Print this page
dinsdag, 28 september 2010 01:00

Eigen schuld, dikke bult! Passieve Franstaligen, onverantwoordelijke Brusselaars en de gepamperde onderklasse

Written by
Rate this item
(0 votes)
Op alle niveaus promoot de N-VA (Nieuw-Vlaamse Alliantie) de mantra’s van responsabilisering en verantwoordelijkheid. Zowel de passieve Franstaligen, in slaap gewiegd in de hangmat van de PS-staat, als de onverantwoordelijke (Franstalige) Brusselaars die het geld over de balk gooien, de verwende middenklasse en de gepamperde onderklasse in Vlaanderen, dienen volgens de N-VA dringend op hun verantwoordelijkheden te worden gewezen. “Vrijheid bestaat maar als hij baadt in een cultuur van verantwoordelijkheid”, zo stelt De Wever op een N-VA studiedag over drugs. Maar wat zijn de contouren van die verantwoordelijkheid? Hoeveel elleboogruimte is er in onze huidige marktsamenleving, en welke instrumenten hebben instituties en personen daarvoor in handen? Het huidige discours van de N-VA onderstut door grove dichotomieën - ‘hardwerkende Vlamingen’ versus ‘de gepamperde Vlaamse onderklasse’; ‘onverantwoordelijke Franstaligen’ tegenover ‘hardwerkende Vlamingen’- verhult daarover meer dan het verheldert. Hard werkende en gepamperde Vlamingen “We stellen vast dat een samenleving die weinig of geen houvast meer biedt, dat die op drift slaat. De zoektocht naar houvast en zingeving is minstens even belangrijk als het vrijwaren van onze welvaart.”, dixit N-VA voorzitter Bart De Wever in een voordracht op een N-VA studiedag. Dergelijk houvast meent Bart De Wever te vinden in de analyses van de Britse arts en conservatief essayist Theodore Dalrymple. Gebaseerd op zijn ervaringen als gevangenis- en ziekenhuispsychiater lanceerde Dalrymple een frontale aanval op het Europese sociale model. De oorzaak van het nakende failliet van de Europese verzorgingsstaat zoekt Dalrymple niet in haar onbetaalbaarheid of haar economische inefficiëntie, zoals gangbare neoliberale analyses vaak doen, maar wel in de morele gevolgen van de verzorgingsstaat. De ideologie van de verzorgingsstaat zorgt er voor, aldus Dalrymple, dat mensen steeds meer hun persoonlijke verantwoordelijkheid ontlopen. De sociale problemen waar zowel een deel van de middenklasse als de gemarginaliseerde segmenten van de samenleving mee kampen, zijn niet zo zeer te wijten aan maatschappelijk-structurele factoren, waarop individuen slechts weinig greep hebben, maar wel aan het gebrek aan verantwoordelijkheidszin. Dalrymple verwijt links en zijn “politiek correcte” elites de verheerlijking van het slachtofferschap, dat volgens hem de mensen aan de onderkant van de samenleving een alibi verschaft om hun “onaangepast nihilistische, decadente en zelf-destructieve mentaliteit” in stand te houden. De onderklasse wordt afhankelijk gemaakt van instituties, die hen in slaap wiegen en hen daardoor “op hun plaats” houden. De ideologie van de verzorgingsstaat leidt dus niet tot emancipatie, maar tot pampering. En die pampering kan, aldus Dalrymple, maar beter vervangen worden door responsabilisering. Dalrymple en De Wever delen daarmee hun analyse over de gebroken morele pijlers waarop de maatschappij steunt, alsook de weerzin tegen elitair waardenrelativisme. “Het kostbare weefsel” is aangetast, de sociale pathologie wijd verspreid, en er is een nood aan cohesieve “morele” maatregelen om dat weefsel te herstellen. Solidariteit via herverdelende staatsinterventie -het aloude recept van links- staat haaks op een organische solidariteit en individuele verantwoordelijkheid. De Wever over Dalrymples’ anekdotes: “En ik leid uit die verhalen niet af dat we de welvaartsstaat moeten afbouwen, maar wel dat de focus in ons sociaal beleid moet liggen op empowerment. Je mag mensen aan de onderkant van de samenleving niet de indruk geven dat ze het slachtoffer zijn van de situatie, ook al is dat voor een stuk zo. Je moet hen in staat stellen tot handelen, zodat ze alles in het werk kunnen stellen om uit hun situatie te raken.” (De Wever in Knack, 17 februari 2009). Het is maar de vraag wat “hun” situatie dan is en hoeveel vat kwetsbare groepen daarop hebben? Zoals een persoon in armoede aan de Wever zei over haar ‘schuldsituatie’ tijdens een ronde tafel georganiseerd door de Verenigingen waar Armen het Woord nemen temidden de Citibank-hetze: “U hebt het zo mooi over keuzes maken. Ik vind niet dat ik keuzes heb. Ik moet zorgen dat ik overleef. Dat ik zo gezond mogelijk blijf. En dat mijn kinderen niets tekortkomen. Kunt u zich voorstellen dat het in mijn situatie verleidelijk kan zijn om leningen aan te gaan?”. (De Morgen 28 april 2007, Blz. 15). Deze persoon staat niet alleen in België. Volgens cijfers van het Europees Bureau voor Statistiek leeft 1 op 7 landgenoten met een verhoogd armoederisico. Voor hen blijven de keuzes waarover De Wever en Dalrymple zo lyrische schrijven onbereikbaar. Of wat te zeggen over de Dexia werknemers die ontslagen moeten ondergaan terwijl hun directie de eigen bonussen nog eens opdrijft. Is dat wat De Wever “verantwoordelijkheid” noemt? Passieve Franstaligen en onverantwoordelijke Brusselaars De analyses van Dalrymple sluiten niet alleen naadloos aan bij het conservatieve maatschappijmodel dat de N-VA voor een (toekomstig) onafhankelijk Vlaanderen voor ogen heeft, ook de opvattingen van de N-VA. over de verhoudingen tussen gewesten en gemeenschappen laten er zich in inpassen. Net zoals individuen moeten worden geresponsabiliseerd, zo ook moeten gewesten en gemeenschappen op hun verantwoordelijkheid worden gewezen. Interregionale en federale solidariteitsmechanismen leiden niet tot emancipatie maar dwingen, in tegendeel, de ontvangende gewesten en gemeenschappen in een afhankelijkheidsrol waaruit ze niet meer kunnen ontsnappen. Net zoals volgens Dalrymple de gemarginaliseerden het slachtoffer zijn van de passief-makende verzorgingsstaat, zo zijn ook Wallonië en Brussel, volgens N-VA, het slachtoffer van de Belgische solidariteitsmechanismen. Ook in dit geval werkt de N-VA met grove, overgesimplificeerde categorieën. Alsof Franstalig België alleen maar arm en armlastig is, en niet ook de rijkste provincie van België (Waals-Brabant) omvat. Alsof Brussel alleen maar een noodgebied is dat door (Franstalig) wanbestuur geen orde op eigen zaken weet te stellen;, en niet ook een wingewest van Vlaanderen en Wallonië is waar een kwart van het bbp tot stand komt. En natuurlijk gaat de N-VA ook hier (bewust?) voorbij aan de cruciale vraag in hoeverre regio’s en/of gewesten via hun beleid een fundamentele invloed hebben op de regionale ontwikkeling tegen de achtergrond van een op hol geslagen economische globalisering - getuige de laatste systemische (banken)crisis. Dat de minder goede economische en financiële situatie van Wallonië en Brussel weleens zou kunnen te wijten zijn aan processen waarop de respectieve beleidsverantwoordelijken vandaag weinig of geen invloed hebben, is voor N-VA ondenkbaar. We denken niet alleen aan de economisch-globale processen, maar ook aan de impact van de Europeanisering op de Brusselse vastgoedmarkt, of aan de overbelaste centrumfuncties die wegen op de stad. Brussel heeft daarnaast ook de rekening betaald voor de regionalisering van het gemeentefonds. Brusselse gemeenten krijgen gemiddeld 250 Euro per inwoner in vergelijking met 950 Euro in andere grote steden en vielen van 17% van het Nationaal Gemeentefonds in 1974 terug naar 9,5% nu. Dit alles erkennen zou betekenen dat de N-VA haar huidige discours, waarin onverantwoordelijke Franstalige politici de hoofdrol spelen, achter zich moeten laten. Voor de N-VA is dit echter een onaantrekkelijk idee. Dit zou immers betekenen dat ze haar Vlaams-nationale agenda opnieuw moet verpakken in de klassieke kaakslag retoriek, en het is maar de vraag of dergelijk discours tot dezelfde eclatante electorale overwinning zou leiden. Omgekeerde klassenstrijd Het N-VA verhaal over responsabilisering en verantwoordelijkheid betekent dat zowel individuen als regio's zich volledig inschakelen in de competitieve markteconomie, waar sociale bescherming vervangen wordt door self-empowerment. Verantwoordelijk zijn die individuen en regio’s die zich het best weten aan te passen aan de eisen die de markt op dat moment stelt. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de conservatieve ideologie van N-VA. ‘de facto’ aansluit bij het neoliberale denken, waarbij gestreefd wordt naar competitieve ‘geresponsabiliseerde’ gemeenschappen en gewesten met hard werkende actieve burgers. Diezelfde agenda wordt verdedigd door de “baas” van De Wever (dixit De Wever zelf): werkgeversorganisatie VOKA. In tegenstelling tot de utopische oases van vrijheid en verantwoordelijkheid komen we in het Vlaanderen van VOKA en N-VA terecht in een economisch-liberale en moreel conservatieve regio die zich wreekt op de zwakste regio’s aan de overkant van de taalgrens en sociaal kwetsbare burgers binnen Vlaanderen die, alluderend op wat de filosoof Immanuel Kant zei: “schuldig zijn aan hun eigen onmondigheid en armoede”. N-VA vervlecht een moreel conservatief discours over normen- en waardenverval met een kritiek op herverdelende staatsinterventie, waardoor haar politiek programma perfect convergeert naar de neoliberale agenda: het doorbreken van de solidariteit tussen arm en rijk zowel ‘tussen’ als ‘binnen’ regio’s, via nog meer vermarkting, activering en terugdringing van herverdelende staatsinterventie. Paradoxaal genoeg lijken het net die tendensen die wereldwijd de solidariteit hebben onderuit gehaald en het “kostbare weefsel” hebben ontrafeld. N.-VA is er echter in geslaagd om deze inconsistenties te versluieren achter een buigzaam vertoog, waarbinnen neocommunautair paternalisme en 19de eeuws nationalisme de boventoon voeren, dat schijnbaar voorbij ‘links’ en ‘rechts’ gaat. Onderliggend aan deze versluieringstrategie is echter een omgekeerde klassenstrijd bezig, ter verrijking van diegenen die al 30 jaar kapitaal opeenstapelen, en ter verarming van die groepen die de klappen crisis na crisis mogen opvangen. Het is maar de vraag of dit reële politieke project van N.-VA duurzame oplossingen kan bieden voor de problemen van deze tijd? Vooruitgroep: Stijn Oosterlynck (KUL), Pascal Debruyne (UGent), Karim Zahidi (UA), Eric Corijn (VUB), Francine Mestrum (ULB), Rik Pinxten (UGent), Monika Triest, Eric Goeman (woordvoerder Attac Vlaanderen, voorzitter Democratie 2000), Sami Zemni (UGent), Piet Saey (UGent), Erik Swyngedouw (University of Manchester), Pascal De Decker (Hogeschool Gent/ St. Lucas), Herman De Ley (UGent), Dominique Willaert (Victoria Deluxe), Johan Van Hoorde, , Lieven De Cauter (KUL), Koen Dille
Read 5304 times Last modified on zaterdag, 12 december 2015 12:16
Pascal Debruyne

Latest from Pascal Debruyne