en

Winkelwagen leeg

Denktank voor Sociaal-Ecologische Verandering

Ik schaam me

27 februari 2020 by Politiek 1218 Views
Rate this item
(0 votes)

De houding van de Vlaamse regering in het debat over het zogenaamde ‘Just Transition Fund’ als onderdeel van de Europese Green Deal is bedroevend en beschamend. Eigenlijk zegt de regering daarmee dat men principieel niet solidair wil zijn met anderen, maar wel rekent op de solidariteit van anderen om zo begrip te krijgen voor het feit dat we een regio zijn die welvarend is en veel energie gebruikt. De essentie van het Europese project is nochtans solidariteit. De essentie van wat een verbeeld Vlaanderen zou kunnen zijn, zou ook generositeit en verantwoordelijkheid kunnen zijn. Dat is voorlopig nog lang niet het geval…

Als ik een goede Vlaming zou zijn volgens de officiële verwachtingen zou ik complexloos mijn identiteit moeten uitdragen. Op zich is de manier waarop die verwachting zo ongeveer als een plicht wordt geformuleerd, onder meer in het Vlaamse regeerakkoord, zelf al redelijk krampachtig (en dus niet zo complexloos). Iemand die rustig is in zijn of haar identiteit heeft meestal niet zoveel drang om die te bevestigen. Die persoon heeft ook geen enkele behoefte om anderen aan te vallen om zo het eigen wankele ego te schragen. Die persoon kan ook zonder probleem naar de meerlagigheid van de eigen identiteit kijken en kan zich zonder probleem genereus en nederig opstellen. Je verbinden met andere mensen, empathisch zijn voor hun situatie, hen steunen om ook rustig zichzelf te worden, dat zijn dingen die alleen maar normaal zijn. Je kunt alleen maar jezelf zijn, vanuit het besef dat je verbonden bent met anderen. Als je verbonden bent met anderen, is het ook gemakkelijker om begrip te vragen voor je eigen kwetsbaarheid. Als Vlaanderen zich zou laten leiden door zo’n soort nederig en open toekomstbeeld, dan zou ik zelf als Vlaming wel een verbondenheid kunnen voelen met het verhaal dat we over onszelf vertellen. De Vlaamse regering, ook al bestaat ze uit partijen die niet de mijne zijn, is in principe nog altijd een verhalenverteller die zogenaamd ook namens de hele gemeenschap spreekt. Ik zou mij deel moeten voelen van het ‘wervend verhaal’ van deze regering. Ik moet eerlijk bekennen: ik voel alleen maar diepe diepe plaatsvervangende schaamte.

Klimaatverandering is in wezen een rechtvaardigheidscrisis. Ze is het gevolg van de historische accumulatie van broeikasgassen, waarbij een rijke en ecologisch gulzige minderheid van de wereldbevolking een grote verantwoordelijkheid draagt. Die mensen die het minst verantwoordelijk zijn voor het probleem zijn er het grootste slachtoffer van. Als we echt bezorgd zijn over de toekomstkansen van anderen elders ter wereld dan zouden we dringend werk maken van een forse absolute verlaging van onze voetafdruk om zo ruimte te maken voor anderen. Wij zijn meer verantwoordelijk voor het feit dat mensen aan de andere kant van de wereld moeten vluchten omdat hun eiland onder de zeespiegel verdwijnt dan dat die mensen ervoor verantwoordelijk zouden zijn dat er bij ons te weinig bos is om koolstof vast te leggen. We zitten samen in de boot met gemeenschappelijke maar verschillende verantwoordelijkheden, zoals al lang geleden door de conferentie van Rio is bevestigd. Kiezen voor bewuste en ook nederige solidariteit is dan ook het beste ecorealisme.

Vlaanderen toetert de hele tijd rond dat we een van de meest welvarende en innovatieve plekjes van de hele wereld zijn. Dat wil zeggen dat het hier in wezen het allergemakkelijkst is om verregaande transities door te voeren. Je hebt dus, anders geformuleerd, ook nog eens enorme kansen om maximaal in te spelen op de creatieve mogelijkheden die die transitie biedt. Nu de klimaatruimte op is en we voor moeilijke keuzes staan, moeten we de dilemma’s toch even in perspectief zien. Neem een land als India. Men wil aan alle inwoners een waardig leven bieden. Men wil waarschijnlijk uitzicht op hetzelfde type welvaart dat landen als het onze als norm hebben voorgesteld, maar de klimaatruimte is op. Het is aanlokkelijk voor hen om toch voluit voor fossiele brandstoffen te gaan. Wat moeten ze doen? Dat is een heel ander soort dilemma dan waar we in Vlaanderen voor staan. Vergeleken daarmee is het ‘moeilijke’ probleem van de salariswagens nog klein bier. Officieel is Vlaanderen nochtans ‘open op de wereld’. Of wil dat alleen zeggen: klaar voor een liefst zo open mogelijke wereldmarkt?

In die context komt de EU met de Green Deal. In de normale orde der dingen zouden de mainstreampartijen voluit voor het hele pakket van die Green Deal gaan en zouden de Groenen daarnaast nog fundamentele kritische bedenkingen maken. Hier lijkt de logica omgekeerd. De groene partijen en de milieubeweging moeten de Green Deal verdedigen alsof het een soort gevaarlijke utopie is. De Commissie heeft een voorzet gegeven, de volgende maanden zullen de lidstaten en het Parlement ook hun werk doen, in de hoop een nieuwe duurzame dynamiek op gang te trekken. Wat je er ook van vindt, je kunt moeilijk ontkennen dat deze Commissie eindelijk weer een ‘wervend project’ voor de EU heeft gelanceerd. Laten we het dus bekijken als een glas dat half vol is.

De Commissie stelt vast dat we tegen het huidig tempo de klimaatdoelstellingen niet tijdig zullen halen. Daarom stelt men een ambitieuze klimaatwet voor, met scherpere doelstellingen. Doel is om klimaatneutraal te worden. Als we sneller vooruit willen gaan, moeten we ook extra inspanningen doen om wie moeilijk mee kan ook aan boord te houden en dus actief te helpen bij de transitie. Logisch. En eerbaar. Ondertussen hebben we van de Vlaamse regering gehoord dat men de doelstellingen van 2020 niet zal halen, die van 2030 waarschijnlijk ook niet, dat men het goed vindt als het geheel klimaatneutraal wordt zo lang men het zelf maar niet moet zijn. Op het voorstel van de Commissie zegt de Vlaamse minister dat we “eerst maar eens moeten uitvoeren wat al afgesproken is”. Diezelfde minister die net daarvoor had gezegd dat we de afgesproken doelstellingen niet zullen halen… Als we alle uitspraken van de voorbije weken optellen, komen die neer op: we willen geen hogere doelstellingen, maar we willen wel meer geld. De verklaring is steeds dezelfde: we wonen in een dichtbevolkte regio, we hebben een energie-intensieve industrie, we hebben te weinig groen om zelf te compenseren, dus men zou meer begrip moeten hebben voor de uitdagingen van ons soort welvarende regio. De Vlaamse minister verwoordt dat dan als: “Wij hebben veel industrie, Wallonië heeft veel open ruimte.” Ofwel klopt die stelling niet, en waarom zou je dan een probleem hebben met het feit dat mogelijk Europese middelen zouden gebruikt worden voor de energie-intensieve industrie die er blijkbaar toch wel is in Wallonië en die op een duurzame en rechtvaardige manier moet worden omgebouwd? Ofwel is die stelling een beetje wel waar, en waarom zou je dan niet intensief vanuit een geest van waar federalisme gaan samenwerken met Wallonië zodat je opgeteld binnen België elkaars sterktes en zwaktes kunt opheffen? In beide gevallen is het antwoord: solidariteit is de sleutel.

De Commissie stelt een globaal financieringspakket van meer dan € 1.000 miljard voor. Daarbinnen is er een € 100 miljard voor een Just Transition Mechanism, op basis van verschillende bronnen. De discussie nu gaat over het Just Transition Fund. Een fonds van € 7,5 miljard, waarvoor trouwens nog geld moet gevonden worden in het kader van de begrotingsbesprekingen. (Even ter herinnering, dat bedrag, voor heel Europa, is minder dan de federale begrotingsschuld in ons land en is veel minder dan wat Duitsland alleen al uitgeeft voor de transitie van de steenkoolregio’s in eigen land.) De Commissie heeft op basis van een aantal criteria een verdeelsleutel ingesteld, waardoor België 68 miljoen zou krijgen. De Commissie heeft nu op rustige wijze in het pas gepubliceerde Country Report van België geargumenteerd waarom dat geld binnen België bij voorkeur naar Henegouwen zouden moeten gaan. Het is niet onlogisch dat je zegt: dat deel van het land heeft nood aan een snellere transitie dan het andere deel, waar men – zoals Vlaanderen ook zelf zegt – al verder staat. De Vlaamse regering draait die redenering om: net omdat wij verder staan, moeten anderen minder geld krijgen en wij meer.

Het is de essentie van een solidariteitsmechanisme – zoals bv. de sociale zekerheid – dat wie het goed heeft (zelfs uit goed begrepen eigenbelang) bijdraagt voor wie het minder goed heeft. Dat principe geldt ondertussen blijkbaar niet meer voor de Vlaamse regering. Vlaanderen zou voluit kunnen gebruik maken van allerlei andere fondsen en veel en veel meer binnenhalen dan die enkele miljoenen. Als Vlaanderen voluit zou gaan om op het vlak van klimaat de allerbeste van de klas te worden, dan zou men daar heel erg veel geld mee kunnen binnenhalen. Maar dat is niet de logica die men volgt. Nochtans kun je in het al genoemde Country Report lezen dat België een van de landen is die het meest kunnen profiteren van een goed systeem van koolstoffiscaliteit. In het kader van het Nationaal Energie- en Klimaatplan bleek echter dat het Vlaanderen is die daar niet over wil praten.

De redenering van de Vlaamse minister is: waarom zouden wij Henegouwen moeten helpen als wij het beter doen? Of andere variant: waarom zou Polen nu veel geld moeten krijgen om de steenkooltransitie mogelijk te maken, als wij dat al eerder gedaan hebben, waardoor we in de situatie komen dat wij nu dus minder geld krijgen (en we dus “benadeeld” zijn)? Een Vlaamse minister die uit Limburg komt zou kunnen weten dat de hele transitie van de Belgische steenkoolsector er gekomen is dankzij inzet van publieke middelen, onder meer van Europa. Dankzij solidariteit dus. Maar het argument is nu blijkbaar: het is hun eigen schuld dat ze niet eerder aan de transitie begonnen zijn, omdat ze – net als de Walen – volharden in slecht bestuur, en daar moeten wij niet voor benadeeld worden. Misschien is het nuttig te begrijpen dat België al iets langer in de Europese politieke structuur zit dan Polen. Maar dat zijn mogelijk enkel vervelende details.

Het lijkt er steeds meer op dat men principieel niet solidair wil zijn. Dat blijkt ook uit de visienota van de Vlaamse regering. “Bij de intra-Belgische verdeling van de middelen zal Vlaanderen niet uitgaan van de criteria zoals voorgesteld door de Europese Commissie. Vlaanderen zal binnen zijn territoriale transitieplan zelf de gebieden aanduiden die in aanmerking moeten komen voor ondersteuning.” Hoewel Vlaanderen blijkbaar een deel van Europa wil zijn, wil men toch liever geen overstijgende solidariteitsafspraken die te weinig respect hebben voor de moeilijke situatie van de welvarende regio’s. En binnen België willen we vooral onze eigen wafelijzerpolitiek eerst… Het voorstel om via de ETS-middelen gelden te kanaliseren naar de Europese begroting, een interessante vorm van solidariteit, kan ook al niet voor Vlaanderen: “De Vlaamse regering is niet akkoord met het onttrekken van de nationale opbrengsten uit ETS om de Green Deal te financieren.”

Het doet me denken aan toen ik vroeger bij ons in het dorp huis aan huis ging voor de 11.11.11-actie. De rijkste mensen gaven het minst en het moeilijkst. Het fascinerende is dat Vlaanderen – en iemand zou de auteurs van al die Vlaamse beleidsnota’s nu eindelijk eens moeten duidelijk maken dat Vlaanderen geen lidstaat van de EU is, maar wel een deel van een kleine lidstaat van de EU – voor de eigen positie systematisch wel rekent op de solidariteit van anderen. Voor het bepalen van de klimaatinspanningen wil men een ‘bottom-up aanpak’. Samengevat: wij zeggen wat we volgens ons economisch gezien aankunnen, en wat er dan te kort is Europees moet flexibel kunnen verdeeld worden tussen de anderen, met respect – uiteraard! – voor de al moeilijke situatie van de welvarende regio’s. Of anders gezegd: wat we willen kan in wezen alleen maar als anderen bereid zijn daarin mee te stappen en dus solidair zijn met onze ‘moeilijke’ situatie. Het staat er ook letterlijk: “Wat telt is dat er een balans tussen beiden wordt bereikt, zoals ook voorgeschreven door het Akkoord van Parijs. Vlaanderen rekent hier op solidariteit met landen waar negatieve emissies gerealiseerd worden.” En als Vlaanderen binnenkort zal vragen dat er toch meer geld moet gaan naar de landbouwers, dan zal men daarvoor ook rekenen op de solidariteit van anderen…

In heel wat alle landen van de EU is momenteel het debat aan de gang over de Green Deal en het Just Transition Fund. Ook het Europees Parlement is aan de discussie begonnen. Blijkbaar beseft de Vlaamse regering niet dat men zich enigszins belachelijk maakt door nu op zo’n kortzichtige manier te gaan zeuren over een heel klein beetje geld. Het is dus principieel. Het is perfect mogelijk om binnen België een geïntegreerd Nationaal Energie en Klimaatplan te maken, met volle respect voor de bevoegdheden van het federale en de gewesten. Je kunt perfect in een plan duidelijk maken wat het ene gewest doet en wat het andere en wat het federale en toch ook tegelijk rustig met elkaar onderhandelen en samen iets geïntegreerds maken. Dat tweede onderdeel is exact wat Vlaanderen liever niet wil, om principiële redenen. Zo zou je ook perfect een geïntegreerd nationaal mobiliteitsplan kunnen maken, in volle respect voor de bevoegdheden. Men wil het niet, om principiële redenen. Men is er nog trots op ook, en gaat dan stoer verklaren dat het Nationaal Energie- en Klimaatplan ‘confederaal’ is gemaakt. Zucht.

Vlaanderen is wat mij betreft oninteressant in de mate dat het een oefening in natievorming is, België is interessant in de mate dat het een oefening in Europa is. Binnen onze federale structuur zouden de gewesten heel erg veel van elkaar kunnen leren. We vinden het in Vlaanderen normaal dat we drinkwater in Wallonië halen, we vinden het normaal dat we hopen te kunnen rekenen op emissiekredieten in Wallonië en op meer hernieuwbare energie daar, maar als het omgekeerd is, kunnen we niet straf genoeg zijn. Samen moeten werken met andere gewesten en met het federale is ‘vervelend’. Zodra je samenwerkt moet je immers ook naar jezelf kijken, moet je jezelf kwetsbaar opstellen. En wat zich binnen België voordoet, is heus niet anders in de hele EU.

De Europese federalisten, en enkele van de partijen in de Vlaamse regering horen daar toch hopelijk nog altijd bij, hadden al snel begrepen dat je als klein land maar kunt overleven in een grote wereld door actief in een proces van solidariteit te stappen. Dat is het ware realisme. Sommige grote Europese leiders komen trouwens uit partijen die nu mee in de Vlaamse regering zitten. Eerlijk gezegd: ze zouden zich denk ik omdraaien in hun graf door het discours over de “mean deal”. Zij hadden nog een band met een Europees project dat net voorbij een heilloos en verscheurend nationalisme wilde gaan. De essentie van federalisme is uitgaan van gedeelde bevoegdheden en dan samenwerken. Zo kun je dan als kleine zwaarder wegen. Zo werkt ook de stemmenweging. Dat uit zich eveneens in allerlei steunmechanismen die de EU heeft uitgebouwd. Telkens uitgaand van solidariteit. Het was in ons belang dat een nieuwe lidstaat als Portugal of Polen snel mee kon, en daarom steunden we hen. De andere logica is die van de tunnelvisie van het nationaal egoïsme. Het lijkt er stilaan op dat sommigen in de Vlaamse regering op dat spoor terecht gaan komen.

Als je wilt dat anderen solidair zijn met jou, zelfs al heb je het al heel erg goed en loop je voorop, dan moet je ook op een rustige manier solidair zijn met een ander. Dat is waar het in het Europese project over gaat. Misschien moet je dan andere gevechten voeren dan dit pijnlijke gedoe over een klein beetje geld, en dat enkel om principiële redenen. Laten we er eerst als eens voor zorgen dat er een Europese begroting is. Met dezelfde kneuterige en beschamend egoïstische houding als die van de Nederlandse premier Rutte zullen we er zeker niet komen. Het is overigens een interessante vaststelling dat de voorzitter van de begrotingscommissie in het Europees Parlement lid is van dezelfde partij als de Vlaamse minister-president en in die hoedanigheid net veel meer geld moet vragen namens het EP dan wat nu op tafel ligt…

De Vlaming in mij denkt dat een gemeenschap die zichzelf complexloos rustig in zichzelf vindt geen behoefte heeft aan dit soort pijnlijk gedrag dat meer ingegeven lijkt door rancune en bitter egoïsme. Ik kan me een heel ander soort Vlaanderen voorstellen. Een Vlaanderen dat vanuit het besef van de historische verantwoordelijkheid voor de ecologische crisis waar de hele wereld nu in zit net voluit kiest voor een genereuze solidariteit en de wil om een werkelijke ecologische pionier te worden. Je kunt groots zijn in je nederigheid, je kunt klein zijn in je arrogantie. Blijkbaar zou ik trots moeten zijn op het soort Vlaming dat ik zou moeten worden, als ik het Vlaamse regeerakkoord lees. Ik denk het niet. Op dit moment voel ik alleen maar diepe schaamte.

Jan Mertens

Jan Mertens is beleidsmedewerker. Hij studeerde Germaanse Filologie en woont in Leuven.

Website: janmertens.blogspot.com
Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account