en

Winkelwagen leeg

Denktank voor Sociaal-Ecologische Verandering

Economie

Economie (35)

Een wedstrijd die niemand kan winnen

04 januari 2021 by Economie 602 Views
Dirk Holemans

Written by

Van de megastallen in de landbouw tot de tsunami van pakjes: het moet steeds sneller en goedkoper. We moeten leren ondernemen binnen de grenzen van mens en planeet, schrijft Dirk Holemans.

 

2020: het jaar waarin alle klimaat­records werden gebroken (DS 29 december): 38 graden in Siberië, hittegolven in ons land, het warmste decennium ooit. De grenzeloze natuur­vernietiging ging door. Ondertussen weten we ook in Europa hoe dat een toename van pandemieën kan veroorzaken. Tot een omslag van ons economische model heeft dat inzicht nog niet geleid. Nog steeds draait het om sneller, meer en goedkoper, gedreven door winst en groeidwang in een geglobaliseerde economie.

Neem de impact van winstgedreven schaalvergroting in de veeteelt. Die kennen we nu goed door de onderzoeksreeks over ‘veefabrieken’ in deze krant. De noodzaak om wereldwijd te concurreren, drijft boeren naar megastallen. Dat betekent: je vastrijden in steeds meer schulden of loonslaaf worden van grote concerns. Het is treffend hoe de vertegenwoordiger van een boerenorganisatie het samenvatte: dit is een wedstrijd die je niet winnen kunt (DS 28 november).

Niet alleen boeren verliezen. Megastallen zijn gigantische uitstoters van stikstof. Die verzuurt de grond tot er alleen bramen en netels overblijven (DS 19 december). In Nederland besliste de rechter al dat de stikstofuitstoot niet mag stijgen, maar in Vlaanderen blijft het uitkijken naar een goede regelgeving.

Niet alleen bij ons verliezen mens en natuur. Veevoeder komt uit Zuid-Amerika, waar biodiverse regenwouden verdwijnen voor zielloze monoculturen, vol uitbuiting en pesticiden. Dat allemaal omdat we het logisch vinden dat boeren wereldwijd met elkaar concurreren, sociale en ecologische bescherming bijzaak is en de plofkip tegen de laagste prijs een grote meerwaarde betekent. Economen spreken van global value chains. Spreken we niet beter van wereldwijde ontwaardingsketens? Voor de winst van een kleine groep investeerders, onttrekken of vernietigen we wat van waarde is, van Brazilië tot de boer en het natuurgebied in de buurt.

 

Pakjestsunami

De zielloze globalisering in de landbouw vertoont gelijkenissen met de pakjestsunami, als illustratie van het wereldwijde consumptiepaleis. Zat online kopen al in de lift, de lockdown deed er nog een schep bovenop. De gigant Amazon toont de waanzin van de interneteconomie: ceo Jeff Bezos is nu de rijkste man ter wereld, terwijl arbeiders in zijn magazijnen zich wereldwijd in mensonterende omstandigheden uit de naad werken. Alleen al in Oostenrijk vernietigde Amazon vorig jaar meer dan een miljoen geretourneerde pakjes. Het vernietigt dus systematisch nieuwe goederen. Een pijnlijke zaak die doet denken aan al het weggegooide voedsel deze lente, toen door corona de uitvoer stilviel voor onder meer onze aardappelsector, wereldkampioen in de export van diepvriesaardappelen. Nog een voorbeeld van een zogenaamde wereldwijde ‘waardeketen’.

De sector van pakjesleveraars is in hetzelfde bedje ziek. Het zou, als het niet tragisch was, bijna lachwekkend zijn, het verschil tussen vervoer per bestelwagen of per vrachtwagen. Voor de camions is er al decennia regulering, maar bij bestelwagens lijkt het wel het Wilde Westen. Geen rij- of rusttijden, geen acties tegen sociale dumping. Terwijl we vrachtwagens zo veel mogelijk uit de bebouwde kom weren, racen onderbetaalde chauffeurs met hun bestelwagens onder grote tijdsdruk door onze woonstraten. De gelijkenis met de boeren is treffend: die moeten steeds meer produceren tegen kleinere marges, terwijl de druk blijft stijgen. Zowel in Nederland als in eigen land is het slecht gesteld met de arbeidsvoorwaarden. Mensen zonder contract werken veel te lange dagen (DS 12 december).

 
Digitale 19de eeuw

Dan zijn er nog de koeriers die maaltijden aan huis bezorgen. Hun werkomstandigheden staan haaks op zaken waarvoor decennia sociale strijd is gevoerd. Stel je voor dat je gaat solliciteren, en ze je een fijne arbeidservaring aanbieden. Maar je bent niet verzekerd, je moet je eigen vervoersmiddel – essentieel voor de job – betalen en je wordt betaald op basis van stukwerk. Dan zit je eigenlijk niet ver van een digitale 19de eeuw. De strijd tegen stukwerk, dat vervangen werd door een goed uurloon, was een cruciale overwinning richting een welvaartsstaat met arbeidsrechten.

Zoals elk jaar toonden we in december tijdens De Warmste Week gretig dat de meeste mensen deugen. Maar daar zijn we niets mee als we onze ogen sluiten voor hoe de neoliberale economie wereldwijd de concurrentie organiseert ten koste van mens en natuur. Steeds sneller, meer en goedkoper: het is een race to the bottom die ecosystemen onderuithaalt, mensen uitbuit en de sluipende onvrede in onze samenleving aanwakkert. Niet toevallig pleiten economen als Kate Raworth voor een regeneratieve economie, die mens en natuur niet degenereert, maar maakt dat mens en natuur floreren. Dat lukt alleen als een democratie de moed heeft om de economie te reguleren en er harde grenzen aan te stellen. Wat niet helpt, zijn uitspraken zoals die van minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V), die doet uitschijnen dat de vrijemarkteconomie de enig aanvaardbare optie is. Dat is bullshit: landbouw is op Europees vlak net de sterkst gesubsidieerde sector. Met de goedkeuring van Crevits jaagt die al decennialang schaalvergroting en wereldwijde concurrentie aan.

Nu, geen enkele economie kan zonder regelgevende overheid. De cruciale vraag is ten dienste van welke groepen ze wordt gereguleerd. Daarnaast is een beleid dat ecologische grenzen negeert onhoudbaar. Dat weten we al een halve eeuw, sinds het rapport Grenzen aan de Groei, maar de Vlaamse regering denkt die ecorealiteit te kunnen ontkennen met een falend beleid op het gebied van energie, ruimtelijke ordening, klimaat, mobiliteit en landbouw.

Mijn nieuwjaarswens: politici met een toekomstvisie die de economie weer in een democratische doos stoppen, gericht op het welzijn van mens en natuur. Waarbij een warme samenleving de normen oplegt waaraan de economie moet voldoen, en niet omgekeerd. Dat was ook de kernboodschap van het Natuurrapport Vlaanderen (DS 14 december): er is nood aan ‘systeemveranderingen in sectoren als de huishoudens, landbouw, energie, industrie, transport en handel’. Alleen ‘transformatieve verandering’ geeft zicht op een betere toekomst.

Het gaat niet louter om minder stikstof uitstoten of sociaal misbruik bannen bij pakjesdiensten. Het gaat om de positieve zoektocht naar een goed leven voor iedereen binnen de grenzen van de planeet. Dat is de opdracht voor 2021.

Dit opiniestuk verscheen op 2/1/21 in De Standaard.

Read more...

Burgereconomie: de derde pijler van een toekomstgerichte economie

14 december 2020 by Economie 340 Views
Dirk Holemans

Written by

Door Dirk Holemans, Oikos-coördinator en Koen Wynants, Commons Lab

Corona heeft aangetoond hoe noodzakelijk de overheid is, naast de privébedrijven, om de economie in tijden van crisis vitaal te houden. Bijna onderhuids zorgt een derde sector voor onmisbare vitamines voor de maatschappij: de burgereconomie.

De heetste oktobermaand ooit gemeten In Europa, na een hittegolf die deze zomer een punt zette achter het West-Vlaamse agrobusinessmodel van water slurpende groenten. Lockdowns in coronatijden die ons lokaal winkelapparaat ondermijnen, terwijl het marktaandeel van digitale giganten als Amazon ongekende proporties aanneemt.

Het zijn maar twee voorbeelden uit het aflopende jaar die tonen dat we in tijden van grote verandering leven. Wat ons vertrouwd overkomt en de samenleving stabiliteit verschaft – de gekende seizoenen zonder extremen of het lokale netwerk van winkels en horeca – staat op de helling. Of het een tijd wordt van harde disruptie en schokken die ons overkomen waarbij we telkens uitslaande branden proberen te blussen, of een periode waar we gaan voor een gestuurde transformatie zonder de illusie te hebben dat we alles kunnen controleren, ligt volledig in onze handen.

De coronacrisis toont het belang van de overheid

De coronacrisis is een wake-upcall. Het toont het belang van een overheid die stuurt en investeert. Ook neoliberale voorstanders van de vrije markt zijn nu blij dat we in een welvaartstaat wonen die grote publieke budgetten besteedt aan gezondheidszorg. 

Louter de markt laten spelen voor de vaccins, waarbij de farmaceutische bedrijven landen uitspelen om de hoogste prijs te krijgen waardoor ook sommige landen uit de boot vallen, is niet aan de orde. De rol van de Europese Unie, in samenspel met de lidstaten, is helder. Het belang van grote publieke investeringen is terug evident. 

Tegelijk tonen burgers zich van hun beste kant: ze bouwen spontane solidariteitsnetwerken uit, melden zich als vrijwilliger om woonzorgcentra te ondersteunen, organiseren zich om mondmaskers te maken die de markt niet kon leveren en de overheid niet in voorraad had.

Ook de privébedrijven zijn wakker

Op vlak van klimaatbeleid zijn er positieve tekenen. De Europese Green Deal toont de wil tot transformatie in plaats van onmachtig te proberen disrupties in te perken als ze zich voordoen. Behalve de Vlaamse regering  scharen alle andere regeringen van ons land zich nu eensgezind achter ambitieuze klimaatambities. 

Ook de industrie is wakker. Zo vindt Pieter Timmermans, topman van het VBO, het positief (De Standaard 19/11) dat de federale regering een investeringsplan uitwerkt. Voor hem is het hierbij belangrijk dat de overheden "de krachten bundelen met de privésector in de vorm van pps (publiek-private samenwerking)’’. Burgers worden daarbij in de eerste plaats gezien als mensen met geld op hun spaarrekening die deze pps kunnen versterken. 

De zelforganiserende burger speelt voluit in de transitie

Wat in dergelijke visies op transitie van onze economie ontbreekt, is de rol van zelforganiserende burgers. Nochtans kan je er niet naast kijken. In tal van burgercollectieven of commons bouwen burgers nu al twintig jaar de fundamenten van een duurzame en lokale economie. Over heel het land leggen burgercoörporaties zonnepanelen op daken van scholen en cultuurcentra, ondersteunen ze hun leden actief op vlak van energiebesparing en lokale productie. 

En dat werkt: zo is de gemiddelde elektriciteitsafname van een coöperant bij Ecopower met de helft gedaald doorheen de jaren. Mochten private bedrijven dezelfde ijver aan de dag hebben gelegd, dan was onze energievraag nu een pak kleiner. 

Maar ook op vlak van voeding tonen de commons de weg. Terwijl de agrobusiness zweert bij schaalvergroting en export naar verre landen, gingen lokale burgerpioniers samen met innovatieve boeren aan de slag om met voedselpakketten, zelfoogstboederijen en boerenmarkten de korte keten opnieuw uit te bouwen. En dat bewijst nu ongelooflijk zijn diensten in tijden dat veel mensen thuiswerken.

Een voorbeeld: Fairbnb

Maar ook op digitaal vlak ontwikkelen burgers initiatieven voor soms nefaste ontwikkelingen. Zo lijdt de leefbaarheid van wijken in toeristische steden door het succes van Airbnb. Wat net als Amazon een digitale versie is van mijnbouw gebaseerd op extractie. Het zuigt de winst grotendeels uit de transactie en verstoort het lokale weefsel. Welke politici weten dat burgers ondertussen in de luwte bouwden aan Fairbnb, dat ervoor zorgt dat de meerwaarde van de economische activiteit gaat naar de versterking van de lokale gemeenschap en economie, en niet alleen naar de verhuurder. 

Vertrouwen in de burger

De concrete initiatieven van burgers zijn hoopgevend. Ze tonen een ander beeld dan de verzuurde burger, geven hen vertrouwen in hun eigen kunnen en versterken sociale samenhang. Kijk naar de voorbije zomer: burgers pikten het niet dat bouwbedrijven in volle zomer opgepompt grondwater zomaar lieten weglopen. Omwonenden vinden het zinloos dat het regenwater van kerken niet wordt opgevangen, organiseren groepsaankopen voor grote regentonnen. En zo zijn er ondertussen talloze initiatieven in tal van domeinen.

Uiteraard hebben bedrijven een belangrijke rol te spelen in de transformatie, net als overheden met een duidelijke toekomstvisie. Maar finaal staat of valt een democratie met haar vertrouwen in burgers. Die willen meer dan een bolletje kleuren bij verkiezingen of machtige bedrijven nog versterken met hun spaarcenten. Ze vormen de derde pijler onder een duurzame economie van de toekomst. 

Deze opinie verscheen op VRT.be

 
Read more...

Hoeveel rekeningen schuiven we door naar de jongeren?

07 september 2020 by Economie 799 Views
Jan Mertens

Written by

Hoeveel rekeningen schuiven we door naar de jongeren?

Dit opiniestuk verscheen eerder in Knack.

Als maatschappij gaan we nu waarschijnlijk veel geld uitgeven om de economische schok van de huidige coronacrisis op te vangen. Als we dat niet oordeelkundig doen, schuiven we een grote financiële factuur door naar de volgende generaties. Maar dat argument geldt minstens zo sterk voor de maatschappelijke factuur van de klimaatcrisis, schrijft Jan Mertens. Dat besef zou het nieuwe normaal moeten zijn in onze kijk op de huidige crisis.

Het blijft fascinerend om te zien hoe door de huidige coronacrisis stellig verdedigde posities in het economisch beleid snel kunnen wijzigen. Ineens bleek het mogelijk om wel meer overheidsmiddelen te investeren. Van het lokale tot het Europese niveau zijn in een snel tempo soms zeer verregaande beslissingen genomen die tot voor kort niet bespreekbaar waren. Dat is globaal een goede zaak, maar tegelijk niet zonder grote risico's. Dezelfde euro kun je niet tweemaal uitgeven. Je kunt die wel zo uitgeven dat die een gewenste verandering ondersteunt en dat die geen bijkomende schade veroorzaakt die onze capaciteit om de volgende crisis aan te pakken definitief onderuit zou halen. En dat laatste wordt wel eens vergeten door de grote roergangers van het klassieke economische denken.

In een recent opiniestuk in De Standaard presenteerde de hoofdeconoom van VOKA, Bart Van Craeynest, de lezer acht lessen die we volgens hem vooral niét moeten leren uit de coronacrisis. Zowat alle suggesties die de voorbije weken zijn gedaan om de aanpak van deze crisis te gebruiken om de transitie naar een duurzame en rechtvaardige maatschappij te versnellen, schuift hij opzij. We moeten volgens hem - een beetje schematisch samengevat - de groei niet in vraag stellen, niet meer geld willen investeren in zorg, niet pleiten voor arbeidsherverdeling, niet voor herverdelende belastingen, niet voor meer sociale bescherming voor mensen die hun job gaan verliezen. Zijn stelling is eigenlijk dat we vooral de klassieke groeilogica moeten versterken door een 'efficiënte' economie. Door die groei zullen we dan terug geld genereren en komen we weer op het pad waarbij de koek steeds groter wordt. 
 
Het klinkt waarschijnlijk goed voor velen, maar die zogenaamde logica kan er alleen maar zijn door systematisch de ecologische en sociale kost van die normaliteit buiten beeld te duwen. Of de econoom van VOKA dat nu leuk vindt of niet, de planeet is begrensd. Je kunt honderd keer de mantra herhalen dat 'deze crisis het belang van groei zelfs nog vergroot, want die is nodig om de opgelopen schade weg te werken', daarmee verandert er nog niets aan de planetaire werkelijkheid. Het is in wezen niet zo moeilijk om te zeggen, zoals hij doet, waarom in het huidig systeem groei nodig is. Maar daarmee heb je nog niet bewezen dat groei in de werkelijke wereld mogelijk is. En daarvoor zijn er - hoe hard je met het herhalen van de groeimantra ook probeert de kritische stemmen te overroepen - geen bewijzen. 

Je kunt gewoon niet op grote schaal, voor een lange tijd, voor de hele wereld volgens het gangbare pad productie en consumptie laten toenemen. De klimaatcrisis is geen vervelend bijverschijnsel dat we wel even zullen weggroeien, het is een symptoom van een model dat zichzelf alleen maar economisch kan noemen door systematisch de sociale en ecologische kost ervan te ontkennen, door in wezen 'oneconomisch' te zijn, zoals de ecologische econoom Herman Daly zou zeggen.

Ik deel overigens wel de zorg dat we ook in crisistijden steeds goed moeten opletten waaraan we ons geld besteden. Onze jongeren kunnen via hun stem nog niet mee bepalen welke keuzes de huidige generatie maakt, maar ze zullen er wel de gevolgen van dragen. Als we nu niet de juiste keuzes maken, zullen de jongere generaties een zware financiële erfenis voorgeschoteld krijgen. Maar dat is een reden te meer om net wel naar de systeemfouten te kijken van het model dat we 'normaal' zijn gaan vinden

 Een illustratie is het debat over de luchtvaart. Dat we terug dicht op elkaar gepakt in een vliegtuig zitten is voor velen het ultieme bewijs dat we weer gewoon bezig zijn. De voorbije weken werd nochtans duidelijk in de extreme kwetsbaarheid van de sector hoe oneconomisch die eigenlijk is. Het is een beetje wraakroepend om te zien dat de luchtvaart die voor deze crisis al enkel kon blijven functioneren door systematisch fiscaal positief gediscrimineerd te worden, door ruime directe en indirecte steun aan luchthavens, door systematisch geen zware klimaatengagementen op te nemen en door slechte sociale werkomstandigheden in het kader van een lagekostenmodel nu ineens zonder voorwaarden overheidsgeld wil krijgen. De inzet is immens. De baan van heel veel mensen staat op het spel. En een heel groot deel van die banen zat al in een zeer slecht statuut. Vanuit de samenleving kwam er zeer brede ondersteuning voor een beleidskeuze om aan de steun van de luchtvaart ook extra sociale en ecologische voorwaarden te koppelen. Daar is uiteindelijk weinig van in huis gekomen. En ook in de mondiale klimaatafspraken van de sector heeft de kortetermijnvisie het gehaald. Doel is dus andermaal: zo snel mogelijk de groei as usual opstarten. Dat komt evenwel in de werkelijke wereld met planetaire grenzen en een verder op hol slaande klimaatverandering neer op: sneller bomen kappen om het bos te redden. 

De hoofdeconoom van VOKA zegt dat niet kunnen groeien neerkomt op een 'nulsomspel: individuen of bevolkingsgroepen kunnen er dan alleen op vooruitgaan ten koste van anderen'. Wat hij als een ongewenst toekomstbeeld beschouwt is echter in de feiten al lang de keiharde planetaire realiteit van vandaag. De ecologische gulzigheid van onze nagestreefde levensstijl is alleen maar mogelijk door de inperking van de levenskansen van anderen, binnen en tussen generaties. De klimaatverandering is bovenal een rechtvaardigheidskwestie. Zij die het minst verantwoordelijk zijn voor het probleem, dragen er de grootste gevolgen van.

Het is voor het gangbaar economisch model 'moeilijk' om sterke klimaatdoelen echt te integreren. Dat wil zeggen dat in die redenering bedrijven alleen competitief kunnen zijn of dat internationale handel alleen maar 'rendabel' kan zijn door systematisch een deel van de kost uit de boekhouding te duwen. Wat we als groei beschouwen, wat van dichtbij gezien en op korte termijn veel meerwaarde lijkt op te leveren, is een illusie die er alleen kan zijn door het niet-duurzaam interen op de planeet en door grote mondiale ongelijkheid.

De klimaatverandering is al volop bezig onze maatschappij nog veel grondiger te ontwrichten dan de coronacrisis tot nu toe al deed. En eens we voorbij de gevaarlijke 'tipping points' zijn, zal er geen eenvoudige exitstrategie meer mogelijk zijn. Wat steeds opvalt in stellingen van de verdedigers van het klassieke economische normaal is dat ze een gigantische blinde vlek hebben voor de werkelijk massieve maatschappelijke kost van de versnellende klimaatcrisis. In een recent interview maakt de gouverneur van de Nationale Bank zich terecht zorgen over de financiële kost van de crisisaanpak, maar blijkbaar helemaal niet over de kost die de klimaatverandering zal veroorzaken: 'We moeten inspanningen doen voor het klimaat, maar het is niet juist om dat te verkopen als goed voor de economie.' 

De puur financiële schade aan de economie door de klimaatverandering is nu al erg groot, vraag dat maar bv. aan de boeren of aan de verzekeringssector. Het allerminste dat je zou kunnen en moeten doen is alle investeringen die je nu gaat doen met publieke middelen zo in te zetten dat ze tegelijkertijd de klimaatverandering intomen (en dus schade vermijden) en zorgen voor meer duurzame werkgelegenheid. Allerlei internationale organisaties en gerenommeerde economen zeggen ook dat dat de beste weg is. Nu fors investeren in energetische renovatie van woningen, en dan liefst zoveel mogelijk van maatschappelijk kwetsbare groepen, is goed voor het klimaat én de werkgelegenheid. Nu bij het afwegen van steunvragen voluit de kaart trekken van een duurzame mobiliteit - en dus bv. van de trein, veeleer dan het vliegtuig - zorgt voor een beter klimaat en voor goede banen. Nu voluit de kaart trekken van een circulaire economie die zich richt op het echt verkleinen van onze ecologische voetafdruk, zorgt tegelijk voor innovatie en voor banen voor mensen die mogelijk in de komende jaren werkloos zullen worden. 

Binnen de planetaire grenzen, in een wereld die al ernstig bedreigd wordt door de klimaatverandering, streven naar een maatschappij die eerlijk verdeelt wat er is en die een welvaartsmodel nastreeft dat ecologisch wel vol te houden is, dat is niet zozeer een nulsomspel. Het is vooral een oproep tot een grote creativiteit, ingegeven door de wil om liever hoop te creëren voor onze kinderen en kleinkinderen dan financiële meerwaarde voor de aandeelhouders van het economisch systeem dat ons in deze fundamentele kwetsbaarheid heeft gebracht. 

Om dat te kunnen moet je wel de moed hebben om oog te hebben voor de gigantische maatschappelijke kost die naar ons toe zal komen als we de werkelijke omvang van de klimaatcrisis blijven wegduwen uit onze zogenaamd normale boekhouding. De moed om dat wel te doen, dat zou het nieuwe normaal moeten worden.

Jan Mertens

Read more...

Zorg moet centraal staan in de economische heropbouw

06 augustus 2020 by Economie 734 Views
Jef Peeters

Written by

Zorg moet centraal staan in de economische heropbouw

Jef Peeters

Dit opiniestuk verscheen eerder in Knack

'Zorg maakt een wezenlijk deel uit van het leven, en is dus veel meer dan een bijzondere sociale dienstverlening', schrijft Jef Peeters van Oikos. Hij roept op om zorg dan ook centraal te stellen in de post-corona economie.

Dat de corona-pandemie die we nu meemaken het belang van zorg en de onmisbaarheid van zorgverleners toont, werd al overvloedig benadrukt, net als het feit dat een aantal besparingen in de (gezondheids)zorg niet zo'n goed idee waren. In dit opiniestuk willen we dieper ingaan op de meer fundamentele betekenis van zorg en wat dat als uitgangspunt oplevert om onze economie te heroverwegen. Om te beginnen wijst onze nood aan zorg op het fundamentele gegeven dat we afhankelijk zijn van anderen, niet alleen wanneer er problemen zijn, maar om welzijn tot stand te brengen en in stand te houden. Aldus is zorg nodig tijdens heel ons leven, het maakt er wezenlijk deel van uit, en is dus veel meer dan een bijzondere sociale dienstverlening. In die lijn toont zorg ook wat voor mensen wezenlijk van tel is, wat onze fundamentele waarden zijn. Veel meer dan om materiële welvaart gaat het om veiligheid en geborgenheid, om op elkaar kunnen rekenen en vertrouwen, om solidariteit. Vooral ook gaat het om de betekenis van warm menselijk contact, wat we vandaag ervaren net omdat we onze familieleden en vrienden noodgedwongen moeten missen.

Maar zorg verwijst ook naar die meer dan menselijke omgeving. Net de ecologische oorzaak van de huidige pandemie, het ondergraven van een gezonde relatie met onze natuurlijke omgeving, toont het fundamenteel levensonderhoudend karakter van zorg. 'Omgeving' is daarbij wellicht een foute term. Natuur is immers niet iets buiten ons. Onze huidige kwetsbaarheid laat ons aan den lijve ervaren dat we natuur zijn, dat we ook daarin afhangen van relaties die veilig en betrouwbaar zijn, en dat we daar zelf mee verantwoordelijkheid voor dragen.

Feministen wijzen al lang op de onderwaardering van zorg als 'soft' in een al eeuwenoude masculiene cultuur. Dat vertaalt zich onder meer in het miskennen van de waarde die door zorg gecreëerd wordt, het mogelijk maken en instandhouden van het leven zelf. In tegenstelling tot de oude Griekse betekenis van 'economie' als de kunst van het huishouden, wordt economie thans vooral gezien als de markt, verder toegespitst op het creëren van 'harde' valuta. Voor beleidsmakers draagt dat bij aan de groei van het bbp, voor neoliberale economen gaat economie om het scheppen van aandeelhouderswaarde. De noden van de samenleving zijn daartoe hoogstens een aanleiding. De Spaanse ecofeministe Yayo Herrera formuleert het als volgt: 'De grote overwinning van het kapitalisme is dat het ons de idee heeft bijgebracht dat we, om mensen te beschermen, eerst de zakenwereld moeten beschermen. Het heeft de belangen van het publiek verward met de belangen van bedrijven.'

Een 'zorggerichte' economie is daartegenover een economie die zorg als maatschappelijk uitgangspunt neemt en aldus meebouwt aan een zorgzame samenleving. Het is daarbij de verdienste van de ecofeministen te laten zien dat zorg en natuur onverbrekelijk samenhangen. Vanuit een historische ervaring van een masculiene cultuur die het vrouwelijke associeerde met het natuurlijke en beide als inferieur beschouwde, maken zij net de verbinding van natuur en zorg tot uitgangspunt van een zorgzame samenleving. Daartoe moet de economie herinnerd worden aan haar eigenlijke reden van bestaan: voldoen aan de menselijke behoefte om het leven en de kwaliteit van dat leven te behouden en in stand te houden. Volgens Ina Praetorius moeten we daarvoor uitgaan van een begrensde, kwetsbare natuur. En dat betekent twee dingen: allereerst opnieuw focussen op het gegeven dat het hele menselijke bestaan materieel is ingebed in die natuur. En vervolgens het opnieuw zichtbaar maken van die handen, domeinen, mensen en activiteiten die de zorg voor dat bestaan opnemen, en 'ze opnieuw beschouwen als het centrum van alle economische activiteiten'. Aldus zijn milieu- en sociaal beleid onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zorg centraal stellen, betekent dan eerst definiëren wat we nodig hebben om te waarborgen dat er voor levens gezorgd wordt, en daarop verder bouwen.

Dat impliceert dat economie veel breder is dan markteconomie. Ze omvat alle activiteiten die tegemoet komen aan de noden van mensen en daarbij de natuurlijke grond van hun bestaan vrijwaren. Dat slaat uiteindelijk op het sociale leven als dusdanig, wat de New Economics Foundation verwoordt met het begrip 'kerneconomie': 'de menselijke hulpbronnen die het sociale leven omvatten en in stand houden. Deze bronnen zijn ingebed in het dagelijkse leven van elk individu (tijd, wijsheid, ervaring, energie, kennis, vaardigheden) en in de onderlinge relaties (liefde, empathie, verantwoordelijkheid, zorg, wederkerigheid, lesgeven en leren)'. Ze zijn essentieel voor de samenleving en vormen er de 'kern' van, door kinderen op te voeden, te zorgen voor zieke, kwetsbare en gehandicapte mensen, gezinnen te voeden, huishoudens te verzorgen en vriendschappen en sociale netwerken op te bouwen en te onderhouden. Omdat alledaagse menselijke gedragingen en levensstijlen van grote invloed zijn op de manier waarop we met de natuurlijke hulpbronnen omgaan, speelt de kerneconomie ook een sleutelrol in de bescherming van de economie van de natuur.

Hoewel de menselijke mogelijkheden en relaties die deel uitmaken van de kerneconomie grotendeels niet vermarkt zijn - ongeprijsd en onbetaald - scheppen ze waarde en worden ze uitgewisseld. Bovendien bieden ze een noodzakelijke ondersteuning voor de markteconomie en de overheidseconomie. In ieder geval is een bloeiende kerneconomie een essentiële bron voor een 'duurzaam' welzijnssysteem, een dat geschikt is voor de toekomst. In die zin noemt Riane Eisler niet onterecht de huishoudeconomie, de onbetaalde gemeenschapseconomie en de natuureconomie samen The Real Wealth of Nations.

 Zorg biedt in ieder geval een goede bril om economische uitgangspunten te heroverwegen bij de opbouw van een post-corona economie. Ik geef enkele voorbeelden.
 
Het voorzorgsprincipe staat onder druk omdat het innovatie en groei zou tegenhouden. Wijst de groeiende ecologische crisis er niet op dat het net om een wijs en zorgzaam principe gaat dat eerder beter zou moeten toegepast worden?
 
Hoe gaan we economie meten? Al die belangrijke waarde die via de kerneconomie tot stand komt wordt nu niet meegeteld in het bbp omdat ze niet gemonetariseerd is. Hoe gaat maatschappelijke waardering verschuiven wanneer we indicatoren zouden hanteren die dat wel doen? En wat zouden daarvan de gevolgen zijn voor het beleid?

We horen voortdurend dat de 'activiteitsgraad' verhoogd moet worden. Waartoe en voor wie? Hoe komt dat aan bij mensen die niet toekomen aan 'betaald' werk omdat ze de handen vol hebben met zorg voor kinderen of voor zieke of bejaarde familieleden? Moeten we er niet eerder over nadenken hoe we voor hen voor sociale zekerheid en een menswaardig pensioen kunnen zorgen?

Er wordt vaak gezegd dat zorg onbetaalbaar is. We betalen echter wel de kosten van schooluitval, burn-out, ongezonde voedingspatronen, criminaliteit, etc. die in grote mate samenhangen met een te kort aan zorg en zorgzaam beleid. Brengen we dat in rekening? Overigens wijzen heel wat studies erop dat zorg voor mensen net heel 'kosteneffectief' is. Mensen die zich verzorgd en gesteund weten zijn creatiever en productiever.

Dat zijn een aantal vragen waarmee we aan de slag kunnen. In ieder geval mag duidelijk zijn dat zonder een betere maatschappelijke waardering voor zorg we nooit tot een leefbaar en kwaliteitsvol samenleven kunnen komen.

Jef Peeters is verbonden aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek, KU Leuven, en is lid van Oikos. 
 
Read more...

De koers win je niet met een surplace

18 EU-landen willen snel werk maken van Green Deal, Vlaanderen knijpt de remmen dicht. 

De koers win je niet met een surplace

 
Door Tine Hens (MO* Magazine), Dirk Holemans (Denktank Oikos) en Sacha Dierckx (Denktank Minerva)
Deze opinie verscheen oorspronkelijk in MO* Magazine
 
Steeds meer bedrijven en regeringen schuiven de Europese Green Deal naar voren als kader voor het economisch herstel na corona. België doet dat niet en dreigt zo de kopgroep in de race naar de toekomst te missen. De reden? De Vlaamse regering knijpt de remmen dicht en investeert blijkbaar liever in het verleden dan in de toekomst.
 
Eind vorig jaar lanceerde de Europese Commissie haar Green Deal. In vergelijking met het flauwe ecologisch beleid onder de vorige voorzitter Juncker, is dit plan meer dan twee stappen vooruit in de goede richting. Het plaatst de aanpak van de klimaatcrisis en andere ecologische uitdagingen op een hoger niveau en wil die op een geïntegreerde wijze aanpakken. De Green Deal wil de Europese Unie omvormen tot een welvarende en rechtvaardige samenleving, met een competitieve economie, die tegen 2050 netto geen broeikasgassen meer uitstoot.
 

Toekomst in Europa is duurzaam en rechtvaardig

De Green Deal is een samenhangend pakket aan beleidsprojecten dat Europa wil klaarstomen voor de toekomst. Centraal staat een Europese Klimaatwet, zodat er een bindend engagement komt om tegen 2050 klimaatneutraal te worden, in tegenstelling tot het vrijblijvende Klimaatakkoord van Parijs. Er wordt ingezet op een Europese kringloopeconomie, wat ons meteen minder kwetsbaar maakt bij een pandemie omdat productielijnen korter worden.

Met de zero-pollution aanpak krijgen we een gezond leefmilieu terwijl de Farm to Fork-strategie moet zorgen voor gezonder voedsel op ons bord, minder pesticiden op het veld en meer biodiversiteit rond de akkers. Het Just Transition Fonds moet ervoor zorgen dat landen met bijvoorbeeld steenkoolregio’s voldoende ondersteuning krijgen om de reconversie op een sociaal verantwoorde wijze te realiseren. Neem daarbij nog andere beleidspakketten zoals mobiliteit en je hebt een totaalpakket. Het is een verdienste van de Commissie om bijna alle lidstaten achter dit nieuwe ambitieuze beleid te krijgen.

De Green Deal is helemaal niet perfect. De Farm to Fork-strategie dreigt een lege doos te worden zo lang ze losstaat van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, dat goed is voor meer dan een derde van het Europese budget. Terwijl de huidige handels- en investeringsakkoorden moeilijk verenigbaar zijn met een ambitieus klimaatbeleid, geeft de Commissie geen enkele indicatie dat ze het op dat vlak over een andere boeg wil gooien.

Waar het geld voor de nodige overheidsinvesteringen vandaan moeten komen als de EU vasthoudt aan begrotingsdiscipline en een verbod op monetaire financiering, is nog een groot vraagteken. En als regio die vroeg industrialiseerde, heeft Europa de verantwoordelijkheid sneller te gaan. 2050 is binnen het kader van mondiale rechtvaardigheid te laat om klimaatneutraal te zijn.

Van 13 naar 18 koplopers, België bengelt achteraan

Toch biedt de Green Deal een degelijk kompas om Europa in de richting van een sociale en ecologisch duurzame samenleving te sturen. Het is dat des te meer in woelige tijden, zoals nu met de coronacrisis. Vertegenwoordigers uit alle hoeken van de samenleving erkennen dat ook. Zo verscheen op 14 april een oproep ondertekend door Europese parlementsleden van verschillende politieke families, CEO’s, bedrijfsverenigingen, vakbonden en ngo’s. Samen benadrukken ze dat het juist nu tijd is om te kiezen voor een versnelling van de ecologische transitie, en dringen ze aan om budgetten voor investeringen afhankelijk te maken van klimaatverbintenissen. Ook een groep van zeventig Duitse bedrijven deed recent een oproep in dezelfde zin.
 
Op politiek vlak zagen we dezelfde beweging. Op initiatief van Denemarken riepen milieuministers van aanvankelijk dertien lidstaten de Europese Commissie op om de Green Deal als kader te gebruiken voor haar antwoord op de economische coronacrisis. Ze beklemtonen dat we de verleiding moeten weerstaan om kortetermijnoplossingen te nemen die Europa verder opsluiten in een lock-in, waarbij we nog jaren vastzitten in een fossiele-brandstoffeneconomie.
 
Ondertussen zijn de dertien ministers met achttien en vormen ze binnen de EU een meerderheid. Al onze buurlanden hebben getekend, net als de Scandinavische landen waaraan de Vlaamse regering zich – in woorden althans – zo graag spiegelt. Ook landen als Slowakije, Slovenië en Roemenië hebben begrepen dat de economie van morgen niet die van gisteren zal zijn.

Niet innoveren is achterblijven

Je zou verwachten dat België als land dat graag uitpakt met innovatie en technologische ontwikkeling mee wil zijn met deze groep. Maar nee, België zit in het groepje achterblijvers waaronder landen die nog met steenkool zitten (Polen, Tsjechië), schalieolie produceren (Estland) of simpelweg illiberale democratieën (Hongarije). Het is niet de schuld van Wallonië of van Brussel, die wat graag willen demarreren tot bij de grote kopgroep.

Het probleem is een koppige surplace van Vlaanderen. Daarmee bewijst de Vlaamse regering België noch Vlaanderen een dienst, integendeel. Als we telkens niet thuis geven, en met een lekke band langs de kant staan te zwaaien en roepen terwijl de anderen een versnelling hoger schakelen, zullen we finaal in de bezemwagen belanden.

We hopen dat de Vlaamse regering het risico van haar beleid goed beseft. Ooit dachten we dat filmrolletjes de eeuwigheid hadden. Zelfs toen de digitale camera’s in de etalages verschenen en onze telefoons camera’s werden. De grote producenten van filmrolletjes zagen de verandering met lede ogen aan en toen ze wakker schoten, was het te laat. Als we niet opletten is deze Green Deal is het kodakmoment voor Vlaanderen.

Je kan de rode loper met belastinggeld blijven uitrollen voor fossiele plasticbedrijven als Ineos, of je kan diezelfde pot subsidies gebruiken om bedrijven in de richting van circulaire processen te duwen. Je kan geld uit het Klimaatfonds blijven doorspelen naar fossiele ondernemingen als ExxonMobil, of je kan het gebruiken om de broodnodige klimaatinvesteringen te financieren.

Als de Vlaamse regering blijft rekenen op fossiele technologie zal ook de daarvan afhankelijke economie in Vlaanderen verkommeren tot een fossiel. We kunnen ons niet voorstellen dat ze dat wil. Want België kan als hoogtechnologisch en innovatief land mee de leiding nemen in de overgang naar een fossielvrije economie.

De Europese Green Deal als kader gebruiken voor het economisch herstel is daarin een eerste stap. Waar wacht de Vlaamse regering op om aansluiting te maken bij de groeiende kopgroep, en daarna hopelijk mee het tempo richting toekomst te bepalen en op te drijven?

Tine Hens (MO*), Dirk Holemans (Oikos) en Sacha Dierckx (Denktank Minerva) schreven deze opinie in naam van #BeterNaCorona, een initiatief van elf media en denktanks die de wereld na de coronacrisis socialer en ecologische willen zien.

Read more...

Onze economie ligt aan de beademing

04 mei 2020 by Economie 887 Views

We leven vandaag allemaal in een wereld die voor het Coronavirus ondenkbaar leek te zijn. Van één ding zijn we zeker: we zitten in onbekende waters.

Dat geldt ook voor onze economie. Ons economisch en financieel systeem heeft duidelijk last van het virus en ligt al in het ziekenhuis. Dit is tegelijk een veeg teken aan de wand én een opportuniteit. Wat velen al lang aan het roepen zijn wordt met deze pandemie bevestigd: we kunnen niet verder met ‘business as usual’. Er is dringend nood aan systemische verandering.

Toch roepen de meest prominente en meest gehoorde stemmen op tot meer ‘business as usual’ na de crisis. We kunnen het wel verteren als de economie nadien nog harder groeit dan voor de crisis. De optimistische cijfers swingen de pan uit!

“Concreet: zelfs al krimpt de economie in 2020 met 8 procent, dan wordt dat uitgevlakt als de economie volgend jaar groeit met 10,6 procent.”

Het IMF pakt met een wat minder optimistisch cijfer van 4,5% uit voor geavanceerde economieën. Sowieso, meer groei dan voorheen dus. De onzekerheid die rond deze cijfers hangt wordt echter duidelijk uit dit stukje van het IMF rapport ‘The Great Lockdown’.

"There is extreme uncertainty around the global growth forecast. The economic fallout depends on factors that interact in ways that are hard to predict, including the pathway of the pandemic, the intensity and efficacy of containment efforts, the extent of supply disruptions, the repercussions of the dramatic tightening in global financial market conditions, shifts in spending patterns, behavioral changes (such as people avoiding shopping malls and public transportation), confidence effects, and volatile commodity prices. Many countries face a multi-layered crisis comprising a health shock, domestic economic disruptions, plummeting external demand, capital flow reversals, and a collapse in commodity prices. Risks of a worse outcome predominate."

De vraag die we ons echter moeten stellen is, zelfs als we deze onwaarschijnlijke groeicijfers halen, we dit wel moeten will. Want de structurele problemen van voor de crisis zullen, zelfs met deze waanzinnige groei, terug komen. En wat betekent die groei precies? Economische groei wordt gemeten aan de hand van één cijfer, het bruto binnenlands product (BBP). Als dat BBP stijgt dan groeit de economie. In dat BBP zitten alle economische transacties vervat. Dus alles wat er verkocht wordt, diensten waarvoor betaald wordt, … ongeacht wat die producten of diensten zijn. Of die nu bijdragen aan een betere samenleving of niet doet er niet toe bij deze meting. Bovendien worden een heel aantal activiteiten niet meegenomen in dit BBP. Namelijk al het vrijwilligerswerk, de mantelzorg, het opvoeden van kinderen, de psychologische steun die vrienden en familie aan elkaar geven, … Allemaal activiteiten die duidelijk waarde toevoegen aan onze samenleving maar niet meetellen voor de economische groei. Dus, als er meer van dit soort activiteiten zouden uitgevoerd worden, is dat slecht voor de economie. Concreet betekent dit dat mensen die steun vinden bij hun vrienden in plaats van naar de psycholoog te gaan, mensen die deeltijds werken zodat zij zelf hun kinderen kunnen opvangen en mensen die zelf voor hun bejaarde ouders zorgen allemaal slecht zijn voor de economie. Daarentegen is de verkoop van producten van slechte kwaliteit, zoals kleren waar na een paar wasbeurten gaten in zitten, dan weer goed voor de economie. Natuurlijk, de verkoop van kwaliteitsvolle producten tikt ook aan in het BBP maar die gaan langer mee en komen dus niet zo vaak op de teller te staan.

Om die verkoop van producten en diensten aan te zwengelen hebben we een sterke reclame machine in het leven geroepen. Langs alle kanten worden we aangezet tot consumeren. Op de radio, op televisie, in de bioscoop, op het internet en, tot voor de Corona crisis, ook overal op straat. Op die laatste plek hebben vele van de reclameborden plaats geruimd voor, naar mijn mening, nuttiger gebruik.

foto1

Er wordt vaak gezegd dat we in een consumptiemaatschappij leven en dat er geproduceerd wordt naargelang de vraag van de consument maar dat is eigenlijk een leugen. We leven in een productiemaatschappij die dolgedraaid is en er alles aan doet om er voor te zorgen dat de overproductie geconsumeerd wordt. Als we elke dag gebombardeerd worden door boodschappen dat onze keuken aan vernieuwing toe is, dat we een nieuwe auto nodig hebben, dat we absoluut niet zonder deze nieuwe aardappelschiller kunnen en dat we pas hip zijn met dit flitsende koffie apparaat kunnen we moeilijk verwachten dat dit geen invloed uitoefent op ons gedrag en ons denken. Nu we, door de sluiting van de winkels, gedwongen worden tot consuminderen (ook al zijn er nu tal van mogelijkheden om onze consumptie via webwinkels te doen) kunnen we misschien eens stil staan bij wat we nu écht nodig hebben. En waarom het altijd méér zou moeten zijn.

Het hele idee van economische groei moet dringend onder de loep genomen worden en herkadert worden naar kwaliteitsvolle groei in plaats van kwantitatieve groei.

Er is natuurlijk ook nog de andere kant, iedereen die voor hun inkomsten afhankelijk is van deze verkoop. Daar stoten we op een ander aspect van onze economie, namelijk die van jobcreatie en iedereen aan het werk krijgen. Voor ik verder ga wil ik even het onderscheid maken tussen een job en werk. Als iemand zijn/haar eigen tuin aan het herinrichten is dan is dit werk maar geen job want die persoon wordt er niet voor betaald. Integendeel, vaak kost het geld. Kinderen opvoeden is, vanuit mijn perspectief, zeker werk. Zeer belangrijk werk zelfs. Maar het is geen job tenzij je, tegen betaling, andere mensen hun kinderen opvoedt. Een job is werk waar je voor betaald wordt. En we halen de twee té vaak door elkaar. En daardoor wordt werk dat niet betaald wordt, wat geen job is, te vaak ondergewaardeerd. Want ook hier wringt er iets. Onze politieke leiders zijn gekend voor hun ‘jobs, jobs, jobs’ slogan. Maar er wordt nooit iets gezegd over welke jobs ze het dan wel hebben. Er is geen ‘kwaliteitslabel’ voor jobs. De ‘bullshit jobs’, jobs waarvan de werknemer zelf het nut niet van inziet, waar David Graeber het over heeft tellen even goed mee als de job van verpleger, onderwijzer, poetsvrouw, vuilnisophaler, .... Het enige verschil ligt hem in hoeveel de jobs in cijfers bijdragen aan de groei van het BBP. Meestal is dat minder voor de écht nuttige jobs dan voor de bullshit jobs. En al het werk dat niet betaald wordt telt natuurlijk al helemaal niet mee want dat is geen ‘job’.

Door de focus op het BBP wordt er alleen nog maar in termen van geld gedacht en verdwijnt al de rest naar de achtergrond. Er is een tendens om van alles een economische transactie te maken, met nefaste gevolgen voor onze sociale cohesie en ons algemeen welzijn.

Kan het niet anders? Wat als we nu eens zouden streven naar betekenisvol werk voor iedereen? Wat als we afstappen van ons te concentreren op een weinig zeggend cijfer (BBP) en ons concentreren op levenskwaliteit, duurzaamheid en toekomstgericht denken? Wat als we er voor zorgen dat iedereen een goed inkomen heeft én een goed leven? Wat als er ook waardering komt voor niet betaald werk en mensen daar ruimte voor krijgen zonder financieel gestraft te worden?

Het is natuurlijk gemakkelijk te zeggen dat het anders moet en ik wil met dit stuk verder gaan dan alleen maar roepen vanaf de zijlijn. Vanuit Happonomy zijn we al enkele jaren bezig met onderzoek rond economie, geld, gedrag en maatschappij. Wat volgt is een samenvatting van onze bevindingen gevolgd door een aantal concrete voorstellen die niet alleen soelaas kunnen brengen in de huidige situatie maar ook de basis kunnen vormen van een veerkrachtige en duurzame post-Corona economie waar menselijkheid, welzijn en betekenis centraal staan.

De Corona crisis brengt aan het licht wat de basis noodzakelijkheden van onze maatschappij zijn. We hebben momenteel vooral nood aan een goed werkende logistiek die onder andere onze voedselvoorraden en medische benodigdheden op peil houdt, goed werkende informatie verstrekkers die ons correcte informatie geven over wat er allemaal moet gebeuren en een goed werkend gezondheidssysteem. We hebben ook nood aan psychologische steun om door deze moeilijke tijden van isolatie te geraken. Daar hebben we materieel en capabele mensen voor nodig. Strikt genomen hebben we daar voldoende mee. Maar, er zit nog een speler tussen, namelijk geld. Als er niet voldoende geld beschikbaar is ontstaan er spanningen en dreigt de boel vast te lopen. We hebben zowat alles afhankelijk gemaakt van geld en dat geld is té vaak het obstakel waar we over struikelen.

Nu meerdere landen in (semi-) lockdown zitten wordt die afhankelijkheid van geld overduidelijk. Zaken die hebben moeten sluiten zien hun inkomensstromen naar nul herleid worden. Dat maakt het moeilijk om de vaste kosten te blijven dragen. Als die kosten niet betaald worden komen de inkomensstromen van de volgende economische speler in het gedrang waardoor die de vaste kosten niet meer kan betalen. De ene dominosteen na de andere valt op die manier omver. Alles is afhankelijk van consumptie om geld in beweging te houden.

Dat merk je ook in de exit maatregelen. Voor de algemene mentale gezondheid van de bevolking zou het beter zijn om eerst beperkt sociaal contact toe te laten, bijvoorbeeld door clusters van 2 of 3 huishoudens te creëren, alvorens de economie op gang te trekken. Maar dat zou ernstige problemen opleveren voor die economie en dus moeten we onze mentale gezondheid op het offerblok leggen.

Dat stelt ons voor een harde waarheid: we zijn verplicht om te consumeren want anders valt onze economie in duigen. Zelfs producten die we eigenlijk strikt gezien niet nodig hebben. Zou het niet veel beter zijn dat consumptie van niet noodzakelijke goederen beschouwd kan worden als een luxe en dat, als die consumptie stilvalt, er niets aan de hand zou mogen zijn?

Zoals eerder gezegd is die consumptie, in ons huidig systeem, nodig om mensen een inkomen te geven. Een basis- of gegarandeerd inkomen voor iedereen zou hier soelaas kunnen brengen. De vraag wordt dan: waar moet dat geld voor dat gegarandeerd inkomen vandaan komen?

Uiteindelijk is geld maar een construct, een door de mens uitgevonden middel dat alleen waarde heeft als je het kan inruilen voor iets reëel. Als niemand je geld wil aannemen ben je er niks mee. Probeer in België maar eens een brood te kopen met Mexicaanse Pesos.

Hiermee wil ik niet zeggen dat geld geen nut heeft. Het is een prima middel om handel te vergemakkelijken. Ik kan met een papiertje, of met een app die verbonden is met mijn bankrekening, naar de bakker gaan en er een brood voor in ruil krijgen. Zolang de bakker vertrouwen heeft in het papiertje dat ik hem geef of de app die ik gebruik. Daarmee komen we tot de kern van geld: vertrouwen. Geld werkt vooral op vertrouwen. Dat betekent dat zowat alles kan gebruikt worden als geld, zolang mensen er maar vertrouwen in hebben. Het verhaal van de bank stakingen in Ierland in de jaren ‘60 en ‘70 zijn daar een mooi voorbeeld van. In 1976 sloten de banken zelfs voor 6 maanden! Met weinig effect op de economie. Mensen begonnen hun eigen cheques te schrijven op stukjes papier met een zegel erop. De zegel zorgde voor het vertrouwen en bijgevolg werden de papiertjes omgetoverd tot universeel geaccepteerd geld. De banken hebben de staking na 6 maanden opgegeven omdat hun actie gewoon geen impact had.

De staking van vuilnismannen in New York, die na 9 dagen 100.000 ton vuilnis op de straten als gevolg had en de burgemeester op zijn knieën bracht, toont dan weer duidelijk aan hoe belangrijk het is om noodzakelijk werk uit te voeren en wat de gevolgen zijn als we een construct als geld in de weg laten staan.

In deze crisis blijkt er plots ook heel wat mogelijk met dat geld. Er worden ongekende maatregelen naar voren geschoven om de economische slachtoffers bij te staan. Er is mogelijkheid tot aanvraag van tijdelijke werkloosheid, Vlaio zet een crisisfonds ter beschikking en in Amerika wordt er zelfs al gesproken van helikoptergeld voor de bevolking.  (Helikoptergeld is geld dat rechtstreeks op de rekening van burgers wordt gezet) Plots is er geld beschikbaar en maakt het niet meer uit hoeveel schuld er gecreëerd wordt of hoeveel dat allemaal moet kosten. Zet dat in schril contrast met het beleid van voor de crisis. Er was te weinig geld voor cultuur, opvang van langdurig zieken, sociale woningen, gezondheidszorg, nodige maatregelen voor het milieu, het openbaar vervoer, … Er moest overal bespaard worden! En nu? Nu worden alle bezwaren van tafel geveegd en is geld plots geen probleem meer! Dat is goed nieuws voor nu maar het doembeeld van een gigantische schuldenberg dreigt al aan de horizon. Dat stemt tot nadenken.

Het is dan ook belangrijk om te weten hoe ons huidig geld systeem werkt. Er wordt vaak beweerd dat het allemaal erg complex is maar in de kern is het dat helemaal niet. Het is eigenlijk erg simpel. Zo simpel dat het moeilijk te geloven is. Ongeveer 95% van het geld in omloop is gecreëerd door commerciële banken door het uitgeven van leningen. U zal misschien denken: maar lenen banken het geld van spaarders niet uit aan mensen die geld willen lenen? Neen! Richard A. Werner, een Duitse econoom, heeft een lening van 200.000 euro gevolgd in de computers van een echte bank. Er werd geen eurocent verplaatst. De volledige 200.000 euro werd volledig vanuit het niets gecreëerd, samen met de bijbehorende schuld. Dit geld creatie proces dat banken uitvoeren wordt ook beschreven op de website van de Europese Centrale Bank. En bij afbetaling van de schuld wordt het gecreëerde geld terug vernietigd. De betaalde rente is winst voor de bank.

Misschien moet u dit even laten inzinken.

Dit heeft een aantal gevolgen. Ten eerste betekent dit dat quasi elke euro die iemand heeft waarvoor ze niet in schuld staan er ergens iemand die schuld moet dragen want geld wordt gecreëerd vanuit schuld. Ten tweede betekent dit dat, als er meer afbetaald wordt dan er geleend wordt, de totale beschikbare geldhoeveelheid afneemt. Het is zoals een bad waar de kraan symbool staat voor het aantal leningen en de afloop symbool staat voor de schuldaflossing. Als er minder water wordt toegevoegd dan er water wegloopt is het bad uiteindelijk leeg.

foto2

 Bovendien wordt de kraan bewaakt. Niet zomaar iedereen kan die open draaien. Dat kunnen alleen de banken voor mensen die aan de juiste voorwaarden voldoen. En het zijn die mensen die het geld dan verder moeten laten stromen naar al de rest die geen toegang heeft tot de kraan.

De schrijnende ongelijkheid in onze maatschappij toont aan dat dit model niet iedereen bedeelt. Het gaat er een beetje aan toe zoals bij een erfenis waar enkele familieleden alles erven en de rest hoopt om ook een graantje mee te pikken. Dat loopt meer dan eens verkeerd af.

Deze vorm van geldcreatie is echter geen natuurwet. Misschien heb je al eens van de term ‘quantitative easing’ gehoord. Dat is geld dat centrale banken schuldenloos, en uit het niets, creëren en gebruiken om schulden op te kopen. Tussen maart 2015 en december 2018 heeft de Europese centrale bank op die manier meer dan 2.600 miljard euro ‘bijgedrukt’. Omgerekend is dat a rato van ongeveer 1.3 miljoen euro per minuut. Dat geld is vooral de financiële wereld ten goede gekomen. Deze methodiek is terug opgestart op 1 november 2019 a rato van 20 miljard euro per maand. Op 12 maart is er een extra voorziening van 120 miljard bekend gemaakt en op 18 maart is daar nog 750 miljard aan toegevoegd om extra schuldpapier op te kopen, met schuldenvrij gecreëerd geld, tot aan het einde van het jaar.

Dit bewijst dat geld zomaar bij gecreëerd kan worden. Wat als we dat geld creëren om het rechtstreeks, in de vorm van een gegarandeerd inkomen, op de bankrekening van onze de burgers te zetten? Permanent helikopter geld dus.

Voor velen is dit vloeken in de kerk en het woord inflatie zal al snel vallen als je dit oppert in gesprekken. Inflatie hoeft echter geen probleem te zijn. Banken spreken nu al over negatieve rente op spaargeld en in Duitsland is dat voor vele klanten al het geval. Als je die negatieve rente invoert vanaf een bepaalde hoeveelheid spaargeld, zoals Denemarken van plan is, dan kan je de totale geldhoeveelheid in toom houden … op voorwaarde dat dat geld vernietigd wordt. Dat betekent dus het einde van het oneindig oppotten van geld. In ruil daarvoor krijgt iedereen wel een gegarandeerd inkomen.

Om het met de metafoor van water uit te leggen, je geeft iedereen een emmer die permanent gekoppeld is aan het waternet waardoor er een permanente toevoer van water is. Iedereen zijn eigen kraan dus. In de zijkant van de emmer zitten vanaf een bepaalde hoogte gaatjes die het water er uit laten lopen. Hoe hoger het gat zit, hoe groter het is. Een beetje zoals de belastingschijven op ons inkomen. En het water dat uit de emmers loopt is gewoon weg.

foto3

 Het klinkt waarschijnlijk allemaal zeer onorthodox maar laat ons de feiten die we vandaag kennen even op een rijtje zetten:

  • De inkomens van vele mensen staat momenteel onder druk.
  • Banken zijn bezig met het invoeren van negatieve rente op spaargeld.
  • Banken moeten al negatieve rente van -0.5% aan de ECB betalen voor hun surplus reserves.
  • Er wordt constant geld vanuit het niets gecreëerd door commerciële banken wanneer zij leningen uitschrijven. Hier staan schulden tegenover die terugbetaald moeten worden, met rente (ook al staat die momenteel erg laag).
  • De ECB heeft al meerdere malen schuldenvrij geld bij gecreëerd en is dat momenteel ook aan het doen.
  • Bij afbetaling van schulden wordt er geld vernietigd. Dat maakt deel uit van de normale werking van het huidige geld systeem.
  • Elke keer we geconfronteerd worden met een situatie die vergelijkbaar is met het Coronavirus zullen we, als we geen veranderingen doorvoeren in het geldsysteem, met economische crisis situaties geconfronteerd worden.

Aan dat lijstje kunnen we dan nog toevoegen dat ons huidige systeem alles behalve stabiel is. Iedereen herinnert zich de crisis van 2008 nog wel. En velen denken dat dat de laatste was die we gehad hebben. Dit is echter niet waar. Het International Monetary Fund (IMF) heeft niet minder dan 390 systemische crisissen geïdentificeerd tussen 1970 en 2017. De meesten hebben geen internationaal karakter gehad maar het zijn wel meer dan 8 crisissen per jaar! Niet echt het kenmerk van een stabiel systeem.

Is het dan zo gek dat we een ander systeem naar voren schuiven? Een systeem waar iedereen, ook in tijden van crisis, een gegarandeerd inkomen heeft. Een systeem waarbij het platvallen van de consumptie geen ramp betekent.

Mensen die de keuze maken om niet betaald werk uit te voeren kunnen met dit systeem terugvallen op een gegarandeerd inkomen en worden dus niet in een onmogelijke financiële situatie gedwongen. Ondernemers kunnen ook met minder financiële stress hun zaak opstarten omdat ze in het begin niet gedwongen zijn om onmiddellijk winst te maken. Failissementen van bedrijven zijn in dit systeem ook geen onoverkomelijke ramp meer voor de werknemers. En vooral, mensen hebben nu de vrijheid om op zoek te gaan naar betekenisvol werk zodat we de bullshit jobs voor eens en altijd de geschiedenis kunnen inschrijven.

Dit systeem heeft nog enkele positieve neveneffecten. We hebben experimenten gedaan door middel van een spel. De conclusies van de deelnemers waren overwegend dat er minder stress ervaren werd dan met het standaard geldsysteem. Omdat iedereen beter voor zichzelf kon zorgen en dus minder financiële stress ervaarde, was er meer samenwerking tussen de deelnemers én was er meer aandacht voor het algemeen belang.

We horen vaak dat we voor complexe problemen staan en er geen kant en klare oplossingen zijn. Er wordt vaak geroepen: er is geen alternatief. Met de stand van zaken waar we vandaag in zitten lijkt het me duidelijk dat er plots wel alternatieven zijn die nog niet zo lang geleden ondenkbaar waren. We hebben een uitgebreidere blauwdruk liggen van het systeem dat hier kort is voorgesteld. Dat heeft ondertussen al heel wat kritische blikken doorstaan, ook van economen.

Het toeval wil dat er vorig jaar, op 18 oktober 2019, een simulatie oefening gedaan is rond het eventuele uitbreken van een pandemie. Die oefening is slecht afgelopen. Laat ons daar lessen uit leren en het anders aanpakken. De simulatie is voorbij, we zitten nu in het echte scenario.

Er zijn alternatieven, we hebben oplossingen. Onze vraag is nu: zijn onze beleidsmakers bereid om te luisteren naar mensen die hun oplossingen aanreiken, ook al zijn ze onorthodox, en zijn ze bereid om er over in gesprek te gaan?

 

Read more...

Hoe we ons wapenen tegen een pandemie

20 april 2020 by Economie 803 Views
Dirk Holemans

Written by

De coronacrisis leert ons hoe we de economie moeten klaarstomen voor de toekomst. Volgens Dirk Holemans is strategische intelligentie daarbij essentieel.

In Brescia valt op 12 maart een ziekenhuis zonder vervangkleppen voor een reanimatietoestel. De leverancier kan niet leveren aan de Italiaanse stad in een van de regio’s die het hardst door corona zijn getroffen. Het ziekenhuis in nood contacteert de directeur van een regionale krant, die op haar beurt Massimo Temporelli uit zijn bed belt. Beiden werken al jaren samen om in scholen Industrie 4.0 te introduceren.

Temporelli vindt na vele telefoontjes een bedrijf in de omgeving dat onmiddellijk een 3D-printer naar het ziekenhuis brengt. In enkele uren hebben ze het ontbrekende stuk opnieuw ontworpen en ter plaatse geproduceerd. Meteen communiceert Temporelli dat ze bereid zijn hun fab­lab-netwerk in te schakelen om de kleppen te printen voor ziekenhuizen in andere streken. Een dag later werkt het systeem en maken tien patiënten gebruik van een machine met het 3D-geprinte onderdeel. Op 16 maart ontvangt hij felicitaties van de Italiaanse minister van Innovatie.

Dit voorbeeld toont de kracht van lokale netwerken gebaseerd op nieuwe productiewijzen en samenwerking, waar tegelijk knowhow wereldwijd wordt gedeeld. Ondertussen gebeurt het in elk land. Zo is in Brussel een burgerinitiatief gestart om meer dan honderdduizend maskers te produceren. Aan de VUB bouwen ingenieurs in het FabLab Brussels een eenvoudig beademingstoestel. In de Verenigde Staten werken onderzoekers aan het prestigieuze MIT aan de snelle ontwikkeling van een opensourceventilator tegen lage kosten.

 

Een nieuw evenwicht

De coronacrisis toont dat we naar een nieuw evenwicht gaan met minder marktwerking en meer overheidssturing, waarbij ook burger­innovatie een grotere plek krijgt. Er is nood, zeker ook in het licht van de transitie naar een klimaatneutrale economie, aan strategisch industrieel beleid. In het verleden zou de vraag luiden: welke maakindustrie willen we? Als we naar de toekomst kijken, verruimt die vraag zich naar: welke sociale kringloopeconomie bouwen we uit? Vanwaar komen de grondstoffen, hoe dicht zitten de toeleveringsbedrijven, wat kunnen we in eigen streek herstellen, hoe creëren we jobs?

Ook om de productie op te drijven in tijden van crisis is strategische intelligentie nodig. Dus moeten we nadenken over betrouwbare toeleveringsketens, want die kunnen niet allemaal globaal blijven. En investeren in buffercapaciteit, ook op het vlak van productie. Het bedrijf 3M, bekend van de post-its, is een belangrijke producent van mondmaskers. Het trok lessen uit de tekorten ten tijde van sars. Het richtte nieuwe bedrijven op in China en Korea. Elke vestiging heeft haar eigen toeleverings­keten. Het moederbedrijf in de Verenigde Staten maakt zowat alle componenten zelf. En het heeft extra productiemachines geïnstalleerd die klaarstaan om te draaien bij toegenomen vraag. Nu dus: ze verdubbelden hun productie in twee maanden tijd.

 

Monopolie op kennis

Complexe systemen zijn kwetsbaar als ze afhangen van een centraal punt of, net omgekeerd, als alle onderdelen verbonden zijn. Performante systemen hebben meerdere knooppunten en slimme verbindingen. Dat toonde zich bij de teststrategie voor corona in Nederland. Er werd gekozen voor twee centrale testpunten voor heel het land, maar de provincie Groningen besloot zelf alle vijf de labo’s op haar grond­gebied uit te rusten om te testen. Ze maakte daarvoor gebruik van verschillende leveranciers.

In de centrale testpunten ontstond een tekort wegens het gebruik van maar één type meetapparatuur. Vergelijk het met een printer: die werkt alleen met specifieke cartridges. Het Zwitserse bedrijf Roche kon niet volgen met de productie van reagentia die bij het meettoestel horen en wilde aanvankelijk de samenstelling ervan niet prijsgeven. Alleen na grote druk zwichtte de multinational.

Een andere vorm van centralisering is patentering. De klep voor het Italiaanse ziekenhuis bleek gepatenteerd. Dat monopolie op kennis moest worden overtreden om levens te redden. De vraag rijst of patentering wel de meest efficiënte wijze is om innovatie te stimuleren en de baten op een faire wijze te verdelen. De econome Mariana Mazzucato benadrukt dat veel apparaten waar bedrijven veel geld mee verdienen, er alleen zijn gekomen dankzij grote publieke investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Net zoals de onderzoekers aan het MIT, kunnen we ook kiezen voor een opensourcebenadering die gestoeld is op samenwerking en het vrij ter beschikking stellen van kennis. Uiteraard moeten onderzoek en opschaling gefinancierd worden. Dat kan met faire licenties. Daardoor krijgen de uitvinders en investeerders een billijke vergoeding, die beperkt is tot bijvoorbeeld tien keer het geïnvesteerde bedrag, en nooit uitsluit dat andere bedrijven ermee aan de slag gaan.

 

Ceta? Voorbijgestreefd

Het voorbeeld van de 3D-geprinte klep toont een andere dimensie van een toekomstvaardige economie: productie herlokaliseren in netwerken van fabrieken van diverse schaal. 3D-printers laten nu toe om lokaal te produceren. Microfabrieken kunnen de bouwsteen zijn voor een kringloopeconomie, waar ze inzetten op productie én op herstel. Dat kan jobs creëren, ook voor groepen die nu niet aan de bak komen.

We zullen heus niet alles opnieuw in eigen regio produceren, denk bijvoorbeeld aan treinen. Maar her­lokalisering past wel in transitieplannen voor streken die het nu moeilijk hebben. Evenmin zal de wereldwijde handel stilvallen, hij zal meer draaien rond strategische goederen en zaken die je niet overal kunt produceren. Maar handelsverdragen zoals Ceta zijn voorbijgestreefd. Want zoals in het redactioneel commentaar van deze krant stond: ‘Willen we echt onze markten openstellen voor goedkoop rundvlees uit gekapt Amazonegebied, om meer Europese pillen en auto’s te kunnen uitvoeren?’ (DS 19 december 2019).

De beweging om de productie weer lokaal in handen te nemen, is al vijftien jaar bezig. Ook buiten de digitale wereld. Zo zit het aantal plukboerderijen sterk in de lift. Een belangrijk motief is dat mensen opnieuw willen weten waar hun voedsel vandaan komt. Een studie van Denktank Oikos toont dat er ook in domeinen als energie en wonen een grote stijging is van het aantal initiatieven. Dikwijls zijn het ethische coöperaties die transparantie, democratische besluitvorming en zorg voor de gemeenschap combineren met hun gedeelde productie.

Het is logisch dat de focus ligt op de bestrijding van het virus en op voorkomen dat jobs en inkomens verloren gaan. Maar als we geen lessen trekken uit deze crisis, vergroten we onze kwetsbaarheid voor de volgende schok. Het goede nieuws is dat heel wat zaken die nodig zijn voor de uitbouw van een klimaatneutrale economie – sociale kringloopeconomie, sturende overheid, ruimte voor burgerinnovatie – de samenleving ook beter bestand maken tegen schokken als corona. Dat hadden de bedenkers van de Green New Deal meer dan tien jaar geleden niet kunnen bevroedden.

Read more...

'Geef gratis geld aan duurzame steden'

30 maart 2020 by Economie 774 Views
Dirk Holemans

Written by

'Duurzame steden zijn in de huidige onzekere tijden de laboratoria van hoop voor een betere toekomst. Zij schrijven een nieuw toekomstverhaal voor Europa', schreef Dirk Holemans in 2016. Nu de discussie over helikoptergeld weer hoog oplaait, diepten we dit opiniestuk opnieuw op.

 

Sinds de financiële crisis woedt de discussie hoe de economie in Europa terug op de sporen te krijgen. Hierbij doet de Europese Centrale Bank (ECB) verwoede pogingen om door het creëren van extra geld- de zogenaamde kwantitatieve versoepeling - de boel terug op gang te krijgen. Alleen lukt dat niet omdat de financiële instellingen waar het geld van de ECB terecht komt, de banken, hun maatschappelijke rol niet meer opnemen.

De theorie is dat de banken met dit extra geld zorgen voor goedkope leningen voor bedrijven en gezinnen. Wat de economie terug op gang trekt. De praktijk is dat de banken het geld grotendeels oppotten. En zo zitten we al een tijdje in een doodlopend straatje, waarbij de ECB volgens de Europese Verdragen weinig anders mag doen. Hoewel ze ook wel de marges opzoekt van wat mag en kan, door nu bijvoorbeeld ook obligaties van privéondernemingen op te kopen.

Bijzondere situaties nopen tot bijzondere oplossingen. En geven ruimte aan innovatieve ideeën. Zo is er de discussie over helikoptergeld, verwijzend naar de metafoor van Milton Friedman waarbij er boven een stad bankbiljetten worden gedropt. De basisidee is eenvoudig: als de centrale bank gratis geld creëert om de economie aan te zwengelen, kan ze dat best rechtstreeks aan de burgers bezorgen. Door bijvoorbeeld op iedereen zijn bankrekening duizend euro te storten. Een gek idee? In eigen land zijn de economen Paul De Grauwe en Koen Schoors alleszins voorstander.

Het idee zit ook in de open brief die 33 eminente economen vorige week stuurden naar de Britse regering. De ironie van de Brexit is dat het Brits monetair beleid nieuwe wegen kan bewandelen nu het loskomt van de bepalingen van de Europese Verdragen. De groep economen pleit ook voor nieuwe monetaire instrumenten die toelaten dat er geld komt voor investeringen voor publieke infrastructuur zonder dat de schuldgraad van de overheid stijgt. 

Over beide ideeën valt wat te zeggen, bij beide kan je kanttekeningen plaatsen. Helikoptergeld is een verfrissend idee. Het is ook rechtvaardiger dat, als er gratis geld wordt gecreëerd, burgers dit rechtstreeks krijgen dan dat het terecht zou komen bij de banken die de financiële crisis veroorzaakten. Dit extra geld uit de hemel zwengelt dan voor een korte periode de consumptie aan. Maar welk nut heeft het om de versleten economische motor uit de 20ste eeuw terug te proberen opstarten? Als we met zijn allen meer wegwerpproducten uit China kopen, is er structureel niets veranderd. En uitzondering gemaakt voor de mensen in armoede, consumeren we al niet genoeg? Om onze kinderen een toekomst te geven moeten we niet méér consumeren, maar wel doordacht investeren in de infrastructuren van morgen.

 

Klimaatneutrale toekomst

Zo komen we bij het tweede verfrissende voorstel uit de open brief: zorg dat overheden kunnen investeren zonder dat ze zich nog meer in de schulden moeten steken. Ook hier past een kanttekening: we hebben geen nieuwe zogenaamde travaux inutiles nodig - de nutteloze bouwwerken die vroeger in België opgetrokken werden. Zoals de nooit gebruikte brug gebouwd in de weide voor de weg die nooit werd aangelegd. Als regeringen het extra geld ondoordacht gebruiken om infrastructuur van de 20ste eeuw, een economie gebaseerd op fossiele brandstoffen, uit te breiden - denk aan autosnelwegen en luchthavens - zijn we er opnieuw aan voor de moeite.

Dat leidt tot het volgende concrete voorstel: geef het gratis geld aan duurzame steden. In heel Europa zijn er steden die resoluut de kaart trekken van een koolstoflichte economie in het kader van een klimaatneutrale toekomst. Zij hebben concrete plannen voor slimme energienetten en energiebedrijven waar ze samen met burgers gaan voor honderd procent hernieuwbare energie, voor duurzame voedselsystemen, vernieuwend onderwijs gericht op de stijgende diversiteit, voor performante mobiliteit gebaseerd op uitstekend openbaar vervoer en een veilig fietsnetwerk.

 

Nieuwe vorm van vooruitgang

Als zij hun investeringen versneld kunnen doen, creëren we ook meer jobs op de plekken met de meeste werkloosheid in elk land. De criteria voor toekenning van dit helikoptergeld mogen best streng zijn. Het moet gaan over een nieuwe vorm van vooruitgang: de uitbouw van een economie en samenleving die menselijke ontwikkeling losweekt van de klassieke economische groei, die meer levenskwaliteit combineert met een kleinere ecologische voetafdruk.

Het zijn de duurzame steden die in de huidige onzekere tijden de laboratoria van hoop zijn voor een betere toekomst. Zij schrijven een nieuw toekomstverhaal voor Europa. Waar kan de Europese bank beter haar geld aan geven?

Read more...

Veerkracht in schokkende tijden

20 maart 2020 by Economie 1564 Views

Een maatschappij die focust op winst, concurrentie en consumptie is slecht in staat om met rampen om te gaan. Dirk Holemans pleit voor een omwenteling.

De coronapandemie is een schok die we niet hebben zien aankomen, hoewel hij in de sterren geschreven stond. Nieuwe virussen die waarschijnlijk het gevolg zijn van de vernietiging van natuurgebieden, in combinatie met een economisch systeem dat alles en iedereen de wereldbol doet rondreizen, zijn maar twee elementen van een problematisch wereldsysteem. Daarbij komen nalatige overheden – volgens viroloog Johan Neyts hadden we deze pandemie kunnen voorkomen als overheden tien jaar geleden in virusremmers hadden geïnvesteerd (DS 16 maart).

Het is tijd voor een paradigma­shift: van een slaapwandelende maatschappij, gefocust op profijt, concurrentie en consumptie, naar een toekomstvaardige samenleving, die voorrang geeft aan investeringen, samenwerking en welzijn. Anders dreigen we te maken te krijgen met wat Naomi Klein omschrijft als de shockdoctrine. Zij observeerde hoe bij rampen de neoliberale vrijemarktdenkers klaarstaan om de staat verder uit te kleden in functie van hun eigen belangen. Daardoor worden we nog kwetsbaarder voor schokken.

Niet de laatste schok

Hoe kunnen we het antwoord op corona formuleren als een emancipatorisch verhaal, wetende dat er ons nog schokken staan te wachten op het vlak van klimaat, biodiversiteit en voedselvoorziening? We moeten nu nadenken hoe we daar adequaat mee zullen omgaan. Daarvoor kan het concept veerkracht een leidraad bieden. Een systeem is veerkrachtig als het blijft functioneren na een schok. Bovendien moeten schokken zo veel mogelijk vermeden worden. Daarom is er dubbel beleid nodig: schokken maximaal afwenden en systemen zo ontwerpen dat ze schokbestendig zijn.

Veerkracht is meer dan robuust zijn. Het gaat erom dat sociaalecologische systemen zichzelf herorganiseren, zodat de functie en de structuur niet verloren gaan. Onze mondiale samenleving is een sociaalecologisch systeem, al beseffen we dat doorgaans niet. Kijk naar de coronacrisis: alles wat we doen, is afhankelijk van en beïnvloedt de natuurlijke systemen, zeker op het moment dat de natuur ook een actor is geworden. Een veerkrachtig systeem is in staat zich om te vormen in functie van veranderende omstandigheden om de nodige diensten te blijven leveren. Denk bijvoorbeeld aan een rivier­vallei, waar nieuwe spaarbekkens de toenemende regens in de winter opvangen, zodat de huizen niet overstromen, terwijl ze in drogere zomers net toelaten dat lokale voedselsystemen blijven functioneren. Het belangrijkste is dat een veerkrachtig systeem in staat is om proactief te anticiperen en niet alleen reageert op wat zich aandient.

Veerkracht

Veerkracht omvat vier componenten: korte terugkoppelingslussen, modulariteit, diversiteit en sociaal kapitaal. De eerste term verwijst naar hoe snel we geconfronteerd worden met de gevolgen van ons handelen. Dat is een probleem bij zowel de aanpak van de klimaatverandering als bij de verspreiding van exotische organismen: er zit relatief veel tijd tussen de handelingen die het probleem veroorzaken en de effecten. Velen vragen zich terecht af hoe het komt dat we bij de corona­crisis daadkrachtig kunnen handelen, terwijl dat bij de klimaatcrisis niet lukt. Maar de realiteit is complexer. Het is correct dat we nu snel reageren op de gezondheidseffecten van corona, maar in essentie gaat het twee keer om de gevolgen van hetzelfde economische systeem.

Modulariteit toont een fundamenteel probleem van onze maatschappij. Een modulair systeem bestaat uit verschillende subsystemen die niet overdreven gekoppeld en voldoende autonoom zijn. In onze economie, met wereldwijde productieketens in handen van multinationals, is het net het omgekeerde. We kunnen zelfs geen mondmaskers meer maken in ons land. Ook reizen en transport ondermijnen modulariteit.

Als subsystemen te sterk gekoppeld zijn, kan een schok zich makkelijk door het hele systeem verplaatsen. Een systeem met een hoge modulariteit heeft meer autonome componenten, waardoor een schok in het ene subsysteem minder schade aan het andere kan toebrengen. De uitbouw van meer autonome kringloopeconomieën is dan ook een goed idee.

Het belang van diversiteit kennen we uit de landbouw: een bedrijf dat maar één gewas verbouwt, is extreem kwetsbaar voor plagen. Toegepast op de economie: als we voor onze welvaartsproductie maar één aanpak hebben – de neoliberale globale marktaanpak – dan zitten we diep in de problemen als die ‘monocultuur’ niet bestand is tegen plagen. Economische diversiteit is mogelijk door meer ondersteuning te geven aan ethische ondernemingen, denk aan energiecoöperaties en zelfoogstboerderijen.

De laatste component, sociaal kapitaal, wordt vaak vergeten. Het gaat om de sociale netwerken in onze samenleving en de hoeveelheid hulpbronnen die deze netwerken kunnen produceren. Net dat blijkt nu enorm belangrijk, denk aan eenzame senioren of daklozen. Sociaal kapitaal staat zowel voor praktische hulp als voor waarden zoals solidariteit en sociale betrokkenheid. Het is net dit sociaal kapitaal dat de laatste decennia geweldig onder druk is komen te staan en dat we nu herontdekken.

Shockdoctrine 2.0

Die dimensies van veerkracht in onze samenleving inbouwen, vergt meer dan veranderingen in de marge. De klimaatopwarming versnelt en de biodiversiteit is in vrije val. Laat corona een wake-upcall zijn die slaapwandelen bant. Dat vergt wijzigingen in ons land, in Europa en op wereldschaal. Volgens de socioloog Dani Rodrik gaat een volledig geglobaliseerde economie niet samen met democratische politiek en nationale soevereiniteit. Vier decennia aan neoliberale globalisering hebben de natiestaat uitgekleed en democratische politiek verwaarloosd. Rodrik stelt het omgekeerde voor: laten we inzetten op democratische politiek en soevereiniteit (daar kan de Europese Unie deels de rol van de landen overnemen) om te komen tot een gedeeltelijke en democratische de­globalisering.

Die hoeft de uitwisseling van ideeën­ en samenwerking niet in de weg te staan. In 1944 sloten de geallieerden de Bretton Woods-akkoorden om de wereldeconomie streng te reguleren met het oog op een snelle wederopbouw uit de puinhopen van de oorlog. Nu is er nood aan een sociaal­ecologische regulering die ons doet opstaan uit de puinhopen van het neoliberale, geglobaliseerde kapitalisme, als antwoord op de veelvoudige crises van corona-klimaat-biodiversiteit. Dit zou je de shockdoctrine 2.0 kunnen noemen, de emancipatorische versie. Iedereen die een goed leven nastreeft binnen de planetaire grenzen, moet die shockdoctrine 2.0 mee ontwikkelen en uitrollen.

 

Deze opinie verscheen oorspronkelijk in De Standaard

Read more...

'Stop met in groene groei te geloven'

19 februari 2020 by Economie 1205 Views

Dit interview verscheen oorspronkelijk op apache.be.

Door Wim De Jonge

 

Groene groei kan of Arme landen worden steeds rijker. Het zijn stellingen die economisch antropoloog Jason Hickel met verve, én cijfers doorprikt. ‘We kunnen beter eerlijker verdelen wat we hebben, dan onze planeet plunderen op zoek naar meer.’

Economie is niet alleen het speelveld voor neoliberalen, er zijn ook kritische anti-stemmen die tegen het TINA-verhaal van eeuwige groei durven opkomen. Eén van hen is professor economische antropologie Jason Hickel. Hij was docent aan de London School of Economics, de University of Virginia en aan Goldsmiths, University of London. Hickel is ook auteur van ‘The Divide: A Brief Guide to Global Inequality and its Solutions’ en schrijft onder andere voor The Guardian.

Op 28 januari was Hickel te gast in de Gentse Vooruit voor de tiende verjaardag van Oikos. Apache sloot aan bij het voorgesprek met Hickel, en kon hem ook even apart spreken.

 

U doet enkele post-growth voorstellen om de economie te veranderen. Dus u ziet nog toekomst voor groei?

Hickel: “Nee, nee, géén groei. Dat hebben we echt niet nodig en kunnen we ook niet meer aan. Er zijn limieten aan de planeet en aan mensen. Ik vergelijk het graag met een relatie. Je kan aan je partner waarschijnlijk enkele avonden vragen om te koken, maar vraag je dat élke avond dan is er kans dat hij of zij dat te veel vindt, je overschrijdt zijn of haar limiet.”

“Geen enkele groei kan groen zijn, zo simpel is het. Volgens heel wat beleidsmakers moet het mogelijk zijn om economisch te groeien en tegelijk onze impact op de natuurlijke rijkdom te verminderen. Zelfs de Verenigde Naties nam ‘groene groei’ als een van haar kerndoelstellingen over. Maar er is gewoon geen enkel wetenschappelijk bewijs dat zoiets kan. Stel dat alle landen ter wereld de allerbeste manier van energievoorziening gebruiken én dat de wereldeconomie met drie procent per jaar moet blijven groeien dan verbruiken we nog altijd twee keer zoveel als de planeet aankan. Dus, stop met in groene groei te geloven, stop met in groei te geloven.”

Maar hebben arme landen geen nood aan groei?

Hickel: “Nee, als we de groei stoppen wil dat niet zeggen dat de levensstandaard in gevaar is. Onze planeet voorziet genoeg voor iedereen, alleen zijn de voorraden ongelijk verdeeld. We kunnen beter eerlijker verdelen wat we hebben, dan onze planeet plunderen op zoek naar meer.”

“Misschien ligt de oplossing bij betere publieke diensten, misschien bij een kortere werkweek die de productie doet dalen en toch voor volledige werkgelegenheid zorgt, misschien bij een basisinkomen. Dat laatste kunnen we met simpele ingrepen realiseren en financiëren. Een minieme taks op beleggingen kan iedereen op deze planeet twee dollar per dag geven.”

Kan de mensheid nog een gigantische ecologische ramp vermijden?

Hickel: “Ik ben hoopvol, anders schreef ik niet, anders gaf ik geen lezingen. We zijn wel voorbij het stadium dat we kunnen volstaan met een beetje ons individuele gedrag te veranderen en intussen stilletjes hopen dat de rest van de wereld zal volgen. Dat zou hetzelfde zijn als tijdens de Jim Crow-periode in de Verenigde Staten in je eentje anti-racist te zijn. Nee, je moet solidair zijn, actie ondernemen, anderen overtuigen. Het is bijvoorbeeld dankzij de realisaties van de brede burgerrechtenbeweging in het verleden dat ik hoopvol ben voor een ecologische en sociale toekomst.”

“Recent stelde de econoom Daniel O’Neill voor om een stevige grens te stellen aan het gebruik van natuurlijke bronnen. Niet meer nemen van de aarde en de zee dan die kunnen reproduceren. We zouden ook het Bruto Binnenlands Product kunnen dumpen en werken met een Genuine Progress Indicator (GPI) die wel vervuiling en milieuschade meet. Met de GPI zouden we sociaal goede oplossingen kunnen verhogen en ecologisch slechte vermijden. Maar dan moeten we wel af van onze economische verslaving aan groei.”

“Gewoon niet meer produceren dan het voorgaande jaar dat is echt niet moeilijk. Misschien moeten we af van bijzonder schadelijke gewoontes als reclame, pendelen en wegwerpproducten. Sommige zaken zullen we globaal moeten bekijken, maar veel kan je lokaal oplossen. Denk maar aan zonnepanelen. Je hoeft geen wereldspeler voor zonnepanelen te zijn, maar ik zie liever dat mensen bijvoorbeeld via een coöperatie eigenaar van hun eigen energievoorziening worden.”

Is de democratie wel geschikt om ongelijkheid en de ecologische crisis op te lossen?

Hickel: “Ik denk dat we net meer democratie nodig hebben. Hebben we eigenlijk al eens een breed democratisch debat gehad over groei? Laat je mensen zélf nadenken en debatteren over de toekomst dan merk je dat ze veel meer ecologische en sociale voorstellen doen. Geven ze hun stem aan vertegenwoordigers dan krijg je een ander verhaal en andere focus. Dus: wie controleert de media en wie geeft geld aan politici: dat moet met argusogen bekeken worden.”

De wereld wordt alsmaar rijker en arme landen zijn aan een inhaalbeweging bezig, schrijft columniste Noah Smith.

Hickel: “Als je met rijker worden bedoelt dat het bbp omhoog gaat, dan klopt dat. Dat is net de bedoeling in een kapitalistisch systeem. Het is ook niet moeilijk want het bbp houdt op geen enkele manier rekening met de natuurlijke rijkdom die de afgelopen decennia dramatisch gedaald is.”

“Ik kijk liever naar de Genuine Progress Indicator. Die is sinds 1970 niet meer gestegen. Het echte probleem met al dat nieuw verworven inkomen: vooral het rijke Noorden is rijker geworden. Slechts 5 procent van het nieuwe inkomen gaat naar de 60% armsten op deze planeet. Nochtans leveren zij de meeste arbeid en grondstoffen die in de globale economie omgaan.”

Wie kunnen we als een arme persoon beschouwen?

Hickel: “Op dit moment wordt iemand die minder dan 1,90 dollar per dag ter beschikking heeft als extreem arm beschouwd. Maar die grens is heel arbitrair en berust op geen enkele serieuze wetenschap. Met dat geld kan je gewoon geen goede voeding en basisgezondheidszorg voorzien.”

“Een meer evidence-based limiet zou 7,40 dollar per dag zijn. Gebruik je die grens dan zijn er sinds 1980 nog altijd 1 miljard armen bijgekomen op onze planeet. En het klopt dat het daginkomen van de armen gestegen is. Volgens gegevens van de Wereldbank is dat – hou je vast – twee dollarcent! Het overgrote deel van het nieuwe inkomen sinds 1980 is naar de rijksten gegaan, genoeg om de globale armoede vele keren te compenseren. Dat heet ik geen vooruitgang, dat is een schande.”

Hoe meet je best de ongelijkheid?

Hickel: “Je kan dat ofwel met relatieve of met absolute waarden meten. Niet toevallig kiezen de meeste economen voor de relatieve waarden omdat die de belangen van de rijken verdedigen en het best de echte ongelijkheid in de wereld verbergen. Het enige wat telt is natuurlijk de ware kloof tussen rijk en arm, en niet de relatieve waarde van verandering.”

“Reken je even mee? Stel je even een arme persoon voor die 1.000 dollar per jaar verdient en een rijke die 100.000 dollar verdient. Stel dat de arme zijn inkomen over de jaren naar 2.000 dollar heeft gebracht, dan is dat een relatieve stijging van honderd procent. Stel dat het inkomen van de rijke naar 150.000 dollar is gestegen, dan is die ‘maar’ met vijftig procent gestegen, zeggen de economen van de Wereldbank. Ik zeg: in absolute termen verdient die arme duizend dollar meer en de rijke 50.000 dollar meer. De extra verworven rijkdom van de rijke is vijftig keer groter dan die van de arme. Van het nieuwe inkomen (51.000 dollar) gaat 2 procent naar de arme en 98 procent naar de rijke.”

“Snap je nu waarom de Wereldbank niet van absolute cijfers houdt?”

Economie is ook politiek. Is de mogelijke herverkiezing van Donald Trump iets wat u zorgen baart?

Hickel: “Uiteraard. Ik ben geen expert in de Amerikaanse politiek, maar ik hoop dat Bernie Sanders de tegenkandidaat wordt én dat hij het haalt. Hij heeft ten minste valabele argumenten om het anders en beter aan te pakken.”

“Wereldwijd zijn er gelukkige goede voorbeelden van bestuur. Kijk naar Portugal. Het heeft ongeveer een derde van het gemiddelde inkomen van de Verenigde Staten en toch hebben ze een hogere levensverwachting en betere gezondheidszorg. Het toont nog maar eens aan dat het niet aankomt op hoeveel geld je hebt, maar wat je er mee doet. Portugal investeert veel in openbare diensten, onderwijs en gezondheid.”

Ook Costa Rica doet het goed.

Hickel: “Ja, dat land heeft zijn energie-uitstoot met 75 procent kunnen doen dalen zonder dat de levensstandaard gedaald is. Integendeel. Eigenlijk dankt Costa Rica zijn succes aan de desinteresse van de Wereldbank en het IMF, zij hebben dat land zijn eigen koers laten varen. Ze zouden dat met méér landen moeten doen.”

De Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zijn niet bepaald de meest democratische instituten.

Hickel: “Dat is het understatement van het jaar. Mensen denken dat deze organisaties eerlijk en democratisch zijn, een beetje zoals de Verenigde Naties georganiseerd zijn. Het tegendeel is waar: ze zijn fundamenteel anti-democratisch. Het probleem begint aan de top. Volgens een onuitgesproken regel is de leider van de Wereldbank altijd een Amerikaan en de leider van het IMF altijd een Europeaan. Een aangeduide, niet verkozen leider.”

“Daar komt nog bij dat de rijkste landen zichzelf heel wat macht gegeven hebben als het op stemmen aankomt. De Verenigde Staten hebben 16 procent van de stemmen, waardoor ze in feite vetorecht hebben want beslissingen worden met een meerderheid van 85% genomen. De volgende sterke landen zijn: Frankrijk, Duitsland, Japan en het Verenigd Koninkrijk, allemaal leden van de G7.

“Midden- en lage-inkomenslanden die 85% van de wereldbevolking vertegenwoordigen krijgen maar 40% van de stemmen. Voor elke stem die een gemiddeld persoon in het Noorden heeft, heeft een inwoner van het Zuiden maar een achtste of 0,12 stem.”

U maakt ook geen vrienden bij de ecomodernisten. Zij vallen u graag aan.

Hickel: “Hoe meer ze dat doen, hoe meer ik ze kan betrappen op fouten. Ecomodernisme is niet meer dan magisch denken. Je moet daarvoor alle wetenschapelijke studies opzij kunnen schuiven om toch maar in groei te blijven geloven. En af en toe vinden de ecomodernisten wel ergens één gebied of één parameter die hen gunstig stemt en waardoor ze verder kunnen gaan met hun geloof, maar zo werkt de natuur niet.

“Alles is met alles verbonden. Laten we nog meer voedsel per hectare uit het land halen, zeggen de ecomodernisten. Maar wat moet je daarvoor doen? Het land vol industriële chemicaliën spuiten. Dat hebben we al kwistig gedaan de afgelopen decennia.  Daardoor zijn onze insectenpopulaties aan het krimpen en onze vogelpopulaties drastisch aan het dalen. Daardoor zijn er ook enorme ‘dode zones’ aan onze kusten waar al die chemicaliën naar toe gestroomd zijn.

“Trouwens, hoe rijk is het land nog? Als we zo verder doen, kunnen we nog zestig jaar oogsten, maar dan is het land ‘op’. Dit zijn geen kleine, maar existentiële problemen.”

Hoe wil u het voedselprobleem dan wel oplossen?

Jason Hickel: “Er is een makkelijkere manier om minder land te gebruiken: verspil geen voedsel meer, en verdeel het voedsel eerlijker. We produceren nu al genoeg voor tien miljard mensen maar het grootste deel vloeit naar de rijke landen, waar enorm veel verspild wordt. Door de voedselverspilling met een vierde te verminderen, kunnen we de honger in de wereld oplossen.”

‘Als ecomodernisten echt begaan zijn met de armoede in de ontwikkelende landen, dat ze dan iets doen aan de overconsumptie in rijke landen’

“De ecomodernisten beschuldigen me ook dat ik tegen economische groei ben in de ontwikkelende landen. Dat heb ik nog nooit, ik herhaal, nooit gezegd. De armen zijn echt niet het probleem als het om ecologische rampen gaat, het zijn de rijken. In arme landen verbruiken mensen ongeveer 2 ton materiaal per jaar. Bravo, want de planetaire grens bedraagt ongeveer 7 ton per persoon per jaar. In rijke landen bedraagt het verbruik een duizelingwekkende 28 ton per persoon per jaar.”

“Als de ecomodernisten echt begaan zijn met de armoede in de ontwikkelende landen, dat ze dan iets doen aan de overconsumptie in rijke landen. Arme landen hebben schuld aan 30% van de uitstoot van broeikasgassen en toch moeten ze 82% van de kosten van de klimaatverandering dragen, en vallen 98% van de doden die rechtsreeks met de klimaatverandering verbonden zijn in die landen (400.000 mensen in 2010).”

Kunnen we de armoede niet de wereld uithelpen door alle rijken even gul als Bill Gates te laten zijn?

Jason Hick: “Ik heb veel respect voor mensen die in ngo’s werken, ik heb dat in het verleden zelf gedaan. Velen doen goed werk en verbeteren op een microvlak het leven van mensen. Maar door zo te werken helpen ze mee aan het algemene idee dat er geen structureel probleem is, dat een beetje hulp en advies genoeg is.”

“Als ngo’s zouden lobbyen om de wereldeconomie te veranderen dan snijden ze in het vel van hun grootste donors. Bijvoorbeeld in het vel van Bill Gates. Hoe heeft die zijn fortuin vergaard? Door de strikte wetten op patenten. Nu geeft hij enorm veel geld aan het verbeteren van de gezondheidszorg van de armen, maar waar zouden die écht van kunnen profiteren? Toegang tot alle medicijnen op de wereld. Dat kan niet door dezelfde wetten die de rijkdom van Gates beschermen.”

“Kijk naar de aidscrisis. In een land als Swaziland, waar ik geboren ben, zijn duizenden mensen gestorven omdat ze geen toegang hadden tot generische medicijnen. Die medicijnen geraakten niet in Swaziland door wetten waarvoor Gates gelobbyd heeft.”

Moeten we dus ook niet werken aan de ideeën van de mensheid?

Jason Hickel: “Absoluut, ik heb dat zelf ook moeten doen. Mezelf moeten ‘ont-opvoeden’ en dan weer opvoeden. Ik ben geboren in Swaziland en deed daar mijn ‘liberal arts’. Gaandeweg kwam ik contact met alternatieve manieren om naar economie te kijken, daarom is dat ook mijn domein geworden.”

“We kunnen zoveel leren van ‘indigenous’ wetenschappers zoals Robin Wall Kimmerer die in haar boek ‘Braiding Sweetgrass’, bomen en planten onze oudste leraren noemt. Om volledig ecologisch bewust te leven moeten we de wederzijdse relatie tussen de mens en de natuur herstellen. We moeten ophouden met de natuur als een grondstof te beschouwen.”

Read more...
Pagina 1 van 3
Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account