Denktank voor Sociaal-Ecologische Verandering

Sociaal

Sociaal (34)

Lotgenoten in de groene heimat

06 februari 2020 by Sociaal 228 Views
Dirk Holemans

Written by

De ecologische crisis vergt een andere omgang met de toekomst. Hoe zou de samenleving eruitzien als we via herverdeling en erkenning naar die toekomst zouden kijken?

 

De eindejaarsperiode ligt weer achter ons, de tijd van het jaar dat we de economie ­extra doen draaien en ons hart tonen aan wie niet kan genieten van de economische winst. In het rijke Vlaanderen bracht De Warmste Week opnieuw soelaas voor ontelbare goede doelen. Daarnaast waren er originele kerstacties zoals Luisterlenen in Oosterzele. Vrijwilligers leenden in de ­bibliotheek geen boeken uit, maar leenden hun oren voor wie de eenzaamheid moest verbijten tijdens de feestdagen.

De warme cheque en het luisterende oor zijn bewonderenswaardig, maar ze volstaan niet. Ze geven wel aan wat er mogelijk zou zijn, mochten regeringen bereid zijn tot een structurele en positieve samenwerking met burgers die gericht is op een goed leven voor iedereen. Ze verwijzen ook naar twee basisprincipes die volgens sociologen richtinggevend zijn voor een rechtvaardige samenleving: herverdeling en erkenning. De Amerikaanse sociologe Nancy Fraser omschrijft ze als de twee dimensies van emancipatorisch beleid. Hoe zou de samenleving eruitzien als we via herverdeling en erkenning naar onze gezamenlijke toekomst zouden kijken?

Rechtvaardige samenleving

Dat herverdeling hoort bij onze ­samenleving, zullen weinigen ontkennen, al springen we er wel opvallend nonchalant mee om. 75 jaar sociale zekerheid ging bijna stilzwijgend voorbij. Gelukkig maakte Bea Cantillon (DS 31/12) duidelijk dat we een sterke sociale zekerheid nodig hebben om de vergrijzing, digitalisering en klimaattransitie in goede banen te leiden. Zeker die laatste uitdaging zal naast herverdeling de discussie bepalen over op welke wijze we willen delen wat we halen uit de aarde.

Maar wat heeft erkenning te maken met een rechtvaardige samenleving? Vóór het verkiezingssucces van Donald Trump in de Verenigde Staten, en dus vóór het verlies van Hillary Clinton, werd steevast verwezen naar de domme omschrijving door Clinton van een deel van Trumps aanhang als deplorables: mensen die onze minachting verdienen. Dat is het omgekeerde van erkenning. De Amerikaanse auteur Lee Odden vat het effect daarvan goed samen: People will work for a living, but they’ll die for recognition. Mensen niet erkennen in hun waarde, komt neer op het negeren van hun identiteit. Als dat samengaat met economische achterstelling krijg je een sterke voedingsbodem die populisten aanwenden voor de uitbouw van hun op ressentiment gebaseerde politiek.

Er is ook een hoopgevende aanpak. Toen zijn verkiezing in de eerste ronde geannuleerd werd, riep Ekrem Imamoglu, de nieuwe burgemeester van Istanbul, zijn achterban op tot harde actie tegen Erdogan en zijn aanhangers. Maar Imamoglu stelde: ‘Ze willen dat we met elkaar vechten, maar wij, de mensen die niet willen dat dit volk met zichzelf vecht, zullen elkaar met klem blijven omarmen’ (De Groene Amsterdammer 19/6). Die aanpak vond hij bij de strateeg Ates Ilyas Bassoy, die een brochure schreef om respectvol campagne te voeren met als verrassende titel Het boek van radicale liefde. Daarin vermeldt hij twee belangrijke richtlijnen: kijk niet neer op aanhangers van Erdogan en leg de nadruk op economische in plaats van identitaire thema’s. Met die nadruk op inclusiviteit en links economisch beleid won de partij van Imamoglu overtuigend de tweede verkiezingsronde. Of hoe erkenning en herverdeling een recept zijn om populisten te bestrijden: toon respect voor hun kiezers en focus op economische ongelijkheid. En ook belangrijk: Imamoglu ondertekende al het engagement om het klimaatakkoord van Parijs na te leven, waarbij hij democratische participatie het kernpunt van het klimaatbeleid noemde.

Dubbele ongelijkheid

De nood aan erkenning is een universeel gegeven. Dat werd nog eens duidelijk op de voorstelling van het Jaarboek 2019 armoede en sociale uitsluiting. Daarop stelde Guy Malfait van de ngo ATD Vierde Wereld Vlaanderen: ‘Het ergste is niet om te leven met niets, het ergste is dat je wordt aanzien voor niets.’ Die miskenning van je identiteit maakt economische achterstelling des te pijnlijker. Dat tonen ook de gele hesjes in Frankrijk. Ze voelen zich miskend door de gewezen bankier Macron en klagen de achterstelling van hun regio’s aan, die in vergelijking met Parijs niet delen in de weldaden van de economische globalisering. Ze pikken het niet dat ze meer moeten betalen voor hun diesel, terwijl de kerosine-elite onbelast boven hun hoofden naar hun vakantie­bestemming vliegt.

Het maakt duidelijk dat erkenning en herverdeling ook de ecologische kwestie in rekening moeten brengen. Want herverdeling bestaat ook in de negatieve betekenis, wat wetenschappers in het hoger­genoemde Jaarboek omschrijven als dubbele ongelijkheid. Wie het al moeilijk heeft op sociaal vlak, wordt ook het hardst getroffen door de gevolgen van milieu­vervuiling, hoofdzakelijk veroorzaakt door hogere inkomensklassen. Snikhete zomers treffen het hardst mensen met een laag inkomen in hun slecht geïsoleerd appartement.

Het maakt duidelijk dat sociaal en ecologisch beleid bij elkaar horen. Dat vergt een strategische intelligentie, die tot op heden grotendeels ontbreekt in het publieke debat. Twee concrete voorbeelden maken dat duidelijk. Klassiek linkse partijen verzetten zich tegen een hoge btw op elektriciteit, want dat zou asociaal zijn. Waarmee ze in feite aangeven dat ze rijke mensen willen subsidiëren als die bijvoorbeeld hun zwembad verwarmen. De oplossing is nochtans eenvoudig: een progressief energietarief dat de basis­hoeveelheid elektriciteit die je echt nodig hebt betaalbaar aanbiedt, en naarmate je meer verbruikt de kilowatt fiks duurder maakt. Als je dan tegelijk fors investeert in de isolatie van sociale woningen, zoals bijvoorbeeld de stad Gent doet, hef je de ongelijkheid in tweevoud op. Mensen met een laag inkomen kunnen dan trots zijn op hun milieubewuste woonst: koel in de zomer, met een lage energiefactuur warm in de winter.

Het tweede voorbeeld gaat over het belasten van vliegreizen. Nu betaal je geen btw op je ticket voor het vliegtuig dat onbelaste kerosine gebruikt als brandstof. Die anomalie rechtzetten, levert de bekende kritiek-zonder-oplossing op: met een vliegtaks maak je vliegen opnieuw iets van de elite. Opnieuw biedt een progressief tarief een oplossing. Wat als je vliegtoeslag de eerste keer dat je in een jaar vliegt bescheiden is, maar bij het volgende ticket telkens verdubbelt? Zo kan de voedingsbodem voor ressentiment verdwijnen: het gevoel dat andere groepen bevoordeeld worden, terwijl jij moet inleveren.

Herverdeling in de 21ste eeuw houdt dus meer in dan hoe ze ingevuld werd door de sociale welvaartsstaat in de vorige eeuw. Die laatste blijft essentieel, maar zal zich moeten transformeren tot de ecologische welzijnsstaat. Daarbij gaat het er niet meer om dat iedereen steeds meer koopkracht verwerft zodat iedereen steeds meer kan consumeren. Het gaat tegelijkertijd om de billijke verdeling van de milieugebruiksruimte die ons nog rest, met bijzondere aandacht voor mensen die leven in armoede en sociale uitsluiting. Hen meer levenskansen bieden hier en in het Zuiden, betekent dat de middenklasse een leven uitbouwt met minder beslag op energie en grondstoffen.

Veerkracht en zorg

Het verbinden van erkenning en herverdeling kan slechts gebeuren door een diepgaande democratisering. Dan erkennen we de kennis en waardigheid van de meest getroffenen. Het gaat er niet louter om de dialoog tussen andersdenkenden te stimuleren. In de nieuwe democratische praktijken kunnen we mensen samenbrengen rond concrete uitdagingen, zoals de verkeersveiligheid in hun wijk of de uitbouw van hernieuwbare energie in hun gemeente, en ze betrekken van bij de eerste gedachte tot de laatste realisatie. Ook de realiteit rond het plaatsen van windmolens toont de noodzaak, niet de luxe, van burgerbetrokkenheid. Waar burgers mee kunnen participeren, worden ze medestanders in plaats van tegenstanders. Participatieprojecten zijn ook mogelijk op nationaal niveau, zoals burgerraden in Zwitserland en Ierland tonen.

De ecologische crisis vergt een andere omgang met de toekomst. De sociale zekerheid kwam er om te kunnen omgaan met de risico’s van de industriële samenleving. Nu staan we voor de uitdaging de schokken van de ecologische crisis te voorkomen en op te vangen. Dat vraagt nieuwe keuzes. Vooruitgaan in het leven kan nu ook betekenen minder werken en minder spullen, maar meer tijd voor elkaar. Ook dat gaat over herverdeling. Cruciale concepten voor een rechtvaardige samenleving zijn dan het opbouwen van veerkracht – we zorgen dat we met zijn allen tegen schokken kunnen –, en zorgethiek – we staan voor grote uitdagingen, maar we gaan voor elkaar zorgen, net als voor de natuur die ons nog rest. Terwijl de christendemocratie verschrompelt onder haar eigen hardheid, is zorgethiek een belangrijke bijdrage van het ecologisme, in het bijzonder van het ecofeminisme.

Deel van de wereld

Dat soort democratisering ontslaat ­regeringen niet van hun verantwoordelijkheid. Als de gele hesjes aanklagen dat de spoorinfrastructuur in Franse regio’s afgebouwd is, terwijl snelle treinen erdoorheen razen, wijst dat op de nood aan investeringen in het openbaar vervoer. Dat sluit aan bij de reportage van Ine Renson in DS Weekblad(25/5) over het levens­gevoel in kleinere Vlaamse steden en buitengebieden. Transitie gaat er ongepland en creëert het gevoel van onmacht. De buurtwinkels en de kantoren van post en ziekenkas verdwijnen, een grote baanwinkel verschijnt buiten het centrum op maat van de auto. ‘Hebben we hier heel ons leven voor gewerkt?’, vragen mensen zich af als hun salariswagen ter discussie staat terwijl er geen alternatief voorhanden is.

De reportage beschrijft hoe het Vlaamse beleid het omgekeerde is van een echt democratiseringsproject: dat zou burgers opnieuw reële zeggenschap verlenen over hun leefomgeving. De toekomst ligt opnieuw bij de opbouw en uitrol van strategische intelligentie. Stel participatief voor elke streek een transitieplan op. ­Creëer gemeenschappelijke plekken en collectief vervoer op basis van gedeeld gebruik. Waarom geen deelgebouwen waar overdag gemeentediensten, post, ziekenkas, vakbond, … kantoor houden, en ’s avonds het jeugdhuis en lokale korte­ketenrestaurant het overnemen? En breid de energiecoöperaties uit tot deelplatformen voor elektrische fietsen en wagens. Net daar zou een toekomst­vaardige omgevingsminister werk van maken.

Zoals de schrijver Marc Reugebrink in deze krant (DS Avond 19/9) opmerkte, is het hoog tijd om zonder schroom opnieuw over onze heimat te spreken. Hij stelt terecht dat heimat nu te veel heimwee is, maar dat iedereen wel een thuis nodig heeft. Het is goed je thuis te voelen in eigen streek of stad. Tegelijkertijd weten we meer dan ooit dat uitdagingen niet stoppen aan grenzen. Het komt er dus op aan weer te aarden in het besef dat we moeten zorgen voor heel de aarde. Werk maken van een rechtvaardige samenleving, op basis van erkenning en herverdeling, gaat dus ook over de eigen plek met liefde uitbouwen in het besef dat we deel zijn van de wereld. Het vergt een doorgedreven democratisering, opdat steeds meer mensen zeggen: ‘Hier wil ik de rest van mijn leven aan meewerken’.

Read more...

PODCAST Ecopolis19 - Elvis Peeters & Tine Hens vertellen waarom het tijd is voor een engagerend verhaal

04 november 2019 by Sociaal 45 Views

Beluister hier.

Elvis Peeters (De ommelanden, 2019) & Tine Hens (Mo Magazine) vertellen hoe ze elk op hun eigen manier bijdragen aan een sociaal-ecologische transitie. Podcast naar aanleiding van Ecopolis - Generation Hope, op 10 november 2019 in het Kaaitheater: www.ecopolis.be

Read more...

'De klimaatgeneratie geeft mij hoop’. Interview met Joke Hermsen

18 december 2019 by Sociaal 388 Views
Hoe kijkt u naar het activisme en verzet dat vandaag wereldwijd plaatsvindt, zoals de gilets jaunes in Frankrijk en de jongeren die op straat komen voor het klimaat?

Eerst en vooral mogen we vaststellen dat dit een heel hoopvolle beweging is. Ik kan me herinneren dat ik me, in mijn maatschappijkritische essays, afvroeg waarom zo weinig mensen bereid waren om de straat op te gaan, om hun ongenoegen over het gevoerde politieke beleid te uiten. Er heerste duidelijk een demonstratievermoeidheid, ook bij de jeugd. Zo maakte ik bijvoorbeeld mee dat in Nederland de geesteswetenschappen steeds meer uitgekleed werden; bezuiniging na bezuiniging zorgde voor steeds minder vakken, minder docenten, grotere studiegroepen en enorm veel stress en werkdruk bij zowel docenten als studenten. Studenten van humanities rally van de UVA organiseerde diverse demonstraties en bezettingen, maar ze kregen eerst maar weinig steun. Pas afgelopen jaar hebben docenten zich in actiegroep WOinactie verenigd en organiseren ze samen met de studenten diverse protestacties. Je ziet het ook elders. De actiebereidheid neemt overal toe, in het onderwijs, de zorg, voor het klimaat; dat duidt op een mogelijk kantelpunt in de samenleving, zoals ik dat in mijn boek 'Kairos' (2014) noemde. Als grote delen van de bevolking menen dat het zo niet langer door kan gaan en het roer qua beleid echt om moet, dan kan er een kairotisch momentum, om met Walter Benjamin te spreken, een moment van ommekeer, van wending, van revolte ontstaan.

In mijn nieuwe essay 'Het tij keren met Rosa Luxemburg en Hannah Arendt' (2019) onderzoek ik de mogelijkheid van dit verzet tegen het huidige politieke beleid, alsook de voorwaarden voor een succesvolle volkopstand samen met Hannah Arendt en Rosa Luxemburg, die daar immers uitvoerig over geschreven hebben. Afgelopen herfst werd ik in Frankrijk geconfronteerd met de protestbeweging van de gilets jaunes. Ik heb een huisje in Frankrijk met een aantal kunstenaars en schrijvers. Hier zag ik dat het de onderwijzeres, de verpleegkundige en de gepensioneerde buurvrouw waren die op de rotonde bij Clamecy stonden. Bijzonder lieve mensen die ervan overtuigd waren dat het politieke beleid van Emmanuel Macron alleen maar tot meer onrecht en ongelijkheid leidde, en dus de straat op gingen omdat ze dit niet langer accepteerden. De Nederlandse pers schildert de gilets jaunes steeds af als relschoppers en extreem rechtse populisten. De franse gilets jaunes beweging bestaat echter uit een heel divers publiek. Het zijn arbeiders, ambtenaren, gepensioneerden, stylos rouges (de rode pennetjes) met de onderwijzers en leraren, de klimaatbeweging en de antiracismebeweging. Het is een heel brede beweging. Met natuurlijk ook een paar honderd relschoppers, die vooral door de pers in beeld werden gebracht.

Het bijzondere was dat ik diezelfde nazomer ‘Man in dark times’ aan het herlezen was van Hannah Arendt, met daarin essays over Bertold Brecht, Karl Jaspers, Walter Benjamin maar ook over Rosa Luxemburg. Dit laatste was een heel intrigerend essay over het leven en werk van Luxemburg, die ik tot dan toe slechts als icoon van internationale linkse bewegingen kende. Luxemburg onderzocht een eeuw geleden al de politieke handvaten of middelen die de bevolking tot haar beschikking heeft om politiek beleid bij te sturen of ertegen te protesteren, zoals kritisch bewustzijn, politieke vereniging, goede informatie, verzet van onderop, demonstraties, bezettingen, maar ook journalistieke artikelen en pamfletten schrijven. Honderd jaar later is er nog altijd te veel sociale en economische ongelijkheid, en te veel macht bij de politieke en economische elites. Ook het gevoel van niet vertegenwoordigd te zijn heeft al die honderdduizenden mensen in Frankrijk zaterdag na zaterdag de straat op doen gaan. Na een zoveelste belastingverhoging, die vooral de arme bevolking op het platteland zou treffen, besloten ze dat het genoeg was, dat ze iets moesten doen. Het politieke antwoord van Macron was de eerste maanden vooral onbegrip en repressie met veel politiegeweld. Als we bijvoorbeeld kijken naar de hoeveelheid slachtoffers van rubberen kogels die de politie mocht inzetten. Dat is eigenlijk verbijsterend, ik begrijp niet dat de West-Europese pers daar niet meer over heeft bericht.

 

Net zoals in Brussel gebeurde op de actie van Extinction Rebellion?

Het is in feite een vorm van straatgeweld, hoewel weinigen het opmerkelijk genoeg ook bij de naam durven noemen. Dat is beslist niet het goede antwoord op politieke onrust en onvrede, dat weet de geschiedenis ons te vertellen. Het is bovendien een volksopstand die door steeds meer mensen gedragen wordt; men begijpt steeds beter dat met name het geglobaliseerde hyperkapitalisme voor steeds meer onrecht, ongelijkheid, vervuiling van de aarde en klimaatopwarming met alle gevolgen van dien leidt. Toen ik me afgelopen zomer in het werk van Rosa Luxemburg verdiepte was ik verbaasd om in haar hoofdwerk 'Die Akkumulation des Kapitals' (1916) te lezen dat zij deze gevolgen van ons economische systeem toen al voorspeld heeft. Het stemt me hoopvol dat steeds meer mensen de grotere verbanden zien en hun politieke vrijheid opeisen om neen te zeggen tegen het huidige beleid, le pouvoir de dire non, en dit protest om te zetten in politieke actie.

 

Hoe kunnen er ervoor zorgen dat het protest van vandaag levendig blijft?

Het begin is er. Maar er is meer nodig. Er zijn meer mensen nodig die zich aansluiten bij acties als Extinction Rebellion of andere klimaatprotestbewegingen. Er moeten meer mensen geïnspireerd worden om meer politiek gewicht in de schaal te leggen. ‘Hoe doe je dat?’ Ten eerste moet je kritisch bewustzijn over de status quo scheppen, en vervolgens moet je ook inspireren met mogelijke alternatieven. Van Luxemburg en Arendt leren we ook dat het heel belangrijk is je politiek te organiseren. Dat je niet het gevoel hebt dat je daar in je eentje staat met je spandoek tegenover multinationals die met ongeveer 1000 man bepalen hoe de hele wereld geregeerd ‒ en uitgebuit ‒ wordt. We zijn in het westen niet alleen van ons zelf maar ook van de anderen, en van de wereld, vervreemd geraakt. Dat moeten we weer zien te heroveren. Daarnaast moeten we nieuwe vormen vinden om ons politiek te organiseren. De opstand moet van onderop, dus van de mensen zelf komen, en niet van politieke partijen en vakbonden, leert Luxemburg ons, en vervolgens is het een soort drie-staps-sprong; informeren, inspireren en organiseren. Wat de eerste stap betreft; daar botsen we echter al gauw op het probleem van fake news. Het is mede veroorzaakt door de nieuwe technologie van het internet, maar net zo goed door liegende politici of door de valse beloftes van politici. Dat heeft de mensen argwanend gemaakt. ‘Wat is er nog waar?’, ‘Wie kan ik nog geloven?’, ‘Mooie praatjes maar we zien er niets van terug’. Deze argwaan heeft zich onder meer vertaald in een politieke onverschilligheid. We moeten hier bewust van zijn en deze onverschilligheid en argwaan pogen terug om te buigen tot politieke interesse met het geven van op feiten gebaseerde informatie. Het is bovendien belangrijk dat mensen zich opnieuw bewust worden van hun politieke vrijheid en dat ze deel uitmaken van een gemeenschappelijke wereld. Want zoals Hannah Arendt ons wist te vertellen leidt politieke desinteresse in het verleden vaak tot barbarij. Vrijheid en betrokkenheid vormen in haar optiek de kern van de menselijke existentie. Pas vanuit het Inter homines esse schrijft Arendt, het tussen mensen zijn, het met elkaar zijn, kun je weer interesse, aandacht en belangstelling opbrengen voor wat ons verbindt en voor wat ons bedreigt. Ja, er is veel werk aan de winkel en we mogen dit niet onderschatten, maar we moeten ook niet ontmoedigd raken en elkaar helpen.

 

Populistische uitspraken worden vandaag gebruikt om bepaalde groepen tegen elkaar op te zetten. Hier komt ook de splitsing tussen stad en platteland op de voorgrond.

Het is belangrijk om een bewustzijn te scheppen over hoe in de geschiedenis totalitaire bestuurders steeds angst gebruikten om het volk bang en gedwee te houden. De zogenaamde zondeboktheorie laat Hannah Arendt zien, het zaaien van angst voor een bepaalde bevolkinsggroep, is hier een bekend mechanisme. Een voobeeld. Cijfers die niet kloppen over vluchtelingenstromen moet je ontzenuwen en tonen dat deze niet correct zijn. Onderzoeken over milieu en klimaat moeten van fake news en dus van propaganda onderscheiden worden. Het begrip propaganda lijkt wellicht een beetje misplaatst in onze democratische samenleving maar ondertussen worden er wel degelijk bewust foute cijfers op ons losgelaten, en ontwikkelen politieke leiders al decennia onvoldoende beleid om de dreigende klimaatscenario’s die we al veertig jaar kennen tegen te gaan.

 

Hoe kunnen we vandaag terug een verbindend verhaal schrijven?

Als je nadenkt over wat hier het verbindende verhaal zou kunnen zijn, dan denk ik dat we moeten proberen om de door het kapitalisme ontstane egocentrische en individualistische gerichte samenleving om te buigen naar iets waar we weer gemeenschappelijkheid kunnen ervaren. Een mens is een sociaal wezen, een mens heeft anderen nodig om zich wel te voelen. Ten diepste worden we gekenmerkt door een verlangen naar verbondenheid. Dit verlangen is weggesijpeld in de op het individuele belang gerichte westerse samenleving. Mijn voorstel zou zijn om te proberen deze amor sui ‒ de liefde voor zichzelf, voor het eigen ego ‒ om te buigen naar de amor mundi, naar de liefde voor de wereld.

Het verlangen naar verbondenheid is niet alleen maar een politiek streven, het is ook om de mens weer geborgenheid te bieden. Het is niet enkel om een politieke agenda tegen klimaatopwarming of xenofobie uit te voeren maar ook belangrijk voor ons mentale welzijn. Als je kijkt naar onderzoeken over eenzaamheid en depressie zijn veel aspecten daarvan terug te brengen tot het op hol geslagen individualisme. We moeten opnieuw de vragen naar de menselijke conditie stellen. Hoe is de mens? Waar zitten zijn sterke punten? Waar zitten zijn zwakke punten? Hoe staan we er nu voor en waarnaar zijn we op weg?

Een ander aspect dat deel uitmaakt van de kern van de mens, is het vermogen tot creativiteit. Mensen zijn geboortelijke wezens, dat wil zeggen, we kunnen opnieuw beginnen. Hoe het tij ook tegenzit, we zijn met behulp van onze creatieve, talige, empathische en rationele vermogens in staat het roer om te gooen, een andere koers te voeren, het tij te doen keren. We kunnen immers beslissen dat we het morgen heel anders gaan doen. We zijn reflexieve, dialogische wezens, die over ons eigen handelen na kunnen denken. Dat wil dus zeggen dat we in staat zijn om ons handelen tegen het licht te houden, en afstand te nemen van onszelf en onze primaire driften en behoeftes. We kunnen beoordelen wat we van ons eigen handelen en dat van anderen vinden. Arendt laat keer op keer zien dat vanuit de socratische dialoog die we met onszelf voeren het creatieve vermogen ontstaat om een nieuw begin te maken, een nieuw initiatief aan te vangen. Als je geen afstand tot jezelf kunt nemen, noch enige reflectie op je eigen handelen kunt vormen, omdat je het veel te druk daarvoor hebt bijvoorbeeld, dan kun je alleen binnen de orde van hetzelfde functioneren. Steeds meer van hetzelfde; voorwaar een van de problemen van nu. Als we vastzitten in deze hyperkapitalistische, neoliberale samenleving, die zeer individualistisch op het eigen belang gericht is, lukt het ons dan nog wel om die dialoog te voeren? En kunnen we daarbij, wat de klassieke Griekse filosofen als de belangrijkste taak voor de mens zagen, nog wel zorg dragen voor onze ziel. Pas dan kunnen we ook voor anderen zorgen. De innerlijke dialoog draagt zo bij aan de amor mundi, het kunnen zorgen voor anderen. We moeten deze zorg voor de ander, voor de wereld op een hedendaagse manier vertellen. We moeten zoveel mogelijk mensen uitnodigen om aan dat verhaal mee te schrijven. We zijn niet tot een type ‘consumens’ terug te brengen, we zijn mensen in meervoud. We hebben verschillende achtergronden, mogelijkheden, talenten, verwachtingen en belangen. Als we die pluraliteit, die veelheid aan verhalen terug in de wereld krijgen en weten te vertalen naar politiek beleid, dan zal het met die wereld vanzelf weer wat beter gaan.

 

Nog een laatste vraag: Wat maakt jou hoopvol vandaag?

De jonge generatie die de straat op gaat. Onze hoop is altijd gericht op de nieuwe stappen die de nieuwe generatie maakt, en dat doet ze op dit moment met velen. Deze nieuwe generatie roept ons tot verantwoording, en dat is volkomen terecht. We wisten immers al eind jaren '80 dat Shell een groot onderzoeksrapport publiceerde dat de recente klimaatcrisis reeds aankondigde. We hebben dus blijkbaar met zijn allen besloten om daar veertig jaar maar niets mee te doen, het is bijna verbijsterend als je er over nadenkt. Waren het de politici die electorale belangen hadden? De multinationals die economische belangen hadden? Was het het systeem dat op egocentrisme aanstuurde? Is het de teloorgang van gemeenschappelijkheid? Wie zal het zeggen? Waarschijnlijk een combinatie van al deze factoren. Maar eigenlijk hadden we 40 jaar geleden al aan een duurzaamheidsbeleid kunnen werken waarbij de aarde minder gevaar zou lopen.

Het is de jonge generatie die mij hoop geeft, maar het zijn ook de grote denkers en schrijvers die ons zijn voor gegaan. We moeten ook niet vergeten dat we alleen goed op de toekomst kunnen zijn voorbereid, als we het verleden, de geschiedenis, het gedachtengoed van anderen en de diverse culturele tradities goed kennen. De geschiedenis verloopt niet als een rechte lijn, maar maakt lussen in de tijd. Vandaar dat ik het zinvol vond om afgelopen jaar enkele belangrijke aspecten uit het werk van Rosa Luxemburg, die ruim 100 jaar geleden werd vermoord, terug op de agenda te zetten. Zoals onder meer haar voorstel voor meer directere vorm van democratie, zoals burgerraden, maar ook haar pleidooi voor kritisch bewustzijn en het opzoeken van die gezamenlijke verbanden. We zijn niet enkel verbonden met onze eigen generatie, maar ook met de vorige en met de toekomstige. De mens is een in tijd verankerd wezen en ik zou soms willen dat we ons daar meer bewust van werden en niet alleen met de waan van de dag leven. Verbonden zijn met anderen, door de eeuwen heen, is niet alleen troostend en inspirerend, maar ook een remedie tegen de gevoelens van eenzaamheid die ons soms kunnen bekruipen. We zijn in tijd verzonken wezens zijn, die kunnen nadenken over het verleden en kunnen dromen over de toekomst en daar alleen al hoop aan kunnen ontlenen. Tijd is hoop, schreef Ernst Bloch, louter omdat de toekomst voor een deel ook ongewis en onverwacht is en een veld van mogelijkheden voor ons uitspreidt. Het is aan ons om heel bewust die mogelijkheden, die al in het nu verscholen liggen, te onderzoeken en creatief te maken.

En verder moeten we iets beter ons best gaan doen. Zo eenvoudig is het ook. Ons best doen door te proberen een goed en waardig leven te leiden en ons om de wereld en anderen te bekommeren. Zo schijft Rosa Luxemburg, als ze vanwege haar verzet tegen de Eerste Wereldoorlog al jaren in de gevangenis opgesloten zit, in een brief aan Sonja Liebknecht: ‘Ondanks alle ellende, alle moeilijkheden, zorgen en problemen, mag je nooit vergeten dat het allerbelangrijkste voor iedereen is om doodeenvoudig te proberen ‘ein guter Mensch zu sein. Ik denk dat veel mensen heel goed weten wat ze daaronder kunnen verstaan. Het is in feite een herneming van het Griekse begrip Eudaimonia, proberen een goede en waardige ziel te verkrijgen. Dat berust niet op materiaal gewin noch op macht, roem of strijd, maar op het streven naar waardigheid en goedheid. Misschien mag ik daar de schoonheid nog aan toevoegen. Eudaimonia, een vorm van een klassiek Griekse levenskunst die we vandaag terug van een eigentijds jasje kunnen voorzien. Waar de jongeren, de klimaatactivisten en de actievoerders van Extinction Rebellion in ieder geval hun best voor doen.

 

Interview  door Merlijn Derijcke, verschenen in Oikos 92

Read more...

Identiteitspopulisme en de kloof tussen ‘wij en zij’

18 december 2019 by Sociaal 86 Views
Mariyam Safi

Written by

Ik ben geboren in Afghanistan, een land dat uiteengebarsten is door etnisch nationalisme. Ik ben opgegroeid in een extreem regime waar minderheden geen basis mensenrechten hadden.  Ook toen was het eigen volk eerst. Juist om die reden vind ik het choquerend dat vandaag in België leden van minderheidsgroepen zich steeds harder moeten bewijzen. In het Afghanistan van de taliban moesten mensen kiezen tussen twee opties: of zich aanpassen aan het regime en dus een bepaalde levensstijl, een bepaalde mentaliteit en zelfs een bepaalde mening aannemen. Of afscheid nemen van het leven. In Afghanistan moesten minderheden bewijzen dat ook zij Afghaan waren. Zo mochten Hindoes hun doden niet cremeren. Zij waren een vreemdeling in het land waar ze geboren en getogen waren.  

Het is angstaanjagend hoe politiek en politici de wij-zij kloof steeds vergroten en hoe polarisatie steeds genormaliseerd wordt.

Het is angstaanjagend hoe politiek en politici de wij-zij kloof steeds vergroten en hoe polarisatie steeds genormaliseerd wordt. Zijn we het afhak-beleid van de taliban ontvlucht om te leven in een land dat geleid wordt door een politiek van populisme en polarisatie? Neen, mijn ouders wilden mij een toekomst geven in een maatschappij waar menselijke waardigheid, wederzijds respect, tolerantie, diversiteit en tal van andere nobele waarden en normen hoog in het vaandel staan. Wij zijn gevlucht uit een maatschappij tijdens de hoogdagen van het extremisme, dit terwijl vandaag in ons Vlaanderen identiteitspopulisme triomfantelijk zegeviert. 

Ik heb mogen proeven hoe het is om te leven in een samenleving waar de een ‘eigen volk’ is en de ander een tweederangsburger.

Ik heb mogen proeven hoe het is om te leven in een samenleving waar de een ‘eigen volk’ is en de ander een tweederangsburger.

Als de Belgen met andere origine van de tweede en derde generatie door politici nog altijd beschouwd worden als gasten, wat is dan de status van nieuwe Belgen en hoe zit het dan met nieuwkomers? Ben ik dan een vreemdeling tot de derde macht? 

Deze éne zin: “mensen zoals u en ik, met een migratieachtergrond, moeten zich bewijzen”, heeft de identiteit van heel wat Vlamingen afgekraakt. Mensen met een migratieachtergrond werden in één zin afgeschilderd als tweederangsburgers. Als mensen die hier niet thuishoren. Mensen die steeds moeten bewijzen dat ze lid willen blijven van een samenleving, die ze mede in stand houden. Mensen die steeds hun dankbaarheid moeten uiten. Mensen zoals ons zijn sowieso dankbaar voor de kansen die zij gekregen hebben en voor de kansen waarvoor zij gevochten hebben.

Mensen zoals ons vergeten vaak dat zij van ergens anders komen tot politici hen daaraan herinnert.

Mensen zoals ons zien Vlaanderen als hun thuis en België als hun land. Mensen zoals ons vergeten vaak dat zij van ergens anders komen tot politici hen daaraan herinnert. Het is verontrustend dat een politica met migratieroots zegt dat wij onszelf en onze dankbaarheid moeten bewijzen. Haar woorden zijn beledigend naar de nieuwe Vlamingen toe, die inmiddels perfect geïntegreerd zijn en sluit Vlamingen met migratieroots die hier geboren en getogen zijn uit. 

Zij dacht dat ze een Vlaming was tot ze werd aangesproken als een derde generatie migrant

Burgers baren zich zorgen over de toekomst van Vlaanderen. Ze zijn bang dat politiek in Vlaanderen alsmaar kouder zal worden. 

Burgers baren zich zorgen over de toekomst van Vlaanderen. Ze zijn bang dat politiek in Vlaanderen alsmaar kouder zal worden. Een deel van de maatschappij vreest dat ze uitgesloten zullen worden van het publieke leven en de arbeidsmarkt. Zo stuurde een vriendin van mij die hier geboren en getogen is - wiens ouders hier geboren en getogen zijn- en zich dagelijks inzet voor een beter Vlaanderen, me onlangs een berichtje. Haar bezorgdheid luidt als volgt: “Mariyam, ik voel me steeds minder thuis in Vlaanderen. Ik doe mijn job zo graag. Ik geef zo graag les, wat moet ik doen als ik straks geen les meer mag geven?” 

Moet ze haar masterdiploma aan de muur hangen? Of moet ze bewijzen dat ze een Vlaming is en haar hoofddoek uitdoen? Ze is dankbaar voor de kansen die ze gekregen heeft. Ze is hoogopgeleid. Ze geeft les met passie. Lesgeven met passie is haar manier om haar dankbaarheid te uiten en te bewijzen dat ook zij een Vlaming is net zoals Anna of Lisa dat zijn. Met pijn in het hart heeft ze al een plan B uitgewerkt, niet langer als leraar, om toch actief te blijven in de arbeidsmarkt en bij te dragen tot een welvarend Vlaanderen.  

De voorbije legislatuur riepen nationalisten luidkeels integratie, maar eisten in de praktijk assimilatie. Het ergerde mij al dat politici bepaalden wat vrouwen moeten dragen. Hoe zal integratie verder ingevuld worden? Moeten Vlamingen met een andere origine hun naam of huidskleur veranderen om zich te kunnen bewijzen?

Vlaanderen is een warm thuis voor ons allen 

Multiculturaliteit en diversiteit tegenhouden in een moderne samenleving als de onze is hetzelfde als de maatschappij verlammen. Wij zijn een diverse en multiculturele samenleving. Vlaanderen is een warm thuis voor ons allen. Juist daarom moeten we als samenleving durven het dialoog aan te gaan. Het is heel makkelijk om in één zin de identiteit van een deel van de samenleving af te pakken. Het is heel makkelijk om het wij-zij denken te versterken en mensen uit te sluiten. 

Vlaanderen is een warm thuis voor ons allen. Juist daarom moeten we als samenleving durven het dialoog aan te gaan.

Wij zijn een diverse en multiculturele samenleving. Vlaanderen is een warm thuis voor ons allen. Juist daarom moeten we als samenleving durven het dialoog aan te gaan. Onwetendheid zorgt voor angst. Het is aan ons om ons open te stellen voor onze medemensen. We moeten het voortouw nemen en elkaar de hand reiken en elkaar te begrijpen. Wij moeten streven naar een samenleving waarin we allemaal gelijkwaardig kunnen deelnemen & samen-leven.

Mariyam Safi is een van de vele interessante sprekers dit jaar op Ecopolis19, het jaarlijks rendez-vous voor wie begaan is met een duurzame toekomst. Ontdek hier het volledige programma.

Read more...

Duurzaamheid voor iedereen

18 december 2019 by Sociaal 97 Views
Mariyam Safi

Written by

Ongeveer een jaar geleden kwamen er maar liefst 70.000 mensen in Brussel op straat om rechtvaardigheid voor ons gemeenschappelijke moeder, de aarde te eisen. Na deze grote betoging, volgde er iets onverwachts: onder leiding van Anuna De Wever en Kyra Gantois kwam er een jeugdige klimaatrevolte op gang. De dappere scholieren werden aangemoedigd door de studenten en de grootouders en later zelfs door de leerkrachten. Kortom, er ging het voorbije schooljaar geen week voorbij zonder klimaatbetogingen als hot topic. 

De jonge klimaatbetogers hebben heel wat steun gekregen, maar ze zijn ook niet gespaard geweest van kritiek.

Het nieuwe schooljaar is al een paar weken bezig. Ook het nieuwe academiejaar is reeds begonnen. De jonge klimaatbetogers hebben heel wat steun gekregen, maar ze zijn ook niet gespaard geweest van kritiek. Nieuwsgierige mensen vroegen zich af hoe duurzaam deze helden zelf leven. 

De strijd die Greta in haar eentje begonnen was, wordt inmiddels wereldwijd door gevoerd. Greta is met de boot naar de Verenigde Staten en zelfs in Afghanistan wijden jongeren hun vrijdagen aan het strijd voor klimaat. 

Wij zijn de verandering 

De Indiase volksheld Gandhi sprak ooit de legendarische woorden: “Wees de verandering die je in de wereld wil zien”. Wanneer het aankomt op sociale en ecologische rechtvaardigheid dan begint de verandering bij onszelf. Wij kunnen mee de verandering teweegbrengen. 

Duurzaamheid wat is dat? 

Duurzaamheid is een centraal begrip geworden sinds het Brundlandt-rapport van de VN uit 1987. Met duurzame ontwikkeling bedoelt men dat we in de huidige menselijke behoeften voorzien zonder de behoeften van toekomstige generaties ernstig in gevaar te brengen. We kunnen het begrip ‘duurzaamheid’ verduidelijken aan de hand van de metafoor van geld lenen. Als je steeds meer geld leent, begint je totale schuld te ontsporen. Dit doen we op dit moment met de planeet. De mens doet alsof er geen ecologische schuld bestaat, in de vorm van verloren natuurgebieden, opgestapelde CO2-uitstoot en uitstervende diersoorten. Ook al lijkt de samenleving en economie op dit moment goed te draaien, vroeg of laat zal de natuur zich wreken op ons, zoals een deurwaarder die plots op de deur klopt. 

Kenmerkend aan duurzaamheid is dat het sommige mensen afschrikt.

Kenmerkend aan duurzaamheid is dat het sommige mensen afschrikt. ‘Duurzaam’ wordt al snel als synoniem beschouwd van ‘duur’. Duurzaam leven wordt dan ook beschouwd als een luxeverschijnsel, een levensstijl die enkel mogelijk is voor rijke autochtone gezinnen. 

Ecologische en sociale rechtvaardigheid 

In principe zou het niet moeilijk mogen zijn om een duurzame levensstijl aan te nemen. Het is de taak van overheid om van duurzame keuzes de gemakkelijkste keuzes te maken voor de burger. In een moderne samenleving moet het voor de burger mogelijk zijn om een duurzaam leven te leiden zonder zich zorgen te maken over geld. 

In een ideaal scenario is de consumptie van een product sociaal rechtvaardig als het onder menswaardige arbeidsomstandigheden is geproduceerd en tevens betaalbaar is voor de consument. 

Op dit moment strijden ecologische en sociale rechtvaardigheid nog te vaak met elkaar. De ecologische alternatieven zijn vaak duurder. De consument wordt voor een dilemma geplaatst. In de supermarkt vindt hij veel goedkope producten die op een onrechtvaardige en weinig duurzame manier gemaakt zijn. Goedkope producten, zoals kleding, zijn vaak gemaakt door vrouwen en kinderen die in barre omstandigheden moeten werken, vergelijkbaar met de omstandigheden in de tijd van Daens, in de textielindustrie van het negentiende-eeuwse België. Deze vrouwen en kinderen werken zich kapot zodat wij grenzeloos en goedkoop kunnen consumeren.  Ook dit soort productie is niet duurzaam, omdat er sociale rechtvaardigheid ontbreekt (nog los van de milieu-impact van deze industrie).

Toch is het mogelijk om een levensstijl aan te nemen die zowel ecologisch als sociaal rechtvaardig is.

Toch is het mogelijk om een levensstijl aan te nemen die zowel ecologisch als sociaal rechtvaardig is. We kunnen wel degelijk consumeren zonder te veel te vervuilen, zonder dat dit meer hoeft te kosten. Ecologische rechtvaardigheid en sociale rechtvaardigheid zijn twee wielen van eenzelfde fiets. 

Duurzaamheid is een menselijke plicht 

Zorg dragen voor het milieu en zuinig leven zijn altijd al een globaal gegeven geweest. Zorg voor het milieu en de natuur heeft ook een spirituele dimensie. Zuinig leven en zorg voor natuur worden voorgeschreven door verschillende religies. Het boeddhisme streeft eveneens naar harmonie leven tussen de leefwereld en de natuur, waarbij verspilling wordt afgekeurd. Ook veel natuurvolkeren hechtten vroeger (en nu nog steeds) belang aan sober leven. De bekendste inheemse culturen hadden een band met de natuur. De mens was een deel van de natuur en voelde zich ermee verbonden. Zelfs vandaag de dag leven deze inheemse volkeren ver van de consumptiesamenleving. 

De drie grote monotheïstische religies schrijven traditioneel een simpel en zuinig leven voor. Volgens de oudste monotheïstische religie, het jodendom, is de natuur gegeven aan de mens en is het de plicht van de mens om zorg te dragen voor de natuur. The Big Green Jewish Website is een website volledig gewijd is aan duurzaamheid. Ook het christendom hecht veel belang aan de spirituele band met de natuur. De mens heeft de taak om zorgvuldig om te springen met de Schepping. Hij mag geen roofbouw plegen, want hij is aangesteld door God als de rentmeester van de natuur, niet als de bezitter ervan.

De opvoeding die mijn broers, zussen en ik thuis hebben gekregen, bevatte zowel islamitische als pre-islamitische elementen. De natuur is in harmonie en wij moeten die harmonie bewaren. Het is de plicht van iedere moslim om bijvoorbeeld geen water en voedsel te verspillen. Ik heb geleerd om mijn spullen te hergebruiken of aan iemand te geven die het verder kan gebruiken. Een goede moslim leeft zuinig. 

Maar vandaag de dag leven we in een consumptiemaatschappij, waar wij steeds meer blijven consumeren. Niet omdat het noodzakelijk is.

Maar vandaag de dag leven we in een consumptiemaatschappij, waar wij steeds meer blijven consumeren. Niet omdat het noodzakelijk is om te voorzien in onze behoeftes, maar eerder om mee te zijn met de nieuwste hypes of trends. Waar de nieuwste kledingcollecties, smartphones en automodellen elkaar in snel tempo opvolgen. Wij leven in het tijdperk van de miljoenen merken. 

Wij putten onszelf en de aarde steeds verder uit. Wij willen de nieuwste producten hebben en om die spullen te hebben, werken we ons te pletter. Aan de andere kant van de wereld worden vrouwen en kinderen uitgebuit zodat wij steeds nieuwe spullen kunnen kopen, die wij niet eens allemaal nodig hebben. Aan de andere kant van de wereld worden bossen gekapt en dieren gekweekt opdat wij zouden kunnen blijven consumeren. 

Zorg dragen voor de natuur is de plicht van ons allemaal. Het overstijgt partijpolitiek, kent geen kleur en is zeker niet beperkt tot een bepaalde religie, levensbeschouwing of een bepaalde sociale klasse. De aarde is een moeder voor ons allen en de strijd voor haar gezondheid is een plicht van één ieder. Of we nu autochtoon zijn of allochtoon, rijk of arm, blank of gekleurd, hier geboren of elders, gelovig of ongelovig, jong of oud: de aarde is ons gezamenlijk huis. Juist daarom moet ieder van ons zorg dragen voor de planeet. 

Op 10/11 spreekt Mariyam Safi op Ecopolis #GenerationHope, in het Kaaitheater, Brussel. Waar ze samen met denkers, auteurs en andere jonge klimaatactivisten in gesprek gaat over een duurzame toekomst op een leefbare planeet. Ontdek hier het volledige programma

Geschreven door Mariyam Safi en Thomas Rotthier.

Read more...

Als je echt bekommerd bent over het aantal mensen dat zich zorgen maakt over het einde van de maand, zwijg je niet over de klimaatverandering

11 juli 2019 by Sociaal 1059 Views
Jan Mertens

Written by

In het debat over de toekomst van de sociale zekerheid lijken beschouwingen over klimaatverandering en planetaire grenzen nog vaak ver weg. Alsof het twee verschillende discussies zijn. Dat zou weleens een strategische vergissing kunnen zijn stelt Jan Mertens, medewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling en lid van de Denktank Oikos in Knack

Zullen we in de toekomst een goede sociale bescherming kunnen garanderen aan alle burgers en zo een vorm van zekerheid houden in tijden van toenemende onzekerheid? Het zijn cruciale vragen. We staan voor ingewikkelde en 'disruptieve' tijden. Dingen die we vanzelfsprekend vonden, zouden dat weleens helemaal niet kunnen zijn. Ongemakkelijke waarheden houden we liever op afstand. Het is moeilijk de omvang van de klimaatcrisis werkelijk te vatten, net omdat die ons verplicht om dingen in vraag te stellen die we liever niet in vraag stellen.

Dat je in een begrensde wereld eindeloos zou kunnen groeien is een van die ideeën. Het is een erg aanlokkelijk idee. Het vormt de basis van ons sociaal contract. Als de koek altijd groter kan worden, kun je als het ware de armen rijker maken zonder de rijken armer te moeten maken.

Het idee van ontwikkeling begrepen als groei geeft een perspectief. Het is het beeld van een soort snelweg waar sommigen al op zitten, en anderen nog niet.

Vroeger spraken we over 'ontwikkelde' en 'onderontwikkelde' landen. Dat idee geldt mondiaal tussen landen maar ook intern in landen. Het geloof dat groei mogelijk is, geeft ruimte voor verwachtingen. Wie minder heeft, kan geloven dat zij of hij straks meer zal hebben.

De klimaatcrisis bedreigt dat geloof dat we als een zekerheid zijn gaan beschouwen. Mensen voelen intuïtief aan dat er iets schort. Ze voelen - in het beeld van de snelweg - aan dat sommigen daar rustig een heel stukje hebben kunnen rijden terwijl anderen er nooit op zullen geraken. Wie zo uit de boot dreigt te vallen, heeft in wezen nog meer nood aan sociale bescherming. Als je je sociale zekerheid echter bouwt op het geloof in voortdurende economische groei die de planeet verder aantast, verzwak je net datgene wat je nog meer nodig zult hebben.

In het debat over de toekomst van de pensioenen merk je al dat we proberen om op basis van wat we in de toekomst verwachten betere keuzes in het nu te maken. Moeten we al of niet langer werken en hoe verdelen we op een eerlijke wijze de lasten zodat de fundamenten van het pensioenhuis in de toekomst niet in het gedrang komen? Veel academici proberen diepgaand na te denken over de uitdagingen van de sociale zekerheid van de toekomst, als tegengewicht tegen het soms wel erg kortzichtige debat in de politiek. De FOD Sociale Zekerheid is ook bezig met een toekomstdebat. Sommige dimensies zouden in dat debat echter meer aandacht mogen krijgen. Alleszins in het publieke debat lijkt het vaak alsof beleidsdiscussies over enerzijds klimaat en anderzijds sociale zekerheid telkens in verschillende kamers worden gevoerd. Het zijn verschillende ministers, verschillende departementen.

We zien milieuproblemen nog vaak als een beetje 'vervelend', als dingen die we moeten 'oplossen' zodat de economie verder kan groeien.

In onze toekomstberekeningen voor de sociale zekerheid zien we toenemende behoeften. We gaan ervan uit dat de economie zal blijven groeien en dat we zo meeropbrengsten realiseren die we kunnen investeren. Zodra de groei vertraagt, neemt de sociale spanning toe. Het sociaal contract komt onder druk. Het zogenaamd 'realistische' antwoord aan conservatieve of rechtse kant is om sociale rechten te verminderen, door grotere eigen verantwoordelijkheid of door het idee dat je 'vreemden' uit je systeem zult kunnen duwen, waardoor het voor de 'eigen' mensen overeind blijft. Als de financieringsbasis in het gedrang komt, nemen de potentiële sociale dilemma's toe. Dus is het wel handiger om je maar niet af te vragen of economische groei zoals we die nu kennen wel mogelijk is in de reële wereld.

Er is echter wel degelijk een fundamenteel probleem. We beschouwen voortdurende economische groei als een vooronderstelling die stabiliteit zou moeten leveren aan ons toekomstig maatschappijmodel. De sociale herverdeling, via de sociale zekerheid, steunt op die manier op het geloof dat we steeds meer zullen kunnen produceren en consumeren. Dat geloof zorgt echter in de feiten voor een toenemende instabiliteit. We gaan ervan uit dat 'groene groei' mogelijk zou zijn, voor de hele wereld en voor een lange periode. Die overtuiging gaat uit van het idee van een 'absolute ontkoppeling': het idee dat de impact op de planeet in absolute termen snel en voortdurend kan blijven dalen, waardoor je zou kunnen blijven groeien. In die redenering denkt men dat een grotere efficiëntie door technologie op zich de problemen oplost. In werkelijkheid zien we dat de voortdurende groei alle technologische winst opeet.

We hebben zuinige wagens, maar we rijden er meer mee, daar komt het op neer. Opgeteld blijft de druk op de planeet stijgen, weliswaar op 'efficiënte' wijze...

In het recente EU-rapport dat de voortgang naar de SDGs meet, lezen we: "For both energy and material use, only relative decoupling from economic growth is visible." We zetten stappen achteruit, in plaats van vooruit.

Klimaatapartheid

Het zou goed zijn als we discussies over de toekomst van de sociale zekerheid niet langer in gescheiden kamers voeren. Het klinkt misschien goed als in verkiezingscampagnes zelfs linkse politici zeggen dat het klimaatbeleid de verworvenheden van de welvaartsstaat niet mag bedreigen. De werkelijkheid is dat de klimaatverandering zelf en het onzorgvuldig gebruik van grondstoffen dat nu al volop doen. De International Social Security Association publiceerde enkele jaren geleden een erg interessant rapport over deze kwestie. Klimaatverandering vergroot nu al de ongelijkheid tussen mensen en zal, onder meer door extreem weer, zorgen voor veel meer mensen die bescherming nodig zullen hebben. Dat zal mee zorgen voor toenemende migratie. Naarmate de natuurlijke basis waarop onze economie steunt verder aangetast wordt, neemt ook de economische schade toe. De maatschappelijke kost van het niet voeren van klimaatbeleid is erg groot, wat dus potentieel minder geld voor de sociale zekerheid betekent. Heel wat financiële middelen bedoeld voor sociale bescherming zijn belegd in niet-duurzame bronnen en dreigen verloren te gaan. Door de klimaatverandering zullen met name de armste en meest kwetsbare mensen nog meer geconfronteerd worden met gezondheidsproblemen. Als we in het volle besef van die uitdagingen blijven geloven dat we er wel zullen komen door te vertrouwen op een voortdurende (groene) groei, dan nemen we een te groot risico. Recente protesten en verkiezingsresultaten maken ondertussen duidelijk dat de bewust nagestreefde eenzijdige economische globalisering niet alleen winnaars heeft opgeleverd. Erg veel mensen beseffen dat ze onvoldoende beschermd zijn.

Het is gemakkelijk om in clichés over de klimaatverandering te praten, om zo het debat uit de weg te gaan. Als je echt bekommerd bent over het aantal mensen dat zich zorgen maakt over het einde van de maand, zwijg je niet over de klimaatverandering.

Als niet meer mensen zich zorgen gaan maken over het einde van de wereld (en naast zich zorgen maken ook bereid zijn om hun privileges in vraag te stellen), zullen nog meer mensen zich zorgen moeten maken over het einde van de maand. De klimaatcrisis verscherpt het verdelingsvraagstuk. Als we het debat voor ons uitschuiven zal waarschijnlijk de steun groeien voor die krachten die sociale rechten willen afbouwen, en dat mag niet het perspectief zijn. Sociale rechten blijven garanderen in de toekomst wil dus zeggen dat we als een voorwaarde daartoe moeten nadenken over een economisch systeem met een veel kleinere ecologische voetafdruk en met een structurele aanpak van de ongelijkheid. Een erg ambitieus rechtvaardig klimaatbeleid voeren is dus in wezen al een vorm van proactief sociaal beleid.

Een recent rapport van de UN Special Rapporteur on extreme poverty and human rights waarschuwde onlangs al voor een vorm van 'klimaatapartheid' in de toekomst. Wie rijk genoeg is zal zich kunnen beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Zijn boodschap voor een toekomstige sociale zekerheid is helder: "Climate change threatens to undo the last fifty years of progress in development, global health and poverty reduction.

"Het is hoog tijd dat we in het debat over de toekomst van de sociale zekerheid volwaardig de realiteit van de planetaire grenzen betrekken. Dat zal niet eenvoudig zijn, maar we mogen het niet uit de weg gaan. Daarbij moet er ook structurele aandacht zijn voor het nadenken over een economisch model dat geen voortdurende groei nodig heeft. Dat reflectieren over een stabiel model van 'post-groei' mogelijk is, zie je onder meer in Duitsland, waar er daarover een studie verscheen. Het zou goed zijn als we in ons land zorgen voor veilige dialoogplekken waar academici, sociale partners en andere middenveldorganisaties en politici kunnen nadenken over de contouren van zo'n model, en dat met als bedoeling de sociale zekerheid overeind te houden, ook in tijden van klimaatverandering en post-groei.

Jan Mertens schreef dit artikel voor Knack op 10/07/2019. 

Read more...

Minder vliegen is heel sociaal

04 juli 2019 by Sociaal 462 Views
Jan Mertens

Written by

'In de klimaatdiscussie wordt het sociale argument soms nogal ruim gebruikt. Niet om te pleiten voor meer gelijkheid, maar wel om een ecologisch gulzige levensstijl te verdedigen die zelf leidt tot meer ongelijkheid', schrijft Jan Mertens van Oikos voor De Doordenkers van Knack.be.

Terwijl buiten de recente hittegolf aangeeft wat de volgende jaren het nieuwe normaal zal worden, wurmen deze dagen duizenden mensen zich in de vertrekhal van de luchthaven. Ze willen weg uit de sleur, naar 'ergens'. Ze rekenen er waarschijnlijk wel op dat er daar een goede airco zal zijn. Ze hopen ook dat ze vooral geen last zullen hebben van morrende arbeiders die in de onderwereld van de luchthaven in moeilijke omstandigheden de bagage moeten verwerken en prikacties hebben aangekondigd. Aan die sociale kwestie willen we liever alleen een beetje aandacht geven op een rustig moment in het jaar, als er niemand het vliegtuig neemt. Velen voelen het tegelijk misschien als een soort sociaal recht, het vliegtuig nemen tegen een zo laag mogelijke prijs.

In een interview in het radionieuws zei een van de vertrekkers op de vraag waarom hij naar Praag ging: 'Het vliegtuig is goedkoop en het bier is goed daar.' Misschien zijn sommigen ook wel een beetje bang. Dat het zo warm wordt in Spanje en Frankrijk, dat was nu ook weer niet de bedoeling. Ze hadden bij de recente verkiezingen het klimaat toch weggestemd? Kan de overheid, of kunnen de 'anderen' er niet voor zorgen dat die 'hype' van het klimaat ophoudt en dat we gewoon op vakantie kunnen vertrekken?

Minder vliegen is heel sociaal

Je moet al erg veel moeite doen om niet te merken dat er wel erg veel berichten in het nieuws komen over extreme weersomstandigheden. In India waren er de voorbije weken temperaturen van boven de 50°C. Laten we zeggen dat er ondertussen meer dan voldoende bewijzen zijn dat de klimaatverandering volop bezig is, ook bij ons, en dat alles erop wijst dat meer extreem weer frequenter zal voorkomen. Het is merkwaardig hoezeer we blijkbaar nog steeds een vervelende werkelijkheid uit beeld kunnen houden. Gewoon een airco meer zetten, denken velen. Dat is iets als: bomen kappen om het bos te redden. Men verwacht dat tegen 2050 de mondiale energievraag voor koeling maal drie zal gaan. Waarmee we - zonder drastisch ander beleid - de klimaatverandering alleen maar zullen versnellen. En zo ook de ongelijkheid die er het gevolg van is.

De werkelijkheid heeft ook rechten. Binnen de korte tijd die we nog hebben om de klimaatomslag te maken ook nog eens het vliegverkeer fors laten groeien, dat kan eigenlijk helemaal niet. Een recent rapport van het Europees Milieuagentschap en de luchtvaartsector zelf maakt het voldoende duidelijk voor wat de EU betreft. Het aantal vluchten zal nog met zeker 42% toenemen tussen 2017 en 2040. Tegen 2040 zullen emissies van CO2 met 21% en van NOx met 16% toenemen. Uit het rapport blijkt duidelijk dat de groei het probleem is. Technologische verbeteringen volstaan niet om die te compenseren. En terwijl de luchthaven van Zaventem geweldig veel moeite doet om zichzelf als 'groen' te profileren, blijkt uit een onderzoek van de VUB en de UAntwerpen dat de luchthaven slechts 0,23% van zijn reële CO2-uitstoot rapporteert.

Zonder forse koerswijziging zal alleen al het toeristisch luchtverkeer de hele klimaatruimte van het akkoord van Parijs innemen. Tegelijk weten we ook dat de klimaatverandering vandaag al de ongelijkheid tussen rijk en arm doet toenemen, ook in Europa. In de steden kun je bijna perfect voorspellen waar de impact door hittestress het grootst zal zijn. Kwetsbare bevolkingsgroepen wonen vaak in huizen van lagere kwaliteit, hebben vaak een meer kwetsbare gezondheid, kunnen niet genieten van heel wat fiscale woon- en energiemaatregelen die vooral op de betere middenklasse zijn gericht en hebben ook niet de middelen om even naar de andere kant van Europa te vliegen. Klimaatverandering is zelf een sociale kwestie. Wereldwijd is het zo dat zij die het minst verantwoordelijk zijn voor de klimaatverandering er de zwaarste prijs voor betalen.

Een verworven levensstijl is op zich niet sociaal, als de voetafdruk daarvan bijdraagt aan ongelijkheid, en dus op minder kansen op een waardig leven voor anderen.

Het valt op hoe in dat hele debat sociale argumenten nogal eens erg selectief of bewust misleidend worden gebruikt. Dat kwam al zeer goed aan bod in een recent artikel van Tine Hens in Mo. Zo lang we discussiëren in termen van rijk of arm is het debat vaak nogal 'veilig', want de rijken, dat zijn toch altijd de anderen... We moeten het debat voeren over de ecologische voetafdruk. In een begrensde wereld is een te grote voetafdruk asociaal. Er kan niet iets bestaan als een individueel 'sociaal recht' op zoveel mogelijk, zo goedkoop mogelijk en zo ver mogelijk vliegen, ook al zijn velen dat zo gaan beschouwen en ook al voelen velen het idee van minder vliegen aan als een inperking van een verworven levensstijl. Het is zinvol om de woorden nauwkeurig te gebruiken. Een verworven levensstijl is op zich niet sociaal, als de voetafdruk daarvan bijdraagt aan ongelijkheid, en dus op minder kansen op een waardig leven voor anderen.

Wereldwijd heeft slechts een minderheid van de mensen ooit in een vliegtuig gezeten. Het is dus helemaal niet zo dat 'iedereen' vliegt, het is in de feiten een privilege. Een privilege dat sociaal niet neutraal is. Als de klimaatverandering ontspoort, en in de richting van + 4°C gaat, zullen grote delen van de wereld quasi onbewoonbaar worden. Waar zullen die mensen naartoe gaan? Zullen alleen rijke mensen in hun door privéfirma's bewaakte gebouwen met airco recht hebben op een waardig leven? Het doel om de klimaatverandering de volgende jaren door ambitieus beleid richting + 1,5°C te brengen is dus op zich al een sociaal doel, laten we dat vooral niet vergeten.

Het is zorgwekkend als zelfs sommige groene politici de indruk lijken te wekken dat je zou moeten kiezen tussen klimaatbeleid en een sociaal-progressief beleid.

Het is zorgwekkend als zelfs sommige groene politici de indruk lijken te wekken dat je zou moeten kiezen tussen klimaatbeleid en een sociaal-progressief beleid. Het tegendeel is waar, of zou waar moeten zijn. We moeten wel de vraag goed stellen. Is de sociale kwestie dat de arme mensen nog niet genoeg vliegen? Of is de sociale kwestie dat de ecologisch gulzigen te veel vliegen? Sociaal beleid gaat volgens mij over het garanderen van de grondrechten van alle burgers nu en in de toekomst, niet over het verdedigen van een ecologisch te gulzige levensstijl van sommigen.

Stel dat we ervan uitgaan dat we enerzijds vliegen als potentieel aangenaam en verrijkend beschouwen en dat we anderzijds de ecologische voetafdruk van onze manier van leven drastisch moeten verkleinen. Dan kun je de contouren zien van wat we sociaal zouden kunnen noemen. Als vliegen ten eerste zo geweldig is, dan zijn er geen argumenten waarom onze kinderen en kleinkinderen het niet meer zouden mogen. Minder vliegen nu zodat anderen later het ook nog kunnen is dus sociaal. Ten tweede zou het goed zijn dat onze sociale bekommernis toch ook meer gaat naar de mensen die het slachtoffer zijn van het lagekostenmodel dat we normaal zijn gaan vinden. Minder vliegen en er meer voor betalen, zodat ook wie onze koffer moet verslepen een eerlijk loon krijgt, dat is sociaal. En mensen in het Zuiden die alleen via toerisme een inkomen kunnen verwerven kunnen we ook helpen door aan hen eerlijke internationale handelsrelaties te bieden en hun grondstoffen niet te plunderen. Een chaotische klimaatverandering zal trouwens ook die toeristische bestemmingen onleefbaar maken.

Met betere technologie (efficiëntere motoren, andere brandstoffen of mogelijk ooit elektrisch vliegen), fiscale verschuivingen en efficiënter beheer van de luchthavens kunnen we stappen vooruit zetten, maar die zullen niet volstaan om de forse groei van het luchtverkeer en zo de stijgende negatieve milieu-impact - die zich dus in sterke mate sociaal uit - op te vangen. Hoe we het ook draaien of keren, met welke communicatietechnieken we het ook verpakken, we zullen moeten praten over een vorm van 'minder'. Met een moedig sociaal beleid kunnen we ervoor zorgen dat het in de eerste plaats de ecologisch gulzigen zijn die hun voetafdruk gaan verkleinen, en zo ecologische ruimte creëren waardoor ook anderen uitzicht krijgen op een waardig leven. Ook heel wat mensen die zichzelf geweldig progressief en milieubewust vinden zouden eens eerlijk in de spiegel moeten kijken.

Als we door een omvattend en ambitieus beleid ervoor kunnen zorgen dat we de voorziene groei van het luchtverkeer kunnen inperken - en dat kan alleen als minstens sommigen minder gaan vliegen - dan hebben we daarmee iets gedaan dat heel sociaal is. 

Jan Mertens lid van de Denktank Oikos schreef dit artikel voor de doordenkers van Knack op 03/07/2019.

Read more...

Vertel ons niet wanneer we naar buiten mogen gaan

09 mei 2019 by Sociaal 1758 Views
Mariyam Safi

Written by

Hoe vaak ben ik al op straat aangesproken en nagefloten? Ik ben de tel kwijt. België telt 5.778.164 vrouwen. Vraag je maar eens af hoeveel nare verhalen en scenario’s die vrouwen samen moeten meesleuren.

Negentien jaar geleden heeft mijn vader alles wat hij lief had in Afghanistan achtergelaten om naar België te emigreren. Hij wilde mijn zus en ik de kans bieden om als vrouw in vrijheid en veiligheid te kunnen leven. Na het nieuws over de moord op Julie, kwam mijn vader naar ons. Met een krop in de keel zei hij: ‘Ik had nooit gedacht om deze woorden in dit land te moeten uitspreken, maar lieve dochters van me, wees alsjeblieft voorzichtig.’

Altijd en overal veilig?

Als kind werd ik in Afghanistan meermaals lastiggevallen op straat. Daar kon ik niet veilig vrij rondlopen, zelfs kleine meisjes werden op straat aangeraakt en betast door wildvreemde mannen. Daar leefde ik in angst. Wij zijn niet helemaal naar België gekomen om in angst te leven. Ik wil mijn vrijheid niet beperken om te kunnen overleven. Ik wil dat mijn zus leeft, ervaart en leert in vrijheid en veiligheid. Ik wil dat ze op eender welk tijdstip haar fiets kan nemen en van de ene kant van de stad naar de andere kan fietsen zonder dat een vriendin aan de andere kant van de telefoon de wacht moet houden.

Het is choquerend dat een vrouw in België in het jaar 2019 het slachtoffer wordt van een man met een zwaar gerechtelijk verleden. In onze moderne samenleving moet een vrouw veilig kunnen zijn, altijd en overal. De vrijheid van de vrouwen wordt beperkt, precies omdat daders van gendergerelateerd geweld vrij rondlopen.

Seksueel geweld tegen vrouwen is meer dan seksueel grensoverschrijdend gedrag, het is ruimer dan verkrachting of aanranding. Het omvat eender welke vorm van gender¬gerelateerd geweld. Dat begint op straat bij nafluiten en ongewenste aanrakingen. Vrouwen die herhaaldelijk nagefloten en lastiggevallen worden op straat kunnen dat ervaren als een aantasting van de identiteit en de menselijke integriteit. Ook dat is een vorm van geweld: psychisch seksueel geweld.

Vrouwen zijn geen lustobjecten

Leg vrouwen geen beperkingen op, vertel ons niet hoe we ons moeten kleden en wanneer we naar buiten mogen gaan. Leer jongens hoe ze zich moeten gedragen.

Leer mannen dat vrouwen geen lustobjecten zijn. Leer de maatschappij dat elke vorm van seksueel geweld absoluut onaanvaardbaar is.

Deze dader had vast moeten zitten. Justitie heeft gefaald en Julie heeft de prijs betaald. Bij gendergerelateerd geweld hervallen daders vaak, verkrachters blijven na een veroordeling vaak verkrachten. De milde straffen, de straffeloosheid en celstraf zonder begeleiding leiden tot een gevoel van relatieve straffeloosheid, waardoor daders makkelijk opnieuw dezelfde feiten plegen.

Hoeveel slachtoffers zoals Julie moeten er nog vallen voor we dit ernstig aanpakken? Ik hoop dat de nieuwe regering werk maakt van deze problematiek, dat er maatregelen komen die effectief leiden tot een betere opvang van slachtoffers, dat er rechtvaardige, maar snellere procedures komen. Slachtoffers moeten beter worden gehoord en begeleid, seksueel geweld strenger bestraft en de daders beter begeleid met het oog op de re-integratie in de maatschappij.

Dit stuk verscheen op 09/05/2019 in De Standaard.

Read more...

Het tij keren: over volksraden, burgerparticipatie en taks op rijkdom

by Sociaal 699 Views

Precies honderd jaar geleden werd de Pools-Joodse politieke, pacifistische activiste Rosa Luxemburg (1871-1919) in Berlijn vermoord. In een goed gedocumenteerd verhaal brengt de Nederlandse filosofe Joke Hermsen in Het tij keren (*)  hulde aan deze merkwaardige democrate uit vorige eeuw. In deze tijd van populisme, neoliberalisme en extreem-rechts geweld brengt Hermsen deze activiste terug tot leven en plaatst ze haar in de actualiteit. Maar ze betrekt er eveneens het maatschappelijke denken bij van de andere Joodse intellectuele, Hannah Arendt (1906-1975). Beiden waren inderdaad politieke denkers die vanuit hun kritische reflectie op het kapitalisme en de consumptiemaatschappij voor meer politieke participatie van de bevolking pleitten. Hermsen geeft in haar werk aan hoezeer de inzichten van beiden ons behulpzaam kunnen zijn bij de transitie naar een meer duurzame, menselijke en solidaire samenleving. Ze refereert hierbij onder meer naar het (gebrek aan) klimaatbeleid en de inzet van de klimaatactivisten, maar evenzeer naar de inzet van de gele hesjes en hun eis naar gelijkheid en betere koopkracht.

Haar verhaal biedt een tegengewicht in tijden van vertwittering, sociale media en haatpraat.

De titel Het tij keren, vertrekt zeker niet vanuit een gevoel van optimisme, maar ze verwijst ermee wel naar Luxemburgs’ hoop – ondanks de moeilijke oorlogssituatie - en tevens naar de amor mundi – liefde voor de wereldgevoel - van Hannah Arendt. Beiden, Luxemburg zowel als Arendt leefden midden de woelige en reactionaire Duitse tijden van voor en na de eerste wereldoorlog – toen de hele wereld in puin lag – én (voor Arendt) de gruwel van het nazisme voor en tijdens wereldoorlog II.

Maar ook vandaag is de toestand ernstig, vindt Hermsen. Niet voor niets heeft zij het over de acties van de  klimaatbetogers en  gele hesjes. Vooral de grondtoon van het verzet noemt zij belangrijk. Ontkenning van klimaatopwarming en het probleem van ongelijkheid en gebrek aan koopkracht. Wat de acties van gele hesjes in Frankrijk betreft verwijst Hermsen naar het neoliberalisme, gecombineerd met elitarisme en technocratie : omwille van het torenhoge kapitalisme heeft men er een onderklasse gecreëerd waar de politiek geen rekening mee houdt. Via Luxemburg en Arendt herijkt de auteur het belang van respect en menselijke waardigheid tegen onderdrukkende economische en politieke systemen. 

Volksradendemocratie

Daarom  verbindt Hermsen de idee van  radendemocratie – de volksraden van Rosa Luxemburg  - met de actuele voorstellen van burgerparticipatie en participatieve democratie. Concreet legt ze de link met de voorstellen van David Van Reybrouck. En wat de klimaatspijbelaars betreft wijst ze naar Arendt en diens ‘Burgerlijke ongehoorzaamheid’. 

Meteen is het werkje – bedoeld als pamflet – ook een ode aan de lange tijd in rechtse kringen verguisde pacifiste Rosa Luxemburg enerzijds en Hannah Arendt anderzijds. Beiden als inspiratoren voor een open democratie die danig onder druk staat. 

Inderdaad, ruim honderd jaar geleden pleitte Rosa Luxemburg ‘voor een wereld van gelijkheid en sociale rechtvaardigheid’. Zelfstandig denken, onafhankelijk oordelen en de vrijheid van meningsuiting waren voor haar altijd belangrijker dan het volgen van een partijprogramma. En, na Luxemburg ook Hannah Arendt: ‘Hoe kunnen we in politiek duistere tijden ervoor zorgen dat menselijkheid niet opnieuw een hersenschim wordt?’  De vraag in hoeverre we opnieuw in ‘donkere tijden’ dreigen terecht  te komen staat centraal, zeker nu nationalisme en xenofobie terug de kop opsteken, individualisme en kapitalisme hoogtij vieren en het vertrouwen in de politieke instituties steeds geringer wordt. Begrippen als politieke vrijheid en volksradendemocratie lopen bij Arendt en Luxemburg parallel.

Alleen de radendemocratie waarbij de ‘volksraden’ daadwerkelijk inspraak en beslissingsbevoegdheid zou krijgen zou volgens Luxemburg het kapitalisme in zijn wereldwijde opmars weten te stuiten. Coöperatieve productiemethoden moesten de verrijking van een paar individuen tegengaan schreef ze in 1918 in ‘de socialisatie van de maatschappij’. 

De radendemocratie die zij voor ogen had was met name geïnspireerd door de Parijse Commune van 1871, erop gericht om alle bevolkingslagen door volksraden hun mening te mogen uitdragen en politieke beslissingsbevoegdheid te geven. In ‘Het tij keren’ legt Hermsen de link met hedendaagse burgerraden die de wind uit de zeilen kunnen halen van extreem-rechtse leiders. Hiervoor verwijst ze uitdrukkelijk naar David Van Eybrouck om een ‘democratisch vermoeidheidssyndroom’ op te vangen met gelote ‘burgerraden’, als afspiegeling van de bevolking. 

Bij Luxemburg  ging het tevens om de waardigheid van mensen te herstellen door hen uit de sfeer van armoede en ongelijkheid te halen. En Hermsen verwijst wat de link met de actualiteit betreft naar de opstand van de gele hesjes in Frankrijk, naast andere protestbewegingen zoals de antiracismebeweging, de ecologische groepen,actiegroepen tegen bezuinigingen op onderwijs e.a. Een ‘mengelmoes van demonstranten die uiting geeft aan een breed gevoeld maatschappelijk ongenoegen’.  

Hermsen eindigt echter wel op een positieve noot: altijd is er hoop om uit de impasse te geraken. ‘Enthousiasme en kritisch bewustzijn, meer hebben we niet nodig’ riep Rosa Luxemburg vanuit de gevangenis. Maar ook, later met Hannah Arendt en met Ernst Bloch: ‘alleen gevoelens van hoop en verwachting kunnen de mens  aansporen met de huidige status qua geen genoegen te nemen en de gebaande paden te verlaten’.

Hermsen pleit er tot slot voor om dit herdenkingsjaar van de moord op Rosa Luxemburg te benutten om haar idee van volksraden tegen het licht te houden. Een warm pleidooi om via burgerparticipatie  en volksraadpleging – met het oog op het klimaatbeleid, bestrijden van onrecht en armoede - het democratisch karakter van onze samenleving te stimuleren.

Ongelijkheid: niet langer verantwoord

Aanvullend is het alleszins boeiend om in dezelfde reeks ‘Nieuw Licht’ het andere recente werk Rijkdom. Hoeveel ongelijkheid is nog verantwoord? (**) van Ingrid Robeyns te lezen. Het is een warm pleidooi om beleidsmatig, naast een armoedegrens ook een rijkdomsgrens vast te leggen om uit de spiraal van maatschappelijke ongelijkheid te komen. In haar boek vertrekt zij als filosofe, van de ideeën van Aristoteles – die er van uitgaat dat geld gewoon maar een ruilmiddel is  - en laat via hem zien dat er grenzen zijn aan hoeveel ongelijkheid een samenleving kan verdragen. Extreme armoede is volgens haar dan ook een gevaar voor de democratie en is niet te verzoenen met onze ecologische plichten. Ze leidt tot een onrechtvaardige verdeling van welvaart en extreme rijkdom . En dat is veel minder onschuldig dan vaak gedacht wordt. En Robeyns wijst terecht naar  het werk van Thomas Piketty  Kapitaal in de eenentwintigste eeuw van Thomas Piketty. Sindsdien weten we dat ongelijkheid inderdaad schadelijk is voor de maatschappij als geheel. Die ondermijnt de democratie , want in werkelijkheid zit de macht bij de kleine minderheid van superrijken. Een maatschappelijke discussie over een armoedeniveau dat niet langer aanvaardbaar is moet volgens Robeyns  kunnen bepalen, ondermeer via directe vormen van burgerparticipatie, dat er ook een begrenzend  niveau vast te stellen is voor rijkdom. Boven  dat niveau is belastingheffing een vereiste om de ongelijkheid weg te werken, met name voor kansarmen en lage middenklasse. ‘Beslissingen dienen democratisch genomen te worden, in plaats van door filantropen’. 

Hierbij aansluitend loont het eveneens de moeite om nader in te gaan op wat vandaag met framing, bedoeld wordt,  een modewoord dat vaak te pas en te onpas wordt gebruikt. Jan Blommaert, hoogleraar taal, cultuur en globalisering aan de Tilburgse Universiteit, publiceerde daaromtrent U zegt wat wij denken. Een praktische handleiding voor framing (***). ‘Framing’ banaliseert iets wat in principe wel van wezenlijk belang is om communicatie te begrijpen. Omdat frames de kern en inzet vormen van het publieke debat schreef Blommaert er een verhelderend essay over. Het gaat om een praktische gids om ogenschijnlijk objectieve begrippen te doorprikken. Want ‘politiek is een wereld van taal en beeldvorming’. Wie erin slaagt zijn werkelijkheid als de werkelijkheid voor te stellen is aan de winnende hand. U zegt wat wij denken kan een belangrijk instrument zijn voor sociale bewegingen en kritische mensen om zich te mengen in de publieke debatten die ertoe doen.

  

(*) Joke J. Hermsen (2019) Het tij keren, Met Rosa Luxemburg en Hannah Arendt Amsterdam, Prometheus Nieuw Licht, 104 p.

(**) Ingrid Robeyns, (2019) Rijkdom. Hoeveel ongelijkheid is nog verantwoord?, Amsterdam, Prometheus Nieuw Licht, 98 p.

(***) Jan Blommaert (2019), U zegt wat wij denken. Een praktische handleiding voor framing, Berchem, EPO, 76 p.

Read more...

De strijd voor de rechten van de vrouw anno 2019

11 maart 2019 by Sociaal 2419 Views
Mariyam Safi

Written by

De strijd voor de rechten van de vrouw gaat nog steeds door anno 2019. De voorbije internationale vrouwendag is een goed moment om een balans op te maken. Waar is er nog vooruitgang te boeken in ons land? In welke landen worden vrouwen nog steeds onderdrukt? 

Wereldwijd moeten vrouwen ook vandaag nog dagelijks strijden voor gelijke kansen, respect en fysieke en emotionele integriteit. Ook in ons land is er nog altijd een loonkloof tussen mannen en vrouwen. Tot voor kort konden meisjes een attest van maagdelijkheid halen. 

Over de hele wereld zijn er landen waar vrouwen geen rechten hebben, zelfs niet de basis mensenrechten. In Saoedi-Arabië staan vrouwen wettelijk onder voogdij van een man. De man heeft het recht om over het lot van zijn vrouw(en), zijn zussen en dochters te beslissen. In heel wat andere landen eigenen mannen zich dat recht toe, ook al zegt de wet iets anders. Vrouwenbesnijdenis is een traditie die nog altijd bestaat in veel landen van Sub-Sahara Afrika. In landen zoals Afghanistan en India worden tienermeisjes uitgehuwelijkt. Mijn eigen tantes hebben hun puberteit thuis doorgebracht, want ze hadden als vrouw in Afghanistan het recht niet om naar school te gaan. In Pakistan mag in het huwelijkscontract opgenomen worden ‘the wife has no right to ask divorce’. Gedwongen huwelijken komen ook in ons eigen land voor bij jonge meisjes met een andere culturele achtergrond. In heel wat landen zijn vrouwen geen baas over eigen buik. Zo staat abortus in de Verenigde Staten nog steeds onder grote druk. In Polen is abortus in de meeste gevallen illegaal.

Dus is vrouwendag anno 2019 overbodig? Absoluut niet. Vrouwendag is daarom een dag om de dappere vrouwen die dagelijks strijden voor gelijke kansen en vrouwenrechten te bedanken en wereldwijd te steunen. Vrouwendag kan niet gezien worden als een feest, want we zijn nog lang niet waar we moeten zijn, nergens ter wereld! Maar het is een dag om ons er aan te doen denken dat we een doel hebben en dat we verder moeten strijden tot dat doel bereikt is. 

Emancipatie van de vrouw: teamwork tussen genders 

In de strijd om emancipatie van de vrouw mogen we de rol van mannen niet vergeten. Emancipatie van de vrouw is niet een alleen strijd van de vrouw, het is een samenwerking tussen de vrouw en sterke mannen die haar willen bijstaan en steunen. 

Ik ben een Belg, allochtoon en moslima. Alle drie in één. Het lied dat ik als vrouw mijn recht moet eisen werd van kinds af aan in mijn oren gezongen. Zo herinner ik me nog een warme zomerdag uit mijn kindertijd. Mijn opa was zijn tuin aan het sproeien. Na het sproeien, nam hij een snoeischaar en begon de bloemen te snoeien. Hij riep me tot bij zich en haalde een treffende metafoor naar boven. Hij nam een roos en zei “kijk kind, deze maatschappij, deze mensen zeggen dat een vrouw een bloem is en ze knippen haar doorns omdat ze vinden dat een vrouw fijn en zacht moet zijn. Fijn en zacht zodat ze haar kunnen vervormen. Kijk dit is een bloem, maar jij bent een mens. Laat niemand jou een bloem noemen want jij bent een vrouw, gelijk aan een man, jij bent een vrouw met een stem luider dan die van een man, jij bent een vrouw met een wil sterker dan die van een man, jij bent een vrouw met een strijdlust en passie vuriger dan de vlammen van de hel. Jij bent een vrouw sereen en heldhaftig”. Misschien heeft hij die dag op die manier zaden van bewustwording diep in mij gezaaid en het water en zon gegeven door zijn dagelijkse uitspraken als “mijn dochter is een vrouw, dapperder dan een leger van duizend man”. 

Later kwamen we naar België. Mijn vader was de feminist die mij de vrijheid gaf om een vrouw te zijn. Hij heeft me geleerd hoe ik als een vrouw een eigen wil moet vormen en hoe ik mijn recht moet eisen. 

Met deze voorbeelden wil ik nadruk leggen op het belang van de rol van mannen bij deze strijd. De wereld draait om samenwerking tussen man en vrouw. Als er geen teamwork zou geweest zijn tussen onze ouders, dan waren wij er vandaag niet. 

Emancipatie van moslima’s in Westerse landen

Mensen met een andere culturele afkomst leven ook in het westen in gemeenschappen waar de nadruk eerder op collectiviteit ligt. Dat is niet onlogisch, want migreren naar een wildvreemd land zorgt ervoor dat mensen met eenzelfde lot geloven dat ze elkaar nodig hebben om te overleven. Zo worden ze onderling afhankelijk van elkaar. Ze hebben elkaars hulp, advies en steun nodig om hun weg te vinden in een land waar ze in het begin niet eens de taal kennen. Voor een simpel advies bellen ze eerder naar hun neef die geborenen en getogen is in België dan naar de bevoegde overheidsinstantie. Leven in traditionele gemeenschappen gaat gepaard met vaste verwachtingspatronen en een vaste rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Mijn broer moest bijvoorbeeld nooit meehelpen in het huishouden terwijl mijn zus en ik naast huiswerk ook heel wat huishoudelijke taken hadden. Ouders voeden hun kinderen op (bewust of onbewust) volgens hun eigen culturele verwachtingspatronen. Zo’n opvoeding is gericht op het voorbereiden van kinderen voor ‘het echte leven’. Waar Westerse opvoedingen meer genderneutraal zijn en gericht zijn op keuzevrijheid. 

Wat zorgt ervoor dat de vrouwen met andere culturele achtergrond met beide handen en voeten vastgeketend zijn aan traditionele, cultuurgebonden eeuwenoude verwachtingen? De emancipatie van die vrouwen kent een totaal andere snelheid dan die van hun Vlaamse vriendin of buurvrouw. 

Zo ben Ik opgegroeid ergens in Antwerpen in een gemeenschap waar ik, in tegenstelling tot mijn vriendinnen, constant moest horen dat “een slechte man beter is dan geen man”. Dat een jong meisje een man vindt, zonder nadenken trouwt, zonder nadenken kinderen krijgt (bij voorkeur zonen) en dat ze zonder nadenken bij haar man blijft hoe vaak hij ook vreemd gaat. Dan pas is zij de perfecte vrouw. Dan pas krijgt ze aanzien. 

Toen ik te weten kwam wat het perfecte leven inhield, volgens de gemeenschap waarin ik leefde, heb ik afstand genomen van perfectie. Ik wilde mijn imperfecte zelf zijn en mijn imperfecte en veel te grote dromen waarmaken. Ik wilde mijn imperfecte stem laten horen. Het was eng om iets anders te willen dan de eeuwenoude traditionele verwachtingen. Voor velen is het onbegrijpelijk dat een jong meisje dingen doet die tegen de verwachtingen ingaan en andere rollen vervult dan de traditionele rollen die voor haar voorgeschreven zijn. Uit bezorgdheid wil de gemeenschap dat een jong meisje in hún comfortzone blijft, dat ze in het spoor van haar moeder en grootmoeder treedt zodat de gemeenschap haar kan bijstaan en opvangen mocht ze onverwachts toch vallen. 

Voor jonge vrouwen is het vaak zeer moeilijk om te zien dat de traditionele banden tussen hen en de gemeenschap steeds meer vervagen en dat de kloof tussen hen steeds groter wordt. Heel hun leven speelt zich af in de gemeenschap, maar op een bepaald moment zien ze zichzelf naast de gemeenschap leven. Ze blijven dan wel een lid van de gemeenschap, maar leven niet langer in de gesloten cirkel waar ze kunnen rekenen op bescherming. Het is zeker niet makkelijk om plots te moeten leven zonder de warme en affectieve banden van verwantschap met de gemeenschap. Het effect daarvan en de bewustwording van het feit dat ze als individu hun lot in eigen handen hebben, maakt hen onzeker. 

Omwille van die redenen heeft de emancipatie van deze jonge vrouwen een totaal andere moeilijkheidsgraad dan die van hun autochtone vriendinnen. Jonge vrouwen met een andere culturele achtergrond leven tussen twee werelden met tegenovergestelde verwachtingen en rolverdelingen. 

Voor het schrijven van dit opiniestuk vond ik het nodig om de mening van een paar feministen met een andere culturele achtergrond te vragen. Die van Wida Afzal, een zeer uitsproken feministe, klonk als volgt: 

De emancipatie van moslima’s in de westerse landen is hard, maar dan echt hard! Zeker voor de eerste generatie die hun weg moeten vinden tussen het progressief, liberaal model in het Westen en het conservatieve, patriarchale model van het "Oosten". Je zit als het ware in een conflict met jezelf. Moet ik nou hetgeen dat ik van huis uit krijg volgen of wat ik rondom mij zie.

Emancipatie van vrouwen zoals mezelf, vrouwen met een andere culturele en religieuze achtergrond, is begonnen op de schoolbanken. Het is begonnen met de bewustwording van ons vrouw-zijn en het loopt gelijk met de zelfontplooiing en onze drang om onafhankelijk te zijn. De weg die wij moeten bewandelen kent vele barrières en hoge pieken en diepe dalen. Eigenlijk is het te vergelijken met het prille begin van de emancipatie van de Westerse vrouwen in de jaren zestig. 

Wij, vrouwen moeten elkaar altijd steunen, maar vooral in onze strijd voor gelijke kansen. We moeten onze stemmen bundelen en samen roepen om over heel de wereld gehoord te worden. Empowered women empower women. Wij, vrouwen laten ons niet verdelen op basis van leeftijd, huidskleur, afkomst, religie, geaardheid etc. Wij zijn vrouw en dát verbindt ons.  Telkens een meisje in India slachtoffer wordt van een groepsverkrachting, telkens een vrouw in Iran de gevangenis in moet omdat ze geen hoofddoek wil dragen of een vrouw hier in België geen job vindt net omdat ze een hoofddoek wil dragen, voel ik als vrouw mee haar pijn. Jij als vrouw toch ook? 

Vrouwendag blijft nodig zolang mannen en vrouwen niet gelijke rechten nastreven voor elkaar.  

Geschreven door Mariyam Safi. Editor: Jan Herthogs

Read more...
Pagina 1 van 3
Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account