logo

Hanan Challouki (25), is de mede-oprichter van het online platform Mvslim.com. We gingen met Hanan in gesprek over het publiek debat en sociale media in digitale tijden. 

‘Waar vroeger de macht enkel nog lag bij grote mediahuizen, zoals mediacoöperaties, is dit nu aan het verschuiven naar mensen die zelf het woord nemen.’ 

1. Sociale media heeft de voorbije jaren het publieke debat razendsnel veranderd. Dit is duidelijk zichtbaar bij Mvslim. Zo bereiken jullie nu enkele miljoenen mensen per week. Vind jij dat sociale mediakanalen, zoals het online platform Mvslim, bijdragen aan een sterkere stem voor het publieke debat? 

Eerst en vooral moet ik natuurlijk wel zeggen dat sociale media het publieke debat ongetwijfeld hebben beïnvloed en ik zie dat zeker op een positieve manier. Er zijn ook negatieve gevolgen, denk maar aan de typische trollenvissers, die op alles en iedereen reageren vanuit duizenden accounts maar eigenlijk maar één persoon zijn. Maar je ziet nu inderdaad ook de nieuwe stemmen die naar boven komen, die anders het gevoel niet hadden dat ze een platform konden krijgen. Want waar heel veel mensen in de media vandaag niet aan denken of vergeten, is het feit dat de officiële mediakanalen heel vaak niet toegankelijk zijn voor iedereen. Niet iedereen gaat de stap zetten naar een De Morgen of De Standaard om een column te schrijven, maar mensen kunnen wel veel sneller op hun eigen Facebookprofiel of hun eigen Twitteraccount hun mening weergeven. Zo kunnen ze op die manier ook nog veel sneller hun eigen mening de wereld in te sturen. Dus ik zie dit zeker als een manier waarop de democratie sterker is geworden en waarbij verschillende stemmen toch echt wel een plaats kunnen krijgen, ook als ze het gevoel hebben dat ze niet binnen de traditionele formats van media passen. 

Bij Mvslim hebben wij natuurlijk ook hetzelfde gemerkt. De reden waarom wij Mvslim zijn begonnen is namelijk omdat we nergens anders zagen wat we zelf de wereld wilden insturen. Dus hebben we het gewoon zelf opgericht. 

a. Heb je deze wijziging, waarbij de kracht van sociale media toenam in het publieke debat, kunnen voelen toen je Mvslim oprichtte? Of was je hiervan al sterk bewust voor je op het idee kwam om deze online gemeenschap op te richten? 

Wij proberen bij Mvslim zo toegankelijk mogelijk te zijn naar iedereen toe. We proberen vooral een diversiteit aan stemmen aan bod te laten komen. We merken dat in de mainstream media heel vaak dezelfde mensen aan bod komen. Waardoor je zeer snel een polariserend debat zal krijgen waarin persoon ‘y’ het voortdurend zal opnemen tegen persoon ‘x’, zodat je constant twee kampen gaat creëren. Terwijl wij bij Mvslim net gefocust zijn op ‘hoe brengen we die diversiteit aan het woord, hoe laten wij zoveel mogelijk verschillende mensen, verschillende perspectieven en verhalen vertellen’. Het is dus niet belangrijk om voortdurend een andere stem naar voor te brengen maar net wel om vele verschillende stemmen naar voor te brengen. Op deze manier kan er een stem gegeven worden aan iedereen die moet/wil gehoord worden. 

b. Jullie team bestaat momenteel uit meer dan 500 vrijwilligers. Dit is een grote groep, verspreid over verschillende landen. Hoe onderhoud je contact met al deze vrijwilligers? Gebeurt dit online? 

Wij hebben sinds kort een editor-in-chief aangenomen, dat is een persoon die voltijds bezig is met de coördinatie van de content op Mvslim. Zij organiseert het team dat hier bestaat uit verschillende editors die elk werken rond verschillende categorieën. Daarnaast zijn er heel veel mensen die bijdragen aan een specifieke categorie. Er zijn mensen die zich toespitsen op fashion, mensen die eerder gaan schrijven over politieke en internationale zaken, .... Voorlopig wordt het dus wel nog allemaal gecoördineerd vanuit België. 

2. Mvslim probeert zoveel mogelijk jeugd en jongeren te bereiken, namelijk de millenials. Heb je het gevoel dat het werken met een online platform ervoor zorgt dat je deze groep beter kan bereiken? Welk digitaal kanaal is volgens jou het beste om deze doelgroep aan te spreken? 

Ons ecosysteem is tegenwoordig vooral gericht op Facebook, omdat je daar nog steeds de meeste mensen bereikt. We maken dus ook content die specifiek gericht is op sociale media. Wij maken Instagram story’s, we maken video’s die we enkel op Facebook plaatsen en die niet op de website terechtkomen. Dus bepaalde content heeft een specifieke plaats enkel op sociale media, omdat het ook net daar is dat heel veel mensen actief zijn. Heel veel mensen hebben Facebook dus op zich is het ook logisch dat we heel sterk onze focus hierop leggen. 

3. Deze digitale verbondenheid biedt enorm veel voordelen. Maar als je wekelijks zoveel mensen bereikt kan het ook gebeuren dat je op enkele keerzijdes van deze digitale kracht botst. Wat is volgens jou het grootste voordeel van deze digitale verbondenheid en wat is volgens jou een mogelijke valkuil waar je als digitale gemeenschap rekening mee moet houden? 

Ja, je hebt altijd bepaalde mensen die je debat of discussie willen gaan verstoren, en dan heb ik het over mensen die met enkel met haatcomments aan het reageren zijn. Ik kan perfect leven met mensen die reageren op de Facebookpagina met ‘Ja, ik begrijp dat toch niet zo goed die moslimcultuur want ik ben daar ook niet echt in geïnteresseerd en ik vind het er allemaal heel gevaarlijk uitzien’. De community reageert daar zelf op en zo ontstaan er boeiende discussies. Je hebt hier dan veel verschillende stemmen die op onze Facebookpagina naar voor komen. Waar ik wel een probleem mee heb, is met mensen die reageren met heel graphic language, die rare afbeeldingen gaan plaatsen, anderen uitschelden, ... Bij zulke reacties trekken wij de grens. Dat zijn dan wel accounts die wij blokkeren van onze pagina. Maar voor de rest moedigen wij dat zeker aan, dat mensen die totaal geen idee hebben van wat Mvslim inhoudt mee in debat gaan. Dat er dan voor hen een nieuwe wereld opengaat, dat vinden wij fantastisch. 

We hebben ook al zoveel positieve commentaar gekregen, onze mailbox zit letterlijk vol. Elke dag komen er berichten binnen van mensen die zeggen ‘Ik ben zelf geen moslim, ik had er eigenlijk geen idee van dat er zoveel diversiteit was binnen jullie community. Dat vind ik dan echt fijn om te lezen. 

4. Een van de doelen van Mvslim is ‘sharing stories and keeping an open mind’. Hoe zorgen jullie hier dat iedereen zich aangesproken voelt om zijn of haar verhaal te delen op dit online platform? Hoe spreken jullie zoveel mogelijk mensen aan en brengen jullie verschillende mensen samen? 

Het belangrijke is dat wij geen strikte religieuze content gaan plaatsen. Sommige mensen lezen Mvslim en die denken daarbij dan direct aan een religieuze levensstijl of bepaalde ideologische lijnen daarin gaan terugvinden. Dat is iets wat wij heel hard vermijden. Je gaat niet direct een Koranische tekst terugvinden op de website of een artikel die zegt ‘dit mag of dit mag niet in de Islam’. Dat zijn zaken die wij vooral proberen te vermijden omdat wij ook geen religieuze website zijn. Wij richten ons vooral op het identiteitsaspect. 

5. Wat komt volgens jou nog veel te weinig aan bod in het publieke debat? 

Ik mis gewoon vaak de nuance. Het zijn meestal de meest extreme stemmen die het woord krijgen, wat ik op zich wel begrijp want een krant moet nog steeds verkopen, en een televisieprogramma moet nog steeds bekeken worden. En het is nu zo dat extreme stemmen beter werken. Maar ik ben er 100% zeker van dat een zeer groot deel van onze samenleving, of dat nu groepen zijn met een andere culturele achtergrond of niet, zich niet vertegenwoordigd voelen in deze debatten. Het debat lijkt heel vaak enkel uit zwart/wit te bestaan en een heel groot, grijs gedeelte ontbreekt. Er ontbreken sterk genuanceerde en onderbouwde opiniestukken en/of verhalen. 

6. Wat vind jij van de volgende stelling: Het groeiend aantal digitale communicatiekanalen draagt bij aan een democratischere samenleving. 

Ik kan me hier volledig in vinden, omdat de macht ook gewoon verschuift. Waar vroeger de macht enkel nog lag bij grote mediahuizen, is dit nu aan het verschuiven naar mensen die zelf het woord nemen. En ik weet dat er heel veel debat is in de zin van ‘ja, maar Facebook is toch ook een heel groot commercieel apparaat en toont je ook enkel de zaken die je wilt zien’. Ondanks dit kan je hier niet ontkennen dat mensen nu vaker de mogelijkheid hebben om zelf het woord te nemen en zelf een positie in te nemen in het publieke debat. Terwijl dit vroeger minder was. Als je vroeger niet tot bij een mediahuis geraakte, ja dan had je nu eenmaal pech. Je kon wel een blog opstarten maar de kans dat deze blog bezocht werd was toen veel kleiner. Terwijl het publieke debat nu veel breder getrokken is. Voor mij zijn digitale communicatiekanalen zeker een bijdrage aan de democratie. 

7. Welk verhaal van op Mvslim heeft jou het meeste geïnspireerd? En zou je de lezers zeker aanraden? 

Ja, er is nu recent een interview gedeeld met een moslima die de hele wereld aan het rondreizen is. Hierin vertelt ze over de zaken die ze tegenkomt tijdens het reizen en over de zaken waar ze ook wel op botst. Ik vind dit wel een fijn interview omdat ik mezelf er ook echt wel in herken. 

Je kan het artikel hier terugvinden. 

Hanan neemt deel aan het panelgesprek ‘Publiek debat en media in digitale tijden’ 8 oktober op Ecopolis#3 – Digital Together. 

Op onze website vind je meer informatie over de debatten en de sprekers op Ecopolis. 

 

Published in Interview

In 2007 lanceerde Steve Jobs de eerste iPhone. Dat is nauwelijks 10 jaar geleden, maar toch zijn smartphones ondertussen tot in de verste uithoeken van de wereld doorgedrongen. Al in 2014 waren er meer smartphones en tablets dan mensen op onze planeet. Heel wat mensen gebruiken de smartphone ondertussen gemiddeld meerdere volle uren per dag. 

Hoe komt het toch dat de smartphone in zo'n korte tijd een onmisbaar onderdeel van onze vrije tijd, werk, sociale interactie, vriendschap, liefde, nieuwsvoorziening en publieke opinie is gaan uitmaken? Is dit een natuurlijk verschijnsel of worden we bewust gemanipuleerd door de techgiganten uit Silicon Valley? Welk effect heeft de collectieve smartphoneverslaving op onze sociale omgang, ons denken en ons politiek handelen? Wat te doen met bedrijven als Apple, Facebook en Google die in een razendsnel tempo monopolistische spelers worden, en hun quasi belastingvrije miljardenwinst volop inzetten om te diversifiëren naar sectoren als energie,  gezondheidszorg en mobiliteit. Maken publieke overheden ook gebruik van de zogenaamde ‘big data’ en wat moeten we daar van vinden? In het boek 'Is daar iemand? Hoe de smartphone ons leven beheerst' gaat Wouter Van Noort op zoek naar antwoorden op deze vragen. 

De vele facetten van het digitale leven 

De auteur - zelf een fervent gebruiker van de smaprthone - is journalist bij het Nederlandse NRC Handelsblad. Het 224 bladzijden en 8 hoofdstukken tellende boek leest dan ook erg vlot. 

Het boek steekt meteen stevig van wal: het overmatige gebruik van de smartphone leidt tot een vervlakking van onze sociale contacten. We kunnen wel meer mensen bereiken, maar dit gaat ten koste gaat van de intensiteit van onze contacten. Ook onze echte ontmoetingen met vrienden zijn oppervlakkiger omdat … onze smartphone ons voortdurend afleidt. 

De smartphone zorgt er bovendien voor dat we minder geconcentreerd werken. 'Konden de mensen in 2000 nog gemiddeld twaalf seconden hun aandacht bij één enkele taak houden, in 2013 was dat nog maar acht seconden. [...] De onderzoekers relateren de afname in concentratievermogen aan nieuwe technologieën, toegenomen mediagebruik, sociale media en multischermgedrag.' De conclusie van Wouter Van Noort laat dan ook weinig aan de verbeelding over: "Je neemt slechtere beslissingen, vertoont minder zelfbeheersing, bent dommer, minder gelukkig en minder sociaal als je constant bent afgeleid. [...].’ Wouter van Noort houdt een sterk pleidooi voor 'digitale voedzaamheid': we moeten op een andere manier met onze smartphone leren omgaan. Hij schuift drie principes van de Amerikaanse psychologe Jocelyn Brewer naar voor: 1) mindful: ga bewust met je smartphonegebruik om, 2) meaningful: gebruik je smartphone enkel als het echt nodig is, 3) moderate: matig het gebruik zodat het geen hoofdrol in je leven gaat spelen.

In het hoofdstuk 'De gokkast in je broekzak' wordt duidelijk dat onze collectieve verslaving aan dat kleine hebbeding niet toevallig is. Techbedrijven als Facebook en Google hacken op steeds slimmere manieren onze zelfbeheersing, psychologische voorkeuren en zwakheden. Hun verdienmodel is er immers op gericht om ons zo lang mogelijk aan het kleine scherm te kluisteren: 'Hoe langer wij doorbrengen in een app, hoe meer tijd die bedrijven  hebben om ons advertenties voor te schotelen en gegevens van ons te verzamelen. [...] Daarbij schuwen ze niet om onderzoeken en technieken toe passen die zeer sterk gelijken op wat er in de gokindustrie gangbaar is.'  

Het hoofdstuk 'Echoput Facebook' behandelt de informatieve bubbles waar we via de sociale media in terecht komen. Hoewel we in theorie toegang hebben tot de wereldwijde informatiebronnen versmalt ons wereldbeeld paradoxaal genoeg. Via allerhande onzichtbare algoritmes laat Facebook ons alleen zien wat zij denken dat we willen zien. En omdat we steeds minder tegengeluiden horen, radicaliseren we ook nog eens. Hierbij maakt Wouter Van Noort zich grote zorgen over de toekomstige evoluties: 'De gereedschapskist om onze informatievoorziening via de smartphone te sturen, manipuleren en controleren is nog maar net geopend'.

In de volgende hoofdstukken worden de businessmodellen van de techbedrijven uit Silicon Valley onder de loep genomen, met het Pokemon-fenomeen als voorbeeld. De Pokemon-hype verspreidde zich in geen tijd. Sommige plekken werden plots letterlijk door tienduizenden mensen bestormd. De hype bood flink wat overlast maar nauwelijks meerwaarde voor de lokale gemeenschappen. De winsten vloeiden naar de spelontwikkelaar Nintendo en vooral naar Apple en Google die 30% marge op alle aankopen voor Pokemon opstreken. Komt daarbij dat ze absolute kampioenen zijn in het opzetten van constructies om nauwelijks belastingen of sociale bijdragen te betalen. Zo betaalde Apple in 2014 een luttele 0,005% belasting op haar Europese winsten: 50 euro belasting per 1 miljoen euro winst. 

Een aantal van de grote techbedrijven verwerven in snel tempo een monopoliepositie. De boutade dat de concurrentie op het internet maar een klik weg is, blijkt een fabel te zijn. Omdat online-diensten extreem afhankelijk zijn van de hoeveelheid en de kwaliteit van de verzamelde data hebben nieuwkomers het moeilijker dan in andere bedrijfstakken. Er is op dit vlak een dubbele beweging aan de gang: de techbedrijven monopoliseren een aantal sectoren, maar kunnen met hun enorme winsten ook volop diversifiëren. Ze hebben onder andere een grote interesse in bio-electronica, gezondheidszorg, mobiliteit en energie. De Facebooks en Googles van deze wereld slagen er in om de schijn van innovatie hoog te houden, maar de meerwaarde van deze innovaties voor de kwaliteit van ons dagelijks leven is beperkt. Dit in tegenstelling tot de vorige industriële revoluties die voor enorme sprongen in welvaart en welzijn zorgden (elektriciteit, hygiëne, gezondheidszorg, landbouwtechnieken, transportmiddelen, …).  

De kwestie van de monopolies is des te meer belangrijk voor de volgende grote technologiegolf die ons te wachten staat: de artificiële intelligentie. Artificiële intelligentie is een tak van de computerwetenschappen waarbij machines ontwikkeld worden die werken en reageren als mensen. Die machines gebruiken hiervoor steeds geavanceerdere algoritmes, waardoor ze zelflerend worden en beslissingen kunnen maken. De technologie-optimisten benadrukken het ongelooflijk potentieel van de artificiële intelligentie. Ze maken deel uit van een nieuwe filosofische stroming die snelle opmars maakt: het dataïsme. Dataïsme is het geloof dat je op basis van 'big data' en algoritmes het menselijk bestaan kunt verbeteren.

Nu de meer negatieve aspecten van smartphones en big data stilaan duidelijk worden, bekoelt bij velen het ongebreidelde technologieoptimisme snel. Het dataïsme heeft potentieel verregaande morele en politiek implicaties, en bedreigt volgens criticasters onze vrijheid en democratie.

In ons dagelijks leven kennen we allemaal eerder onschuldige voorbeelden van artificiële intelligentie: Netflix doet op basis van onze kijkgeschiedenis allerhande suggesties voor series en films die we leuk zouden moeten vinden. Maar ook in het bedrijfsleven worden algoritmes al voor tal van toepassingen ingezet: voor het vinden van de meest geschikte kandidaat bij sollicitaties, voor het bepalen van de premie  die we aan verzekeringsmaatschappijen betalen,  … Ook steeds meer overheden gebruiken informatietechnologie om onze ‘smart cities’ te beheren en besturen. Zo gebruikt de politie van Eindhoven algoritmes om het risico op misdaad te bepalen, en er de inzet van manschappen op af te stemmen. Bovendien doen steeds meer overheden aan 'nudging': gedragsmanipulatie van inwoners via digitale technologie. In Oekraïne kregen alle betogers bij een manifestatie een sms met de boodschap dat hun deelname geregistreerd was. China experimenteert vandaag met het zogenaamde 'Sesame Credit': de overheid beloont het gedrag dat ze goed vindt met credits (bv. persberichten van de overheid delen via sociale media), of bestraft ongewenst gedrag. Afhankelijk van de stand van je krediet krijg je sneller toegang tot overheidsdiensten of kan je internetsnelheid verlaagd worden. De technologie wordt dus gebruikt om de grip van de overheid op het persoonlijke doen en laten drastisch te versterken. 

Vanuit een democratisch oogpunt is het bijzonder problematisch dat de algoritmes waar de bedrijven en overheden zich op baseren vaak niet openbaar zijn. En zelfs als ze dat zijn, moet men een stevige technische bagage hebben om ze te kunnen interpreteren. We hebben dus vaak het gissen hoe de data verzameld worden, op welke data het algoritme zich baseert, hoe de algoritmes tot bepaalde beslissingen komen, … 

Op het einde van het boek gaat Wouter Van Noort op zoek naar oplossingen voor de gestelde problemen. Het valt op dat de auteur er op dit vlak een erg liberale visie op na houdt. Om het met zijn eigen woorden te stellen: 'Transparantie en zelfregulering zolang het kan, overheidsingrijpen als de nadelige gevolgen aanhouden'. Hij vergelijkt de smartphone met suiker: je hebt het nodig, maar teveel consumptie ervan is zeer schadelijk. Concreet pleit hij er vooral voor om het individuele gedrag bij te sturen (een boek nemen als je je verveelt, een polshorloge dragen zodat je het uur niet van je smartphone af moet lezen, …). Hij ziet ook een belangrijke rol weggelegd voor het onderwijs en de opvoeding.  In het overheidsoptreden pleit hij er vooral voor om de monopolies te breken, de belastingregimes voor multinationals te verstrengen en algoritmes verplicht openbaar te maken.  

Conclusie 

'Is daar iemand? Hoe de smartphone ons leven beheerst' laat een directe indruk op je na omdat het je neus op enkele prangende feiten drukt. Het zal ondertussen duidelijk zijn: Wouter Van Noort is bijzonder kritisch voor de huidige evoluties van smartphones en big data, zonder dat hij een vermanende vinger opsteekt. Het vlot geschreven boekt behandelt een brede waaier aan onderwerpen waardoor je een brede visie krijgt. Globaal gezien vind ik het een goed boek dat vlot leest. Toch zijn er ook een paar tekortkomingen en blinde vlekken. 

 De auteur heeft een eenzijdige kijk op 'ons leven'. Er is geen enkele aandacht voor de effecten van de smartphone-industrie op het leven en de arbeidsomstandigheden van de miljoenen arbeiders die ze produceren. De impact op ‘hun leven’ is zonder enige twijfel nog een stuk groter dan op de gebruikers ervan. Ook de verwoestende grondstoffenindustrie die nodig is voor de productie van de smartphones komt nergens aan bod. Bijgevolg blijven ook duurzame alternatieven als de FairPhone uit beeld. Bij uitbreiding blijkt de auteur geen inzicht te (willen) hebben op de ecologische effecten, alsof de klimaatcrisis hem volkomen onbekend is. Hij zoomt uitgebreid in op de beurskoersen en winstcijfers van de techbedrijven, maar een pleidooi voor meer circulaire en duurzame bedrijfsmodellen blijft helaas uit. Nochtans produceren de servers die de big data opslaan al geruime tijd meer CO2 dan de wereldwijde luchtvaartindustrie. De Verenigde Naties schatten dat er alleen al in 2014 om en bij 3 miljard kilogram e-afval was van klein ICT-materiaal, dat bovendien nauwelijks voor 16% gerecycleerd werd. Waarom staat de auteur er niet kritisch bij stil dat elke zoekactie met Google 7 gram CO2 produceert?

Het boek schets een somber toekomstbeeld. De uitdagingen zijn groot. Helaas blijf je als lezer wat op je honger als het over de alternatieven gaat. Het boek lijdt onder een fenomeen dat we wel vaker zien: er worden een structurele problemen aangeraakt, maar de oplossingen zoekt men grotendeels op het niveau van het individu. Het boek prikkelt en biedt veel perspectieven, maar het is niet politiserend. Als lezer blijf je op je honger hoe we als democratie antwoorden zullen bieden aan de uitdagingen die zich stellen. En dat is een gemiste kans.

Dany Neudt schreef deze recensie voor Oikos.

Wouter van Noort komt zelf ook mee debatteren op Ecopolis - Digital Together op 8 oktober in het Kaaitheater in Brussel 

 

Published in Boek

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.