logo





  • Aral Balkan
  • Kate Raworth
  • Yochai Benkler
  • Vandana Shiva
  • Rob Hopkins
  • Michel Bauwens
  • Harald Welzer
  • Saskia Sassen
  • Tine Hens

Laatste bijdragen schrijversgemeenschap

  • Home
  • Tijdschrift
  • Oikos-tijdschrift: Het ecologisch regeringsbeleid, gewikt en gewogen
zondag, 23 juni 2019 09:53

Oikos-tijdschrift: Het ecologisch regeringsbeleid, gewikt en gewogen

Written by
Rate this item
(0 votes)

Na de verkiezingen van mei is het nu belangrijk om zo snel mogelijk een nieuwe regering te vormen. Zo kunnen we samen inzetten op de vele uitdagingen waar de nieuwe regering, zowel federaal als gewestelijk, vandaag voor staat. Toch blijkt vandaag het debat eerder te gaan over verschillende standpunten van partijen dan over wat echt telt. Het debat hoort vandaag niet te gaan over de verschillende standpunten van N-VA en PS. Echter wel over hoe ze samen kunnen inzetten op uitdagingen op vlak van ruimtelijke ordening, energie, landbouw, mobiliteit enzo. In onderstaand artikel uit het Oikos-tijdschrift overloopt het beleidsteam van Bond Beter Leefmilieu in vogelvlucht wat er reeds gebeurde rond deze thema's en reiken ze handvatten aan voor een volgende regering. Het is hoog tijd dat we overschakelen op een inhoudelijk publiek debat waarbij het belang van de burgers op de eerste plaats komt te staan. Dit artikel verscheen in een vorig nummer van het Oikos-tijdschrift. Wil je graag het nieuwste Oikos-nummer lezen kijk dan hier voor meer informatie voor een abonnement op het Oikos-tijdschrift of vraag hier een gratis proefnummer aan.

Ruimte

De grote omwenteling voor een betere ruimtelijke ordening zou er deze legislatuur komen met het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV), beter bekend als de betonstop. De Vlaamse regering slaagde er enkel in om de strategische visie van het BRV goed te keuren. Die strategische visie staat vol goede voornemens over ons toekomstig ruimtegebruik. De inname van open ruimte moet van 6 ha per dag halveren naar 3 ha tegen 2025 en naar nul gaan in 2040. Op het eerste gezicht is het positief dat deze afspraken opnieuw politiek bekrachtigd werden. Dat lijkt een stap vooruit, maar is het niet. De regering slaagde er niet in om de bijhorende actieplannen — de zogenaamde beleidskaders — goed te keuren. Die actieplannen bevatten de concrete maatregelen die nodig zijn om de ruimtelijke wanorde bij te sturen: een strenger vergunningenbeleid, het neutraliseren van slecht gelegen bouwgronden, soepele procedures voor kernversterking, behouden van zonevreemde bossen, een betere bescherming van landbouwgronden, …

Door enkel de strategische visie van het plan goed te keuren, zonder de noodzakelijke maatregelen om het beleid bij te sturen, komen we in een heel dubbelzinnige situatie terecht. Door deze aankondigingspolitiek proberen eigenaars nog snel bouw- en verkavelingsvergunningen te ver. Voor het te laat is, door die aangekondigde betonstop. Het resultaat?

De afgelopen periode steeg de ruimte-inname van 6 naar 7 ha per dag. In plaats van te dalen.

Wel keurde de regering principieel een aangepaste regeling voor planschade goed. Om de betonstop verteerbaar te maken, worden de vergoedingen voor eigenaars serieus opgetrokken. Nu wordt de planschadevergoeding berekend op basis van de aankoopprijs. Omdat veel bouwgronden aangekocht werden in de jaren zeventig of tachtig, vallen de vergoedingen relatief mee.

De regering wil de schadevergoedingen vanaf nu gelijk stellen met de actuele marktwaarde. Aangezien de grondprijzen de afgelopen tien jaar sterk gestegen zijn, dreigt een betere ruimtelijke ordening onbetaalbaar te worden.

Dit nieuwe systeem is dan wel goed voor eigenaars, het zal de overheid naar schatting meer dan tien miljard euro extra kosten om alle overbodige bouwgronden om te zetten naar open ruimte. Dat geld is er niet. De rekening wordt doorgeschoven naar de volgende regeringen.

 Energie

Voor energie lag er deze legislatuur heel wat werk op de plank. De hernieuwbare energie en energiebesparingsdoelstellingen voor 2020 vroegen een serieuze stroomversnelling. Daarnaast moesten de ministers eindelijk een duidelijke langetermijnvisie voor energie op papier zetten. Het behoud van de kernuitstap in 2025 en de invulling van doelstellingen voor 2030 in het kader van het Europees energiebeleid, vormden daarvoor de leidraad.

Na jarenlange discussies bereikten de energieministers in 2018 een akkoord over het langverwachte energiepact. Dit pact moet de leidraad vormen voor het energiebeleid in ons land en bevestigt de kernuitstap in 2025. Meer nog, het geeft aan dat België moet evolueren naar 100 procent hernieuwbare elektriciteit tegen 2050.

De tekst van het energiepact was nog niet koud, of regeringspartij N-VA stelde de kernuitstap al openlijk in vraag. Die blijvende onzekerheid jaagt investeerders weg van alternatieven voor kernenergie.

Een steunmechanisme (CRM) voor nieuwe capaciteit en andere alternatieven zal deze legislatuur, na lang getalm door minister Marghem, misschien nog nipt worden goedgekeurd. Cruciaal is nu om te vermijden dat dit ondersteuningsmechanisme ons vastzet met te veel nieuwe gascentrales. Het moet in de eerste plaats voldoende ruimte geven aan toekomstbestendige alternatieven, zoals vraagbeheer en opslag, en de inzet op gas tot een minimum beperken. 

De beoogde doelstelling van 100 procent hernieuwbare elektriciteit komt te laat in het licht van de drastische emissiereducties die nodig zijn om de klimaatopwarming te beperken. Maar zelfs die doelstelling ligt niet binnen bereik. De hernieuwbare energiedoelstellingen voor 2020 worden allicht (nipt) niet gehaald. (zie illustratie)

 

Ook de ambities blijven ondermaats.

De doelstellingen die Vlaanderen en België inschreven in het ontwerp Nationaal energie- en klimaatplan (NEKP) voor 2030, liggen veel te laag

(18,3% hernieuwbare energie en 40% hernieuwbare elektriciteit in 2030). De 18,3 procent steekt laag af tegenover de Europese doelstelling van 32 procent hernieuwbare energie in 2030. Deze doelstellingen zorgen voor een vertraging van de verdere uitbouw van hernieuwbare energie in plaats van de broodnodige versnelling. Waarschijnlijk zal de Europese Commissie België voor de zomer aanmanen om meer te doen en het doel voor 2030 opwaarts te herzien in haar definitief klimaat- en energieplan.

Positief is wel de beslissing van de federale regering om wind op zee verder uit te bouwen. Zo moet er tegen ten laatste 2030 4GW wind op zee staan. Een capaciteit die overeenkomt met vier kerncentrales en die mee moet helpen de kernuitstap op te vangen. Al die windmolens in zee zullen één vijfde van de Belgische elektriciteitsvraag dekken of de helft van wat de gezinnen verbruiken.

Jammer genoeg besliste minister De Backer om deze windturbines grotendeels in beschermd natuurgebied in te plannen.

Dit zorgt niet alleen voor een spanning tussen klimaat en natuur, maar ook voor juridische onzekerheid voor de windontwikkelaars. 

Op land gaat de ontwikkeling van hernieuwbare energie veel te traag. De groei van zonnepanelen viel sterk terug door de afbouw van steun, gecombineerd met de blijvende onduidelijkheid over de compensatie voor zonne-eigenaars bij de afschaffing van de terugdraaiende tellers. Wind op land zit in het slop door het uitblijven van een planmatig beleid dat een vroegere en structurele betrokkenheid van omwonenden mogelijk maakt. Dit is nochtans nodig voor het broodnodige draagvlak. Positief was de beslissing van de Vlaamse Regering, aangevuurd door toenmalig minister van Energie Turtelboom, om de steun voor grootschalige biomassacentrales af te schaffen. Deze centrales, die vaak volledige bomen opstoken om elektriciteit op te wekken, doen meer kwaad dan goed voor milieu en klimaat.

'Energiebesparing eerst', is een slogan die elke minister van energie graag in de mond neemt. De resultaten tot nu toe ogen eerder pover. Vlaanderen engageerde zich tegen 2020 om 15,3 procent energie-efficiënter te worden in vergelijking met 2005. In 2017 gaf de energiebalans een besparing van 5,6 procent aan. (zie illustratie) Het Renovatiepact werd eind 2014 met veel tromgeroffel boven de doopvont gehouden. Een initiatief waarbij alle stakeholders de krachten zouden bundelen om de renovatiemarkt een boost te geven en de uitstoot van broeikasgassen in de gebouwensector terug te dringen. Na vier jaar zijn de resultaten bijzonder mager. De woningpas en het EPC+ zijn weliswaar gelanceerd. Maar het gros van de maatregelen uit het pact zijn nog niet uitgevoerd. En bovenal: de renovatiegraad zit in de rode cijfers. De renovatie-activiteit zakte zelfs terug tot ongeveer het niveau van 2012. Het efficiëntiebeleid voor bedrijven toont een gemengd beeld. De mini-energiebeleidsovereenkomsten (mini-EBO’s) zetten energiebesparing bij kmo’s op de kaart. De EBO’s voor grote ondernemingen werden echter gewoon verder gezet zonder ambitieverhoging. Een gemiste kans.

Tal van gemeenten hebben het nieuwe thema groene warmte op de radar staan. Maar er is duidelijk nood aan een sturend beleid vanuit Vlaanderen. Het ontwerp Energie- en klimaatplan 2030 geeft hoop: cruciale principes als de opmaak van warmtezoneringsplannen, een warmtetoets en een eind aan het  plaatsen van nieuwe stookolie- en gasverwarming staan hier voor het eerst vermeld. Maar het moet allemaal sneller, consequenter en ambitieuzer kunnen.

Voeding en Landbouw

Voeding en landbouw zijn tijdens deze legislatuur domeinen die steeds verder uit elkaar beginnen lopen.

Op het vlak van het verduurzamen van onze voedingsgewoonten is een grote stap vooruit gezet door het uitbrengen van de omgekeerde voedingsdriehoek. Voor het eerst is een voedingsdriehoek ontworpen die enkel gebaseerd is op onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Deze driehoek roept terecht op om de consumptie van vlees en bewerkte vleesproducten te beperken. Bij het opstellen van deze driehoek is ook duurzaamheid als criterium meegenomen. Voor het eerst wordt de combinatie van gezondheid en voeding gemaakt voor het opstellen van overheidsaanbevelingen rond voeding. 

De transitie naar een meer plantaardig voedingspatroon geeft niet alleen kansen om gezonder en duurzamer te gaan eten. Ook voor onze economie biedt het kansen. Het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen voerde een studie uit rond het potentieel van plantaardige voeding in Vlaanderen. De Vlaamse voedingsindustrie heeft alle sleutels in handen om de kansen die deze transitie teweegbrengt te grijpen. Een belangrijke aanbeveling van de studie luidt dat alle spelers actief in het veld de krachten moeten bundelen om kennis uit te wisselen, gezamenlijk projecten te starten, financieringsmogelijkheden te benutten en de sector te promoten. 

De progressie die op het vlak van voeding is gemaakt, staat in schril contrast met het landbouwbeleid dat blijft vasthouden aan recepten uit het verleden.

Het landbouwbeleid blijft werken op maat van de industriële veeteelt. Ook het milieubeleid delft steeds het onderspit voor de economische belangen in deze sector.

Zo bereikte het vijfde mestactieplan zijn doelen niet. Het aantal meetpunten met een ondermaatse waterkwaliteit steeg in Vlaanderen naar 21 procent, dat is mijlenver van de beoogde 5 procent. Ook het zesde mestactieplan komt met te zwakke maatregelen. De grond van het probleem, de te grote veestapel, blijft onbespreekbaar voor CD&V. 

Ook op het gebied van het klimaat blijft het bij vage beloftes. Het Vlaamse klimaatplan blinkt op het vlak van landbouw uit in vaagheid. Alle eieren worden in de mand van technologische verbeteringen gelegd. Dit terwijl innovaties voor de dierlijke sector beperkt zijn. Biologische processen zoals de vertering bij herkauwers zijn maar in beperkte mate bij te sturen. Hier lijkt de regering eerder het pad van de uitgestelde executie te kiezen in plaats van wat echt nodig is: een strategisch plan voor de dierlijke secto,r dat vastlegt aan welke veestapelgrootte we in de toekomst nog kunnen vasthouden. 

Circulair grondstoffengebruik

De voorbije legislatuur kreeg de circulaire economie vaste voet aan de grond. Dat is deels het gevolg van een internationale trend, maar is ook (althans in Vlaanderen) te danken aan de agendasetting en het werk van Vlaanderen Circulair. Deze transitie-arena voor duurzaam materiaalbeheer (voordien ‘Plan C’ genoemd), is inmiddels definitief ingebed in de werking van de Ovam en is in de praktijk een belangrijke aanjager van de circulaire economie binnen het beleid. In tegenstelling tot het Brussels Gewest, waar het gewestelijk plan circulaire economie een sterke impuls kreeg vanuit de overheid, zien we in Vlaanderen dus een sterk draagvlak vanuit belangrijke maatschappelijke spelers zoals de kennisinstellingen, het middenveld en de bedrijfsfederaties.

Het is vooralsnog erg moeilijk om precies te evalueren of we definitief de goede richting opgaan. Er bestaat immers nog geen duidelijk afgebakende set indicatoren voor circulariteit. Daarom is het beslist een goede zaak dat onderzoekers van Summa binnen de schoot van Vlaanderen Circulair de eerste stappen zetten om te meten in welke mate Vlaanderen circulair is, wat we daaronder verstaan en of we de goede richting uitgaan. In de praktijk zien we vooral de laatste jaren een sterk toenemend aantal initiatieven van burgers en productinnovaties bij bedrijven, maar nog weinig systeeminnovatie en beperkte doorbraken binnen de hele keten van productie en consumptie. Dat weerspiegelt zich in het beleid van de regering(en), dat zich vooral beperkte tot ondersteuning en (beperkte) financiering. Ze waren geen trekker en vormgever van een nieuw economisch model, maar volgden eerder de marsrichting en het ritme die (vooral) het bedrijfsleven aangeven.

Het verpakkingsbeleid is er een goed voorbeeld van. Dit kwam de laatste twee jaren in een stroomversnelling. Dit is niet de verdienste van de Vlaamse regering, maar het gevolg van een ontzettend snel en sterk gegroeid maatschappelijk bewustzijn over het dumpen van plastic en ander afval in het milieu. Op Vlaams niveau was het dossier rond statiegeld de blikvanger bij uitstek van dit verpakkingsbeleid. Ondanks de voor een milieumaatregel ongezien grote steun van burgers en gemeenten, slaagde de regering er onder druk van de industrie niet in om dit laaghangend fruit te plukken en statiegeld in te voeren.

Wel kwam ze vorig jaar met een verpakkings- en zwerfvuilplan 2.0, voor een groot stuk een doorslag van voorstellen door het bedrijfsleven. De meest in het oog springende doelen: tegen 2025 moeten alle verpakkingen op de markt herbruikbaar, recycleerbaar, composteerbaar of biodegradeerbaar zijn. Tegelijk is het de bedoeling om 95 procent van alle huishoudelijke verpakkingen te recycleren, een doelstelling die de Vlaamse regering ook heeft verankerd in een samenwerkingsakkoord met de andere gewesten. Dat klinkt ambitieus, maar

de focus op recyclage volstaat niet om ons in een circulaire economie te brengen, de wegwerpcultuur blijft immers gehandhaafd.

Zo blijft het aandeel herbruikbare huishoudelijke verpakkingen jaar na jaar dalen, en verliezen we jaarlijks enorme hoeveelheden materiaal door recyclageverliezen: na enkele jaren is het originele materiaal volledig verdwenen. De drie gewesten, waaronder dus ook de Vlaamse, hebben nagelaten om in hun nagelnieuw samenwerkingsakkoord rond verpakkingsafval doelstellingen vast te leggen voor hergebruik en hoogwaardige recyclage. De nadruk blijft op (laagwaardige) recyclage liggen. Dat levert aanzienlijke materiaalverliezen op, en leidt in de praktijk tot recyclage naar laagwaardiger toepassingen. Bovendien is voor de productie van nieuwe plastic verpakkingen opnieuw virgin plastic nodig. Daarmee sluiten we de keten niet. Een focus op hergebruik en hoogwaardige recyclage past niet in de verpakkingsstrategie van de meeste bedrijven en supermarkten, die vasthouden aan hun bestaande logistieke keten en verkoopstrategie. Kortom, het verpakkend bedrijfsleven dicteert, de regering kapituleert.

Mobiliteit

Het mobiliteits- en luchtkwaliteitsdebat was de afgelopen jaren niet weg te slaan uit de media. Oosterweel, Dieselgate of Curieuzeneuzen zetten de toon. De stijgende publieke bezorgdheid over files, verkeersveiligheid en luchtkwaliteit laat zich ook langzaamaan in de cijfers zien. Verschillende indicatoren evolueren traag in de goede richting of laten voor het eerst een trendbreuk zien. Zo neemt het aandeel van fiets en trein in de verplaatsingen toe, neemt het aantal diesels in het wagenpark en de luchtvervuiling af, zijn er steeds meer autodelers en lijkt het erop dat ook het aantal voertuigkilometers in 2017 plafonneert.

 

Sommige van die evoluties zijn ondersteund of aangezwengeld door het beleid. De vergroening van de autobelastingen en de gelijkschakeling van accijnzen zorgt ervoor dat diesel terrein verliest. De slimme kilometerheffing voor vrachtwagens maakt dat het vrachtwagenpark sneller evolueert naar de meest recente Euronorm, dus met minder luchtvervuiling. De doorbraak van de elektrische fiets en de bescheiden uitbouw van fiets(snel)wegen laat het fietsgebruik toenemen. Andere beleidsmaatregelen stonden haaks op die evoluties:

de aanhoudende fiscale ondersteuning van salariswagens en tankkaarten staat haaks op elk goed mobiliteitsbeleid. Ook het verder laten verrommelen van de ruimte bestendigt de auto-afhankelijkheid.

Vooruitblik 

De volgende regering moet duurzaamheid als een topprioriteit naar voren schuiven door te kiezen voor de kansen van vergroening. Gelukkig is intussen grotendeels geweten wat er moet gebeuren. Vooruitstrevende organisaties en bedrijven wijzen de weg. Hoog tijd om er eindelijk werk van te maken. De ambitie is om een welvarend en aantrekkelijk Vlaanderen op te bouwen, door werk te maken van de volledig hernieuwbare en circulaire economie. Die economie is ingebed in een groen en open Vlaanderen, met een duurzame landbouw. 

Voor het ruimtelijk beleid komt het erop aan de vertaalslag te maken van een ruimtelijke visie naar de vergunningenpraktijk. Stop de verharding en versnippering van de schaarse open ruimte. Daarbij moet de Vlaamse overheid woonuitbreidingsgebieden, signaalgebieden en woonparkgebieden omzetten naar natuur, bos of park en hiervoor ook voldoende budget voorzien.

Een betere ruimtelijke ordening doet de nood aan verplaatsingen dalen, maakt de uitbouw van hernieuwbare elektriciteit en warmte mogelijk en ontsluit de lokale meerwaarden van de circulaire economie. Het is de conditio sine qua non van alle transities gericht op duurzaamheid.

In het mobiliteitsbeleid ligt de klemtoon op het verminderen van verplaatsingen met de wagen en op het elektrificeren van alle vervoerswijzen, zodat het gebruik van hernieuwbare energie mogelijk is. Daartoe moet de Vlaamse overheid een slimme kilometerheffing invoeren met sturende milieucriteria voor personenwagens. Die heffing zal voldoende hoog moeten zijn om de doelen uit het klimaat-, luchtkwaliteits- en mobiliteitsplan waar te maken. Daarnaast is een kalender nodig om voertuigen met een verbrandingsmotor uit te faseren overeenkomendmet wat nodig is om de doelstellingen uit het klimaatakkoord van Parijs te realiseren. Ook de uitbouw van voldoende alternatieven voor individueel wagengebruik verdient een extra inspanning en voldoende budget. Het gaat hierbij om openbaar vervoer, fietsinfrastructuur, elektrisch vervoer en ritdelen. Al deze alternatieven kunnen toegankelijk gemaakt worden via MaaS-platformen (Mobility as a Service).

In het energiebeleid moet de Vlaamse overheid werk maken van 10 Gigawatt zon en wind op land tegen 2030. Tegelijk kan ze met sectorale doelstellingen het energieverbruik stevig terugdringen. Het komend decennium start de uitfasering van fossiele brandstoffen. Zo moet er voor de stookolieketel al een verkoopverbod komen in de volgende regeerperiode. Twee elementen van de energietransitie waarop tot nu toe weinig gefocust werd, verdienen meer aandacht en uitwerking: een ruimtelijke strategie voor de uitrol van hernieuwbare warmte en een strategie voor een koolstofarme industrie tegen 2050. 

In het beleid rond de circulaire economie is er nood aan een interfederale roadmap die versnippering in het circulair en industrieel beleid tegengaat. Statiegeld voor de inzameling van ‘fast moving consumer goods’ is een quick win, aangezien een statiegeldsysteem de beste manier is om materialen opnieuw in te zamelen voor hoogwaardig hergebruik of recyclage. Bij openbare aanbestedingen kan de overheid circulaire voorrangsregels hanteren. Belangrijke criteria zijn de mate van hergebruik en reparatie, herstelbaarheid en recycleerbaarheid en gerecycleerde inhoud. Ten slotte moet de overheid werk maken van een ondersteunings- en investeringsplan voor bedrijfsmodellen die nieuwe product-dienstcombinaties vermarkten.

In het landbouw- en voedingsbeleid ten slotte, moet Vlaanderen de hervorming van het Europees landbouwbeleid (GLB) aangrijpen om volop te gaan voor duurzaamheid en vergroening. De omvang van de veestapel zal geleidelijk aan moeten krimpen, zodat hij is gehalveerd tegen 2050. Die doelstelling, en de uitwerking ervan, is voor de volgende beleidsperiode en kan gepaard gaan met een voedingsbeleid dat de kansen grijpt van meer plantaardige producten. 

Bio

Beleidsteam Bond Beter Leefmilieu (Mathias Bienstman, Sara Van Dyck, Benjamin Clarysse, Laurien Spruyt, Olivier Beys, Laurens De Meyer en Erik Grietens). Meer info: https://www.bondbeterleefmilieu.be/memorandum-2019.

Wil je graag het nieuwste Oikos-nummer lezen kijk dan hier voor meer informatie voor een abonnement op het Oikos-tijdschrift of vraag hier een gratis proefnummer aan. 

Read 255 times Last modified on maandag, 29 juli 2019 11:50

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.