logo

vrijdag, 04 september 2009 01:00

Rechtvaardig handelen met het klimaat

Written by
Rate this item
(0 votes)
 

De inzet van de grote klimaatconferentie in Kopenhagen, eind dit jaar, is erg groot. De wereldgemeenschap heeft de sleutel in handen om te komen tot een rechtvaardig klimaatakkoord dat de verantwoordelijkheden eerlijk verdeelt en een ambitieus traject vastlegt dat een klimaatchaos alsnog kan voorkomen. Het wordt dan ook tijd dat het mondiale klimaat- en handelsbeleid elkaar gaan versterken, in plaats van tegenwerken. De logica's van enerzijds het volledig ‘vrij' maken van de wereldhandel en anderzijds de nood aan verregaande maatregelen om het klimaat te redden zijn niet compatibel.

In plaats van alle heil te verwachten van een verdere liberalisering, moet de handelspolitiek de wereldhandelsstromen aan een ‘klimaatcheck' onderwerpen. Het zal erop aankomen om energie-intensieve producten daar te produceren waar ze de minste emissies veroorzaken. Tegelijk is er nood aan een internalisering van de externe kosten, waardoor een verdere globalisering van goederenstromen en productieketens onrendabel wordt. Om dit te bereiken moet er niet enkel naar het handelsbeleid gekeken worden, maar ook naar het klimaatbeleid. Zo zou het klimaatbeleid zich dringend bezig moeten gaan houden met de sluipende verplaatsing van emissies van de industrielanden naar de nieuw-geïndustrialiseerde en ontwikkelingslanden. Die verplaatsing is structureel. Terwijl landen in het Noorden zich steeds meer omvormen tot een diensteneconomie, verplaatst de industriële productie van heel wat goederen zich naar het Zuiden, terwijl ze wel vooral in het Noorden geconsumeerd worden. Zo werd berekend (Santarius 2009) dat voor het jaar 2001 de EU meer dan 500 megaton CO2-emissies verplaatste naar elders (evenveel als de totale emissies van Frankrijk en Nederland samen). Alle industrielanden die in het kader van het Kyotoprotocol reductieverplichtingen zijn aangegaan (Annex B) hebben tot een kwart van hun consumptiebetrokken CO2-emissies verplaatst naar het buitenland.

Zolang er voor de betrokken landen in het Zuiden nog geen officiële emissiereductiedoelstellingen vastliggen, zorgt deze verplaatsing voor een globale stijging van de emissies. Het zal er ook niet voor zorgen dat die landen sneller geneigd zijn om zo'n doelstellingen aan te gaan, aangezien een groot deel van de emissies op hun grondgebied in feite aan te rekenen zijn aan consumenten in de industrielanden in het Noorden. Er zou dus op zijn minst werk van moeten gemaakt worden dat de meldingsplicht die in de klimaatconventie bestaat wordt uitgebreid naar melding van import- en exportgerelateerde emissies. En op termijn zou men ertoe moeten komen dat industrielanden gedeeltelijk de verantwoordelijkheid op zich nemen voor de met export verbonden emissies van hun handelspartners.

Daarnaast is er behoefte aan een bijsturing van het handelsbeleid met het oog op de klimaatdoelstellingen. Er wordt al lang nagedacht over de mogelijkheid om de import van energie-intensieve goederen met een speciale heffing te belasten. Zo'n maatregel zou erg welkom zijn voor het klimaatbeleid, maar is in het huidig WTO-kader nog steeds niet vanzelfsprekend. Op termijn zou er moeten gedacht worden aan een handelsverbod op klimaatschadelijke producten en diensten. Op dit moment is zoiets nog niet uitvoerbaar, maar als tegen 2050 tot 90% van de emissies van industrielanden zal moeten vermeden worden, zullen enkele sectoren hun productie CO2-vrij willen maken. Dan wordt zo'n handelsverbod interessant. Producten die met fossiele energie zijn gemaakt kunnen dan niet meer. Een importeur moet een certificaat van productie op basis van hernieuwbare energie voorleggen.

Ook om de uitbreiding van hernieuwbare energietechnologieën en klimaatvriendelijke producten te versnellen, zijn verdere aanpassingen nodig. Er wordt nu in de WTO nagedacht over een afbouw van heffingen voor milieu- en klimaatvriendelijke producten en diensten. Maar zo'n liberalisering bevat nadelen voor het klimaatbeleid en de energiezekerheid. Het ondersteunt wel de verspreiding van marktrijpe producten, maar niet de ontwikkeling (ter plekke) van emissiearme technologieën. Landen in het Zuiden dreigen opnieuw afhankelijk te worden van buitenlandse knowhow en technologie. Een beter streefdoel zou zijn om werk te maken van regionale of nationale productie. Technologietransfer zou vooral moeten gericht zijn op capacity building, knowhow-transfer en gezamenlijke onderzoek en ontwikkeling in plaats van op liberalisering van de markt. Via multilaterale afspraken moet ervoor gezorgd worden dat grote investeringen in technologietransfer niet de asymmetrische handelsverhoudingen nog versterken en nieuwe afhankelijkheden creëren.

Om de opbouw van eigen klimaatvriendelijke productiecapaciteit in het Zuiden mogelijk te maken zijn nog wel enkele structurele maatregelen nodig. Zo is er ten eerste nood aan een klimaatgerichte aanpassing van het intellectueel eigendomsrecht. Gezien de urgentie van de klimaatcrisis kan het niet langer dat belangrijke innovaties op het vlak van klimaatbeleid als privé-eigendom in plaats van als mondiaal gemeenschappelijk goed worden beschouwd. Een oplossing hier zou kunnen bestaan in een internationaal verzekeringsfonds, met name voor die innovaties die met publieke steun zijn ontwikkeld. Het fonds zou de relevante ontdekkingen via een centraal register wereldwijd inzetbaar maken en bij commerciële toepassing zorgen voor een vergoeding voor de uitvinder. Ten tweede moet er gedacht worden aan een bijsturing via aangepaste spelregels van de buitenlandse directe investeringen, en niet zozeer een deregulering. Investeringsplannen zouden aan een klimaateffect-inschatting moeten  onderworpen worden. Er kan ook gedacht worden aan ‘site-to-sell-here' (wat men ter plekke wil verkopen, moet ook ter plekke geproduceerd zijn), verplichting tot opzetten van joint ventures en ook ‘local sourcing' (gebruik maken van lokale toeleveranciers en kleinhandel). Er is ten slotte ook een sterkere sturing nodig waardoor nieuwe investeringstromen uit het Noorden meer terecht komen bij die landen die er nu te weinig van profiteren.

Read 4323 times Last modified on zaterdag, 12 december 2015 12:16
Jan Mertens

Jan Mertens is beleidsmedewerker. Hij studeerde Germaanse Filologie en woont in Leuven.

janmertens.blogspot.com

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.