en

Winkelwagen leeg

Denktank voor Sociaal-Ecologische Verandering

Politiek

Politiek (27)

Oikos in Glasgow: een terugblik vol zorg

16 november 2021 by Politiek 512 Views

Zoals we al langer weten, bevinden we ons op een kantelpunt voor de leefbaarheid van onze planeet. COP26 zou de klimaattop zijn waarop de klimaatcrisis werd ‘opgelost’. Met techno-fixes zal dit echter niet lukken, en tot de noodzakelijke transformatieve beslissingen kwam het niet op COP26. De huidige crisissen worden veroorzaakt door de politieke en economische systemen en dus houdt de enige weg vooruit een transformatie van deze koloniaal-kapitalistische systemen in. Het is nú nodig om systeemverandering door te voeren.  De COP-onderhandelingen bleven echter vooral steken op valse oplossingen (zoals de mooi klinkende ‘Nature-Based Solutions’) en lege woorden. Toch was er in de marge van de onderhandeling heel wat in beweging, onder meer in de Green Hub, de People’s Summit en de protestmarsen, waar groene en activistische bewegingen van over de hele wereld elkaar ontmoetten.

Just Transition

Met Oikos waren we aanwezig in de Green Hub: een plek voor groene delegaties uit heel de wereld. We co-organiseerden er twee evenementen, waarin zorg voor mens en planeet centraal stond. In het panel over Just Transition, met Europarlementslid Sara Matthieu, voormalig Europarlementslid Jean Lambert en Spaans vakbondsexpert en voormalig voorzitter van de Spaanse ILO, Joaquín Nieto Sainz, werd de nood voor een sociaalrechtvaardige ecologische transitie besproken. Hoe dringend de ecologische transitie ook is, dit kan en mag niet zonder sociaal overleg en inclusie van alle betrokken. Zoals we zagen met de gele vestjes in Frankrijk, stuiten maatregelen die geen rekening houden met sociale context op weerstand – mensen maken zich terecht zorgen om hun families en inkomen. Inclusieve participatie is essentieel om duurzame verandering te bekomen. Een Just Transition moet gepaard gaan met solidariteit, waarbij de betrokkenen zelf invulling kunnen geven aan het begrip.

Een zorgeconomie

Zorg voor planeet en zorg voor mensen gaan samen.

En wat betekent ‘zorg’ juist? De ecofeministische ronde tafel bood een plek om dit concept te verdiepen. ‘Zorg’ wordt nog al te vaak als iets vrouwelijks gezien, ons ingelepeld door het patriarchaat. Toch is het vooral iets dat ons mens maakt: zowel het kunnen geven als het ontvangen van zorg geeft ons een gevoel van waardigheid. Het is een privilege om te kunnen zorgen en bezorgd te zijn.

In onze kapitalistische samenleving is ‘zorg’ geen prioriteit – de pandemie legt dit gebrek duidelijk bloot. We moeten weg van het systeem waar mensen zorg dragen voor economie, naar een systeem waar economie voor mensen zorgt. Een ‘zorgeconomie’ kan de verheerlijking van productiviteit en groei doorbreken en ons terugbrengen naar de essentiële menselijke noden. Zorg gaat hier verder dan het pure medische. Zorg gaat, zoals Tronto (1993) stelt, over het behouden, voortzetten en herstellen van onze ‘wereld’. Deze wereld bevat onze lichamen, onszelf, en onze omgeving. Het gaat verder dan het menselijke, om ook onze niet-menselijke verwanten te includeren. (Zie ook het nieuw Oikos-essay ‘Voor wie willen we zorgen? Ecofeminisme als inspiratiebron’).

Zoals een deelneemster aan de ronde tafel stelt: “When people care, this is a strong message: things can change.”

En dit brengt me meteen naar een andere harde waarheid: niet iedereen geeft om de planeet of om anderen. Vijay Prashad, directeur van het The Tricontinental Institute for Social Research, vertelde hoe hij wantoestanden aanklaagde tegen enkele zakenmannen uit de olie-industrie. Ze dienden hem van repliek: “Of course you are right about everything you say. It’s just that nobody cares”.

Al zeggen globale leiders al te vaak publiekelijk dat ze wél geven om milieu en mens; tijdens de onderhandelingen bleek dit niet. Toch, wanneer ik rond me kijk, zie ik dat mensen wel degelijk om elkaar en om onze planeet geven. We zijn met zovelen.

En we willen niet slechts critici zijn, maar werkelijk verandering bekomen. Onze ideeën zijn goed; alternatieven voor de huidige status quo bestaan. Om het met Prashad’s woorden te stellen: “We voeren deze strijd niet voor ons plezier – we zijn hier om deze strijd te winnen.”   

Ecologisch imperialisme

Ondertussen weten we dat er geen eenvoudig antwoord is voor de crisissen waarmee we geconfronteerd worden. Wanneer we kijken naar de machthebbers, kunnen we al eens overvallen worden door teleurstelling (of wanhoop?). Toch beweegt er veel, hier bij ons, het volk. Alleen met onze collectieve wijsheid kunnen we een antwoord bieden. Daarom is de bijeenkomst van de globale klimaatbeweging, in de marge van de COP, zo belangrijk – en deze bijeenkomst draagt misschien de zaadjes van echte verandering in zich, meer nog dan de onderhandelingen in de ‘Blue Zone’ waar vooral the usual suspects in maatpak de toekomst van onze planeet bespreken. In de marges luisteren we naar elkaar, leren we van elkaar, en bouwen we aan relaties.

Het is eens zo belangrijk om deze ruimtes voor dialoog en andere stemmen te creëren; ruimte voor stemmen van inheemse volkeren, vrouwen, mensen met een beperking, de queer-beweging. Al te vaak worden zij uitgenodigd aan de tafel wanneer de belangrijkste beslissingen reeds genomen zijn. Ze moeten echter deel zijn van het hele proces, vanaf het begin.

Het is noodzakelijk om rekening te houden met lokale en regionale context en om oplossingen samen vorm te geven. Een Green Deal mag geen blueprint zijn, een plan dat klakkeloos wordt gekopieerd. Mechanismen zoals Net-Zero (met o.a. de koolstofmarkt), waarbij overheden vanaf 2050 hun emissies zouden compenseren, zijn niet door gemeenschappen gecreëerd, maar door belanghebbende (fossiele brandstof) bedrijven. Net-Zero is een technische ‘fix’, en betekent in praktijk enkel een compensatie van uitstoot en absoluut niet de noodzakelijke system change. Bovendien bestaat er sowieso niet genoeg grond en bos om alle uitstoot te compenseren. Deze systemen betekenen vaak een nieuwe kolonisatie van inheemse gemeenschappen en hun gebieden en bossen. Kolonisatie – van hulpbronnen, gronden en gemeenschappen – is niet iets van het verleden, maar iets dat nog elke dag plaatsvindt. Ook bij de New Green Deals bestaat het gevaar dat dit leidt tot nieuw ‘eco-imperialisme’. Voor een transitie van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie zijn er grondstoffen nodig. Deze grondstoffen komen doorgaans van kwetsbare gebieden in het Globale Zuiden of van inheemse territoria, zoals in het geval van Canada. Tijdens de COP-onderhandelingen kondigde Canadees president Trudeau aan dat de Canadese overheid de uitstoot van gas- en olie-extractie wilt verminderen. Over het stoppen van de extractie zelf, waar inheemse gemeenschappen al lang voor pleiten, werd echter niet gerept.

Verbinding creëren

We moeten ruimte voor dialoog creëren. Dialoog tussen verschillende activismen en bewegingen en dialoog tussen het Globale Noorden en het Globale Zuiden. Waar inheemse volkeren in het Globale Zuiden nog meer in verbinding met hun grond en omgeving staan, is dat hier grotendeels verloren gegaan. Wanneer Europese jongeren stellen dat ze moe worden omdat ze het gevoel hebben dat hun klimaatactivisme onaangepast is aan de geaffecteerde gemeenschappen, is dat onder meer omdat er weinig voeling is met de lokale gemeenschap – vaak zelfs een complete disconnectie. Dit gebrek aan verbinding leidt tot mentale problemen en een gevoel van eenzaamheid. Het is daarom noodzakelijk om weer op zoek te gaan naar die connectie met lokale grond en om lokale gemeenschappen te versterken. Zoals Latijns-Amerikaanse activisten stellen: “Verdedig de plek waar jij vandaan komt”. Dit resoneert onder meer met de oproep van de Franse socioloog Bruno Latour in zijn essay ‘Waar kunnen we landen?’ om ons terug te gronden, met een open blik op de wereld.

Sterke connecties tussen verschillende plekken en bewegingen dragen bij aan een sterke, verenigde klimaatbeweging. We zien in de huidige klimaatbeweging dat vrouwen hier vaak het voortouw nemen. Greta en Anuna zijn hier een voorbeeld van, maar ook in het Globale Zuiden staan vrouwen vaak vooraan in deze strijd. Het ecofeminisme biedt ons een sterk kader om actie te voeren en om onze samenleving te transformeren naar een samenleving gebaseerd op ‘zorg’. In het ecofeminisme staan zorgzame relaties aan de basis van een gezonde samenleving. Zorg dragen doen we voor waar we om geven en waar we ons mee verbonden voelen: onze familie en vrienden, onze tuin. Wanneer we ons verbonden voelen met de natuur, dragen we hier zorg voor.

Daarom is het zo belangrijk om ons weer met de aarde te verbinden en duurzame relaties te creëren. Zorg gaat ook om het zien van connecties met mensen en niet-mensen die ver weg of anders dan wijzelf zijn. Het vormen van relaties tussen mens en natuur, maar ook tussen activisten, landen en bewegingen is essentieel.

Hoe teleurstellend COP26 voor velen ook was, in de zijlijn gebeurden mooie dingen en werd aan een toekomst gewerkt voor mens en planeet. Een toekomst die we zelf vormgeven en waarin zorg een basisrecht is.

Read more...

We kunnen echt niet beter... Seriously?

12 november 2021 by Politiek 1111 Views
Jan Mertens

Written by

Het wordt stilaan een mantra van de Vlaamse regering, telkens wanneer zij op haar verantwoordelijkheid wordt gewezen in de klimaattransitie. “We zouden wel willen, maar we kunnen echt niet beter.” Iets in die aard. Meer ingrijpende maatregelen nemen zou ‘te moeilijk’ zijn, zou te veel kosten, en zou bijgevolg dus niet ‘haalbaar’ zijn. Het klinkt misschien voor sommigen vrij redelijk. Ethisch gezien echter, in de context van de internationale klimaatcrisis, is die houding in de feiten vooral cynisch.

De stilaan ontsporende klimaatverandering is het gevolg van een historische accumulatie van broeikasgassen, samenhangend met een welbepaald ecologisch veel te gulzig welvaartsmodel. Het zorgt ervoor, internationaal en in eigen land, dat de meest kwetsbaren de zwaarste gevolgen dragen terwijl zij het minst verantwoordelijk zijn voor het probleem.

Ons land is een van de rijkste van de hele wereld. Die positie kan en kon er alleen komen doordat onze voetafdruk veel groter is dan de omvang van ons eigen land. We leven op grote ecologische voeten. We bemoeilijken daarmee de mogelijkheden van andere landen, onder meer in Afrika, om zelf hun welvaart uit te bouwen. Ondertussen is een heel groot deel van het koolstofbudget opgesoupeerd door de gulzigen, die hun levensstijl als een ‘verworven recht’ beschouwen. Dat geldt tussen landen, maar evenzeer tussen sociale groepen onderling. Om de wereld op een pad van 1,5°C te krijgen, moeten de emissies fors naar beneden. Vanuit rechtvaardigheidsstandpunt zouden zij die de grootste historische en actuele verantwoordelijkheid hebben, ook de grootste bijdrage moeten leveren. Zonder forse ingrepen zullen de rijkste 1% van de wereld tegen 2030 per capita emissies hebben die 30 maal boven een niveau per capita zitten dat verenigbaar zou zijn met een pad van 1,5°C (zie recente studie van IEEP en Oxfam). De armste helft van de wereld blijft ver onder dat niveau. Maar ook de voetafdruk van wat we als norm beschouwen voor zeker de hogere middenklasse in een land als het onze is niet uitbreidbaar naar de hele wereld, en dus ook niet volhoudbaar. Als we tenminste willen werken aan wereld die een rechtvaardig perspectief geeft aan allen, ook zij die nog moeten geboren worden. Alleen als wie rijk en ecologisch gulzig is ruimte maakt, zullen anderen dus op een haalbare manier uitzicht krijgen op een waardige welvaart binnen planetaire grenzen.

Wie rijk is, heeft ook meer middelen om snel maatregelen te nemen en zou zo actief kunnen bijdragen aan solidariteit met wie het moeilijker heeft. De Vlaamse regering lijkt die redenering systematisch om te draaien. Wie arm is, is daar zelf voor verantwoordelijk, en moet maar wat harder werken. Wie rijk is, dankt dat vanzelfsprekend alleen aan de eigen inspanningen van het harde werken. In discussies over onder meer het Europese Just Transition Fund of nu de verdeling van de klimaatinspanningen lijkt de houding van de Vlaamse regering samen te vatten als: wij willen vooral niet al te solidair zijn met de anderen, maar we gaan er wel van uit dat zij solidair zijn met ons, omdat het nu eenmaal te moeilijk is voor een rijk landsdeel als dit om het met minder te doen. Help de rijken… Zonder schaamte wordt dat dan bv. uitgespeeld tegen een land als Bulgarije. Ons land heeft nochtans een duidelijk hogere emissie per capita, een hoger aandeel geïmporteerde CO2 per capita en een hogere ecologische voetafdruk dan Bulgarije, en zit telkens ook boven het Europese gemiddelde. We wegen in alle opzichten zwaarder dus.

Dat het niet zou kunnen, omdat we nu al aan de grenzen van het haalbare zitten, wijst op twee onderliggende redeneringen.

Ten eerste wil dat zeggen dat ons economisch model blijkbaar alleen kan bestaan door vrij systematisch ecologische en sociale kosten buiten de boekhouding te duwen en door te schuiven naar de maatschappij. Het is blijkbaar niet ‘rendabel’ of ‘competitief’ om alle kosten die je veroorzaakt – en die men dan maar ‘externaliteiten’ noemt – gewoon in te rekenen. Dit economisch model kan dus eigenlijk alleen maar zogenaamd economisch zijn door ten gronde niet-economisch te zijn. Zeggen dat we echt niet meer beter kunnen wil zeggen dat we aanvaarden dat we systematisch uit evenwicht zijn en dat we geen enkele zin hebben om een kortetermijnperspectief van roofbouw op te geven. Pech voor alle anderen… En zelfs als je gewoon rekent, kun je al erg overtuigend zien dat de kost van de niet-transitie veel groter zal zijn dan die van de transitie en vooral zal gedragen worden door wie kwetsbaar is. De landbouw lijdt vandaag al enorm veel schade door het extreme weer. De bodem nog verder uitputten met nog meer kunstmest, pesticiden en grote machines ondergraaft de economische basis nog meer. In de bouwsector wordt het op veel plaatsen van de wereld al moeilijk om arbeiders nog op een aanvaardbare manier te laten werken in de grote hitte. Sommige Vlaamse politici kunnen dan wel op een vermoeiende en cynische machomanier blijven toeteren dat je niet kunt zeggen dat de mensen die stierven in Wallonië klimaatdoden waren of dat we niet gewoon ‘in de grond kunnen kruipen’, het is in alle opzichten een domme strategie om te denken dat je gewoon door kunt gaan met dit volstrekt onevenwichtige model.

Ten tweede zeggen we met zoveel woorden dat onze verslindende gemiddelde levensstijl ‘non-negotiable’ is. De emissieverminderingen die we nodig hebben tegen 2050 kun je echt niet gewoon met wat technologie oplossen als je terwijl wilt blijven groeien en als je op geen enkele manier iets wilt veranderen aan wat we als na te streven norm beschouwen. Het kleinste kind kan dat zien. Nochtans is dat de lijn die de Vlaamse regering blijkbaar tegen beter weten in probeert aan te houden. We nemen geen structurele maatregelen, we schuiven de verantwoordelijkheid door naar individuele burgers die we eigenlijk enkel als consumenten beschouwen en we negeren de rechtvaardigheidsdimensie grotendeels. En dan wordt het echt cynisch. Vlaanderen erkent officieel wel dat het doel van -55% goed en nodig is, laat uiteindelijk toe dat de EU zich wil toevoegen aan een groep internationale voortrekkers, maar wil in beide gevallen niet dat dit zou gelden voor Vlaanderen. Dat is iets als toegeven dat roken inderdaad heel slecht is voor de gezondheid, bevestigen dat je zelf verslaafd bent, maar vragen dat anderen stoppen met roken om zo de statistieken te doen dalen. We zeggen dat we de beste leerling van de klas zijn, vragen in de feiten aan de anderen om geen examen te moeten doen en zorgen er ondertussen voor dat België verder daalt in de internationale klimaatranking. We zeggen aan de federale regering dat die er vooral niet op mag rekenen dat Vlaanderen zal helpen om het federale energiebeleid te realiseren. En net daarvoor heeft de Vlaamse regering gezegd dat men voor het uitvoeren van het nog veel te weinig ambitieuze Vlaamse klimaatplan er vanzelfsprekend op rekent dat de federale regering nog enkele maatregelen zal nemen om Vlaanderen tegemoet te komen en dat de hogere klimaatdoelen maar moeten gehaald worden door het federale en door de andere gewesten. Met realisme heeft dit niets te maken, met egoïsme en afbraakpolitiek heel erg veel.

Dit alles is jammer, het is onrechtvaardig, en het zou zo anders kunnen zijn. Het is perfect mogelijk een volhoudbare en rechtvaardige welvaart uit te bouwen binnen planetaire grenzen. Gemakkelijk zal dat niet zijn, maar hoopvol is het wel. Veranderingen zullen systemisch moeten zijn. Je kunt aan iedereen het recht garanderen dat zij of hij zich comfortabel kan verplaatsen. Je kunt niet aan iedereen het recht garanderen dat zij of hij met een zo dik mogelijke SUV en een zo goedkoop mogelijk vliegtuig zich zoveel mogelijk zal kunnen verplaatsen. Dat zou geen recht zijn, maar een gevaarlijk privilege. En ja het is beter dat de auto’s die er nog zullen rijden zoveel mogelijk elektrisch zullen rijden. Maar als we gewoon alle auto’s die er vandaag rijden en alle ritten die ze doen vervangen door elektrische, verschuiven we gewoon van een uitstoot- naar een grondstoffenprobleem. Ja dus, je zult minstens moeten spreken over een kilometerheffing en ja je zult dus meer moeten investeren in collectief vervoer.

Als je echter alleen maar aan je burgers de boodschap geeft dat elke verandering te duur en te moeilijk is, dat de manier van leven van de begoede midden- en hogere klasse op geen enkele manier mag veranderen en als je daarbij voor elk probleem probeert de schuld bij Europa of het federale niveau te leggen, dan moet je niet verbaasd zijn dat het ingewikkeld is om meer burgers te motiveren voor de transitie. Als je er systematisch voor kiest om puur in bittere en cynische termen aan tactische politiek te doen, hopend dat je op korte termijn politiek gewin zult halen uit de polarisering, creëer je zelf het moeras waarin de hele democratische politiek ten onder zal gaan. In een federaal land als het onze is het vanzelfsprekend dat het federale niveau ervoor zorgt dat de regio’s optimaal kunnen functioneren. Het zou even vanzelfsprekend moeten zijn dat de regio’s dat ook doen voor het federale niveau. Een samenwerkingsfederalisme, van lokaal tot Europees niveau, zou vanzelfsprekend moeten zijn, vanuit solidariteit. En evenzeer zou internationale solidariteit een normaal uitgangspunt moeten zijn, al is het al maar uit welbegrepen eigenbelang. Maar ik heb niet de indruk dat de Vlaamse regering in haar visie op de klimaatconferentie heeft gevraagd om snel de achterstand in de internationale klimaatfinanciering in te halen. Het is zo eindeloos vermoeiend dat het officiële discours van de Vlaamse regering, wanneer het over klimaat gaat, er steeds meer een wordt van een krampachtig cynisme: niet hier, niet nu, niet wij. 

Je zou net wel de ambitie kunnen hebben een voortrekker te worden voor een rechtvaardige welvaart binnen planetaire grenzen en zou zo een enorme impuls kunnen geven aan een economie die echt aan een ander paradigma werkt. Je zou je burgers wel kunnen meenemen in een wervend collectief verhaal waarin de transitie naar een nieuw welvaartsmodel met een veel lagere voetafdruk net heel aantrekkelijk wordt. Je zou in plaats van die permanente toon van misnoegdheid veel meer hoop uitstralen. Je zou ermee kunnen bereiken dat jonge mensen weer een klein beetje geloven dat politici niet enkel de ecologisch gulzige privileges van een mondiaal kleine groep verdedigen.

We kunnen echt wel beter.

Jan Mertens

Read more...

Een koolstofbelasting als sociaalecologisch beleid? Het kan!

28 oktober 2021 by Politiek 836 Views

 

Een belasting op broeikasgassen die rechtstreeks door huishoudens worden uitgestoten bij verwarming en privétransport is een belangrijke ontbrekende schakel in de strijd tegen klimaatopwarming. Aan de hand van vijf stellingen bespreek ik enkele voorwaarden waaraan een koolstofbelasting moet voldoen om er een maatregel van te maken die zowel de CO2 uitstoot als armoede en ongelijkheid doet dalen: (1) wend de belastingopbrengsten aan voor uitgaven met een tijdelijk karakter; (2) keer de opbrengsten (minstens gedeeltelijk) weer uit als dividend; (3) Bescherm de armsten met een hoge broeikasgasuitstoot; (4) hou rekening met de verdelingseffecten op lange termijn; (5) implementeer een ambitieuze en omvattende strategie om huishoudens met een laag inkomen actief te helpen de omslag te maken naar nuluitstoot. 

Lees hier gratis het hele artikel.

Read more...

De tirannie van de verdienste, Michael Sandel - Recensie

25 februari 2021 by Politiek 922 Views

Michael Sandel, hoogleraar politieke filosofie aan Harvard University schreef De tirannie van de verdienste in het voorjaar 2020, in het laatste jaar van de ambtstermijn van Donald Trump, maar voor de presidentsverkiezingen van november 2020. Er was toen nog geen sprake van ‘gestolen stemmen’ en aan een bestorming van het Capitool werd helemaal nog niet gedacht. En toch, het boek is als het ware een voorspelling van een onhoudbare situatie. 

Sandel’s analyse schetst glashelder een gepolariseerde samenleving én een gepolariseerde hedendaagse politiek. Het boek is een waarschuwing die, helaas, niet tijdig werd gehoord.

Hij maakt namelijk een balans op. Hij vraagt zich af hoe het zover is kunnen komen dat de samenleving in de Verenigde Staten zo verdeeld is. Ook stelt hij de vraag in hoeverre de klacht van het volk terecht is en hij analyseert de diverse factoren die daartoe hebben geleid. Hij waarschuwt de bestuurlijke elite dat ze moet ophouden met zich verheven te voelen boven de rest. Vele mensen voelen zich niet meer door hen vertegenwoordigd en wenden zich daardoor tot populistische leiders en partijen.

Allereerst is er het honkvaste geloof in het meritocratisch systeem dat de lof voor de ongebreidelde vrijheid en het alleenrecht op eigen verdienste zingt. Gestoeld op een protestantse theologie dat alles wat gebeurt een reden heeft, leeft de overtuiging dat je je lot verdiend hebt (de goddelijke beloning of de straf). Meritocratie laat weinig of geen ruimte voor solidariteit. ‘Loon naar verdienste’ is een onrechtvaardig regime. 

Het vermogen om door hard te werken je lot in eigen hand te nemen geeft het gevoel van macht en kracht. Maar de keerzijde is wel dat in een ‘marktsamenleving’ (geglobaliseerd en technologisch ingericht) een groeiend aantal uit de boot valt. De visie op succes en mislukking leidde niet alleen tot groeiende ongelijkheid maar vooral tot minachting voor degenen die het succes niet toebehoort en tot vernedering en ressentiment bij de verliezers.

Een exponentiële versnelling in de laatste vier decennia van de globalisering en het blijvende geloof in een ongelimiteerd neoliberaal beleid ontwrichtten de economie. Miljoenen banen gingen verloren en miljoenen Amerikanen bleven werkloos achter. De vrijheidsgedachte die zich moet situeren op het vlak van de vrije meningsuiting is zo sterk dat dit ongehinderd ook op economisch gebied geldt. Daar is echter een vorm van solidariteit en verdeling van opbrengsten noodzakelijk, maar dit ontbreekt volledig. De meest elementaire vormen van solidariteit tussen de bevolking zijn er niet of zijn ruim onvoldoende.

Reeds in 2016 schrijft Sandel in zijn boek ‘Niet alles is te koop – de morele grenzen van marktwerking’ over een doorgeschoten marktdenken dat leidt tot toenemende sociale apartheid. Een goed werkende democratie vraagt namelijk dat alle lagen van de bevolking aan hun trekken komen en dit is al enkele decennia niet meer het geval.

Als toemaat is er in de laatste decennia de groeiende impact van de ‘financialisering’, dit is een financiële economie die de reële economie overheerst waardoor de scheiding tussen de succesvollen en de ‘deplorables’ (Hillary Clinton) exponentieel is vergroot. 

Belangrijk zijn dus vooral de emotionele gevolgen: aantasting van de menselijke waardigheid en gevoel van vernedering die leiden tot revolte. Dit werd voor het eerst zichtbaar bij de vorige verkiezing en het onverwachte succes van Trump die handig inspeelde op deze emoties van onrecht en onbillijkheid, die sprak van ‘de winnaars’ en ‘de verliezers’. De democratische partij met de presidenten Clinton en Obama hielden het bij ‘kansen grijpen’ en ‘opklimmen’ en zagen niet tijdig in dat de waardigheid van velen ondermijnd werd door het heersende systeem. 

Zijn uiteindelijke vraag is of de democratie nog wel een toekomst heeft in de Verenigde Staten en wat er nodig is om de democratie te redden. Daartoe reikt hij ook oplossingen aan. Hij hamert op de noodzaak van een hervorming van het onderwijs want het opleidingssysteem zit grondig fout. Zo kan de hoge instapprijs voor hoger onderwijs enkel door de elite betaald worden. En enkel met zo’n diploma op zak kan men aanspraak maken op de betere  jobs en rijke verdienste. Een vicieuze cirkel die moet doorbroken worden. 

Hij pleit voor een minimum aan solidariteit onder de vorm van voorzieningen waaronder betere gezondheidszorg die een weg uit de armoede kunnen bieden. Hij wijst op de rol van het gezin, het belang van een openbaar leven waaraan elkeen kan deelnemen, van openbare gelegenheden waarin mensen van diverse stand en leeftijd en kleur mekaar kunnen ontmoeten. Spijtig dat Sandel het thema ‘basisinkomen’ niet aanraakt, hetgeen mijns inziens echter een hefboom kan zijn voor een beter algemeen welzijn.

Het boek roept de vraag op of de zopas verkozen president er in zal slagen om het roer om te gooien, om de gevoelens van minderwaarde en nietigheid om te buigen en de grote kloof enigszins te dichten.

Tenslotte zegt hij: niet alleen in de Verenigde Staten, ook in Groot-Brittannië en Europa zien we een populistische revolte waardoor de progressieve en de middenpartijen stemmen verliezen en zich moeten heroriënteren. Een thema dat ons niet onberoerd kan laten. Uitkijken dus naar een volgend boek van Sandel of wie weet naar een lezing in België?

Chris Maryns

 

Read more...

Het Ecologisch Kompas

25 februari 2021 by Politiek 1173 Views
Administrator

Written by

Van toenemende ongelijkheid tot een economie zonder veerkracht, van hete zomers zonder regen tot het in elkaar storten van de biodiversiteit: onze vertrouwde wereld staat op losse schroeven. Is onze samenleving voorbereid op de toekomst? Het massale protest van klimaatjongeren maakt duidelijk van niet. Er is nood aan een nieuw hoopvol perspectief, aan nieuwe grondslagen waarmee we aan de slag kunnen. Dat betekent een trendbreuk in hoe we vragen stellen en antwoorden formuleren. Het gaat over zich verbonden weten met elkaar en de natuur, zich solidair voelen met alle aardbewoners en de toekomstige generaties. Over het streven naar levenskwaliteit in plaats van steeds meer en altijd sneller. 

Het Ecologisch Kompas probeert in deze turbulente tijden een kader te bieden voor de toekomst, de richting aan te wijzen waarin we niet alleen catastrofes vermijden maar bovenal een nieuwe invulling geven aan wat het goede leven voor iedereen kan betekenen.

Met een voorwoord van Meyrem Almaci en bijdragen van Annelies DebelsMarie-Monique FranssenMyriam DumortierJessika SoorsImade AnnouriJef PeetersJan MertensJohan Malcorps en Dirk Holemans.

Bestel het boek hier.

Read more...

Omdat klimaatministers ons in de steek laten, moeten we beter klimaatactivisme omarmen

26 augustus 2020 by Politiek 1165 Views
Dirk Holemans

Written by

Omdat klimaatministers ons in de steek laten, moeten we beter klimaatactivisme omarmen

Dirk Holemans

Dit opiniestuk verscheen eerder in Knack

'We zitten op de lijn van het worst-case-scenario op vlak van klimaatopwarming. Het komende decennium is beslissend.' Dat vertelde klimaatexpert Wim Thiery op heldere wijze in een rimpelloze uitzending van Terzake op woensdag 19 augustus jongstleden. Sinds die avond vraag ik me af wat het meeste moet verontrusten. De boodschap zelf, of het gegeven dat deze nauwelijks rimpellingen in het maatschappelijke of politieke water veroorzaakt. Moet ik dan toch stilaan gaan geloven dat kikkers slimmer zijn dan mensen?

Ik verklaar me nader: in oudere ecologische boeken las je dikwijls het verhaal van de kikker in de kookpot. Dat gaat als volgt. Als je een kikker in heet water gooit - nee, dat mag je echt niet doen - dan zal die er zo snel mogelijk uitspringen. Maar als je een kikker in een pot koud water zet en het water langzaam verhit dan zal de kikker dat niet merken en finaal sterven in te heet water. En zo kan het de mensheid ook vergaan. Ondertussen heeft de wetenschap ons geleerd dat het verhaal over de kikker niet klopt: de kikker zal de langzame verhitting wel degelijk merken en uit de opwarmende pot springen.

Over naar de mens: hoeveel signalen moet die krijgen om te merken dat de pot te heet wordt? En er zijn natuurlijk verschillen, op zijn minst twee. 

Een: we kunnen niet uit de pot springen. Hoezeer de Elon Musk's ervan dromen om naar Mars te emigreren, dit escapisme zal de mensheid niet helpen. 

Twee: we beslissen zelf hoe hard we het vuur zetten onder de pot. Met een belangrijke nuance: als we voorbij bepaalde zogenaamde tipping points of kantelpunten zijn, krijgen we het water niet meer zo makkelijk minder heet, integendeel zelfs.

Daar ging ook het gesprek over op Terzake. Is het reusachtig afsmelten van de ijskap van Groenland zover gevorderd dat we die niet meer kunnen tegenhouden? Wat op lange termijn zou betekenen dat de zeespiegel met zeven meter zou stijgen? 

Volgens professor Thiery is het point of no return voor Groenland nog niet bereikt maar als we niet binnen de grenzen van het Klimaatakkoord van Parijs blijven, gaan we het kantelpunt wel overschrijden. En dan wachten de toekomstige generaties onbekende en zeker barre tijden.

Minder slim dan de kikker

De discussie over tippings points is kenmerkend over het gedrag van de mensheid dat misschien - om in de metafoor van het verhaal te blijven - wel minder slim is dan dat van de kikker. We onderschatten namelijk steevast de snelheid waarmee veranderingen kunnen optreden waardoor we er niet tegen gewapend zijn en elke veerkracht ontberen om schokken op te vangen. 

Dat geldt voor heel wat zaken, ik noem er drie. Er is namelijk een intrigerende overeenkomst tussen hoe de wetenschappelijke inzichten over tipping points evolueren, hoe de agro-industrie omgaat met klimaatopwarming en hoe we op het coronavirus SARS-CoV-2 reageren. Het laatste kennen we ondertussen allemaal: na een snelcursus systeemdenken weten we dat we helemaal niet voorbereid waren op de realiteit van een pandemie die evolueert volgens een exponentieel groeiende curve. 

Een recent artikel in De Standaard (22/9) laat dan weer zien hoe de agro-industrie, in dit geval in West-Vlaanderen, dacht dat de klimaatopwarming er maar langzaam aan zou komen. Amper vier jaar geleden lachten de meeste boeren de droge en hete zomers nog weg, geloofden ze nog de sprookjes van banken en consultants dat steeds meer investeren en steeds meer te produceren de juiste weg was. Nu beseft iedereen dat dit gewoon een dood spoor was en is, staat de toekomst van de groentenindustrie op het spel, klinken uit heel onverwachte hoek pleidooien voor een paradigmashift. En dat dus op vier jaar tijd. 

De cruciale vraag is dan waarom vier jaar geleden nog alle waarschuwingen, die er toen weldegelijk waren, in de wind werden geslagen. Waarom het waanidee dat het allemaal niet zo'n vaart zou lopen, ervaren werd als waar en aangenaam? 

Het is echter geen toeval dat dergelijke mythes werkzaam zijn in onze samenleving. Ze wordt actief uitgedragen door de zogenaamde klimaatvertragers die er als de kippen bij zijn om klimaatactivisten te ridiculiseren door te stellen dat hun uitspraken alarmistisch zijn en dus overdreven. 

Klimaatvertragers (naar de veel gebruikte term climate delayers) zijn mensen en groeperingen die klimaatopwarming erkennen, maar als spreekbuis van de gevestigde machten ons keihard willen doen geloven dat we met technologische innovatie en meer marktwerking de boel gaan oplossen. Machtsverhoudingen blootleggen, laat staan bekritiseren, of de kapitalistische groeieconomie in vraag stellen, daar willen ze helemaal niet aan beginnen. Wat deze klimaatvertragers verder kenmerkt, is dat ze graag klimaatactivisten, en vooral de jonge vrouwen onder deze laatsten, afschilderen als alarmisten die het klimaatbeleid in de weg zouden staan.

Om te beseffen hoe slecht we wel kunnen omgaan met het inschatten van tijdsschalen, toont het derde voorbeeld, hoe wetenschappers zelf berichten over tipping points. In hun bijdrage Climate tipping points - too risky to bet against - dat november vorig jaar verscheen in Nature, schrijven klimaatwetenschappers dat het Internationaal Panel on Climate Change (IPCC) het idee van kantelpunten twee decennia geleden introduceerde. Toen werden deze grootschalige verstoringen in het klimaatsysteem enkel waarschijnlijk geacht mocht de klimaatopwarming meer dan vijf graden bedragen. 

De laatste IPCC Special Reports van 2018 en 2019 suggereren dat tipping pointszelfs kunnen optreden tussen 1 en 2 graden opwarming. Dat is dus binnen afzienbare tijd. En zoals de auteurs aangeven, kan er een cascade ontstaan van kantelpunten die overschreden worden, wat een regelrechte bedreiging kan vormen voor onze beschaving.

Zwijgen is geen optie

De conclusie is helder: klimaatkantelpunten zijn te riskant om tegen te wedden. Er rest ons nog een decennium om het vuur onder de pot veel, veel stiller te zetten. Omdat de klimaatministers ons permanent in de steek laten, zouden we beter de vele vormen van klimaatactivisme omarmen. Dus ja, ik ben dankbaar dat - met Greta Thunberg voorop - er een nieuwe generatie klimaatactivisten is opgestaan. En ja, Extinction Rebellion is een welgekomen wake-up call over het ineenstorten van wereldwijde biodiversiteit. En ook lokale bestuurders, zoals de groep van achttien groene burgemeesters en voorzitters van metropolen recent nog in Le Monde (25/8) , die bewust voorop willen lopen in de klimaattransitie, spreken zich uit vol engagement. 

Zwijgen is nooit een goede optie in een democratie, maar nu helemaal uit den boze. De opdracht is nu onze stem als burger laten horen, doen wat we zelf kunnen maar meer dan ooit tegelijk ministers elke dag aanspreken op hun non-beleid. 'We hebben het niet geweten', kan nooit meer hun antwoord zijn.

 
Read more...

In deze woelige tijden hebben we nood aan hoopvol politiek leiderschap

In deze woelige tijden hebben we nood aan hoopvol politiek leiderschap

Hafsa El-Bazioui en Ilse Van Dienderen

Deze opinie verscheen eerder in Knack.

Het kon wel de start zijn van een nieuwe Netflix-reeks. De VS-president beleeft de zwartste dagen van zijn presidentschap, met al ruim 140.000 slachtoffers in zijn land door een wereldwijd gevreesd virus. Ministers die uit het raam kruipen om 'lastige' vragen over hun beleid te ontlopen. De vrees voor een tweede golf van besmettingen die vroeger dan verwacht realiteit dreigt te worden. Dit is echter jammer genoeg geen fictie. Dat de coronapandemie de wereld in haar greep houdt, is een understatement. Net nu hebben we nood aan hoopvol politiek leiderschap. En voorbeelden van wat dat zou kunnen betekenen zijn er al genoeg. Ze blijven nog onderbelicht in deze woelige tijden.

Geen blauw pak maar menselijkheid als handelsmerk

Het is een van de interessante vaststellingen in de crisis van de voorbije maanden: autoritaire macholeiders gingen - ondanks hun vermoeiende retoriek - vaak bijzonder slecht om met de crisis. Een ander soort leiderschap, op basis van andere waarden, is volgens ons meer geschikt voor de aanpak van de huidige en van de aan de gang zijnde klimaatcrisis. Er is meer toekomst voor een (politiek) leiderschap op basis van menselijkheid én langetermijnvisies. Wat als we het politiek landschap aan grauwe pakken inruilen voor oprechte leiders met verfrissende stemmen?

Stel je eens voor dat mensen als Trump, Bolsonaro, Poetin en Johnson, die halsstarrig klimaatuitdagingen en de gezondheidscrisis in hun land weigeren aan te pakken, tot het verleden zouden behoren. Stel je voor dat we voortaan de toekomst zouden kunnen schrijven met namen als Ardern, Raworth, Hidalgo en Van den Brandt. Vrouwen die zich laten kenmerken door menselijkheid en moedige beleidskeuzes.

Het Amerikaanse zakenblad Forbes vroeg het zich de voorbije maanden al af: zouden regio's onder leiding van een vrouw dan toch verstandiger handelen in tijden van crisis? Wij voegen daar graag aan toe: wat hebben leiders die een moedig duurzaam beleid voeren met elkaar gemeen?

Donuts als antwoord op een wereld in crisis

Amsterdam, twee jaar geleden. De Britse onderzoekster Kate Raworth stelt er haar boek over de 'Donuteconomie' voor. Geen eetbare donut, wél het model voor een duurzame wereldeconomie. Onderaan (de binnencirkel) is er het sociale fundament. Het gat van de donut (waar niemand mag belanden) staat voor sociale uitsluiting, tekort aan democratische rechten, tekort aan water en voedsel, slechte huisvesting, ondermaatse gezondheidszorg. Aan de bovenkant van de donut (de buitencirkel) zit het ecologisch plafond. Als je daar over gaat, overschrijd je de grenzen van onze planeet. In deze zone van 'overshoot' vinden we klimaatverandering of verlies aan biodiversiteit, luchtvervuiling, verzuring van onze oceanen en meer. Een levenswijze binnen de donut geeft dan ook uitzicht op een duurzame, vol te houden en rechtvaardige welvaart voor iedereen binnen de planetaire grenzen.

Nog geen jaar later stelt een aantal mensen van de Hogeschool van Amsterdam, de Amsterdam Economic Board en Pakhuis de Zwijger vast dat heel wat verschillende groepen in de stadsregio al bezig zijn om het donutmodel in de praktijk om te zetten. Niet lang hierna wordt de Amsterdam Donut Coalitie geboren. Raworth wordt professor of Practice bij de Hogeschool van Amsterdam en er ontstaat een nieuwe samenwerking met de stad. Wethouder Marieke van Doorninck beslist om het model in de hele stad te omarmen. Samen met Raworth ontwikkelt ze de Stadsdonut voor Amsterdam.

Met de donut op weg naar een circulaire economie

De ronde donut is een mooi beeld voor wat een circulaire (stedelijke) economie kan worden. Die richting uitgaan biedt heel wat kansen om meer werkgelegenheid te creëren en tegelijk de voetafdruk in grondstoffenverbruik fors te verminderen. Amsterdam wil tegen 2050 volledig circulair zijn en inzetten op drie thema's waar de stad veel impact op heeft: (1) lokaal voedsel als norm, (2) hergebruik en/of hoogwaardige verwerking van consumptiegoederen (textiel, elektronica, meubels, plastic), (3) bouwen met hout in plaats van beton en betaalbaar wonen via sociaal huren en wooncoöperaties. De stad rekent op vele partners om dit samen uit te voeren. Op die korte tijd zien de 'Donut Deals' het licht. Deze gaan uit van het creëren van een verbinding tussen binnen en buiten de donut. Tegelijk is het de bedoeling verbinding tussen partners en culturen te creëren. Een voorbeeld van zo'n Donut Deal is Smart Window Dressing. Die slimme gordijnen zijn een goede zaak voor het klimaat, door minder energiegebruik, en ze geven ook via een project in de sociale economie extra kansen aan mensen die het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt.

Moedige leiders beslissen nu

Wat in Amsterdam gebeurt, zien we ook in andere steden zoals Brussel of Parijs. Tien jaar geleden was het nog ondenkbaar in Parijs, maar dankzij burgemeester Anne Hidalgo wordt er volop gefietst in de stad. Er kwam een sterk fietsnetwerk, waardoor tienduizenden Parijzenaars zich nu dagelijks verplaatsen met de fiets. Bovenop deze modal shift (weg van de auto naar fietsen en te voet gaan) worden ook 170.000 bomen geplant, betonnen plekken onthard en straten autovrij gemaakt. Vanaf 2030 mogen auto's met een verbrandingsmotor de stad niet meer in en worden alle straten fietsvriendelijk. Onlangs werd Hidalgo opnieuw verkozen, en de transformatie gaat verder. De hele stad wordt herwerkt op maat van de voetganger. Nu al zijn de Champs Elysées de eerste zondag van de maand autovrij, maar dat is maar een voorsmaakje van wat er nog zal komen.

Ook in Brussel zijn onder leiding van minister Elke Van den Brandt forse investeringen in openbaar vervoer en fietsnetwerken de realiteit. Met 'Good Move', het ambitieuze mobiliteitsplan voor het Brussels gewest, groeit er een aanpak via woonwijken en kiest ook Brussel voor een modal shift. Woonwijken worden ingericht als plekken waar mensen leven, kinderen spelen en buren elkaar ontmoeten. De mobiliteitsvraag gaat samen met een goede levenskwaliteit voor bewoners. Zo zal een wegenlengte van 250 km verkeersluw ingericht worden. De vele initiatieven in Brussel om bewoners - ten koste van de auto - meer ruimte te bieden tijdens de lockdown vielen ook de New York Times op die hier uitgebreid over berichtte. De lockdown legde immers het acute gebrek aan groene en open ruimte in steden bloot en wereldwijd zien we hoe vooruitziende stadsbesturen daar positief op inspelen.

Behoefte aan liefde en zachtaardigheid

Jacinda Ardern, premier van Nieuw-Zeeland, maakt van menselijk leiderschap een vanzelfsprekende waarde. Haar aanpak met menselijkheid in plaats van hardheid ging voor het eerst viraal na de terroristische aanslag in Christchurch waarbij een man 51 mensen om het leven bracht in een plaatselijke moskee. "Wij zijn doelwit geworden omdat wij staan voor gelijkheid, vriendelijkheid en diversiteit. Nu is er behoefte aan liefde en zachtaardigheid." Het bleef niet bij woorden, enkele maanden later sloeg ze automatische wapens in de ban.

Doeltreffend is ook haar beleid inzake klimaat. Zo zet ze zich af tegen de steenkoolindustrie van buurland Australië en sluit ze een coalitie met andere kleinere landen om het klimaatbeleid op wereldschaal vooruit te laten gaan. Ook in de binnenlandse politiek toont ze moed en legde ze in 2019 een klimaatwet voor met als doel Nieuw Zeeland tegen 2050 CO2-neutraal te maken. Het elektriciteitsnetwerk over vijftien jaar verduurzamen en een miljard bomen aanplanten zijn maatregen uit de wet. De overheid gaat resoluut investeren in duurzame woningen, die verkocht kunnen worden tegen kostprijs of verhuurd kunnen worden. Opnieuw wordt hier het ecologische met het sociale verzoend.

Ook tijdens de coronacrisis toont Ardern dat haar aanpak werkt. Met haar empathische communicatie en vroegtijdig ingrijpen, beperkte ze grandioos het aantal besmettingen in Nieuw- Zeeland. Met een dagelijkse persconferentie werd iedereen door Ardern op de hoogte gehouden en ook via sociale media was ze live (vanuit haar woonkamer) bereikbaar voor burgers om hun bezorgdheden weg te nemen en hun vragen rechtstreeks te beantwoorden.

Meer verbindende communicatie, minder giftige tweets

Onze samenleving verandert gigantisch snel, sneller dan hoe menselijke structuren zich soms kunnen aanpassen. Uitdagingen als de klimaatcrisis, migratiegolven, de digitalisering of een wereldwijde pandemie kunnen triggers zijn voor ontwrichting. Deze schokken doen niet enkel iets met 'het leven', deze (snelle) veranderingen nemen ook letterlijk mensenlevens weg of vergroten nog de al bestaande ongelijkheid. In dergelijke tijden van structurele onzekerheid is er nood aan een andere vorm van leiderschap die wel in staat is burgers mee op weg te nemen in een soms complex veranderingsproces naar een nieuw maatschappelijk evenwicht dat wél duurzaam en rechtvaardig is. Op de vraag wat leiders die moedig duurzaam beleid voeren met elkaar gemeen hebben, is ons antwoord dan ook heel duidelijk: empathie én doeltreffendheid.

Echte leiders surfen niet mee op gevoelens van verontwaardiging maar voeren duurzaam beleid. Ze tonen dat verbindende communicatie, en niet de giftige tweets in hoofdletters, antwoorden bieden. Leiders handelen vandaag, verschuilen zich niet achter smoesjes over een 'afwezig draagvlak' en hebben het lef om hun beleid helder uit te leggen. Dat het vrouwen zijn die hierin de leiding nemen, kan ons alleen maar gelukkig stemmen. Het is de moeite om hier ernstig over na te denken. Anders kunnen we misschien niet voorkomen dat sommigen de huidige crisis gaan gebruiken om een vorm van leiderschap te versterken die we nu en in de toekomst net niet nodig hebben.

Hafsa El-Bazioui is bestuurslid van Oikos en gemeenteraadslid in Gent. Ze is Schepen voor Facility Management, Internationale Solidariteit en Personeel in 2022.

Ilse van Dienderen is bestuurslid bij Oikos en gemeenteraadslid in Antwerpen. Ze is Bio-ingenieur.

Read more...

Een gedachtenexperiment: wat als politici burgers écht ernstig nemen?

31 juli 2020 by Politiek 1848 Views
Dirk Holemans

Written by

Een gedachtenexperiment: wat als politici burgers écht ernstig nemen?

Dirk Holemans

Misschien is het geen slecht gedacht in deze tijden: een gedachtenexperiment om de democratie in ons land nieuw leven in te blazen. Dat schrijft Dirk Holemans, Oikos cöordinator, in een opiniestuk voor Knack.

Sluit uw ogen - figuurlijk dan toch - en stel u voor: een groot land, niet zo ver hier vandaan. Waar er ogenschijnlijk gekke dingen gebeuren. Voor een van de moeilijkste uitdagingen, waar de politiek steevast haar tanden op stuk bijt, roept de leider van het land 150 burgers bijeen. Mensen die elkaar van haar noch pluim kennen, van alle leeftijdsgroepen - zo zit er een 17-jarige samen met mensen zo oud als haar grootouders. Ze zijn afkomstig van de grootstad, de provinciestad en het verre plattelandsdorp. Ook qua opleiding en beroep is er precies geen lijn in te krijgen, van kort- tot langgeschoold, weinig tot veelverdieners. Maar schijn bedriegt. De heel consequente lijn in deze door loting aangeduide groep, is dat ze een weerspiegeling vormt van de samenleving.

Die groep moet nu uitstippelen hoe het land het beste een van de grootste uitdagingen van onze tijd, de klimaatcrisis, moet aanpakken. En dan om de lat nog hoger te leggen, moeten het voorstellen zijn die sociale rechtvaardigheid in al haar aspecten mee integreren. Zodat ook veel mensen die leven met weinig, erachter kunnen staan. En geen advies in ronkende volzinnen waar je alle kanten mee uit kan, wel heel concrete beleidsvoorstellen die ervoor zorgen dat de CO2-uitstoot met 40 procent daalt.

Beeld je dat in: daar zit dan de automecanicien samen met de studente en de al wat oudere arts, om het daarover te hebben. Dat daar maar geen cafépraat van komt.

Gelukkig worden ze niet aan hun lot overgelaten. Gelukkig wordt er gebruik gemaakt van een beproefde methodiek die al decennia is uitgetest en steunt op een principe dat we al kennen: de assisenjury. In onze rechtspraak vertrouwen we voor bijna alle oordelen over wetsovertredingen, van kleine tot grote, op professionele rechters. Maar als het gaat over de ergste misdaden, vinden we het meer legitiem dat de oordeelsvorming gebeurt door een jury van burgers.

En dus net als in de rechtbank zijn die 150 mensen niet gewoon aan een gezellige bar bij elkaar gezet. In het experiment komen ze zeven weekends samen, om de drie weken.

Zou het kunnen dat burgers zich zo willen engageren voor hun land? Zou jij willen meedoen? Ecologisch patriottisme zou je dan je inzet kunnen noemen.

Eerst is er een verkenningsfase, stel je voor dat je daar twee weekends voor krijgt. Om elkaar te leren kennen, de grote uitdagingen te leren kennen, maar ook door facilitators tips te krijgen hoe je in groep luistert en spreekt.

Dan komt de fase om het terrein echt te leren kennen: je luistert verdeeld over thematische werkgroepen naar experten en belanghebbenden vanuit verschillende hoeken, over de ernst van de problematieken, maar ook mogelijke oplossingsrichtingen en transitiepaden. En je stelt zoveel kritische vragen als je wil.

Dan is het tijd om te brainstormen in die thematische groepen over mogelijke beleidsvoorstellen, om ideeën te toetsen die uit andere groepen komen, feedback te vragen van experten en belanghebbenden. Want is dat ene voorstel van jouw groep wel zo effectief? En wat zijn er de ongewenste effecten van?

Daarna is het tijd voor besluitvorming: je zit terug met alle deelnemers samen om de voorstellen opgesteld door de thematische werkgroepen te valideren. Hop, dan rest er nog slechts een laatste weekend om alles te herlezen, nog wat zaken aan te passen om dan het rapport te presenteren aan pers en de regering.

Is dat geen gek gedachtenexperiment? Dat burgers in zeven weekends een gedragen en gedegen rapport met meer dan 100 concrete beleidsvoorstellingen klaarstomen? En het wordt nog straffer: ze hebben gewerkt in opdracht van de leider van het land. Waarbij op voorhand is vastgelegd dat de voorstellen stuk voor stuk ernstig worden genomen: ofwel door regering overgenomen, ofwel ter stemming voorgelegd in het parlement, ofwel aan het volk in een referendum.

Het mooie aan dit gedachtenexperiment? Dat het echt heeft plaatsgevonden. In Frankrijk, van oktober 2019 tot juni jongstleden. Misschien las u al de belangrijkste voorstellen in de pers. In hun 600 pagina's dikke rapport staan ze opgelijst: iedereen moet bijvoorbeeld de kans krijgen zijn huis duurzaam te renoveren, korte binnenlandse vluchten worden verboden terwijl de treintickets goedkoper worden. En nog vele andere doordachte voorstellen, zoals het verhogen van de levensduur van toestellen die bovendien verplicht herstelbaar moeten zijn.

Wat nog interessanter is: je kan al de weekends herbeleven op de website van de Convention citoyenne sur le climat. Daar kan je zien hoe 150 Fransen van alle slag bewijzen dat burgers zich echt willen inzetten voor hun land. Die diversiteit was alleszins een voordeel. Doordat de groep een doorsnede is van de bevolking, zorgt het ervoor dat alle thema's die aan bod komen, bekeken worden vanuit een diversiteit aan levensstijlen, realiteiten, behoeften en wensen voor de toekomst.

Natuurlijk moet de echte proef op de som nog komen: worden al de 149 voorstellen echt zo ernstig behandeld als beloofd? Dreigt het normale spel van belangengroepen en lobbyisten ook hier niet roet in het eten te strooien? En we moeten zo'n burgerconventie over het klimaat ook niet omhoog prijzen als de deux ex machina, die alles gaat oplossen.

Ze is geen vervanging van ons democratisch systeem, deze vorm van deliberatieve democratie is een noodzakelijke aanvulling van onze huidige parlementaire democratie. Ze kan deze laatste bij de les houden, de kritische link leggen tussen de dorpsstraat en de Wetstraat.

In die zin zijn het ook voorstellen die een stuk verder gaan dan de voorstellen die de Vlaamse regering recent afkondigde. Het afschaffen van de opkomstplicht, het schrappen van het belang van de lijststem, ... het biedt de burger geen enkele extra kans om zijn of haar kwaliteiten en ervaringen, vermogen tot inlevings- en oordeelsvermogen te tonen en te toetsen.

Dat is het grote verschil tussen een klassiek liberale visie op democratie die alle heil verwacht van procedures - alsof we zonder lijststem ineens meer visie gaan krijgen in de politiek - en een rijkere visie vanuit de politieke ecologie, die veel plaats wil geven aan vormen van deliberatieve democratie. Deze steunt op wat de fillosofe Hannah Arendt omschrijft als de inter-esse, de common ground die ontstaat als burgers inhoudelijk in gesprek gaan met elkaar.

Het creëren van die gemeenschappelijke grond - bijvoorbeeld over het groen in je wijk, het sociaal beleid van je gemeente of de mobiliteit van je land - biedt kansen op nieuwe vormen van gemeenschapsvorming in tijden van toenemende diversiteit. Samen de toekomst uittekenen en zorg dragen voor de plek die je deelt, geeft zicht op nieuwe vormen van lotsverbondenheid en solidariteit.

Daarom deze suggestie aan de Vlaamse regering. Zou het echte gedachtenexperiment, de reële democratische vernieuwing, er niet in bestaan om een dergelijke burgerconventie te organiseren? Die zou de grootsheid van Vlaanderen tonen. Die trotse regio waar de minister-president op 11 juli met de foute mensen stond te pronken op een groen veld, maar zonder schroom het zoveelste zomerreces inging zonder een enkel ecologisch beleidsplan.

Waar blijven ze: het volwaardige klimaatplan, duurzame mobiliteitsplan of de integrale energievisie? En dan vergeet ik nog decretale verplichting tot een goede ruimtelijke ordening, die door het uitblijven van een betonstop elke dag dode letter blijft. Want die meer dan zes hectare open ruimte die vandaag alweer voor de bijl gaat, is jammer genoeg geen gedachtenexperiment.

Juist daarom is het versterken en verdiepen van de democratie, op een wijze die ruimte creëert voor de ideeën en goesting van burgers, geen luxe of bijkomstigheid. Ze wordt elke dag noodzakelijker naarmate ook de sociale en ecologische problemen acuter worden. Het goede nieuws is dat we er morgen mee kunnen starten. De draaiboeken zijn beschikbaar, de goede voorbeelden uit het buitenland tonen hoe en dat het kan.

Deze tekst is geïnspireerd op de ideeën uit de nieuwe Oikos-publicatie 'Het Ecologisch Kompas' die in september verschijnt bij EPO.

Read more...

Feminisme in tijden van klimaatstrijd

19 juli 2020 by Politiek 1501 Views

Feminisme in tijden van klimaatstrijd


Woord vooraf: En toen viel die andere bom. Feminisme en klimaatstrijd in tijden van corona

Het doet vreemd om aan een artikel over feminisme in tijden van klimaatstrijd te werken terwijl de coronacrisis volop om ons heen woekert, en de wereldwijde klimaatmobilisaties van 2019 plots lang verleden tijd lijken. De coronacrisis lijkt in een mum van tijd alle andere sociale en politieke kwesties naar de achtergrond te hebben verdreven. Zo is het opmerkelijk stil langs de kant van de klimaatactivisten, en dit kan niet louter toevallig heten. De coronacrisis roept niet enkel fundamentele vragen op over ons maatschappelijk functioneren, maar ook over de wijzen waarop we ons, in tijden van crisis, politiek kunnen organiseren. Hoe bouw je politiek verzet op als je niet meer fysiek mag samenkomen? Hoe laat je je stem gelden? Hoe organiseer je je als enkel digitale communicatie overblijft? Met de klimaatacties vorig jaar gooiden jongeren overal ter wereld, soms heel letterlijk, hun lichamen in de strijd. Zelfs als het digitale toen al een belangrijke rol speelde in de verspreiding van de oproep tot actie, was het feitelijk verzet in essentie fysiek: tienduizenden mensen op de trein, in de wetstraat, op de barricades voor het klimaat. De politie telt letterlijk het aantal ‘koppen’, en dat is ook wat de krantenkoppen bepaalt. Extinction Rebellion (XR) ging daarbij nog een stap verder dan de Youth Climate Strikes en gebruikte lichamen letterlijk als blokkades om het verkeer tegen te houden, vliegtuigen aan de grond te houden of op andere wijze de economische machine te stoppen en aandacht te vragen voor het klimaat.

Vandaag worden andere actiemiddelen gevraagd. XR London haalde op 18 mei voor het eerst sinds lange tijd weer de krantenkoppen met een actie waarbij de beweging 2000 paar kinderschoenen op Trafalgar Square zette om de regering op te roepen geen vervuilende industrieën uit te kopen als antwoord op de coronacrisis. De kinderschoenen symboliseren zij die in de toekomst gaan moeten leven. Dat wordt een toekomst gekenmerkt door het weinig geruststellende vooruitzicht van klimaatverandering, en nu kwam daar recentelijk ook de vrees voor nieuwe epidemieën bij. Is dat echt het beste wat we aan toekomstige generaties kunnen geven? 

Corona zette het risico van nieuwe epidemieën centraal op de maatschappelijke agenda, maar helemaal nieuw had de bezorgdheid niet mogen zijn. Nieuwe epidemieën worden al langer genoemd als een manier waarop de veel te lang genegeerde ‘natuur’ als een boemerang in ons gezicht terug kan slaan. Zo liet Steven Vromman in zijn voorstelling ‘‘Het einde van de wereld? Een try-out!’ vorig jaar het publiek kiezen wat met de grootste waarschijnlijkheid het einde van de wereld inluiden zou: van virussen tot Artificiële Intelligentie, van meteorieten tot klimaatchaos. Toen werd er over het virusscenario nog bedenkelijk gedaan. Vandaag wordt steeds duidelijker hoe de ontwrichting van onze relatie met de natuur misschien vooral gesymboliseerd wordt door de klimaatverandering, maar daartoe geenszins beperkt blijft. Zo wordt steeds duidelijker dat globalisering zowel klimaatverandering als de verspreiding van nieuwe virussen in de hand werkt, fossiele verbranding onze luchtwegen dusdanig aantast dat het ons ook gevoeliger voor allerlei infecties (zoals corona) maakt, en de ontwrichting van ecosystemen een drama is voor allebei. 

Nu hoeven crisissen niet tot het einde van de wereld te leiden. Ze kunnen, op wrede wijze, ook het pad effenen voor een nieuw begin, al betalen we zonder enige twijfel een hoge prijs. Of om het nog anders te zeggen: naast veel ellende, bieden crisissen ook opportuniteiten en dat weten zowel rechts als links. In toenemende mate gaat de strijd dan ook overhoede crisis aan te pakken en wie daarbij aan het kortste eind trekken zal. Maatregelen zijn nooit neutraal. Zelfs niet als ze gedeeltelijk zijn ingegeven door wetenschappelijke bevindingen. De prominente discussie over de tweede verblijven spreekt boekdelen. Het feit dat juist deze groep de politiek en media zo sterk wist te bespelen kan niet toevallig worden genoemd. Maar het gaat verder dan een politiek akkefietje hier en daar. Fundamenteel is een crisis een moment waarop de geschiedenis met grotere snelheid deze of gene richting uit kan gaan. Naomi Klein legt de gevaren haarscherp uit in De shockdoctrine. Toch hoeven de maatschappelijke omwentelingen in periodes van ‘shock’ niet per definitie de verkeerde richting uit moet gaan. Is een zeker besef van ‘shock’ niet exact waar de klimaatactivisten vorig jaar vnog oor pleitten? Ze vroegen om de klimaatverandering uit te roepen tot een noodtoestand: een moment waarop de dagelijkse politieke fait divers worden opgeheven en er beslissingen genomen kunnen worden die in die dagelijksheid als onmogelijk zouden worden gezien. En is dat niet net wat de coronacrisis heeft gedaan? Maatregelen die voorheen ondenkbaar waren (zoals het sluiten van grenzen en scholen en het invoeren van collectief huisarrest) of enkel als het resultaat van een moeizaam en traag politiek proces mogelijk zouden zijn (zoals het autovrij maken van drukke verkeersaders in New York of gratis maken van openbaar vervoer in Londen) werden van vandaag op morgen ingevoerd.
 

Benieuwd naar het vervolg van dit artikel? Download het hieronder.
Dit artikel verschijnt in Oikos nr. 95, dat eind september verschijnt. Vraag alvast je proefnummer aan of neem ineens een abonnement

 

 

Read more...

#BeterNaCorona: Deliberatieve democratie als antwoord op de klimaat- en ecologische mutatie

07 mei 2020 by Politiek 1817 Views

De derde eis van Extinction Rebellion. Deliberatieve democratie als antwoord op de klimaat- en ecologische mutatie

Met acties als de bezetting van het Koningsplein, de infiltratie van het Autosalon en de deepfake video met Eerste Minister Sophie Wilmès zette Extinction Rebellion (XR) ook in ons land de klimaat- en ecologische mutatie hoger op de politieke agenda. Dat is nodig. Het grote publiek beseft niet hoe ernstig die verandering is, en hoe snel ze zich ontvouwt. Covid-19 maakt deel uit van dit veel bredere plaatje. Volgens XR moet ook de democratie ‘beter na Corona’. Waarom pleit de beweging eigenlijk voor burgerparlementen?

Extinction Rebellion ontstond in de herfst van 2018 in het Verenigd Koninkrijk en verspreidde zich ondertussen in meer dan vijftig landen wereldwijd. De beweging richt zich met haar drie eisen rechtstreeks tot regeringen: (1) zij dienen de klimaat- en ecologische noodtoestand uit te roepen, (2) een nationaal noodplan uit te voeren, en (3) burgerparlementen rond klimaat en ecologie te installeren. De actiestrategie waarmee XR die eisen kracht bij zet is die van de geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid. In sommige gevallen leidt dat tot kortstondige massa-arrestaties.

De burgerparlementen van Sophie Wilmès

Covid-19 stelt milieuactivisten voor een serieuze uitdaging. In tijden van social distancing lijkt massaal politiek protest in de publieke ruimte uitgesloten, of toch zo goed als. Probeer maar eens verstorend te zijn op sociale media. De algoritmen zorgen ervoor dat je binnen je bubbel blijft: je preekt grotendeels voor eigen kerk. Met de deepfake video waarin Sophie Wilmès de waarheid vertelt over Covid-19 en de ecologische mutatie, probeerde XR via provocatie door die bubbel heen te breken. Het filmpje was fake, en maakte dat zelf ook duidelijk. De informatie in de speech was echter wetenschappelijk onderbouwd - bij elke waarheidsclaim hoorde een voetnoot. Online werd de video meer dan 100.000 keer bekeken. Prominente Belgen als Anne Teresa De Keersmaeker, Olivier De Schutter en David Van Reybrouck reageerden met een zelf opgenomen filmpje. De partijvoorzitters van MR en Groen stuurden XR achteraf een brief.

In haar speech legt de fictieve Wilmès niet alleen het verband tussen de huidige pandemie en de bredere ecologische catastrofe; ze kondigt ook de installatie van burgerparlementen aan. Slim gelote groepen burgers, die representatief zijn voor de diversiteit van de Belgische bevolking, moeten naar de wortels van het probleem gaan en concrete beleidsvoorstellen doen. Ze laten zich daarvoor - net als beroepspolitici, in het beste geval tenminste - grondig informeren door wetenschappers en ervaringsdeskundigen. 

De opkomst van deliberatieve democratie

België’s bekendste democratische experiment, de G1000, ontstond als reactie op de politieke crisis van 2010-2011, toen ons land zichzelf tot wereldrecordhouder regeringsvormen bombardeerde. Vandaag wint burgerparticipatie opnieuw aan belang. Duitstalig België beschikt sinds kort over een burgerparlement. In het religieuze Ierland slaagde een groep gelote burgers erin om de gordiaanse knoop van de abortuskwestie te ontwarren. Steden als Leeds, Gdansk en binnenkort ook Brussel laten burgers op waardevolle manieren participeren in de besluitvorming.

In Frankrijk agendeerden de Gilets Jaunes het verband tussen klimaatbeleid en sociale ongelijkheid. In respons op hun protesten trok de Franse president Emmanuel Macron maar liefst vier miljoen euro uit voor de Convention Citoyenne pour le Climat. Honderdvijftig gelote Fransen, die samen een representatieve dwarsdoorsnede van de totale bevolking vormen, buigen zich over de volgende vraag: ‘hoe kunnen we de CO2-uitstoot in Frankrijk tegen 2030 met minstens 40% verminderen (in vergelijking met het niveau van 1990), in de geest van sociale rechtvaardigheid?’ Het Franse burgerparlement ging in oktober vorig jaar van start. Een praatbarak is het niet; de Convention heeft - zo beloofde de president - échte macht: elk beleidsvoorstel wordt in een referendum aan de bevolking voorgelegd, gestemd in het parlement of per presidentieel decreet uitgevoerd.

Burgerparlementen als beste strategische gok

De kans bestaat dat crisissituaties als de huidige zich in de toekomst nog vaker zullen voordoen. De wereld koerst snel af op een uitgebreide ecologische catastrofe. Die creëert niet alleen een vruchtbare voedingsbodem voor pandemieën. Wie de wetenschappelijke rapporten serieus neemt, weet dat door woestijnvorming, zeespiegelstijging, overstromingen, bosbranden, verhitting en de ontregeling van ecosystemen honderden miljoenen mensenlevens op het spel staan.

Sinds de klimaat- en ecologische mutatie ongeveer dertig jaar geleden het onderwerp werd van politiek debat, slaagden regeringen en oppositiepartijen er niet in om het tij te keren, integendeel. Ook de groene partijen niet. Om de ergste gevolgen nu nog af te kunnen wenden is een fundamentele omslag nodig, en snel. XR gelooft niet in de mogelijkheid van een revolutionair tabula rasa, waarbij het maatschappelijke systeem simpelweg van de ene op de andere dag kan worden hertekend. Zelf draagt de beweging officieel geen politieke ideologie of concrete oplossingen uit, om zoveel mogelijk mensen te kunnen aanspreken, maar ook omdat de tijd ons ontbreekt om er voldoende democratisch draagvlak voor uit te bouwen binnen het huidige parlementaire systeem.

Een paar argumenten

Op dit historische kruispunt beschouwt XR burgerparlementen als de beste strategische gok. Een ‘gok’? Dat klinkt wat roekeloos. Toch is het goed om voor ogen te houden dat succes allesbehalve verzekerd is. Een aantal argumenten waarom deliberatieve democratie een aantrekkelijke weg - of uitweg - zou kunnen zijn voor zowel de politieke klasse als de brede bevolking:

(1) Politici willen de volgende verkiezingen overleven. Dat is perfect begrijpelijk. Toch botsen de electorale cycli van vier à vijf jaar met het langetermijnperspectief waar de klimaat- en ecologische mutatie ons toe dwingt. Gelote burgers lijden daarentegen niet onder de druk om herkozen te geraken;

(2) De nodige moeilijke, fundamentele beslissingen nemen kan politici potentieel veel stemmen kosten. Zij hebben er daarom baat bij om de hete aardappel van de klimaat- en ecologische verandering door te schuiven naar de burgers. Wanneer politieke bestuurders concrete acties kunnen ondernemen op basis van de besluiten van een burgerparlement, reduceren ze de kans op electorale afstraffing;

(3) In een sterk gemediatiseerd politiek landschap, is het moeilijk voor politici om niet toe te geven aan polariserende en vereenvoudigende communicatiestrategieën. Die botsen met de enorme complexiteit van de klimaat- en ecologische mutatie. In een burgerparlement zitten burgers van allerlei slag samen rond de tafel. Grondig geïnformeerd door experts, gaan ze met elkaar in dialoog. Ervaring leert dat wanneer ze zo letterlijk face to face kennismaken met de belangen en perspectieven van de anderen, ze noodgedwongen diplomatischer worden en minder ideologievast. Het overstijgen van de politieke polarisering zorgt ook voor eindeloos meer efficiëntie;

(4) Politici staan voortdurend onder druk van het gelobby van machtige maatschappelijke spelers, wier belangen niet zelden haaks staan op het algemene belang. Een burgerparlement met onafhankelijke, gelote leden beïnvloeden is een pak lastiger;

(5) Het ene compromis is het andere niet. In dit land behaalt geen enkele partij een absolute meerderheid (en gelukkig maar). Coalitiegesprekken betekenen vaak: geven en nemen. Dat leidt tot een patchwork van elementen uit partijprogramma’s die we samen een ‘regeerakkoord’ noemen. Tegenover deze logica van de democratie als partijpolitieke competitie, die vaak tot halfslachtige compromissen leidt, stellen burgerparlementen die van de democratie als samenwerking.

(6) Onze huidige parlementen zijn niet representatief genoeg voor de werkelijke diversiteit van de Belgische bevolking op vlak van gender, sociale klasse, opleidingsniveau, etnisch-culturele achtergrond, et cetera. Zo is één vijfde van de parlementsleden jurist, tegenover nog niet 1% van de Belgen. Het te nauwe spectrum van kennis en levenservaringen is nefast voor de democratie. Slimme loting zorgt voor meer representativiteit, breder gedragen beleidsvoorstellen en dus meer legitimiteit. Burgerparlementen kunnen ook het breed verspreide gevoel van politieke onmacht wegnemen dat de voedingsbodem vormt voor maatschappelijke verzuring.

(7) Verreikende maatregelen kunnen enkel legitiem zijn en genoeg steun onder bevolking verzamelen als degenen die de maatregelen aan den lijve zullen ondervinden, er mee over kunnen beslissen. Dat is direct ook het belangrijkste argument tegen de technocratie, bestuur vormgegeven door experten: wanneer burgers medeparticipanten worden van het beleid, al vanaf de agendasetting, dan hebben ze minder reden om er ook tegenstander van te zijn.

Onbeantwoorde vraagstukken

Zal deliberatieve democratie ons voor eens en voor altijd van de complexe multicrisis bevrijden? Neen, een wondermiddel is het niet. Maar dus wel onze beste gok, volgens XR. Tussen droom en daad liggen uiteraard nog heel wat onbeantwoorde vraagstukken. Rond welke thema’s of vragen komt de gelote groep burgers samen? Rond hoe de toekomst er na Covid-19 moet uitzien in dit land? En op welke manier dient het deliberatieve proces te verlopen? Hoe zorgen we ervoor dat de beleidsvoorstellen daadwerkelijk gerealiseerd worden? Wat is de rol van de regering? En die van het huidige parlement?

Binnen XR ontwikkelt een team concrete plannen voor een Belgisch burgerparlement, lerend van de sterktes en zwaktes van de Franse Convention, en aangepast aan de concrete Belgische politieke context. Iedereen die dit idee mee wil realiseren, of vragen en opmerkingen heeft, kan ons bereiken via rydrawong@protonmail.com.

Sébastien Hendrickx

Read more...
Pagina 1 van 2
Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account