logo

Ben jij op zoek naar inspirerende literatuur voor deze zomer? Die je uitdaagt om na te denken over een duurzame samenleving? Vraag dan hier jouw  van Oikos Tiijdschrift aan.

In deze editie van Oikos-tijdschrift neemt Hendrik Schoukens je mee in zijn zoektocht of we natuur rechten moeten toekennen.

En heb je al gehoord van de sociale ecologie, met denkers als Murray Bookchin? Want houdt de opvatting dat de mens de natuur moet overheersen, niet rechtstreeks verband met de overheersing van de ene mens door de andere?

 En in tijden waar ‘steden steeds meer pretparken voor toeristen worden’ vraagt Bart Stuart zich af ‘waar er dan nog ruimte is voor de bewoners?’

Published in Tijdschrift
%PM, %21 %589 %2018 %13:%juni

NEW COMMONS FORUM

Burgers in actie - Citoyens en action

Wereldwijd lanceren doeners burgercollectieven, ook wel 'commons' genoemd. Oikos deed in opdracht van de Koning Boudewijnstichting onderzoek naar deze nieuwe burgercollectieven in België. De resultaten daarvan krijg je als eerste te horen op dit New Commons Forum. Binnenkort volgt er meer informatie over de datum en het programma. Wil je graag dat we je op de hoogte brengen van zodra de datum gekend is? Stuur dan een mailtje naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. met als titel 'New Commons Forum'. 

Partout dans le monde, des hommes et femmes d'action mettent en place des collectifs citoyens ou 'communs'. Oikos a été commissionné par la Fondation Roi Baudouin pour enquêter sur ces nouveaux collectifs citoyens en Belgique. Les résultats seront présentés au New Commons Forum. Souhaitez-vous qu’on vous tienne au courant de la date une fois qu’elle est connue ? Envoyez-nous un mail à Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. et indiquez comme titre 'New Commons Forum'.

Published in Denktank
%PM, %23 %577 %2018 %12:%juni

Boeklancering "Op grond van samenwerking"

Grond wordt al eeuwen geprivatiseerd, verkaveld en vermarkt. Commons bieden een alternatief: burgers organiseren wonen, voedslproductie of trage wegen als commons. Tijdens de presentatie van het boek "Op grond van samenwerking", gaan we graag met u in debat over de nieuwe, vitale commons in Vlaanderen en Brussel. Benieuwd naar meer?

Published in Denktank

Goed nieuws voor natuurliefhebbers, sinds lange tijd is er eindelijk terug een wilde wolf gesignaleerd in Vlaanderen. Dit goede nieuws heeft een discussie in gang gezet tussen natuurliefhebbers, experts, landbouwers en politiekers. Samen kwam men tot de conclusie dat er nood is aan een 'wolvenplan'. Maar hoe past een wolf in een dichtbebouwde samenleving van vandaag? Is een wolf hier eerder een bedreiging die ons tam vee zal verslinden of is het net een partner die de landbouwer kan helpen om de groeiende populatie van everzwijnen en reeën onder controle te houden? Dieter Anseeuw, docent ecologie aan Vives, schreef zijn visie op de komst van de wolf in Vlaanderen in de recentste Oikos.

Published in Tijdschrift

In januari ontving Oikos, Kate Raworth opnieuw in België, dit keer samen met Triodos bank. Raworth, econome en ex-onderzoekster bij Oxfam, stelt het 'Donutmodel' voor, dit is een model aangepast aan de economie van de 21e eeuw. Zo legt ze de focus op een samenleving waarin een economie bijdraagt aan een evenwichtig model tussen het streven naar een rechtvaardig leven voor iedereen en terwijl ook rekening houden met de grenzen van de planeet? Kate wist in januari in Gent de aanwezigen te overtuigen met een verhaal dat ze sterk onderbouwt maar zeker ook door concrete antwoorden op de vragen uit het publiek te geven. 

Published in Denktank

Ondanks het overschrijden van de deadline voor de regeringsonderhandelingen die de christendemocraten van Angela Merkel en de sociaaldemocraten met Martin Schulz vooropstelden, zijn deze onderhandelingen een teken dat het geloof in Europa en de Europese Unie terug aan belang wint. Na de Brexit en de goede resultaten die Marine Le Pen in Frankrijk behaalde, groeit het geloof terug in het veder bestaan van de Europese Unie. Zo koos Frankrijk voor Emmanuel Macron, de pro-Europese president en zijn ondertussen de nadelen van de Brexit zichtbaar geworden.

Published in Tijdschrift

Kan Wikipedia model staan voor een nieuwe wijze van produceren? Leidt dit ons tot een samenleving waar meer ruimte is voor commons, wat we omschrijven als het zorgzaam beheer van hulpbronnen door een gemeenschap die haar eigen regels vastlegt? Die vraag beantwoordt de cyberfilosoof Michel Bauwens positief in een manifest die hij schreef samen met Vasilis Kostakis. 

Published in Denktank

'Hoe kunnen we een mobiliteitssysteem ontwikkelen dat onze ecologische voetafdruk in absolute cijfers drastisch naar beneden brengt, en tegelijk het recht op een volhoudbare mobiliteit van iedereen garandeert', vraagt Jan Mertens van de ecologische denktank Oikos zich af.

 

Het is voor sommigen zelfs geen schokkende uitspraak. Na de dood van een fietser in het verkeer zegt een lokale schepen dat het erg is, dat men hard werkt, en dat men toch de auto niet uit de stad gaat weren. Het is - naast andere dingen - ook een voorbeeld van wat mobiliteitsexpert Kris Peeters het 'voorruitperspectief' noemt. Vanuit het huidige model kijken we naar de toekomst en willen we dat opleggen aan de werkelijkheid. Als je ervan uitgaat dat een verplaatsing in een vervoermiddel naar keuze een soort onvervreemdbaar recht is, kom je echter in de problemen. Elke verplaatsing doet zich immers voor in een reëel bestaande ruimte. Als ik mijzelf de vrijheid toe-eigen om in een dikke SUV door de smalle straten van de stad te rijden om naar de bakker te gaan, dan vergroot ik daarmee de onvrijheid van een ander. Ik neem plaats in, zorg voor mogelijke onveiligheid en ook voor luchtvervuiling. Meer luchtvervuiling zorgt voor een toename van de ongelijkheid. Wie arm of kwetsbaar is, is potentieel een groter slachtoffer. Een verdere privatisering van de publieke ruimte is een inperking van de rechten van bv. kinderen om veilig te kunnen spelen en elkaar te ontmoeten.

Je kunt vanuit twee perspectieven naar de toekomst kijken. Ofwel neem je wat we nu 'normaal' vinden als uitgangspunt. Dan kom je al snel bij ideeën over het 'weer vlot trekken' van het autoverkeer of bij de bouw van nog meer parkeergarages. Dan is het doel het mythische 'oplossen' van de file. Je kijkt door de voorruit van je auto, en ziet misschien alleen wat er in je weg staat, zonder in vraag te stellen of het wel een goed idee is dat je in die auto zit.

Het gevolg daarvan is dat de ecologische en sociale hinder een bijverschijnsel is, waarvan je hoopt dat we het via technologie zullen kunnen verminderen. Het welvaartsmodel dat we nu normaal vinden, beschouw je al snel als een 'recht', en de planeet moet zich maar aanpassen aan dat recht. Ofwel vertrek je in je visie van het gewenste toekomstbeeld en kijk je van op die plek naar nu. Dat toekomstbeeld vertrekt dan van het besef van de planetaire grenzen en van het inzicht in de nood aan een volhoudbare welvaart binnen die grenzen. Zo'n volhoudbare welvaart is tegelijk gericht op het verminderen van de ongelijkheid tussen mensen.

 

 

Je zou je dan de vraag stellen hoe we een mobiliteitssysteem kunnen ontwikkelen dat onze ecologische voetafdruk in absolute cijfers drastisch naar beneden brengt en tegelijk het recht op een volhoudbare mobiliteit van iedereen garandeert. En vervolgens zou je, met een overtuigde overheid en gedreven politici, een coherent beleid ontwikkelen om die weg in te slaan.

Het spanningsveld tussen die twee perspectieven wordt duidelijk in een interessant rapport van het Europees Milieuagentschap (EEA) van eind 2016 waarin men de transitie naar een duurzame mobiliteit in kaart brengt. Het rapport stelt heel duidelijk dat er nood is aan een systemische verandering, een verandering van perspectief dus. Men stelt onomwonden dat technische oplossingen alleen niet zullen volstaan om de milieu-impact van het verkeer te verminderen. We zouden niet bang mogen zijn - zo stelt men - om ons af te vragen of we al dat verkeer wel nodig hebben. Het is tijd om onze consumptiepatronen en leefstijlkeuzes in vraag te stellen.

En de cijfers spreken voor zich. De EU heeft zich voorgenomen om de uitstoot van broeikasgassen door het verkeer tegen 2050 met 60% te verminderen. Maar we zijn niet echt goed bezig. Verkeer maakt nu al een kwart uit van de totale huidige emissie van de EU, en het is de enige grote economische sector waarvan de uitstoot hoger is dan het niveau in 1990. En een rapport van juni 2017 bewijst dat de door het verkeer veroorzaakte uitstoot blijft stijgen. Het effect van efficiëntere voertuigen werd tenietgedaan door een toename van het verkeer.

Bij ongewijzigd beleid zal het personenvervoer tussen 2010 en 2050 toenemen met 40%, het vrachtvervoer met 58%. Met het huidig beleid zal de uitstoot door het verkeer tegen 2050 toenemen tot 15% boven het niveau van 1990, en dat in plaats van 60% daaronder.

 

Het is duidelijk dat kleine aanpassingen niet genoeg zullen veranderen. Je moet een meer systemische benadering kiezen. En dus moet je ook kijken naar het verband met andere domeinen van ons leven en van de economie. In het genoemde EEA-rapport kijkt men onder meer naar ons voedselsysteem. Als we het normaal blijven vinden dat we elk moment van het jaar alles kunnen eten wat we maar willen, zonder bv. ook de vleesconsumptie in vraag te stellen, en dat voor weinig geld, dan stimuleer je ook een mobiliteitssysteem dat een grote ecologische en sociale kost genereert. Een economie ontwerpen die geen ecologische of sociale externaliteiten veroorzaakt moet je dus tegelijk in de verschillende domeinen doen.

De transitie vormgeven kun je doen door enerzijds alle vormen van 'lock-in' te vermijden en anderzijds ruimte te maken voor de beloftevolle alternatieven. Wanneer je massaal veel geld steekt in de bouw van een nieuwe ondergrondse parkeergarage in een stad, dan betonneer je letterlijk dat geld in een oplossing uit het verleden. Je sluit jezelf op in dat verleden als het ware, vanuit een kortetermijnperspectief (van de voorruit). Binnen niet al te veel jaren zullen we door de uitbouw van autodeelsystemen en zelfrijdende voertuigen en tegelijk het verbeteren van de voorzieningen voor voetgangers en fietsers veel minder auto's nodig hebben.

 

Het geld dat je hebt, zou je dus moeten investeren in die alternatieven die de weg naar een volhoudbare toekomst aangeven of minstens open houden. Je moet dus tegelijk ook letterlijk en figuurlijk ruimte maken voor dingen die nu misschien nog een niche zijn maar die de basis kunnen vormen van een toekomstig systeem. Je zult daarbij een voldoende 'reflexieve' manier van beleidsplanning dienen te gebruiken, waardoor je snel en wendbaar kunt bijsturen wanneer er nieuwe inzichten komen. De 'oude' infrastructuurkeuzes met veel beton zijn net geen voorbeeld van een wendbare technologie, integendeel.

Bij dit alles heb je wel degelijk een sterke overheid nodig en politici die het aandurven om hun perspectief te verruimen en te wijzigen. Stel je voor dat dat in ons land ook zou gebeuren, misschien nog voor, of anders na de volgende parlementsverkiezingen van 2019. De voorbije dagen heeft de Belgische premier een sterke houding aangenomen tegenover het conflict tussen Catalonië en Spanje. Hij verwees daarbij, ook terecht, naar het 'Belgische model' van overleg en dialoog. Het Belgische constitutionele model heeft geen hiërarchie van de normen. Het federale niveau staat niet boven het regionale. Je kunt kiezen voor een navelbuikfederalisme, waarbij je vooral naar je eigen niveau kijkt. Of je kunt kiezen voor een echt samenwerkingsfederalisme waarbij het ene niveau het andere versterkt in een coherent beleid.

 

Dromen van een alternatief

Wanneer in verband met het mobiliteitsbeleid het navelbuikfederalisme zou samenvallen met een voorruitperspectief, dan hebben we een majeur probleem. Dan schuiven politici de overlast van de ene naar de andere regio door, wil men geen gezamenlijke visie voor een ambitieus klimaatbeleid (omwille van economisch eigenbelang) en pleit men liever voor een 'Vlaamse' trein dan voor een beleid dat én de trein én de bus complementair kan laten werken in het hele land.

 

Laten we even dromen van het alternatief. Er komt een gemeenschappelijke visie van het federale niveau, samen met de gewesten, over hoe België een volhoudbaar mobiliteitsbeleid kan ontwikkelen binnen planetaire grenzen en binnen een Europese context. Er komt een heus nationaal mobiliteitsplan waar politici en ambtenaren van de verschillende niveaus constructief samen hun schouders onder zetten. Het zou een prachtig voorbeeld worden van een samenwerkingsfederalisme dat toekomstgericht is. Stel je voor dat dat het Belgische model wordt...

 

Dit artikel verscheen in Knack op 24 oktober 2017. 

Published in Opinie

In 2007 lanceerde Steve Jobs de eerste iPhone. Dat is nauwelijks 10 jaar geleden, maar toch zijn smartphones ondertussen tot in de verste uithoeken van de wereld doorgedrongen. Al in 2014 waren er meer smartphones en tablets dan mensen op onze planeet. Heel wat mensen gebruiken de smartphone ondertussen gemiddeld meerdere volle uren per dag. 

Hoe komt het toch dat de smartphone in zo'n korte tijd een onmisbaar onderdeel van onze vrije tijd, werk, sociale interactie, vriendschap, liefde, nieuwsvoorziening en publieke opinie is gaan uitmaken? Is dit een natuurlijk verschijnsel of worden we bewust gemanipuleerd door de techgiganten uit Silicon Valley? Welk effect heeft de collectieve smartphoneverslaving op onze sociale omgang, ons denken en ons politiek handelen? Wat te doen met bedrijven als Apple, Facebook en Google die in een razendsnel tempo monopolistische spelers worden, en hun quasi belastingvrije miljardenwinst volop inzetten om te diversifiëren naar sectoren als energie,  gezondheidszorg en mobiliteit. Maken publieke overheden ook gebruik van de zogenaamde ‘big data’ en wat moeten we daar van vinden? In het boek 'Is daar iemand? Hoe de smartphone ons leven beheerst' gaat Wouter Van Noort op zoek naar antwoorden op deze vragen. 

De vele facetten van het digitale leven 

De auteur - zelf een fervent gebruiker van de smaprthone - is journalist bij het Nederlandse NRC Handelsblad. Het 224 bladzijden en 8 hoofdstukken tellende boek leest dan ook erg vlot. 

Het boek steekt meteen stevig van wal: het overmatige gebruik van de smartphone leidt tot een vervlakking van onze sociale contacten. We kunnen wel meer mensen bereiken, maar dit gaat ten koste gaat van de intensiteit van onze contacten. Ook onze echte ontmoetingen met vrienden zijn oppervlakkiger omdat … onze smartphone ons voortdurend afleidt. 

De smartphone zorgt er bovendien voor dat we minder geconcentreerd werken. 'Konden de mensen in 2000 nog gemiddeld twaalf seconden hun aandacht bij één enkele taak houden, in 2013 was dat nog maar acht seconden. [...] De onderzoekers relateren de afname in concentratievermogen aan nieuwe technologieën, toegenomen mediagebruik, sociale media en multischermgedrag.' De conclusie van Wouter Van Noort laat dan ook weinig aan de verbeelding over: "Je neemt slechtere beslissingen, vertoont minder zelfbeheersing, bent dommer, minder gelukkig en minder sociaal als je constant bent afgeleid. [...].’ Wouter van Noort houdt een sterk pleidooi voor 'digitale voedzaamheid': we moeten op een andere manier met onze smartphone leren omgaan. Hij schuift drie principes van de Amerikaanse psychologe Jocelyn Brewer naar voor: 1) mindful: ga bewust met je smartphonegebruik om, 2) meaningful: gebruik je smartphone enkel als het echt nodig is, 3) moderate: matig het gebruik zodat het geen hoofdrol in je leven gaat spelen.

In het hoofdstuk 'De gokkast in je broekzak' wordt duidelijk dat onze collectieve verslaving aan dat kleine hebbeding niet toevallig is. Techbedrijven als Facebook en Google hacken op steeds slimmere manieren onze zelfbeheersing, psychologische voorkeuren en zwakheden. Hun verdienmodel is er immers op gericht om ons zo lang mogelijk aan het kleine scherm te kluisteren: 'Hoe langer wij doorbrengen in een app, hoe meer tijd die bedrijven  hebben om ons advertenties voor te schotelen en gegevens van ons te verzamelen. [...] Daarbij schuwen ze niet om onderzoeken en technieken toe passen die zeer sterk gelijken op wat er in de gokindustrie gangbaar is.'  

Het hoofdstuk 'Echoput Facebook' behandelt de informatieve bubbles waar we via de sociale media in terecht komen. Hoewel we in theorie toegang hebben tot de wereldwijde informatiebronnen versmalt ons wereldbeeld paradoxaal genoeg. Via allerhande onzichtbare algoritmes laat Facebook ons alleen zien wat zij denken dat we willen zien. En omdat we steeds minder tegengeluiden horen, radicaliseren we ook nog eens. Hierbij maakt Wouter Van Noort zich grote zorgen over de toekomstige evoluties: 'De gereedschapskist om onze informatievoorziening via de smartphone te sturen, manipuleren en controleren is nog maar net geopend'.

In de volgende hoofdstukken worden de businessmodellen van de techbedrijven uit Silicon Valley onder de loep genomen, met het Pokemon-fenomeen als voorbeeld. De Pokemon-hype verspreidde zich in geen tijd. Sommige plekken werden plots letterlijk door tienduizenden mensen bestormd. De hype bood flink wat overlast maar nauwelijks meerwaarde voor de lokale gemeenschappen. De winsten vloeiden naar de spelontwikkelaar Nintendo en vooral naar Apple en Google die 30% marge op alle aankopen voor Pokemon opstreken. Komt daarbij dat ze absolute kampioenen zijn in het opzetten van constructies om nauwelijks belastingen of sociale bijdragen te betalen. Zo betaalde Apple in 2014 een luttele 0,005% belasting op haar Europese winsten: 50 euro belasting per 1 miljoen euro winst. 

Een aantal van de grote techbedrijven verwerven in snel tempo een monopoliepositie. De boutade dat de concurrentie op het internet maar een klik weg is, blijkt een fabel te zijn. Omdat online-diensten extreem afhankelijk zijn van de hoeveelheid en de kwaliteit van de verzamelde data hebben nieuwkomers het moeilijker dan in andere bedrijfstakken. Er is op dit vlak een dubbele beweging aan de gang: de techbedrijven monopoliseren een aantal sectoren, maar kunnen met hun enorme winsten ook volop diversifiëren. Ze hebben onder andere een grote interesse in bio-electronica, gezondheidszorg, mobiliteit en energie. De Facebooks en Googles van deze wereld slagen er in om de schijn van innovatie hoog te houden, maar de meerwaarde van deze innovaties voor de kwaliteit van ons dagelijks leven is beperkt. Dit in tegenstelling tot de vorige industriële revoluties die voor enorme sprongen in welvaart en welzijn zorgden (elektriciteit, hygiëne, gezondheidszorg, landbouwtechnieken, transportmiddelen, …).  

De kwestie van de monopolies is des te meer belangrijk voor de volgende grote technologiegolf die ons te wachten staat: de artificiële intelligentie. Artificiële intelligentie is een tak van de computerwetenschappen waarbij machines ontwikkeld worden die werken en reageren als mensen. Die machines gebruiken hiervoor steeds geavanceerdere algoritmes, waardoor ze zelflerend worden en beslissingen kunnen maken. De technologie-optimisten benadrukken het ongelooflijk potentieel van de artificiële intelligentie. Ze maken deel uit van een nieuwe filosofische stroming die snelle opmars maakt: het dataïsme. Dataïsme is het geloof dat je op basis van 'big data' en algoritmes het menselijk bestaan kunt verbeteren.

Nu de meer negatieve aspecten van smartphones en big data stilaan duidelijk worden, bekoelt bij velen het ongebreidelde technologieoptimisme snel. Het dataïsme heeft potentieel verregaande morele en politiek implicaties, en bedreigt volgens criticasters onze vrijheid en democratie.

In ons dagelijks leven kennen we allemaal eerder onschuldige voorbeelden van artificiële intelligentie: Netflix doet op basis van onze kijkgeschiedenis allerhande suggesties voor series en films die we leuk zouden moeten vinden. Maar ook in het bedrijfsleven worden algoritmes al voor tal van toepassingen ingezet: voor het vinden van de meest geschikte kandidaat bij sollicitaties, voor het bepalen van de premie  die we aan verzekeringsmaatschappijen betalen,  … Ook steeds meer overheden gebruiken informatietechnologie om onze ‘smart cities’ te beheren en besturen. Zo gebruikt de politie van Eindhoven algoritmes om het risico op misdaad te bepalen, en er de inzet van manschappen op af te stemmen. Bovendien doen steeds meer overheden aan 'nudging': gedragsmanipulatie van inwoners via digitale technologie. In Oekraïne kregen alle betogers bij een manifestatie een sms met de boodschap dat hun deelname geregistreerd was. China experimenteert vandaag met het zogenaamde 'Sesame Credit': de overheid beloont het gedrag dat ze goed vindt met credits (bv. persberichten van de overheid delen via sociale media), of bestraft ongewenst gedrag. Afhankelijk van de stand van je krediet krijg je sneller toegang tot overheidsdiensten of kan je internetsnelheid verlaagd worden. De technologie wordt dus gebruikt om de grip van de overheid op het persoonlijke doen en laten drastisch te versterken. 

Vanuit een democratisch oogpunt is het bijzonder problematisch dat de algoritmes waar de bedrijven en overheden zich op baseren vaak niet openbaar zijn. En zelfs als ze dat zijn, moet men een stevige technische bagage hebben om ze te kunnen interpreteren. We hebben dus vaak het gissen hoe de data verzameld worden, op welke data het algoritme zich baseert, hoe de algoritmes tot bepaalde beslissingen komen, … 

Op het einde van het boek gaat Wouter Van Noort op zoek naar oplossingen voor de gestelde problemen. Het valt op dat de auteur er op dit vlak een erg liberale visie op na houdt. Om het met zijn eigen woorden te stellen: 'Transparantie en zelfregulering zolang het kan, overheidsingrijpen als de nadelige gevolgen aanhouden'. Hij vergelijkt de smartphone met suiker: je hebt het nodig, maar teveel consumptie ervan is zeer schadelijk. Concreet pleit hij er vooral voor om het individuele gedrag bij te sturen (een boek nemen als je je verveelt, een polshorloge dragen zodat je het uur niet van je smartphone af moet lezen, …). Hij ziet ook een belangrijke rol weggelegd voor het onderwijs en de opvoeding.  In het overheidsoptreden pleit hij er vooral voor om de monopolies te breken, de belastingregimes voor multinationals te verstrengen en algoritmes verplicht openbaar te maken.  

Conclusie 

'Is daar iemand? Hoe de smartphone ons leven beheerst' laat een directe indruk op je na omdat het je neus op enkele prangende feiten drukt. Het zal ondertussen duidelijk zijn: Wouter Van Noort is bijzonder kritisch voor de huidige evoluties van smartphones en big data, zonder dat hij een vermanende vinger opsteekt. Het vlot geschreven boekt behandelt een brede waaier aan onderwerpen waardoor je een brede visie krijgt. Globaal gezien vind ik het een goed boek dat vlot leest. Toch zijn er ook een paar tekortkomingen en blinde vlekken. 

 De auteur heeft een eenzijdige kijk op 'ons leven'. Er is geen enkele aandacht voor de effecten van de smartphone-industrie op het leven en de arbeidsomstandigheden van de miljoenen arbeiders die ze produceren. De impact op ‘hun leven’ is zonder enige twijfel nog een stuk groter dan op de gebruikers ervan. Ook de verwoestende grondstoffenindustrie die nodig is voor de productie van de smartphones komt nergens aan bod. Bijgevolg blijven ook duurzame alternatieven als de FairPhone uit beeld. Bij uitbreiding blijkt de auteur geen inzicht te (willen) hebben op de ecologische effecten, alsof de klimaatcrisis hem volkomen onbekend is. Hij zoomt uitgebreid in op de beurskoersen en winstcijfers van de techbedrijven, maar een pleidooi voor meer circulaire en duurzame bedrijfsmodellen blijft helaas uit. Nochtans produceren de servers die de big data opslaan al geruime tijd meer CO2 dan de wereldwijde luchtvaartindustrie. De Verenigde Naties schatten dat er alleen al in 2014 om en bij 3 miljard kilogram e-afval was van klein ICT-materiaal, dat bovendien nauwelijks voor 16% gerecycleerd werd. Waarom staat de auteur er niet kritisch bij stil dat elke zoekactie met Google 7 gram CO2 produceert?

Het boek schets een somber toekomstbeeld. De uitdagingen zijn groot. Helaas blijf je als lezer wat op je honger als het over de alternatieven gaat. Het boek lijdt onder een fenomeen dat we wel vaker zien: er worden een structurele problemen aangeraakt, maar de oplossingen zoekt men grotendeels op het niveau van het individu. Het boek prikkelt en biedt veel perspectieven, maar het is niet politiserend. Als lezer blijf je op je honger hoe we als democratie antwoorden zullen bieden aan de uitdagingen die zich stellen. En dat is een gemiste kans.

Dany Neudt schreef deze recensie voor Oikos.

Wouter van Noort komt zelf ook mee debatteren op Ecopolis - Digital Together op 8 oktober in het Kaaitheater in Brussel 

 

Published in Boek

Ondanks alle inspanningen stoten we niet minder, maar net steeds meer CO2 uit. 

Steeds meer mensen gaan vol goede moed aan de slag om hun leven en hun buurt duurzamer te maken. Kleine ecologische initiatieven rond o.a. voeding, delen of mobiliteit krijgen zo meer en meer steun. Nieuwe ondernemers zien hierin groene opportuniteiten en grote bedrijven experimenteren uit noodzaak. Toch zie ik die groeiende mentaliteitsverandering niet in een stroomversnelling geraken. Plastic is nog steeds overal, we eten nog altijd bijzonder veel vlees, fossiele mobiliteit blijft koning en consumeren gaat nog steeds hand in hand met wegwerpen. Het wordt hoog tijd om actief de positieve acties te versterken en negatieve te ontraden.

Sensibilisering of stimulering kunnen hierbij helpen, maar zorgen zelden voor een reële systeemverandering. De gratis etentjes, bijvoorbeeld, gaan de Antwerpse modal shift echt niet structureel beïnvloeden. Je kan ook kiezen om de spelregels en krijtlijnen van de markt te hertekenen. Neem de realisatie van het klimaatakkoord van Parijs. Sinds 5 mei 2017 is dit officieel van kracht gegaan voor België. Hiermee engageert ons land zich tot een (onvoldoende) vermindering van haar CO2-uitstoot, maar het akkoord komt zonder handleiding. Van structurele maatregelen is er voorlopig dan ook weinig te merken. Een gefaseerde sluiting van onze kerncentrales, bijvoorbeeld, zou een katalysator zijn voor coöperatieve investeringen in hernieuwbare energie. De invoering van een CO2-taks om de kostprijs van fossiele producten te verhogen, betekent meer kansen voor elektrische mobiliteit. Maar voorlopig blijven dit soort ingrepen in de markt uit.

 

Waarom beleidsmakers hier zo weigerachtig tegenover staan, is niet altijd duidelijk. Hun motivatie komt soms niet verder dan kromme logica of goedkope oneliners. Neem bijvoorbeeld de visie van Johan Van Overveldt op ecotaksen: "Lasten op milieuvervuiling leiden tot een wijziging van het gedrag, waardoor de ecologische doelstellingen worden gehaald, maar er op termijn geen inkomsten meer zijn." Of een recente reactie van Gwendolyn Rutten op maatregelen om de groeiende fiscale ongelijkheid aan te pakken: "Een samenleving gebaseerd op afgunst leidt tot een spiraal waar niemand gelukkig is." Zo geraken we natuurlijk nooit een stap verder om de systeemfouten te elimineren.

Een meer fundamentele tegenkanting ligt in de grote terughoudendheid om de markt in te perken binnen een sociaal-ecologische regulering. Het bestaande democratisch kader biedt beleidsmakers nochtans alle middelen om hier echt actie te ondernemen. Suggesties in deze zin worden spijtig genoeg al snel ad absurdum afgedaan als communistische ingrepen. Daarnaast is er een rotsvast geloof dat - met enig geduld - de huidige marktwerking ongeziene mirakeloplossingen zal opleveren. Kernfusie, artificiële hamburgers en grootschalige CO2-captatie zijn mooie voorbeelden van dit techno-optimisme.

Voorgaande excuses zijn eigenlijk niet meer dan een slinks pleidooi voor de status quo. Het ontneemt beleidsmakers de verantwoordelijkheid om echt in te grijpen. Echt radicaal ingrijpen, wordt immers nog te vaak gepercipieerd als electorale zelfmoord. Of zoals Bruno Tobback ooit zei: "Bijna elke politicus weet wat je moet doen om het klimaatprobleem aan te pakken. Er is alleen geen enkele politicus die weet hoe hij daarna nog moet verkozen raken." Die gedachte gaat verder dan het klimaat. Het verbieden van plastic zakjes vraagt eerst uitvoerig overleg met winkeliers. Het verbieden van bepaalde pesticide ligt moeilijk bij grote spelers. En over de regeling aangaande salariswagens zei Bart De Wever ooit cynisch: "Puur rationeel moet je daar iets aan doen, ik kies voor stabiliteit."

 

Het is klaar en duidelijk dat ons huidig model overloopt van de systeemfouten. Destructief ecologisch gedrag wordt nauwelijks bestraft en vaak zelfs beloond, terwijl positieve acties veel persoonlijk engagement vereisen om te volharden. Wie als beleidsmaker weigert om deze scheeftrekking radicaal bij te sturen, verzaakt aan zijn verantwoordelijkheid. De reglementering van de markt behoort tot de krachtigste sturingsmechanismes van onze samenleving. Het wordt hoog tijd om deze zonder scrupules in te zetten om onze maatschappij een meer ecologische koers te geven. Wie dat moedwillig weigert, is medeplichtig aan de teloorgang van onze planeet.

Dit artikel verscheen in de doordenkers van Knack op 23 augustus 2017. 

Published in Opinie
Pagina 1 van 3

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.