logo

Het begint stilaan mode te worden. Elk jaar verschijnen rampberichten over de droogte. Weinigen doen er iets fundamenteels aan, het probleem wordt telkens erger en het jaar daarop verschijnen dezelfde berichten. 

Dat de gazons van privétuinen door de droogte stilaan in woestijnen transformeren lijkt het ergste probleem te zijn voor de doorsnee burger. Toch zal dit ons worst wezen als we op een dag voedselschaarste zullen hebben door massale oogstmislukkingen.

De boer, die ploegde voort, letterlijk dan. En dat is net hetgeen waarmee absoluut gestopt moet worden. De ploeg is een van grootste wapens waarmee we de mensheid stilaan aan het uitroeien zijn, hoe contradictorisch dit ook mag lijken. Het ploegen van land in combinatie met te veel mest, pesticiden, het bloot laten liggen van aarde en compactatie door zware tractoren zijn de ingrediënten van een falende landbouw (zie het werk van David R. Montgomery). David, die geoloog is en enkele boeken heeft geschreven hierover, zegt dat er in een ideale wereld best nergens geploegd wordt omdat er altijd wel iets van erosie is. Ook komt dit het bodemleven niet ten goede, net nu we ons moeten focussen op het terug tot leven wekken van de bodem.

Hoe hard we het ook willen ontkennen, om voedsel te kweken moet je beroep doen op natuurlijke processen. Wij hebben simpelweg alle natuurlijke processen vernietigd waardoor wij nu al het werk moeten doen.

In iedere bodem zijn er genoeg nutriënten aanwezig om minstens 2000 jaar aan landbouw te doen, zonder enige input. Zie de studies van microbiologe dr. Elaine Ingham. Zij toont samen met landbouwers op demo-farms en studenten aan dat mits het boosten van bodemleven vernielde bodems terug vruchtbaar gemaakt kunnen worden en dat de voedselproductie enorm kan opgedreven worden. 

Het enige probleem: doordat we de aarde hebben vergiftigd met meststoffen en pesticiden én kapot hebben geploegd, is het bodemleven verdwenen. Bodemleven betekent: beestjes die de ‘onopneembare’ nutriënten voorkauwen en geven aan de plant en ook versterkende connecties vormen. Zij ploegen als het ware de aarde en maken oneindig veel kleine gangetjes zodat de bodem weer in een spons kan veranderen om miljarden liters water vast te houden. 

De huidige intensieve landbouw is gebaseerd op massale externe input van diesel, maar ook van meststoffen -waaronder fosfor die bijna op is- en pesticiden waar fossiele brandstoffen voor nodig zijn om ze te produceren. 

In tijden van klimaatcrisis willen we zoveel mogelijk CO2 terug de bodem in. De huidige landbouw stoot massa’s CO2 uit en door telkens te ploegen verdwijnt er CO2 uit de bodem en komt die in de atmosfeer terecht. We willen net het omgekeerde: meer CO2 in de bodem is beter voor het klimaat maar helpt ook tegen de droogtecrisis. Koolstof in de bodem houdt water vast. 

Monoculturen zorgen voor veel minder CO2 opbouw terwijl landbouwsystemen in meerdere niveau’s, in polyculturen, tot meer dan 15 ton CO2 per jaar kunnen opslaan. Zie Eric Toensmeier’s sequestration rates. Hiernaast zorgen hectares van één enkel gewas voor de teloorgang van biodiversiteit: byebye bijtjes, vogels en nuttige insecten.

We hebben momenteel een landbouwsysteem dat de bodem heeft gedegradeerd tot een ploegzool -een quasi water-ondoorlaatbare bodemlaag gecreëerd door te veel ploegen- met daarboven een laag dode stof. Geen wonder dat dit overstroomt in de winter en uitdroogt in de zomer.

De industrie wil het liefst van al miljarden verdienen met het installeren van drainagebuizen om in de winter het teveel aan water af te voeren en waterpompen om het te weinig aan water op te pompen in de zomer.

Het ontwikkelen van GGO’s die aangepast zijn aan deze zieke bodems kan je vergelijken met iemand die om de zoveel jaar een levertransplantatie doet maar blijft elke dag een fles jenever drinken.

Door het fundament van het probleem niet aan te pakken blijven de agrochemie-reuzen, de GGO verkopers, de ploeg-verkopers,… miljarden verdienen, maar verandert België, Europa in een woestijn. Symptomen worden bestreden maar het echte probleem wordt niet aangepakt.

We moeten zo snel mogelijk omschakelen naar landbouwsystemen die samenwerken met de natuur, en er niet los van staan, dit is de definitie van agro-ecologie. We willen naar een circulair landbouwmodel met een gesloten kringloop. Een landbouwmodel dat droogteresistent is en kwaliteitsvoedsel produceert. Voedselproductie die gefocust is op lokaal en gezond voedsel, met een lage ecologische voetafdruk. Dit is iets waar nog veel meer onderzoek naar moet gebeuren, ook is dit moeilijk te realiseren door boeren alleen, zeker niet als de maatschappij, of beter gezegd de door lobby verziekte regeringen, hier niet achter staan. 

Er zijn projecten in België waar 70 hectare landbouwgrond zodanig slim beheerd worden dat er slechts éénmaal gezaaid en geoogst moet worden, met dezelfde opbrengsten als chemische landbouw, zonder dezelfde kosten.

Wanneer worden we wakker en kiezen we voor landbouw die helpt de droogtecrisis oplossen in plaats van ze te veroorzaken? Wanneer schakelen we over naar landbouw die niet bijdraagt aan klimaatproblemen maar ze helpt op te lossen?

Als chemische landbouw 1 op 10 krijgt en biologische landbouw 5 op 10, dan is agro-ecologie 9 op 10. Er is werk aan de winkel.

Er zijn talloze boeren die goed hun best doen en nog steeds beroep doen op pesticiden, herbiciden, de ploeg,… en zij zijn daarvoor geen ‘slechte’ boeren. We leven in een maatschappij die de kleine boer in een hoekje heeft gedreven waar ze soms moeilijk uit kan ontsnappen. In het plannen van de toekomst van veerkrachtige en lokale voedselproductie is het aangewezen om zo ambitieus mogelijk te zijn en ons hier met de hele maatschappij achter te scharen. Dit artikel kan bij sommigen overkomen als kort door de bocht en ongenuanceerd, toch is het is beter om naar de maan te richten en op een ster te landen, zoals Oscar Wilde zegt, dan op een ster te mikken en in een zwart gat terecht te komen. 

We kunnen zelf bijdragen aan de oplossing door lokaal natuurlijk voedsel te kopen, contact te hebben met de boer of met een betrouwbaar tussenpersoon. De voedselproductie is een democratie, iedere aankoop is een stem. Zelfs al begin je met 10% van je eten duurzaam aan te kopen maak je reeds een verschil en kan je geleidelijk je stem opdrijven. Actievoeren en beleidsmakers positief beïnvloeden maakt uiteraard ook een enorme impact, we moeten een tegengewicht vormen voor de dik-betaalde vernietigende megalobbies.

Louis De Jaeger heeft als missie zoveel mogelijk land te verduurzamen en doet dit met zijn landschapsarchitectenbureau Commensalist, als lid van een agro-ecologie denktank en door het sensibiliseren met het schrijven van artikels en een boek over de toekomst van landbouw. Dit artikel is een uitgebreide versie van een artikel dat reeds eerder verscheen op 02/05/2019 op de webiste van de VRT.

Published in Opinie

De transitie naar klimaatneutraliteit vormt een van de grootste uitdagingen ooit. Over een periode van 30 jaar zullen we ons energiesysteem, onze mobiliteit en logistiek en landbouw volledig moeten omgooien om broeikasgasemissies tot nul te herleiden. Het politieke en publieke debat vernauwt zich echter vandaag tot de vraag ‘wie moet betalen voor transitie?’ en speelt in het bijzonder de industrie uit tegen de rest van de samenleving. Bestaat er hier een derde weg naar een breed gedragen transformatie van onze samenleving? Thomas Wyns (VUB), gaat in op deze vraag door de transitie naar een klimaatneutrale samenleving te bekijken in dit artikel vanuit het oogpunt van de Vlaamse grootindustrie. 

Published in Tijdschrift
donderdag, 14 december 2017 10:02

Naar nergens vliegen

Ja, we kunnen aan onze kinderen zeggen dat er hoop is. Maar dan moeten we het toch eens gaan hebben over vliegen. Er bestaat geen universeel recht op zoveel vliegen als je zelf wilt tegen een zo laag mogelijke prijs. Misschien zou er wel een recht op hoop mogen zijn… Onlangs had ik de eer om een gastcollege te mogen geven aan een groep fijne studenten. Ik had het over economische groei, en de ecologische en sociale problemen van dat concept. Het is in wezen een heel eenvoudige waarheid: op een begrensde planeet kun je niet onbegrensd groeien. We willen onszelf heel erg graag wijsmaken dat het kan. Het zou in een aantal opzichten ook wel handig zijn als het zou kunnen…

Als je de taart steeds groter zou kunnen maken, zou je de armen rijker kunnen maken zonder de rijken armer te moeten maken. Wie armer is, wil graag de symbolen van wie rijker is. Naarmate in landen de middenklasse groeit, stijgt bijvoorbeeld het vleesverbruik. Dat was het op zich goed verklaarbare idee van het biefstukkensocialisme. Ook de gewone man of vrouw moest in staat zijn om liefst voor weinig geld regelmatig een stuk vlees te eten. Toen mijn grootouders klein waren, was het heel normaal dat men niet elke dag vlees at. Toen ik kind was, was het bijna een ideaal geworden om elke dag vlees te kunnen eten.

De schaduwkant van het biefstukkensocialisme

De manier waarop dat ideaal is nagestreefd, heeft echter een schaduwkant. Zoveel mogelijk zo goedkoop mogelijk vlees produceren heeft gezorgd voor een enorme milieu-impact, gezondheidsproblemen, eindeloos veel dierenleed, boeren die tegen bijna onmogelijke voorwaarden moeten proberen een inkomen te verwerven, gebruik van miljoenen hectaren grond aan de andere kant van de wereld…

Het streven om een bepaald welvaartsniveau binnen ieders bereik te brengen was begrijpelijk en terecht, maar de weg die ervoor is gekozen, zorgt voor immense ecologische problemen die vooral de meest kwetsbaren treffen. Hoewel het op korte termijn anders lijkt, is het willen oplossen van de ongelijkheid door een politiek van massieve globale economische groei op langere termijn vooral ten nadele van de meest kwetsbaren. Vroeger noemden we onszelf de ontwikkelde landen. Jarenlang hebben we een welbepaald welvaartsideaal voorgehouden als de na te streven weg bij uitstek. Nu echter die landen die we vroeger onderontwikkeld noemden ook mee op die weg willen, stellen ze vast dat de planeet als het ware al op is. Dat conflict tussen het ‘recht op ontwikkeling’ en het verondersteld ‘verworven’ recht op een welbepaalde levensstijl stelt zich keihard in de klimaatonderhandelingen. Landen in het Zuiden staan voor pijnlijke dilemma’s: ze willen hun bevolking uitzicht kunnen geven op meer welvaart, maar weten tegelijk ook dat de gemakkelijke fossiele weg tot een klimaatramp zal leiden.

Vliegen is olifant in de kamer

Na de les kwam een van de studenten bezorgd naar me toe. Ze bleef maar doorvragen over wat de gevolgen van de klimaatverandering concreet zullen zijn voor haar generatie. Het zou gemakkelijk zijn op zo’n moment te sussen. Zeggen dat het allemaal nog wel mee zal vallen, dat ‘ze’ zeker nog wel een oplossing gaan vinden, dat het menselijk vernuft ongetwijfeld groot genoeg zal zijn om tijdig een en ander te keren. Ik kan dat niet.

Onze jonge mensen verdienen de waarheid, én ze verdienen een perspectief op hoop. Ze verdienen het dat de mensen die nu aan de knoppen zitten doortastende maatregelen nemen waarvan de gevolgen nu al gedragen worden, en niet in de nabije toekomst. En zo komen we bij een van die olifanten in de kamer: reizen per vliegtuig. In het klimaatakkoord van Parijs zitten nog altijd geen bindende afspraken voor de luchtvaart. Ze gaan zichzelf wel reguleren. Dat wil in de praktijk zeggen dat ze zichzelf en ons willen wijsmaken dat de luchtvaart nog spectaculair kan groeien en dat we dat enkel met technologische maatregelen gaan oplossen. Een Nederlandse onderzoeker heeft dat alles onlangs eens allemaal op een rijtje gezet. Als we op alle andere terreinen goed ons best doen zal tegen 2080 de uitstoot van de luchtvaart al groter zijn dan de rest van de wereld. Tegen het einde van deze eeuw zullen we, binnen de huidige afspraken en verwachtingen, vijftienmaal zoveel reizigerskilometers hebben. Om de doelstellingen van Parijs te halen zijn reducties van meer dan 95 procent nodig. De uitstoot van de luchtvaart zou echter nog vervijfvoudigen. Luchtvaartorganisaties gaan uit van een verdubbeling van het aantal passagiers tegen 2030, wat tegen 2100 neerkomt op maal twintig.

CO2 is noch links noch rechts

De cijfers illustreren op zich al de immense absurditeit van het geloof dat we de wereld kunnen aanpassen aan onze verlangens, in plaats van omgekeerd. Ze geven meteen ook het sociale dilemma weer. Want vliegen staat natuurlijk symbool voor een bepaalde levensstijl, voor het binnen bereik komen van allerlei bijzondere dingen. Als je kritiek geeft op de goedkope vliegreizen, krijg je al snel als antwoord dat die opmerking asociaal is. ‘Nu armere mensen eindelijk zelf ook het vliegtuig kunnen nemen, mag het niet meer.’ Die opmerking is op zich begrijpelijk, maar daarom is het antwoord nog niet dat het goed is om door te gaan met die goedkope vluchten (of met goedkope biefstukken). Is de sociale kwestie dat de armen nog niet genoeg vliegen, of is de sociale kwestie dat de rijken te veel vliegen?

Hoe langer je die vraag voor je uitschuift door te blijven inzetten op een naïef geloof in voortdurende economische groei, hoe minder ecologische ruimte er over zal blijven en hoe scherper het conflict zal worden tussen rijk en arm. Die woorden rijk en arm zijn in zekere zin ook nog te gemakkelijk, want rijk zijn altijd ‘de anderen’, wij niet natuurlijk. Verander rijk door ecologisch gulzig en denk in mondiaal perspectief, en dan wordt het ingewikkelder. Vanuit de lucht gezien is er in zekere zin geen verschil tussen ‘linkse of rechtse’ CO2. Maar hier op aarde maakt het wel verschil uit hoe we de beschikbare planetaire ruimte verdelen. En dus moet je jezelf onaangename vragen stellen.

Toeristen vs Reizigers

Heel wat mensen uit de middenklasse dragen duurzame waarden uit, zijn progressief, verplaatsen zich met de fiets, eten veggie, …. maar hebben in de feiten toch nog een grote voetafdruk, door hun vliegreizen. Veel mensen zijn kosmopolitisch georiënteerd -wat heel goed is natuurlijk- en beschouwen zichzelf niet als toeristen, maar als ‘reizigers.’ Ze doen ervaringen op, ze leren andere culturen kennen. Allemaal prima op zich. Het kan best zijn dat die reizen ons echt gelukkig maken, ons echt tot een betere mens maken, ons verdraagzamer en nobeler maken, zelfs dat verandert uiteindelijk niets aan de vaststelling dat die voetafdruk te groot is.

Ik wil vooral niemand met de vinger wijzen, en ik gun iedereen al die geweldige verrijkende ervaringen. Maar de planetaire waarheid heeft ook rechten, anders zadelen we onze kinderen en kleinkinderen met een nog groter probleem op.

Over de planetaire grenzen

De Nederlandse onderzoeker ziet als enige oplossing om het vliegen fors duurder te maken. Je zou dat eigenlijk moeten combineren met een soort individueel CO2-recht. Wie niet vliegt, zou dat kunnen verkopen aan anderen. Maar het dilemma is duidelijk. Het is in wezen onrechtvaardig dat wie nu arm is, niet meer zal kunnen wat anderen, gulzigen, wel hebben kunnen doen.  We zijn ondertussen echter zo ver over de planetaire grenzen gegaan dat daaraan niet meer te ontsnappen valt. We kunnen alleen eerlijk verdelen wat er nog is, binnen de grenzen. Dat is dus praten over genoeg, in plaats van steeds meer. Iets kan pas een recht zijn als het uitbreidbaar is naar iedereen. Zoveel vliegen als je zelf wilt, tegen een zo laag mogelijke prijs, kan geen universeel recht zijn. Een rechtvaardige welvaart binnen planetaire grenzen, volhoudbaar ook voor de volgende generaties, dat kan wel een recht zijn. Het is niet eenvoudig om dat op een eerlijke manier uit te leggen aan de jongeren die nu studeren. (Dat blijkt ook uit de antwoorden van de onderzoekers in dit filmpje.) Maar deel kunnen zijn van de oplossing, en dat in tijden met naast uitdagingen ook immense mogelijkheden, dat is toch beter dan je ogen te sluiten. 

Ik heb niet zoveel met een vals optimisme, maar die jonge studente verdient het dat we alles doen wat mogelijk is om haar recht op hoop te garanderen.

Jan Mertens voor de Column van MO magazine op 11 december 2017.

Published in Column

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.