn dat onze sociale bekommernis toch ook meer gaat naar de mensen die het slachtoffer zijn van het lagekostenmodel dat we normaal zijn gaan vinden. Minder vliegen en er meer voor betalen, zodat ook wie onze koffer moet verslepen een eerlijk loon krijgt, dat is sociaal. En mensen in het Zuiden die alleen via toerisme een inkomen kunnen verwerven kunnen we ook helpen door aan hen eerlijke internationale handelsrelaties te bieden en hun grondstoffen niet te plunderen. Een chaotische klimaatverandering zal trouwens ook die toeristische bestemmingen onleefbaar maken.

Met betere technologie (efficiëntere motoren, andere brandstoffen of mogelijk ooit elektrisch vliegen), fiscale verschuivingen en efficiënter beheer van de luchthavens kunnen we stappen vooruit zetten, maar die zullen niet volstaan om de forse groei van het luchtverkeer en zo de stijgende negatieve milieu-impact - die zich dus in sterke mate sociaal uit - op te vangen. Hoe we het ook draaien of keren, met welke communicatietechnieken we het ook verpakken, we zullen moeten praten over een vorm van 'minder'. Met een moedig sociaal beleid kunnen we ervoor zorgen dat het in de eerste plaats de ecologisch gulzigen zijn die hun voetafdruk gaan verkleinen, en zo ecologische ruimte creëren waardoor ook anderen uitzicht krijgen op een waardig leven. Ook heel wat mensen die zichzelf geweldig progressief en milieubewust vinden zouden eens eerlijk in de spiegel moeten kijken.

Als we door een omvattend en ambitieus beleid ervoor kunnen zorgen dat we de voorziene groei van het luchtverkeer kunnen inperken - en dat kan alleen als minstens sommigen minder gaan vliegen - dan hebben we daarmee iets gedaan dat heel sociaal is. 

Jan Mertens lid van de Denktank Oikos schreef dit artikel voor de doordenkers van Knack op 03/07/2019.

Published in Opinie

Het begint stilaan mode te worden. Elk jaar verschijnen rampberichten over de droogte. Weinigen doen er iets fundamenteels aan, het probleem wordt telkens erger en het jaar daarop verschijnen dezelfde berichten. 

Dat de gazons van privétuinen door de droogte stilaan in woestijnen transformeren lijkt het ergste probleem te zijn voor de doorsnee burger. Toch zal dit ons worst wezen als we op een dag voedselschaarste zullen hebben door massale oogstmislukkingen.

De boer, die ploegde voort, letterlijk dan. En dat is net hetgeen waarmee absoluut gestopt moet worden. De ploeg is een van grootste wapens waarmee we de mensheid stilaan aan het uitroeien zijn, hoe contradictorisch dit ook mag lijken. Het ploegen van land in combinatie met te veel mest, pesticiden, het bloot laten liggen van aarde en compactatie door zware tractoren zijn de ingrediënten van een falende landbouw (zie het werk van David R. Montgomery). David, die geoloog is en enkele boeken heeft geschreven hierover, zegt dat er in een ideale wereld best nergens geploegd wordt omdat er altijd wel iets van erosie is. Ook komt dit het bodemleven niet ten goede, net nu we ons moeten focussen op het terug tot leven wekken van de bodem.

Hoe hard we het ook willen ontkennen, om voedsel te kweken moet je beroep doen op natuurlijke processen. Wij hebben simpelweg alle natuurlijke processen vernietigd waardoor wij nu al het werk moeten doen.

In iedere bodem zijn er genoeg nutriënten aanwezig om minstens 2000 jaar aan landbouw te doen, zonder enige input. Zie de studies van microbiologe dr. Elaine Ingham. Zij toont samen met landbouwers op demo-farms en studenten aan dat mits het boosten van bodemleven vernielde bodems terug vruchtbaar gemaakt kunnen worden en dat de voedselproductie enorm kan opgedreven worden. 

Het enige probleem: doordat we de aarde hebben vergiftigd met meststoffen en pesticiden én kapot hebben geploegd, is het bodemleven verdwenen. Bodemleven betekent: beestjes die de ‘onopneembare’ nutriënten voorkauwen en geven aan de plant en ook versterkende connecties vormen. Zij ploegen als het ware de aarde en maken oneindig veel kleine gangetjes zodat de bodem weer in een spons kan veranderen om miljarden liters water vast te houden. 

De huidige intensieve landbouw is gebaseerd op massale externe input van diesel, maar ook van meststoffen -waaronder fosfor die bijna op is- en pesticiden waar fossiele brandstoffen voor nodig zijn om ze te produceren. 

In tijden van klimaatcrisis willen we zoveel mogelijk CO2 terug de bodem in. De huidige landbouw stoot massa’s CO2 uit en door telkens te ploegen verdwijnt er CO2 uit de bodem en komt die in de atmosfeer terecht. We willen net het omgekeerde: meer CO2 in de bodem is beter voor het klimaat maar helpt ook tegen de droogtecrisis. Koolstof in de bodem houdt water vast. 

Monoculturen zorgen voor veel minder CO2 opbouw terwijl landbouwsystemen in meerdere niveau’s, in polyculturen, tot meer dan 15 ton CO2 per jaar kunnen opslaan. Zie Eric Toensmeier’s sequestration rates. Hiernaast zorgen hectares van één enkel gewas voor de teloorgang van biodiversiteit: byebye bijtjes, vogels en nuttige insecten.

We hebben momenteel een landbouwsysteem dat de bodem heeft gedegradeerd tot een ploegzool -een quasi water-ondoorlaatbare bodemlaag gecreëerd door te veel ploegen- met daarboven een laag dode stof. Geen wonder dat dit overstroomt in de winter en uitdroogt in de zomer.

De industrie wil het liefst van al miljarden verdienen met het installeren van drainagebuizen om in de winter het teveel aan water af te voeren en waterpompen om het te weinig aan water op te pompen in de zomer.

Het ontwikkelen van GGO’s die aangepast zijn aan deze zieke bodems kan je vergelijken met iemand die om de zoveel jaar een levertransplantatie doet maar blijft elke dag een fles jenever drinken.

Door het fundament van het probleem niet aan te pakken blijven de agrochemie-reuzen, de GGO verkopers, de ploeg-verkopers,… miljarden verdienen, maar verandert België, Europa in een woestijn. Symptomen worden bestreden maar het echte probleem wordt niet aangepakt.

We moeten zo snel mogelijk omschakelen naar landbouwsystemen die samenwerken met de natuur, en er niet los van staan, dit is de definitie van agro-ecologie. We willen naar een circulair landbouwmodel met een gesloten kringloop. Een landbouwmodel dat droogteresistent is en kwaliteitsvoedsel produceert. Voedselproductie die gefocust is op lokaal en gezond voedsel, met een lage ecologische voetafdruk. Dit is iets waar nog veel meer onderzoek naar moet gebeuren, ook is dit moeilijk te realiseren door boeren alleen, zeker niet als de maatschappij, of beter gezegd de door lobby verziekte regeringen, hier niet achter staan. 

Er zijn projecten in België waar 70 hectare landbouwgrond zodanig slim beheerd worden dat er slechts éénmaal gezaaid en geoogst moet worden, met dezelfde opbrengsten als chemische landbouw, zonder dezelfde kosten.

Wanneer worden we wakker en kiezen we voor landbouw die helpt de droogtecrisis oplossen in plaats van ze te veroorzaken? Wanneer schakelen we over naar landbouw die niet bijdraagt aan klimaatproblemen maar ze helpt op te lossen?

Als chemische landbouw 1 op 10 krijgt en biologische landbouw 5 op 10, dan is agro-ecologie 9 op 10. Er is werk aan de winkel.

Er zijn talloze boeren die goed hun best doen en nog steeds beroep doen op pesticiden, herbiciden, de ploeg,… en zij zijn daarvoor geen ‘slechte’ boeren. We leven in een maatschappij die de kleine boer in een hoekje heeft gedreven waar ze soms moeilijk uit kan ontsnappen. In het plannen van de toekomst van veerkrachtige en lokale voedselproductie is het aangewezen om zo ambitieus mogelijk te zijn en ons hier met de hele maatschappij achter te scharen. Dit artikel kan bij sommigen overkomen als kort door de bocht en ongenuanceerd, toch is het is beter om naar de maan te richten en op een ster te landen, zoals Oscar Wilde zegt, dan op een ster te mikken en in een zwart gat terecht te komen. 

We kunnen zelf bijdragen aan de oplossing door lokaal natuurlijk voedsel te kopen, contact te hebben met de boer of met een betrouwbaar tussenpersoon. De voedselproductie is een democratie, iedere aankoop is een stem. Zelfs al begin je met 10% van je eten duurzaam aan te kopen maak je reeds een verschil en kan je geleidelijk je stem opdrijven. Actievoeren en beleidsmakers positief beïnvloeden maakt uiteraard ook een enorme impact, we moeten een tegengewicht vormen voor de dik-betaalde vernietigende megalobbies.

Louis De Jaeger heeft als missie zoveel mogelijk land te verduurzamen en doet dit met zijn landschapsarchitectenbureau Commensalist, als lid van een agro-ecologie denktank en door het sensibiliseren met het schrijven van artikels en een boek over de toekomst van landbouw. Dit artikel is een uitgebreide versie van een artikel dat reeds eerder verscheen op 02/05/2019 op de webiste van de VRT.

Published in Opinie
donderdag, 14 december 2017 10:02

Naar nergens vliegen

Ja, we kunnen aan onze kinderen zeggen dat er hoop is. Maar dan moeten we het toch eens gaan hebben over vliegen. Er bestaat geen universeel recht op zoveel vliegen als je zelf wilt tegen een zo laag mogelijke prijs. Misschien zou er wel een recht op hoop mogen zijn… Onlangs had ik de eer om een gastcollege te mogen geven aan een groep fijne studenten. Ik had het over economische groei, en de ecologische en sociale problemen van dat concept. Het is in wezen een heel eenvoudige waarheid: op een begrensde planeet kun je niet onbegrensd groeien. We willen onszelf heel erg graag wijsmaken dat het kan. Het zou in een aantal opzichten ook wel handig zijn als het zou kunnen…

Als je de taart steeds groter zou kunnen maken, zou je de armen rijker kunnen maken zonder de rijken armer te moeten maken. Wie armer is, wil graag de symbolen van wie rijker is. Naarmate in landen de middenklasse groeit, stijgt bijvoorbeeld het vleesverbruik. Dat was het op zich goed verklaarbare idee van het biefstukkensocialisme. Ook de gewone man of vrouw moest in staat zijn om liefst voor weinig geld regelmatig een stuk vlees te eten. Toen mijn grootouders klein waren, was het heel normaal dat men niet elke dag vlees at. Toen ik kind was, was het bijna een ideaal geworden om elke dag vlees te kunnen eten.

De schaduwkant van het biefstukkensocialisme

De manier waarop dat ideaal is nagestreefd, heeft echter een schaduwkant. Zoveel mogelijk zo goedkoop mogelijk vlees produceren heeft gezorgd voor een enorme milieu-impact, gezondheidsproblemen, eindeloos veel dierenleed, boeren die tegen bijna onmogelijke voorwaarden moeten proberen een inkomen te verwerven, gebruik van miljoenen hectaren grond aan de andere kant van de wereld…

Het streven om een bepaald welvaartsniveau binnen ieders bereik te brengen was begrijpelijk en terecht, maar de weg die ervoor is gekozen, zorgt voor immense ecologische problemen die vooral de meest kwetsbaren treffen. Hoewel het op korte termijn anders lijkt, is het willen oplossen van de ongelijkheid door een politiek van massieve globale economische groei op langere termijn vooral ten nadele van de meest kwetsbaren. Vroeger noemden we onszelf de ontwikkelde landen. Jarenlang hebben we een welbepaald welvaartsideaal voorgehouden als de na te streven weg bij uitstek. Nu echter die landen die we vroeger onderontwikkeld noemden ook mee op die weg willen, stellen ze vast dat de planeet als het ware al op is. Dat conflict tussen het ‘recht op ontwikkeling’ en het verondersteld ‘verworven’ recht op een welbepaalde levensstijl stelt zich keihard in de klimaatonderhandelingen. Landen in het Zuiden staan voor pijnlijke dilemma’s: ze willen hun bevolking uitzicht kunnen geven op meer welvaart, maar weten tegelijk ook dat de gemakkelijke fossiele weg tot een klimaatramp zal leiden.

Vliegen is olifant in de kamer

Na de les kwam een van de studenten bezorgd naar me toe. Ze bleef maar doorvragen over wat de gevolgen van de klimaatverandering concreet zullen zijn voor haar generatie. Het zou gemakkelijk zijn op zo’n moment te sussen. Zeggen dat het allemaal nog wel mee zal vallen, dat ‘ze’ zeker nog wel een oplossing gaan vinden, dat het menselijk vernuft ongetwijfeld groot genoeg zal zijn om tijdig een en ander te keren. Ik kan dat niet.

Onze jonge mensen verdienen de waarheid, én ze verdienen een perspectief op hoop. Ze verdienen het dat de mensen die nu aan de knoppen zitten doortastende maatregelen nemen waarvan de gevolgen nu al gedragen worden, en niet in de nabije toekomst. En zo komen we bij een van die olifanten in de kamer: reizen per vliegtuig. In het klimaatakkoord van Parijs zitten nog altijd geen bindende afspraken voor de luchtvaart. Ze gaan zichzelf wel reguleren. Dat wil in de praktijk zeggen dat ze zichzelf en ons willen wijsmaken dat de luchtvaart nog spectaculair kan groeien en dat we dat enkel met technologische maatregelen gaan oplossen. Een Nederlandse onderzoeker heeft dat alles onlangs eens allemaal op een rijtje gezet. Als we op alle andere terreinen goed ons best doen zal tegen 2080 de uitstoot van de luchtvaart al groter zijn dan de rest van de wereld. Tegen het einde van deze eeuw zullen we, binnen de huidige afspraken en verwachtingen, vijftienmaal zoveel reizigerskilometers hebben. Om de doelstellingen van Parijs te halen zijn reducties van meer dan 95 procent nodig. De uitstoot van de luchtvaart zou echter nog vervijfvoudigen. Luchtvaartorganisaties gaan uit van een verdubbeling van het aantal passagiers tegen 2030, wat tegen 2100 neerkomt op maal twintig.

CO2 is noch links noch rechts

De cijfers illustreren op zich al de immense absurditeit van het geloof dat we de wereld kunnen aanpassen aan onze verlangens, in plaats van omgekeerd. Ze geven meteen ook het sociale dilemma weer. Want vliegen staat natuurlijk symbool voor een bepaalde levensstijl, voor het binnen bereik komen van allerlei bijzondere dingen. Als je kritiek geeft op de goedkope vliegreizen, krijg je al snel als antwoord dat die opmerking asociaal is. ‘Nu armere mensen eindelijk zelf ook het vliegtuig kunnen nemen, mag het niet meer.’ Die opmerking is op zich begrijpelijk, maar daarom is het antwoord nog niet dat het goed is om door te gaan met die goedkope vluchten (of met goedkope biefstukken). Is de sociale kwestie dat de armen nog niet genoeg vliegen, of is de sociale kwestie dat de rijken te veel vliegen?

Hoe langer je die vraag voor je uitschuift door te blijven inzetten op een naïef geloof in voortdurende economische groei, hoe minder ecologische ruimte er over zal blijven en hoe scherper het conflict zal worden tussen rijk en arm. Die woorden rijk en arm zijn in zekere zin ook nog te gemakkelijk, want rijk zijn altijd ‘de anderen’, wij niet natuurlijk. Verander rijk door ecologisch gulzig en denk in mondiaal perspectief, en dan wordt het ingewikkelder. Vanuit de lucht gezien is er in zekere zin geen verschil tussen ‘linkse of rechtse’ CO2. Maar hier op aarde maakt het wel verschil uit hoe we de beschikbare planetaire ruimte verdelen. En dus moet je jezelf onaangename vragen stellen.

Toeristen vs Reizigers

Heel wat mensen uit de middenklasse dragen duurzame waarden uit, zijn progressief, verplaatsen zich met de fiets, eten veggie, …. maar hebben in de feiten toch nog een grote voetafdruk, door hun vliegreizen. Veel mensen zijn kosmopolitisch georiënteerd -wat heel goed is natuurlijk- en beschouwen zichzelf niet als toeristen, maar als ‘reizigers.’ Ze doen ervaringen op, ze leren andere culturen kennen. Allemaal prima op zich. Het kan best zijn dat die reizen ons echt gelukkig maken, ons echt tot een betere mens maken, ons verdraagzamer en nobeler maken, zelfs dat verandert uiteindelijk niets aan de vaststelling dat die voetafdruk te groot is.

Ik wil vooral niemand met de vinger wijzen, en ik gun iedereen al die geweldige verrijkende ervaringen. Maar de planetaire waarheid heeft ook rechten, anders zadelen we onze kinderen en kleinkinderen met een nog groter probleem op.

Over de planetaire grenzen

De Nederlandse onderzoeker ziet als enige oplossing om het vliegen fors duurder te maken. Je zou dat eigenlijk moeten combineren met een soort individueel CO2-recht. Wie niet vliegt, zou dat kunnen verkopen aan anderen. Maar het dilemma is duidelijk. Het is in wezen onrechtvaardig dat wie nu arm is, niet meer zal kunnen wat anderen, gulzigen, wel hebben kunnen doen.  We zijn ondertussen echter zo ver over de planetaire grenzen gegaan dat daaraan niet meer te ontsnappen valt. We kunnen alleen eerlijk verdelen wat er nog is, binnen de grenzen. Dat is dus praten over genoeg, in plaats van steeds meer. Iets kan pas een recht zijn als het uitbreidbaar is naar iedereen. Zoveel vliegen als je zelf wilt, tegen een zo laag mogelijke prijs, kan geen universeel recht zijn. Een rechtvaardige welvaart binnen planetaire grenzen, volhoudbaar ook voor de volgende generaties, dat kan wel een recht zijn. Het is niet eenvoudig om dat op een eerlijke manier uit te leggen aan de jongeren die nu studeren. (Dat blijkt ook uit de antwoorden van de onderzoekers in dit filmpje.) Maar deel kunnen zijn van de oplossing, en dat in tijden met naast uitdagingen ook immense mogelijkheden, dat is toch beter dan je ogen te sluiten. 

Ik heb niet zoveel met een vals optimisme, maar die jonge studente verdient het dat we alles doen wat mogelijk is om haar recht op hoop te garanderen.

Jan Mertens voor de Column van MO magazine op 11 december 2017.

Published in Column

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.