logo





  • Aral Balkan
  • Kate Raworth
  • Yochai Benkler
  • Vandana Shiva
  • Rob Hopkins
  • Michel Bauwens
  • Harald Welzer
  • Saskia Sassen
  • Tine Hens

Laatste bijdragen schrijversgemeenschap

  • Home
  • Displaying items by tag: klimaatverandering
donderdag, 12 september 2019 09:14

Eco – Optimisme – afscheid van het doemdenken

In deze recensie plaatst Johan Malcorps twee boeken tegenover elkaar waarin de auteurs op zoek gaan naar een antwoord op de uitdagingen rond klimaatverandering. In het eerste boek: 'Hoe Gaan we dit uitleggen? Onze Toekomst op een steeds warmere aarde' (De Correspondent, 2019) pleit Jelmer Mommers vooral voor enige relativering. Aaron Bastani daarentegen stelt in zijn boek: 'Fully Automated Luxury Communism. A Manifesto' (Verso, 2019) dat het antwoord ligt in technologische vooruitgang.

Van angst naar hoop

In tijden van Trump en Bolsonaro en een stijgend aantal rampen dat direct of indirect verband houdt met de klimaatverandering, is er dringend nood aan hoop en positieve boodschappen. Wetenschappers, activisten, journalisten en filosofen hebben dit begrepen en  gaan in tegen doemdenken en klimaatdepressies. Niemand ontkent dat de strijd hard zal zijn, dat de tegenstanders niets ontziend zijn, maar de strijd tegen de klimaatchaos kunnen we, zullen we winnen. Maar dan wel met nieuwe strategieën en nieuwe middelen. Zo is klimaatactivist Bill McKibben tot het besef gekomen dat rationele wetenschappelijke argumenten onvoldoende zijn om politieke verandering te bewerken. Maar activisme kan dit wel : de divest-beweging, de klimaatbetogingen . 

Angst is geen goede motivatie om op lange termijn iets te doen aan het klimaatprobleem, zegt klimaatwetenschapster Katharine Hayhoe,” de mens kan het psychologisch niet aan om lang bang te zijn. Dan distantieert hij zich en keert hij het probleem de rug toe.

Angst is geen goede motivatie om op lange termijn iets te doen aan het klimaatprobleem, zegt klimaatwetenschapster Katharine Hayhoe,” de mens kan het psychologisch niet aan om lang bang te zijn. Dan distantieert hij zich en keert hij het probleem de rug toe. Als we het toch niet kunnen oplossen, waarom zouden we dan nog proberen?” In de plaats pleit Hayhoe voor ‘rationele hoop’. ‘Rationeel’ omdat we de problemen niet mogen minimaliseren. ‘Hoop’ omdat we er met doemberichten alleen niet zullen komen. Mensen hebben nood aan concrete haalbare oplossingen. Ze verwijst naar de lange lijst van technologische innovaties voorgesteld door de organisatie Drawdown . Als de markt echt vrij wordt en er een eind komt aan de massale subsidies voor fossiele brandstoffen (160.000 dollar per seconde volgens het IMF ), zullen groene oplossingen bovendrijven. De omslag die nodig is, is vergelijkbaar met de afschaffing van de slavernij. Toen werd ook de instorting van de economie voorspeld. Met de nieuwe klimaatacties van zoveel jongeren is er weer hoop .

Het gaat niet om minder, maar om meer

Jelmer Mommers van het Nederlands perscollectief De Correspondenten pleit in zijn boek eerst en vooral voor enige relativering. De klimaatverandering leidt niet binnen de kortste keren tot een apocalyps. Het is geen vijf voor twaalf. En zeggen dat de wereld binnen 12 jaar zal vergaan is onzin en pure bangmakerij. Ook het negatief zelfbeeld van de mens klopt niet. Mensen zijn geen onverbeterlijke egoïsten. Mensen zijn eerder tot samenwerking geneigd . 

Voor Jelmer Mommers is er een nieuw verhaal nodig over klimaatverandering. Dat verhaal gaat niet om ‘minder’ : minder vliegen of minder autorijden.

Het draait om ‘meer en beter’ : meer geluk, meer welvaart, meer gezondheid. We moeten af van het waanidee dat we voor een loodzware opdracht staan.  Of dat we geen tijd meer hebben om te kiezen voor geleidelijke stappen in de goede richting.

Het draait om ‘meer en beter’ : meer geluk, meer welvaart, meer gezondheid. We moeten af van het waanidee dat we voor een loodzware opdracht staan.  Of dat we geen tijd meer hebben om te kiezen voor geleidelijke stappen in de goede richting. Maar dat neemt niet weg dat de uitdaging groot blijft. Verdere klimaatverandering is geen vaststaand gegeven, maar een keuze die we zelf al dan niet maken. Er zijn twee scenario’s mogelijk : een negatief ‘Muren’-scenario waarin superrijke ‘doomsday preppers’ zich verschansen in gated communities en op beveiligde eilanden. Het is het cynisch scenario waarbij de fossiele industrie grof geld blijft verdienen tot de laatste druppel olie opgepompt is, in het volle besef van de rampen die ze over de rest van de mensheid afroepen. Mommers beschrijft hoe de wetenschappers van het American Petroleum Institute al eind jaren ’60 volledig doordrongen waren van de omvang van de klimaatcrisis die ze met hun oliewinning aanrichtten. Olieconcerns als ExxonMobil en het Nederlandse Shell waren al lang op de hoogte, maar beseften dat ze geen kant meer op konden. Het is misdadig dat ze meer dan een miljard dollar investeerden om de publieke opinie voor te liegen en klimaatwetgeving af te blokken .

Het scenario van de Hoop

Maar er is ook een bijzonder hoopvol scenario mogelijk : het ‘Bossen’-scenario. Mensen kunnen kiezen voor gemeenschapsvorming en samenwerking. Alle technieken om onze wereld te verduurzamen zijn voorhanden. We kunnen terug kiezen voor ondernemende en investerende overheden die samen met ngo’s en burgers gaan voor de massale aanplanting van bossen, voor de uitrol van een ambitieus programma van energiebesparing en van hernieuwbare energie, voor een agro-ecologische omwenteling in de landbouw,… Landen als Costa Rica, Belize en Nieuw Zeeland hebben nu al het boren naar nieuwe reserves van fossiele brandstoffen verboden. Een grote oliereus als het Deens DONG (Dansk Olie of Naturgas) vindt zich zelf opnieuw uit als het groene bedrijf Ørsted, wereldleider in de bouw van windturbines. Bedrijven die vooroplopen in verduurzaming scoren veel beter op de beurs dan bedrijven uit de fossielebrandstoffensector. Er is dus hoop. Maar dat neemt niet weg dat er een nog veel grotere versnelling nodig blijft. En dat het een epische strijd zal worden met Big Oil.  De totale waarde van fossiele investeringen die kunnen stranden, wordt geschat rond de 9 biljoen dollar. Voor investeerders loont het nu al om fossiel te dumpen. Het is simpelweg veel goedkoper om klimaatverandering aan te pakken dan het te laten gebeuren. Maar met elke ton CO2 die we niet uitstoten, besparen we de wereldeconomie van de toekomst naar schatting 400 dollar aan kosten. De circulaire economie biedt ons de kans om alle materialen die we nodig hebben voor de groene revolutie, in voldoende hoeveelheden te recyclen. Voor elke fossiel baan die verdwijnt, komen zeven groene banen in de plaats.

Politieke actie en persoonlijke actie

Maar een nieuw toekomstverhaal moet méér omvatten dan een beaat ‘ja’ tegen de alternatieven. Het moet ook een luide, duidelijke ‘nee’ bevatten tegen doorgaan op de huidige, gevaarlijke weg. Het is het gevecht van de eeuw.

Politieke actie is nodig, maar ook juridische actie. De kosten van de noodzakelijke klimaatverandering moeten deels verhaald worden op de oliemultinationals.

Politieke actie is nodig, maar ook juridische actie. De kosten van de noodzakelijke klimaatverandering moeten deels verhaald worden op de oliemultinationals. En dezelfde eis kan gesteld worden aan verzekeraars, banken en investeerders die de aanhoudende winning en verbranding van fossiele energie faciliteren. Investeerders moeten goed beseffen dat wie blijft investeren in klimaatchaos, ooit voor de rechter zal gesleept worden. Zoals nu de tabaksproducenten. 

Mommers gelooft ook vurig in individuele actie. 

In de eerste plaats in politieke actie, in activisme : op straat komen, je stem verheffen.  Individuele acties of betogingen kunnen mislukken, maar langdurige collectieve inspanningen blijven nooit zonder resultaat. Kijk naar grote voorbeelden van activisme als de strijd tegen de slavernij, de strijd voor de emancipatie van vrouwen, zwarten, bevrijdingsbewegingen,…

Maar ook zelf anders gaan leven, levert een reële bijdrage. Mommers pakt uit met een top 3 : 

1. Eet meer planten en minder vlees

2. Kies thuis voor echte groene energie

3. Vergroen je reispatroon

Naïef optimisme ?

Alle beetjes helpen echt. We hebben alles in huis om het tij te keren. Als mens en als maatschappij. Er is nog tijd en er is altijd hoop.

Toch blijft het optimisme van Mommers ergens naïef, onvoldoende onderbouwd. Hij gaat wel erg relativerend om met nochtans forse wetenschappelijke data over klimaatverandering. Soms wordt de verleiding groot om te gaan minimaliseren, om toch maar nieuwe perspectieven te bieden. En dan is er de strijd van de eeuw. Hij geeft zelf treffend aan hoe groot de tegenkrachten zijn van de fossiele lobby’s. Maar hij geeft nergens geloofwaardig aan hoe hij die onder controle denkt te krijgen. 

Die strategie vinden we dan weer wel terug in het boek van Aaron Bastani.

Het groene rijk van de vrijheid

Aaron Bastani is een links publicist vooral gespecialiseerd in nieuwe media en technologie. Hij militeerde in het Verenigd Koninkrijk zowel voor de Green Party als voor Labour. Zijn boek is pas echt een optimistische belijdenis : een manifest, zoals hij zelf zegt, een nieuwe utopie, op sommige punten zelfs een regelrechte provocatie. Je zou hem kunnen onderbrengen bij de eco-modernisten. Maar daarvoor is zijn verhaal veel te links , uitgesproken marxistisch zelfs. 

Bastani gelooft dat de technologische vooruitgang al onze problemen zal oplossen.

Bastani gelooft dat de technologische vooruitgang al onze problemen zal oplossen. Nu pas, door de derde industriële revolutie (of ‘disruptie’ in zijn terminologie) wordt een sociale en tegelijk ecologische samenleving mogelijk. Want door de stormachtige technologische vooruitgang op vlak van automatisering, informatie-technologie, hernieuwbare energie en materialen, wordt arbeid overbodig en worden informatie en energie onbeperkt voorradig. De zero marginale kost van informatie, maar ook van energie wordt bijna nul . De nieuwe technologieën zorgen ervoor dat de schaarste wordt opgeheven, dat er een eind komt aan het rijk van de schaarste en dat het Rijk van de Vrijheid, zoals voorspeld door Karl Marx  zich eindelijk kan ontplooien. Nu pas wordt het mogelijk om een communistische samenleving te vestigen : “een samenleving waar werken niet meer nodig is, waar schaarste vervangen is door overvloed en waar werk en vrije tijd in mekaar overvloeien”. 

“een samenleving waar werken niet meer nodig is, waar schaarste vervangen is door overvloed en waar werk en vrije tijd in mekaar overvloeien”. 

Lang leve de robots

Voor Bastani is de komst van de robots geen doembeeld. Hij juicht toe dat zinloos, afstompend werk grotendeels zal vervangen worden door robots en computers. In plaats van achterhoedegevechten te leveren zoals de ludieten die de eerste mechanische weef getouwen aan diggelen sloegen, en hun opvolgers die zich kanten tegen de automatisering van menselijke arbeid, moeten we de automatiseringsgolf juist versnellen . Dat is immers de logica van de geschiedenis, van de vooruitgang : dat we steeds minder moeten gaan werken en steeds meer tijd vrij krijgen voor zelfontplooiing. Het is juist een schande dat we na decennia van technologische ontwikkeling, eerder langer moeten werken dan korter. John Maynard Keynes voorspelde ooit in zijn  “Letter on the Economic Possibilities of our grandchildren” dat we in de 21ste eeuw nog maar 15 uur per week zouden werken . En vandaag zitten we nog altijd met minstens 32- uren-weken, met stress en burn-out door overwerk en moeten we nog eens tot op veel latere leeftijd blijven werken. Complete waanzin, nu we omringd zijn door vernuftige machines en algoritmes die ons van al dat werk zouden moeten bevrijden. Maar Bastani is optimistisch : het doel - technologische  werkloosheid voor iedereen - is in zicht.

Gratis zon, gratis grondstoffen, gratis genen, gratis voedsel

Ook de dreigende klimaatcatastrofe kunnen we voorkomen door op grote schaal in te zetten op hernieuwbare technologieën. We moeten af van de fossiele brandstoffen. Zon en wind kunnen ons onbeperkt schone energie leveren en die zal steeds goedkoper en uiteindelijk zo goed als gratis worden. Voor Bastani is dat,  net zoals voor zijn voorgangers als Paul Mason,  het einde van het kapitalisme. Want kapitalisme kan maar gedijen als er schaarste is.

Kapitalisme stuikt ineen als het geconfronteerd wordt met grenzeloze overvloed. En dat is nu juist wat Karl Marx altijd al voorspeld had.

Kapitalisme stuikt ineen als het geconfronteerd wordt met grenzeloze overvloed. En dat is nu juist wat Karl Marx altijd al voorspeld had. Dit principe van onbegrensde voorradigheid en marginale kosten wil Bastani nu ook op andere sectoren gaan toepassen. Daarbij wordt zijn verhaal steeds geforceerder. En krijgt zijn betoog steeds meer trekken van het futurisme en transhumanisme van Yuval Noah Harari . Grondstoffen zijn voor Bastani geen probleem : ook die zijn onbeperkt voorradig. En dan verwijst hij niet zo zeer naar een circulaire economie, maar voorspelt hij dat we in het zog van de commerciële ruimtevaart gelanceerd door Elon Musk, straks alle zeldzame metalen nodig voor onze groene en slimme technologieën zullen ontginnen op asteroïden. Roofbouw op onze aarde door mijnen heeft zijn beste tijd gehad. Ze worden vervangen door ruimte-mijnen en zo breekt ook voor grondstoffen een tijdperk van post-schaarste aan. Ook de gezondheidszorg ondergaat een technische revolutie. Gene sequencing wordt steeds goedkoper. Ook genetische informatie wil vrij zijn, wordt op termijn gratis. Genetische ziekten worden uitgeroeid, mensen worden steeds ouder. Voedselschaarste wordt overwonnen door een radicaal doortrekken van de groene revolutie gebaseerd op gentechnologie en synthetische biologie. Megastallen voor dieren verdwijnen doordat we op grote schaal kweekvlees of plantaardige eiwitten gaan eten.  Het doden van dieren wordt verboden. Doordat landbouw en veeteelt steeds minder ruimte in beslag nemen, kan de natuur terug verwilderen. Hier loopt het verhaal van Bastani helemaal parallel met dat van de eco-modernisten.

Hier loopt het verhaal van Bastani helemaal parallel met dat van de eco-modernisten.

Nood aan een rood en groen populisme

Om deze paradijselijke toestand te bereiken is er nood aan een populistische politiek die ervoor zorgt dat de vruchten van de derde industriële revolutie (disruptie) niet gaan naar de rijken die steeds meer winst willen maken, maar dat de winsten gebruikt worden om de noden van alle mensen te lenigen. Dit populisme verwerpt het realisme van de kapitalistische economie die beweert dat we steeds meer moeten blijven werken en vervuilen. Technisch is het mogelijk en we hebben er recht op. Het nieuwe populisme moet tegelijk rood en groen zijn. Rood moet de grenzen van de planeet erkennen en strijden tégen werk, in plaats van vóór werk. Groen moet haar superioriteitswaan rond zelfgekozen versobering afleggen en haar strijd tegen de moderniteit en grootschaligheid  afzweren. 

In het laatste deel van zijn boek pakt Bastani uit met een reeks klassieke communistische oplossingen. Het nieuwe rood-groene populisme kan maar slagen als de vruchten van de technologische vooruitgang, als de machines in gemeenschapsbezit komen. Als de robots het werk doen, moet de opbrengst van hun werk naar de mensen, naar de gemeenschap gaan. Dat kan maar als we breken met het neoliberalisme. Er is nood aan vormen van staatsbezit, coöperatieven in de handen van werknemers, of nieuwe vormen van commons. 

Bastani pleit bewust niet voor een basisinkomen. Want dan blijven de machtsverhoudingen onaangetast. Hij pleit voor universele basisdiensten, publieke dienstverlening in overheidshanden : m.n. onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting, vervoer en natuurlijk informatie en energie. De overgang naar een duurzame economie moet er komen door publieke investeringen, bijv. nationale of lokale volksbanken die investeren in hernieuwbare energie, energiebesparing en -opslag. De economie moet van onderop herbouwd worden, met nadruk op lokale, organische productie met lokaal geproduceerde energie. De vergroening van de economie moet sociaal zijn, maar ook steeds kiezen voor democratisering, socialisering : groene politiek kiest steeds voor productiewijzen en technieken die zorgen voor zelfbeschikking van mensen, van lokale gemeenschappen. 

Een droom die nog niet af is …

Bastani’s boek doet zeker dromen. Hij zet gevestigde denkbeelden op hun kop. Bijvoorbeeld met zijn pleidooi om actief te vechten voor meer werkloosheid. Of met zijn voorspelling dat alles op termijn gratis en in overvloed ter beschikking komt : van energie tot informatie, van gentherapie tot kweekvlees.

Maar daarvoor gaat hij wel erg ver in zijn technologisch optimisme. Technologie maakt ons tot goden zegt hij ergens, daar kunnen we dan beter goed in worden. Waardoor hij bijna exact de bewoordingen overneemt van “Homo Deus” van Yuval Noah Harari.

Hij blijft blind voor de vele negatieve kanten die veel van de technologieën die hij zo beeldend oproept, met zich brengen.

Hij blijft blind voor de vele negatieve kanten die veel van de technologieën die hij zo beeldend oproept, met zich brengen. Kernenergie is niet echt zijn ding, voor de rest heeft hij veel gemeen met de eco-modernisten en hun blind geloof in innovatie. Maar hij plaatst zijn verhaal wel in een duidelijk links, marxistisch kader. Waardoor hij allicht in het rijtje van de eco-modernisten toch uit de toon valt. 

De klassieke communistische recepten waar hij uiteindelijk mee uitpakt om zijn verhaal sluitend te maken, missen dan weer de verbeeldingskracht die hij ten toon spreidde in de rest van het boek. Hij speelt even met coöperatieve en burgerbewegingen en met nieuwe commons, maar valt dan toch grotendeels terug op de bekende oplossingen van een staatsgeleide economie. Met alle vragen die daar weer bij te stellen zijn… 

 

[1] Bill McKibben, “Falter”, april 2019

[1] Paul Hawken, “Drawdown. The most comprehensive plan ever proposed to reverse global warming’, 2017

[1] IMF Working Paper, Global Fossil Fuel Subsidies remain large, 2/5/2019 - file:///C:/Users/Johan/Downloads/WPIEA2019089%20(1).pdf

[1] “Angst helpt niet om het klimaatprobleem op te lossen”, De Tijd, 14 mei 2019

[1] Cf. de gelijklopende analyse in Rutger Bregman, “De Meeste Mensen Deugen”, 2019

[1] Bill McKibben brengt dit relaas ook in geuren en kleuren in zijn boek ‘Falter’ – Nathaniel Rich beschrijft in zijn boekje ‘Het Verlies van de Aarde’ (2019) hoe de petroleumindustrie eind van de jaren ‘70 (onder president Carter) klaar stond om te anticiperen op klimaatwetgeving en klimaatfiscaliteit, maar tegen 1989 (na de periode Reagan en onder Bush) geheel van strategie was veranderd.

[1] Hoewel ecomodernisme perfect kan samengaan met een uitgesproken socialistische keuze, zoals de Australiër Jonathan Symons bewees in zijn uitwerking van een ambitieus ecomodern project in ‘Ecomodernism’ (Polity, Cambridge/Medford, 2019)

[1] Deze these ontwikkelt Jeremy Rifkin ook met glans in ‘The Zero Marginal Cost Society’ (2014)

[1] Bastani beroept zich vooral op het zgn. ‘Fragment over Machines’ uit de Grundrisse van Karl Marx

[1] Bastani volgt daarmee het voorbeeld van andere “accelerationisten” als Paul Mason (“Post-Capitalism”, 2015) en Nick Srnicek en Alex Williams (“Inventing the future : postcapitalism and a world without work”, 2016).

[1] Robert en Edward Skidelsky nemen deze brief van Keynes zelfs als uitgangspunt om een hele ‘grenzen aan de groei’ - ideologie op te baseren en te pleiten voor een economie van het genoeg (“Hoeveel is Genoeg”, Bezige Bij, 2013)

[1] Yuval Noah Harari, 21 lessen voor de 21ste eeuw, Thomas Rap, 2018

Published in Boek

Misschien is een duurzame en rechtvaardige welvaart ook wel beter voor onze geestelijke gezondheid. Zeker als je beseft welke ecologische conflicten nog op onze weg zouden kunnen komen, schrijft Jan Mertens van Oikos.

Wat is welvaart? Als je je afvraagt wat je echt nodig hebt om gelukkig te zijn, zullen er in je antwoorden waarschijnlijk waarden zitten. Je wilt dat je je verbonden kunt voelen met andere mensen, dat je je veilig voelt in een huis waar je je kinderen geborgenheid kunt geven, dat je een zinvolle bijdrage kunt leveren aan de samenleving, dat je gezond kunt blijven, dat je kinderen ook een waardige toekomst zullen hebben.

Als je je afvraagt wat je graag van Sinterklaas zou krijgen, zullen de antwoorden heel anders zijn. Je zult je verder misschien ook afvragen hoe het komt dat Sinterklaas in sommige gezinnen meer speelgoed brengt dan in andere. Bij de eerste vraag kom je misschien dichter bij iets van 'zijn', bij de tweede meer bij iets van 'hebben'.

De economisch geïnstitutionaliseerde hebzucht duwt de planeet naar de afgrond.

Wanneer we te horen krijgen dat we iets moeten doen voor 'de' economie, dan vinden we dat niet raar. Als men ons vraagt dat we iets doen voor de maatschappij, dan vinden velen dat een vorm van betutteling. Om goed te zijn voor de economie moet je meer willen hebben, altijd maar meer. De reclame legt je uit wat je nodig zou moeten hebben. In een SUV-advertentie in de krant lees je: "Met zijn verantwoorde luxe en nieuwe milde hybride motorisatie is de x perfect voor de stad. Daarbovenop maakt zijn aparte, uitgepuurde stijl deze SUV tot een echte trendsetter. Ontdek nu de rijkelijk uitgeruste en aantrekkelijk geprijsde x." 

Het is een 'trendsetter'. Het ding dat je koopt is dus niet gewoon een machine om je van A naar B te brengen, het is een ding dat zich verhoudt tot alle andere dingen en dat jou de kans geeft om je te onderscheiden van anderen. Je leert nieuwe exotische woorden als 'motorisatie', die je even lekker in de groep kunt werpen. En het gaat hier over 'verantwoorde luxe'.

Luxe is iets extra's, iets dat je eigenlijk niet nodig hebt. Maar in dit geval, zo verneem je, mag het, het is verantwoord. Het is niet dat de voorbije jaren in heel Europa de wegen gruwelijk snel slechter zijn geworden of de hellingen immenser. Het is niet zo dat de wegen overal zo leeg zijn dat we een zwaardere motor (oeps, motorisatie) nodig hebben om hard te kunnen rijden. Het is niet dat we het echt nodig hebben, we willen zo'n ding gewoon graag hebben. Officieel zijn we dan wel klimaatbewust en poetsen bedrijven hun groene imago op, in werkelijkheid blijkt dat in 2018 de gemiddelde CO2-emissie van nieuwe wagens steeg. Hoe komt dat? Ongeveer een derde van de nieuwe wagens waren SUV's.

Hebzucht

Het stimuleren van het willen hebben van dingen of het meer dingen willen hebben dan een ander noemen we eigenlijk hebzucht. Het is fascinerend dat in zowat alle spirituele en religieuze tradities hebzucht wordt afgewezen als iets dat ons ongelukkig of ziek kan maken. Het is bij wijze van spreken niet erg goed voor je karma. Het maakt je hard vanbinnen, in een permanente staat van rusteloosheid. En die rusteloosheid is nu net wat volgens de gangbare of 'realistische' visie op economie goed zou zijn.

Als iedereen, gedreven door rusteloosheid, zou denken in eigen belangen en meer wil hebben, zouden we er samen beter van worden. Er zijn jammer genoeg weinig bewijzen dat dat klopt. De economisch geïnstitutionaliseerde hebzucht duwt de planeet naar de afgrond en vergroot zo de ongelijkheid. En hoewel wij - laten we dat vooral niet vergeten - in een van de rijkste landen van de wereld wonen kun je niet zeggen dat we allemaal zo gelukkig zijn.

Zelfs mensen die eigenlijk veel meer hebben dan ze nodig hebben zullen een mogelijke toekomstige inperking van hun ecologische gulzigheid nu al ervaren als iets dat 'ze' van 'ons' afpakken. Of het nu kan of niet, we moeten blijven groeien, anders zouden we die rusteloosheid recht in de ogen moeten kijken.

Het streven naar voortdurende globale groei is de aandrijver van de uit de hand lopende klimaatverandering. Volgens Ian Gough zijn de fundamentele menselijke behoeften: sociale participatie (verbonden zijn, ergens bij horen), gezondheid (fysiek en mentaal) en autonomie. En net die dingen staan onder druk door een ongecontroleerde klimaatverandering. Maar dat willen velen liever niet weten.

Eenzame wereld

Bewust gecultiveerde onwetendheid is een rare vorm van vrijheid. Het is ook erg gevaarlijk. En dat sijpelt stilaan ook door tot in de veilige plekken van de machtigen van deze wereld, zoals het World Economic Forum. In het jaarlijkse Global Risks Report kun je de neerslag vinden van wat volgens de decision makersde grootste risico's zijn die ons bedreigen. Wat valt er op in de editie 2019? Klimaatverandering staat bovenaan bij de risico's die waarschijnlijk zijn en ook nog eens een grote impact zullen hebben. Maar in dat rapport is er ook een heel hoofdstuk over de menselijke kant van die risico's. Voor steeds meer mensen is dit een beangstigende, ongelukkige en eenzame wereld. Wereldwijd worden 700 miljoen mensen geconfronteerd met problemen van geestelijke gezondheid. Steeds meer mensen hebben het gevoel dat ze geen controle meer hebben over de dingen en die psychologische stress wordt een risico op zichzelf. We reageren echter niet zo goed op die risico's. Landen en groepen trekken zich terug in nationaal egoïsme, terwijl ze net meer zouden moeten samenwerken. En psychische kwetsbaarheid wordt door velen - in steeds dezelfde neoliberale logica - bekeken als een individueel probleem van 'gedrag', dat we via medicatie kunnen fiksen, waardoor mensen weer kunnen 'participeren' in de 'normale' economie, die door de nadruk op consumptie als doel op zich steeds meer spirituele leegte creëert.

Een recent rapport van een speciale VN-rapporteur klaagt die eenzijdige kijk op mentaal welbevinden ook aan. Een van de belangrijkste obstakels voor geestelijke gezondheid is wereldwijd de ongelijkheid. Maar vaak gaan nationalisme en austeriteitsbeleid samen, waardoor we nog minder antwoorden kunnen geven op reëel ervaren zingevingsproblemen.

De uitdagingen rond klimaat en mentale weerbaarheid komen samen in de jongere generaties. Veel jongeren voelen zich in allerlei richtingen getrokken. Ze maken zich terecht heel veel zorgen over hun toekomst met een dreigende klimaatchaos. Velen komen in verzet, wat in wezen psychisch een heel gezonde reflex is. Ze zouden zich beschermd moeten voelen door de oudere generaties, maar krijgen van een aantal welgestelde en zogenaamd 'realistische' ouderen vooral te horen dat ze hun mond moeten houden om nog meer mee te kunnen draaien met de groei-economie die onder geen enkel beding in vraag mag gesteld worden. Tegelijk moeten ze weerstaan aan het dagelijkse reclamebombardement en aan de druk van de bucket list van dingen die je moet gedaan hebben voor je 30 bent. Je bent wat je consumeert, en ervaringen zijn consumptieproducten die je kunt afvinken en die je steeds nog rustelozer achter zullen laten ("nog zoveel continenten te gaan").

Een doorgedreven keuze voor ecologische rechtvaardigheid is een vorm van sociaal preventief beleid. We zullen de volgende jaren moeten leren omgaan met een mogelijk snel veranderende omgeving.

Sommige politici willen hun kiezers doen geloven dat we tegelijk op geen enkele manier ons consumptiemodel in vraag moeten stellen en dat we ook nog eens alle migratie kunnen tegenhouden. In hun hoofden is dat misschien the best of both worlds, alleen is er in de feiten maar één wereld.

Zonder een ambitieus rechtvaardig klimaatbeleid zal de ongelijkheid alleen maar toenemen - onder meer door hittestress, zoals de IAO onlangs duidelijk maakte - wat ook de druk op mensen en samenlevingen zal verhogen. Het stimuleren van nog meer hebzucht zal de rijken tijdelijk kunnen vrijwaren van wat komt, maar dat is dan alleszins geen 'verantwoorde' welvaart.

Een van de manieren om de toenemende wereldwijde spanningen te analyseren die zich ook uitten in de recente verkiezingen, is te zien dat het naast andere dingen ook gaat om ecologische conflicten. Wie krijgt toegang tot water, grondstoffen, zuivere lucht, voedsel, ... Het zijn machtsconflicten. (Zie ook dit recente opiniestuk bij MO.) Je kunt die niet even 'wegstemmen'.

Je kunt ervoor kiezen om die vreedzaam en dus rechtvaardig op te lossen, daarbij uitgaand van de vaststelling dat we de echte menselijke behoeften, die dingen die we echt nodig hebben om gelukkig te zijn, moeten realiseren binnen de planetaire grenzen.

De aarde is nu al niet groot genoeg voor de hebzucht van een mondiale minderheid. Hun zogenaamd verworven levensstijl willen uitbreiden naar iedereen zal alleen de ongelijkheid versterken. Dat zoveel mensen zich nu al ongelukkig, eenzaam, kwaad en angstig voelen zou ons moeten aanzetten om in onze visie op economie niet langer de hebzucht centraal te stellen, maar misschien wel iets als een rechtvaardige cultuur van het genoeg. 

De klimaatverandering maakt onze planeet immers letterlijk gezien nog kleiner. Er zijn te veel mensen die te weinig hebben. Maar er zijn ook erg veel mensen die in wezen meer hebben dan ze nodig hebben. In plaats van het steeds meer van de 'verantwoorde luxe' zouden we misschien beter evolueren naar het genoeg van een rechtvaardig verdeelde 'verantwoorde welvaart'.

Het zou ook goed zijn als we de reële existentiële vragen die mensen zich stellen in deze wereld die in overdrive lijkt te gaan erkennen voor wat ze zijn en beantwoorden door verbinding en rechtvaardigheid, niet als een individueel falen om mee te draaien in de zogenaamd normale rat race van de groei-economie. 

Jan Mertens, medewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling en lid van de Denktank Oikos. Dit artikel verscheen op 17/07 in Knack. 

Published in Opinie

Marc ter Horst (tekst) en Wendy Panders (illustraties), Palmen op de Noordpool, Het grote verhaal van klimaatverandering, Haarlem, Gottmer Uitgevers Groep, 2018, 184 blz.

‘Het is dus toch fictie,’ zegt mijn zoon met een frons. ‘Dit boek ziet eruit als non-fictie. Maar palmen groeien niet op de Noordpool. Dus moet het wel fictie zijn.’ Goed nagedacht, maar niet alles was altijd al zoals het nu is, zoon. 

Het boek Palmen op de Noordpool reist ver terug in de tijd en vertelt over de veranderingen van het klimaat sinds het ontstaan van onze planeet. Zo leren we dat het 55 miljoen jaar geleden 25 graden was op de Noordpool. En jawel, toen groeiden daar palmbomen. Eigenlijk is het nu best frisjes op aarde. 

Zo leren we dat het 55 miljoen jaar geleden 25 graden was op de Noordpool. 

Het klimaat verandert voortdurend, is de boodschap in de eerste hoofdstukken. Het verhaal bevat veel wetenschappelijke basiskennis. Mijn zoon genoot ervan, al ging de chemie aan hem voorbij. Met een vissersboot op de Noordzee varen is één van zijn doelen nu. Niet om vis te vangen, wel om botten van mammoeten naar boven te halen, want die leefden daar 50.000 jaar geleden.

Zo komt het verhaal bij de klimaatverandering die zich nu afspeelt. Schoorstenen, uitlaten, koeien en gekapte of platgebrande bossen zitten daar voor iets tussen. En uiteraard ‘gestampte moerasplanten’ en ‘gestampte zeedieren’, beter bekend als fossiele brandstoffen. Hier is het gedaan met de pret, al blijft de speelse ondertoon behouden. Ook al is het klimaat vaker veranderd, zo snel als nu ging het nog nooit. Voor de aarde is het geen probleem, die overleeft dat wel. Maar wat ons, mensen, te wachten staat is ‘rampspoed en ellende’. Marc ter Horst beschrijft het nuchter en genuanceerd. Moeilijke onderwerpen gaat hij niet uit de weg, maar legt hij helder uit. Het is zware kost voor een kind, vind ik, al kan het moeilijk anders.

De speelsheid die het boek uitademt, maakt het allemaal wat minder zwaar. De auteur tovert werkelijk alles om tot een spitsvondig verhaal. Verwacht je aan knotsgekke invalshoeken, zoals ‘hoe maak je je eigen ijstijd?’ Wat schuiven met werelddelen en planeten en een paar duizend jaar wachten, zo eenvoudig is het. En door te experimenteren met een koud en een warm blikje frisdrank ontdek je dat een warmere oceaan CO2 minder goed vasthoudt. In dit boek vind je geen saaie bladzijde, zeker niet met al die leuke illustraties van Wendy Panders erbij.

Wat kunnen wij doen aan de klimaatverandering? Daarover gaan de laatste hoofdstukken. Om het tij te keren kijkt Marc ter Horst in de richting van de technologie. Zijn nog in de running als ‘energiebron van de toekomst’: zon, wind, water, biomassa, aardwarmte en kernenergie. Ook ons gedrag aanpassen helpt, want ‘elke minuut die je korter doucht helpt tegen klimaatverandering’, al moet je erover waken dat je het kan volhouden. Het boek eindigt met een positieve boodschap: ‘de grote klimaatverandering-verandering is allang begonnen.’

Over ons economisch systeem blijft het stil. De Amerikaanse bedrijven die vanaf het einde van de jaren ’80 bewust twijfel zaaiden over de opwarming van de aarde? Vergoelijkt als ‘een soort kwajongensclubje’. De aardolie en het aardgas die we kunnen ontginnen als het noordpoolgebied ontdooit? Goed nieuws, want ‘daar kun je echt miljarden mee verdienen’. Dergelijke passages, al zijn het er weinig, wringen. Waar is die kritische kanttekening? Het is de enige schoonheidsfout in dit verder uitstekende boek. 

Veel respect voor de auteur en de illustrator om dit moeilijke thema zo mooi te brengen.

Veel respect voor de auteur en de illustrator om dit moeilijke thema zo mooi te brengen. Het boek lijkt me geschikt voor kinderen vanaf 10 jaar, al is het ook voor mama’s en papa’s aangename lectuur. Voor een kind is het met 180 bladzijden best wel veel om te behappen. In één keer uitlezen is hier niet gelukt, het is eerder een boek om af en toe vast te nemen. Wat wil je, eigenlijk is dit verhaal een bittere pil met een suikerlaag errond. 

Published in Boek
dinsdag, 14 augustus 2018 14:47

Agro-ecologie en biotechnologie

Agro-ecologen zijn het over een aantal zaken wel degelijk eens met de biotechnologen die de voorbije weken misnoegd reageerden op de beslissing van het Europees Hof van Justitie over de ggo-status van gewassen die met zogenaamde ‘nieuwe veredelingstechnieken’ werden ontwikkeld. Het is breed aanvaard dat hogere en efficiëntere gewasproductie nodig is om klimaatverandering en voedselzekerheidsuitdagingen het hoofd te bieden. Meningen over de meest duurzame wegen daar naar toe, lopen echter nogal uiteen. Een grote groep biotechnologen geeft nochtans aan het met de milieubeweging eens te zijn dat een agro-ecologische benadering het meest duurzame antwoord biedt op deze mondiale uitdagingen. Zij zien er een belangrijke rol in weggelegd voor ggo’s, dat zijn nieuwe gewasvariëteiten die met biotechnologische middelen werden ontwikkeld. 

Plantenveredeling is sinds het ontstaan van de landbouw zo’n 12.000 jaar geleden, inherent verbonden met landbouwontwikkeling. Er is immers steeds opnieuw nood aan gewasvariëteiten die het best beantwoorden aan de uitdagingen die de socio-economische en ecologische omgeving stellen. Biotechnologen zullen het volmondig beamen.

De vraag is echter of die biotechnologie wel effectief steeds door een agro-ecologische bril wordt bekeken. De essentie van agro-ecologie is immers het samenspel tussen het gewas, zijn onmiddellijke ecologische omgeving (andere planten, dieren, micro-organismen, bodem en klimaat) en de bredere socio-economische context waarin de gewasproductie plaatsvindt. Twee voorbeelden die vraagtekens plaatsen bij de agro-ecologische inpassing van ggo’s: 

Waar dient de zoektocht naar droogteresistentie cultivars toe als boslandbouwsystemen, zoals onlangs nog in de krant stond, een betere bescherming bieden tegen droogte door de bodem af te schermen en aan te rijken met watervasthoudend organisch materiaal? Wat is dan nog de relevantie van de biologische innovatie die droogteresistente cultivars eventueel bieden?

Intensieve rijstproductie heeft in bepaalde gebieden traditionele gewassen volledig verdrongen. Naast vitamine A gebrek lijden de kinderen in die gebieden bijgevolg aan een veel breder micronutriëntentekort. Is het dan verstandig, nuttig en/of überhaupt mogelijk om die problemen via zogenaamde Gouden Rijst (genetisch gemodificeerde rijst die provitamine A aanmaakt) aan te pakken? De algemene verspreiding van Gouden Rijst zou helaas het monotone rijstdieet en bijgevolg de structurele ondervoeding in die gebieden verankeren. Gediversifieerde landbouwsystemen met lokale bladgroenten en fruitsoorten zijn in dit geval een eenvoudig en efficiënter alternatief.

De groene scepsis de voorbije 20 jaar tegen ggo’s stamt voor een groot stuk in het gebruik ervan in landbouwsystemen die volledig haaks staan op een agro-ecologische benadering. Herbicidentolerante soja heeft het soja-areaal in 20 jaar tijd van 70 miljoen tot 120 miljoen ha opgedreven, veelal ten koste van ecologische enorm waardevolle ecosystemen in Argentinië en Brazilië. Insecticide-producerende gewassen (zoals Bt-maïs of –katoen) houden schadelijke vlinders weg waarvan de natuurlijke belagers door landschapsdegradatie en monocultuur zijn verdwenen en houden zo in se niet duurzame landbouwsystemen in stand.

Begin de jaren ’90, toen de eerste aanvragen voor ggo’s binnenliepen hebben Europese burgers, milieubewegingen en politici terecht hun bezorgdheden geuit over die nieuwe gewassen waarin men stukken soortenvreemd DNA kon inbrengen, op niet altijd te voorziene plaatsen en waarin bv. DNA-codes werden ingebracht voor een aantal toxines waarvan de impact op de volksgezondheid en het milieu volslagen ongekend waren. Europa heeft toen bijgevolg terecht het voorzorgsprincipe gehanteerd en elke ggo-toelating aan de voorwaarde van een strikte milieu- en gezondheidsimpactanalyse onderworpen. 

De milieubeweging bleef ondertussen ggo-ontwikkelingen elders op de planeet met argusogen volgen. Door de hoge kosten van, en de patenten op het inbrengen van ggo-kenmerken in plantenvariëteiten vormden ggo’s mee de motor van twee opmerkelijke evoluties in de landbouw: de integratie tussen de farmaceutische (bv. Bayer), agrochemische (bv. BASF) en zaaigoedsector enerzijds, en een intensieve concentratie in de zaaigoedsector anderzijds. Vandaag de dag is maar liefst 60 % van het mondiale commerciële zaaigoed in handen van slechts 3 bedrijven (Bayer-Monsanto, DowDuPont en ChemChina). Die bedrijven bepalen steeds meer wat landbouwers wereldwijd telen. Dat zijn een handvol variëteiten van een steeds beperkter aantal plantensoorten.  De globale agrobiodiversiteit krimpt zienderogen. Agro-ecologisch is dat allerminst, omdat de meest veerbare landbouwsystemen net diegene zijn die gebruik maken van zo divers mogelijke plantensoorten. 

Volgens biotechnologen breken echter nieuwe tijden aan. Genome editing technieken (zoals CRISPR/Cas9) bieden ongeziene mogelijkheden en laten een heel precieze veredeling toe waarbij genetische modificaties niet meer te onderscheiden zijn van variëteiten die met klassieke veredeling tot stand zijn gekomen. Daardoor zou de veiligheid per definitie zijn verzekerd, kunnen de huidige, moeizame en dure EU-regels voor ggo-regulering worden genegeerd, wordt ggo-ontwikkeling goedkoper, kunnen ook andere, kleine spelers tot de ggo-markt toetreden en vallen meteen de hele zwik ggo-bezwaren weg.

Klinkt mooi toch? Er zitten echter nogal wat ‘als-en’ in de bovenstaande redenering. Eerst en vooral geven biotechnologen toe dat bij CRISPR/Cas9 stukken DNA op onvoorziene plaatsen kunnen worden weggeknipt. De impact daarvan op genexpressie is – zeker voor een technologie die pas in haar kinderschoenen staat – ongekend. De nieuwe gentechnieken verschillen verder ook van conventionele veredeling door het potentieel om heel snel een veel bredere waaier aan genexpressies doelbewust in het milieu te brengen. Die snelheid en dat potentieel noopt tot een voorzichtigere aanpak dan bij conventionele veredelingsproducten. Het Europees Hof van Justitie heeft dus volkomen terecht gesteld dat de uit deze technieken voortkomende planten vooralsnog moeten voldoen aan dezelfde voorwaarden als klassieke ggo’s alvorens ze op (proef)velden in Europa toe te laten. Dat is niet meer dan een fundamentele respectering van het voorzorgsprincipe dat de leidraad vormt van de Europese milieuwetgeving.

De milieubeweging heeft verder redenen om de nieuwe ontwikkelingen blijvend met argwaan te volgen. Een aantal cruciale duurzaamheidsvraagstukken m.b.t. ggo’s blijven door biotechnologen alsnog onbeantwoord: 

1. wat is de werkelijke meerwaarde van biologische gewasinnovatie in vergelijking met de toepassing van niet-biotechnologische, agro-ecologische teelttechnieken? 

2. hoe kunnen kleine en grote ggo-ontwikkelaars ervoor zorgen dat nieuwe veredelingsproducten zich niet enkel toespitsen op die soorten (graan-, olie- en vezelgewassen) en die kenmerken met economische quick wins in industriële landbouwsystemen en dus niet verder de agrobiodiversiteit verschralen?

3. hoe kan de publieke sector terug een plaats verwerven in zowel het plantenveredelingsonderzoek als in zaaigoedontwikkeling?

Zolang die vragen onbeantwoord blijven, is het opportuun dat overheden meer ruimte geven aan onderzoek naar, en ontwikkeling van agro-ecologische landbouw- en voedselproductie waarvoor bovenstaande vragen niet in de weg staan. 

 

Published in Opinie

Recensie boek Daniel J. Fiorino, Polity Press, UK/USA, 2018, 143 p door Johan Malcorps

Milieuproblemen en democratie

Is het klimaatprobleem nog op te lossen met democratische middelen? Alle grote klimaattoppen ten spijt, wordt er in werkelijkheid weinig vooruitgang geboekt met de traditionele democratische overlegmethodes. De uitstoot van broeikasgassen blijft maar stijgen. Moeten we dan niet durven toegeven dat het democratisch spel van inspraak, overleg, belangenafweging en stemmingen te traag is om snelle en effectieve, zelfs disruptieve beslissingen te nemen en vorm te geven aan een wereldwijde transitie op vlak van energie, mobiliteit, industrie, landbouw? Wellicht zijn alleen verlichte autoritaire regimes, zoals het China van Xi Jinping, nog in staat zijn om op een effectieve manier de aarde te redden?

De vraag is niet nieuw. James Lovelock, de vader van de Gaia-theorie, was één van de eersten om publiek te stellen dat democratieën niet opgewassen zijn tegen de immense uitdagingen die de klimaatverandering ons stelt. Het klimaatprobleem is te vergelijken met een oorlog. En als er een oorlog uitbreekt, moeten noodgedwongen democratische procedures opzij geschoven worden. Het model van de Romeinse dictator Cincinnatus die 16 dagen lang alle macht in handen kreeg in het oude Rome, de vijand versloeg, de stad redde en dan weer terugkeerde naar zijn boerderij om zijn akkers te gaan omploegen. 

In de jaren ’70 van de vorige eeuw waren er al ecologische auteurs die grote vragen stelden bij de mogelijkheid om milieuproblemen via de democratische weg op te lossen, zoals William Ophuls en Robert Heilbroner. Garrett Hardin stelde in zijn klassieker ‘The Tragedy of the Commons’ (1968) dat een basisdemocratische aanpak via commons niet kon werken en dat drastische ingrepen nodig waren, zoals de inperking van het recht om zich voort te planten (‘the freedom to breed’). Meer recent schreven David Shearman en Joseph Wayne Smith het boek “The Climate Challenge and the Failure of Democracy” (2007)  waarin ze de structurele zwakten van democratieën aan de kaak stellen om actie te ondernemen op vlak van klimaatbeleid. 

Hybride regimes

Daniel Fiorino brengt in zijn boekje overtuigende argumenten aan waarom deze pessimistische visies geen steek houden en waarom we juist meer democratie nodig hebben om voldoende draagvlak te krijgen om de klimaatproblemen onder controle te krijgen. 

Hij vertrekt daarvoor eerst en vooral van een vergelijkende analyse op het terrein van wat volwaardige democratische regimes en autoritaire regimes bereikten op het vlak van zowel klimaatmitigatie als –adaptatie. Daarbij onderscheidt hij ook een middenmoot van regimes die tussen de twee in zweven (“flawed democracies” en “hybride regimes”). Hij werkt met bekende rankings op vlak van democratie, maar ook op vlak van de aanpak van klimaatverandering (de CCPI of Climate Change Performance Index van Climate Action network) en de ND-GAIN Country Index (die landen rangschikt op basis van hun prestaties op vlak van klimaatadaptatie). Terzijde : voor de CCPI haalt België op wereldniveau een beschamende 32ste plaats, voor de ND-GAIN komt België pas op de 27ste plaats voor algemene veerkracht en op de 36ste plaats voor kwetsbaarheid t.a.v. de klimaatverandering.

Daarbij stelt hij zich ook de vraag waarom bepaalde democratieën (bijv. de Scandinavische landen) het dan nog zoveel beter doen dan andere democratische landen (zoals bijv. nu de VS van president Trump). Hij toont aan dat democratische landen met een proportioneel kiessysteem, met meer sociaal overleg en een meer federale spreiding van bevoegdheden het ook beter doen op vlak van klimaat. Interessant vooral is zijn beschrijving van wat hij ‘compensatory federalism’ noemt : steden, provincies of hele deelstaten die het wel heel goed doen op vlak van klimaatbeleid, ondanks het feit dat de nationale staten waartoe ze behoren het laten afweten. Als voorbeelden geeft hij Californië (in de VS van Trump) en British Columbia (in het Canada van de vorige premier Harper). Hij laat zien hoe ‘sub-national leadership’ op vlak van klimaat de negatieve acties van klimaatnegationistische leiders toch kan compenseren. 

Ook negatief voor de klimaatprestaties zijn afhankelijkheid van fossiele bronnen (wat  voor de hand ligt), maar ook economische ongelijkheid (wat minder evident is).

Daarnaast zijn er de louter politieke factoren, zoals nu het populisme à la Trump en de heersende bestuursfilosofie (zoals bijv. een blind geloof in de vrije markt en het streven naar een minimale staat).

Honderd oplossingen 

Het boek eindigt met een reeks positieve initiatieven die democratische landen kunnen nemen om de klimaatdoelstellingen te halen. Daarvoor baseert Fiorino zich op het ‘Project Drawdown’ van eco-activist Paul Hawken, die honderd oplossingen voorstelde om de klimaatverandering alsnog te stoppen, gaande van massale investeringen in windturbines op zee en zonnefarms tot meer inspanningen voor het opvoeden van meisjes in ontwikkelingslanden.

Al bij al dus een hartverwarmend positief boek dat veel pessimisten in het ongelijk stelt en aangeeft dat democratie, acties voor meer sociale rechtvaardigheid en voor een beter klimaat samengaan, meer zelfs mekaar juist versterken.

 

Johan Malcorps

 

Published in Boek
maandag, 07 mei 2018 12:11

De opstand van de natuur

Recensie 'De opstand van de natuur', Philipp Blom (2017, De Bijzige Bij) door Dirk Holemans. 

 

Hoe reageert een samenleving op een relatief plotse klimaatverandering? Rond die actuele en fascinerende vraag draait het boek van Philipp Blom, gekend in vele landen als journalist, historicus en romanschrijver. Daarbij kijkt hij naar de ‘kleine ijstijd’ die we allen kennen, of toch zeker herkennen, van de schilderijen van Pieter Breughel: stevig vastgevroren rivieren waarop allerlei activiteiten plaatsvinden. Wat de schok in die tijd nog groter maakte, is dat die koude periode er komt na een relatief warmere. De periode van de dertien en vertiende eeuw waren een stuk warmer dan de eeuwen ervoor. Als dan in de jaren 1570 de kleine ijstijd haar intrede doet, tot ongeveer 1700, spreken we over een gemiddelde daling van ongeveer vier tot vijf graden gemiddeld. Genoeg om bijvoorbeeld de zone waar je aan wijnbouw kan doen met vijfhonderd kilometer opschuift naar het zuiden. Veel erger zijn de lange, harde winters, de hevige onweders en hagelbuien die oogsten vernietigen alsook de extreem hete zomers. Is het toeval dat de grote brand van de toen nog houten stad London plaatst vindt in 1666 na zo’n enorm warme zomer?

 Het boek van Blom is een echte aanrader om een paradoxale reden. Het geeft tegelijk minder en meer dan het belooft. Wat Blom vooropstelt, de impact van de kleine ijstijd in verband brengen met de grote maatschappelijke omwentelingen in de 17de eeuw op vlak van politiek, handel, economie en landbouw deemstert vanaf het midden van het boek wat weg, om er op het einde van het boek wel pertinent op terug te komen. In ruil krijg je een fascinerend perspectief op een samenleving die zich langzaam maar zeker bevrijdt uit het keurslijf van de godsdienst (en bijgeloof) en het proces van de Verlichting opstart dat resulteert in de moderne ideeën dat elke mens gelijk is en recht heeft op vrijheid, wat zich later manifesteert in de Universele Verklaring van de Mens. Op zich is dit al eerder beschreven. Wat dit boek zo bijzonder maakt is dat je niet alleen leest over de grensverleggende ideeën van mensen als Descartes en Spinoza, Blom situeert telkens hun persoonlijke levensloop in de context en omwentelingen van die periode. 

 Daarmee is niet gezegd dat de klimaatwijziging niet aan bod komt. Blom laat zien hoe de koude winters het feodale systeem gebaseerd op lokale voedselproductie, met als belangrijkste gewas graan, fataal onder druk zet. Als de oogst mislukt is dat een stimulans voor meer grensoverschrijdende handel – zo zal de Italiaanse regio Toscane in barre winters graan uit helemaal Noord-Europa gaan invoeren. Even boeiend is hoe tijdens de kleine ijstijd de opkomst van de moderne denkwijze leidt tot een andere verhouding tot de natuur. Langs de ene kant is er de middeleeuwse kijk die alles terugbrengt tot ‘het is de wil (of vloek) van god’, niet toevallig is er in de bewuste periode een piek aan heksenverbrandingen. Langs de andere kant krijg je de eerste moderne wetenschappers die het aanspoelen van walvissen, of een heldere meteoriet die de hemel verlicht, gewoon nuchter observeren als een natuurfenomeen, zonder er iets meer achter te zoeken.

Het bijzondere van deze geschiedschrijving van de periode van de kleine ijstijd is dat Blom het niet geschetst als een louter ideeënstrijd of -geschiedenis, wat filosofen wel eens trachten te doen. De auteur toont hoe nieuwe ideeën en concrete maatschappelijke ontwikkelingen in elkaar haken, hoe de feodale aristocratie langzaam maar zeker wordt vervangen door een opkomende middenklasse met niet alleen ideeën, maar die ook een wereldhandelsysteem (het mercantilisme) op poten zetten met als tegenhanger meer en meer centraal geleide landen (de voorlopers van onze moderne natiestaten). En dat systeem, dat in Europa welvaart en voor een groeiende groep een beter leven bracht, betekent tegelijkertijd meedogenloze uitbuiting van de natuur en andere delen van de wereld. 

Waarbij de vooraanstaande filosofen uit die tijd er hun hand niet voor omdraaiden om in beide elementen van die vroege moderniteit te excelleren: bevrijdende ideeën ontwikkelen én zich verrijken door uitbuiting. Zo woont Voltaire in een mooi kasteel en investeert hij stevig in plantages waarover hij noteert: aan elke zak suikerriet hangt bloed.

 Natuurlijk beweert Blom niet dat de klimaatverandering de rechtstreekse oorzaak is van de ingrijpende omwentelingen in de 17de eeuw. Wel betekent de crisis van de op graan gebaseerde landbouw, wegens verkorte plantengroei door de afkoeling alsook de misoogsten, tot een economische belasting van de sociale structuren in Europa, wat ruimte creëert voor vernieuwingen en tot dan toe ongekende mogelijkheden openen voor nieuwe praktijken en kennis van een groeiende ontwikkelde middenklasse.

 Voor Blom is de gelijkenis van onze tijd met die van de kleine ijstijd dubbel. Uiteraard is er opnieuw de klimaatverandering – deze keer ten gevolge van menselijk handelen. Tevens zitten we als samenleving ook met een geërfd compromis. Of zoals Blom schrijft: “De paradoxale, dubbele erfenis van de zeventiende eeuw is ongebroken. We praten over universele mensenrechten, maar onze economische groei is nog sterker gebaseerd op uitbuiting van mensen en natuurlijke hulpbronnen dan in het Europa van de kleine ijstijd”. Hier toont Blom zich duidelijk als een ecologisch denker: economische groei door uitbuiting, ontwikkeld in de 17de eeuw, is nu een existentiële bedreiging geworden voor heel de planeet. In die zin eindigt het boek van Blom met een allesomvattende vraag voor zij die zich, ook ter rechterzijde, graag opwerpen als de verdedigers van de Verlichting. Ja, de waarden van vrijheid en mensenrechten mogen we nooit loslaten, maar welk alternatief economisch model is daar voor nodig, dat de groeifixatie achter zich laat en elke vorm van uitbuiting verwerpt. Een universele vraag, die mensen van alle gezindte aanbelangt.

Published in Boek

 

De krantenkoppen zijn elk jaar hetzelfde: ‘Weer geen klimaatakkoord’, ‘Klimaattop eindigt in teleurstelling’, ‘Klimaattop is complete flop’. In december vindt de 21ste internationale klimaattop plaats in Parijs. Moeten we wachten op een akkoord, of wordt het tijd om als samenleving een eigen klimaatagenda op te stellen? Volgens Natalie Eggermont, voorzitster van Climate Express, is het tijd om massaal op straat te komen. Op 26 april gaat ze op Ecopolis in debat over de rol van burgers in de klimaatstrijd.

Natalie Eggermont is spoedarts, moraalfilosofe en klimaatactiviste. Twee jaar geleden was ze één van de organisatoren van de klimaattrein naar Warschau. Toen namen 750 Belgen een speciaal ingelegde trein naar de klimaattop in Warschau om er te manifesteren voor een klimaatakkoord. Nu is Eggermont voorzitster van Climate Express, een organisatie die 10.000 mensen vanuit België naar de klimaattop in Parijs wil brengen.

Wat is Climate Express?
Eggermont: “Climate Express is een groeiende vrijwilligersbeweging die streeft naar een daadkrachtige en solidaire aanpak van het klimaatprobleem. In december willen we 10.000 Belgen naar de volgende klimaattop in Parijs brengen met treinen, bussen en fietsen. In een gigantische klimaatmars kunnen we druk zetten op de politici die daar onderhandelen over een internationaal klimaatakkoord. Onze meerwaarde is dat wij een organisatie zijn die aan massamobilisatie doet, zo’n organisatie bestond nog niet echt in België.”

Vorig jaar namen 400.000 mensen deel aan de klimaatmars in New York. Toch bracht James Inhofe, Republikeinse voorzitter van een klimaatcommissie, een sneeuwbal mee naar de Senaat om te ontkennen dat de aarde opwarmt. Is zo’n klimaatmars dan wel zinvol?
Eggermont: “Ik denk dat de New York Climate March veel mensen geïnspireerd heeft. Het creëerde het gevoel dat de internationale klimaatbeweging bestaat en aan het groeien is. Daarop kunnen we verder bouwen. Maar de mars volstaat niet. Het is geen of-of-verhaal, maar een en-en-verhaal. Naast het op straat komen, moeten we ook bouwen aan concrete initiatieven van onderuit. Er wordt nog steeds vastgehouden aan fossiele systemen, terwijl er geen ruimte is voor bottom-up initiatieven. Overal zien we interessante initiatieven ontstaan, maar ze moeten een duwtje in de rug krijgen.”

Zullen politici het gevoel krijgen dat ze iets moeten doen omdat mensen massaal op straat komen? 
Eggermont: “Daar ben ik echt van overtuigd. De geschiedenis toont dat het kan. Acht uur werkdag, vakantie, stemrecht,… zijn niet uit de lucht gevallen. Het waren ook geen briljante ideeën van een politicus aan zijn bureau. Die veranderingen zijn er gekomen omdat mensen massaal op straat zijn gekomen. Ik heb soms het gevoel dat mensen dat vergeten zijn.”

Elk jaar opnieuw pleiten milieubewegingen voor een akkoord. Denk je dat er ooit verandering kan komen?
Eggermont: “Ik ben ervan overtuigd dat er verandering moet komen. Daar ben ik dag in dag uit mee bezig omdat ik daarin geloof. Het zal wel niet zonder slag of stoot gebeuren. Het gaat niet langer over een windmolen hier en een zonnepark daar, wel over veranderingen in de macht en economie. Die verandering zal er niet komen door het lief te vragen. Het zal moeilijk zijn, maar ik geloof erin.”

De kans is reëel dat er geen akkoord gesloten wordt. 
Eggermont: “Ik ben ervan overtuigd dat er een akkoord zal gesloten worden. Maar het zal niet ambitieus genoeg zijn, niet legaal bindend en niet sociaal- en internationaal rechtvaardig. Reden te meer dus om naar Parijs te gaan en dit moment te gebruiken om de klimaatbeweging te doen groeien. De klimaatstrijd gaan we niet winnen op die ene dag in Parijs. Het is iets dat op veel langere termijn zal moeten gebeuren. Ook al treedt het akkoord dat gesloten zal worden pas in werking in 2020, we moeten zowel nu als na Parijs actie nemen. Dit is een belangrijke stap in het uitbouwen van een beweging die echte verandering wil afdwingen.”

“Als de politiek geen beslissing neemt, dan wordt het tijd om het heft in eigen handen te nemen. We moeten nadenken over oplossingen en die zelf in gang zetten. Mensen weten goed wat ze niet willen, maar niet wat ze wel willen. Er is nood aan open en democratische debatten om na te denken over waar we naartoe willen met onze maatschappij. Als we onze richting bepaald hebben, moeten we politici onder druk zetten. Zodat zij naar ons luisteren in plaats van wij naar hen.”

Hoe zie je dit praktisch haalbaar als je bijvoorbeeld ziet hoeveel er al geïnvesteerd is door multinationals in grondstoffen die nog onder de grond zitten? Waarom zouden zij naar de bevolking luisteren?
Eggermont: “Multinationals zullen die investeringen uiteraard niet zomaar laten vallen. Dat is niet in het belang van zichzelf, van hun aandeelhouders en ook niet in het belang van de winst die ze willen maken. Alle beslissingen die nu in de maatschappij genomen worden, draaien om winst. Dat is een fundamenteel probleem dat we moeten veranderen met een radicale ommezwaai. Als maatschappij moeten we duidelijk maken dat het in ieders belang is dat de olie onder de grond blijft zitten. Een heel klein percentage wil die olie omdat ze er rijker van worden. De meerderheid wordt er armer van. Alleen maar als die meerderheid opstaat om het luid genoeg te zeggen, en te herhalen, kan er iets veranderen. Het zal niet vanzelf gaan.”

Als politici geen beslissingen nemen, is het dan tijd voor meer radicale actie, waar ook Naomi Klein in haar boek ‘No Time’ voor pleit?
Eggermont: “De tijd van niet-radicale actie ligt al lang achter ons. We staan op een tweesprong. Ofwel gooien we het over een andere boeg en kiezen we voor een maatschappij die sociaal en ecologisch rechtvaardig is. Dat is een radicale ommezwaai. Ofwel doen we verder zoals we bezig zijn. Dan brengt de klimaatsverandering een enorme verandering in ons leven teweeg en ook dat is een radicale ommezwaai.”

Hoe zie je de werking van Climate Express op lange termijn?
Eggermont: “We willen een beweging uitbouwen, en dat doe je niet op één dag. We gebruiken Parijs als een belangrijke stap hierin. Door laagdrempelig te zijn willen we mensen het gevoel geven dat ze gemakkelijk kunnen aansluiten.”

“Parijs is internationaal, maar daarnaast zien wij ook een rol voor België. Er zijn zoveel belangrijke dossiers in België, zoals toegang tot land voor kleine boeren, de energiekwestie rond kernenergie,… Dat zijn belangrijke onderwerpen waar er momenteel weinig maatschappelijk debat over is. Onze bedoeling is om met 10.000 mensen terug te keren uit Parijs en het volgende dossier op tafel te gooien.”

Op 26 april neemt Natalie Eggermont deel aan het klimaatdebat op Ecopolis. De kans dat politici niet tot een bindend klimaatakkoord komen in Parijs is reëel. Kan de samenleving een burgeragenda opstellen voor het klimaat? Eggermont gaat in debat met Katherine Richardson (Planetary Boundaries Report), Serge de Gheldere (Klimaatzaak), Stefan Aykut (Franse politicoloog) en Alhadi Agabeldour Adam (Soedanese mensenrechtenactivist en schrijver).

 

Published in Interview
donderdag, 13 januari 2011 21:55

Naar een andere soevereiniteit

Gisteren een zeer boeiend debat  bijgewoond met de groene Duitse voormalige buitenlandminister Joschka Fischer. Hij hield een gedreven pleidooi voor de ‘Verenigde Staten van Europa’. Met veel passie sprak hij over de noodzaak om verdere stappen te zetten in de Europese integratie, met het oog op de grote veranderingen die aan de gang zijn in de mondiale orde en de maatschappelijke uitdagingen die ons te wachten staan.

Published in Opinie

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.