en

Winkelwagen leeg

Denktank voor Sociaal-Ecologische Verandering

Economie

Economie (39)

Als welvaart ons welzijn ondergraaft

28 juni 2021 by Economie 1801 Views
Dirk Holemans

Written by

De overheid laat het aan ons om te beslissen of we nog groenten uit onze tuin willen eten. Dirk Holemans vindt dat ze zelf moet leren om risico’s zoals schadelijke chemicaliën te beheersen.

Dat de grond rond de 3M-site vervuild is met de schadelijke, niet-afbreekbare chemische stof PFOS, is de zoveelste wake-upcall. We slagen er als samen­leving niet in om om te gaan met de risico’s die we zelf creëren. Al in 1986 muntte de Duitse socioloog Ulrich Beck het begrip ‘de risicomaatschappij’ in zijn gelijknamige boek. Een centraal idee daarin is dat van ‘georganiseerde onverantwoordelijkheid’: het gegeven dat natiestaten niet in staat zijn de risico’s verbonden met de naoorlogse industrialisering te beheersen. Beck omschrijft die periode als de ‘tweede moderniteit’.

Voordien waren risico’s veelal beheersbaar in tijd en ruimte. Met de komst van onder meer kerncentrales en dus ook kernafval veranderde dat radicaal. Ook de grootschalige productie van nieuwe categorieën van chemische verbindingen past daarin. We produceren nu op massieve wijze chemicaliën die zich ongebreideld verspreiden in tijd en ruimte. Het voorbeeld van PFAS, de groep waartoe PFOS behoort, is sprekend, ze heten niet voor niets forever chemicals, ze verdwijnen nooit meer en ze zitten overal.

Twintig jaar te laat

Een cruciale reden waarom moderne natiestaten nieuwe risico’s niet kunnen beheersen, is verbonden met het klassieke vooruitgangsdenken. Want het gaat om risico’s die in veel gevallen net door vooruitgang veroorzaakt zijn. De economische expansie waarop onze welvaartsgroei was gebaseerd, blijkt nu ons welzijn te ondergraven. Om het met een boutade te zeggen: vijftig jaar geleden keken ouders reikhalzend uit naar nieuwe petrochemische fabrieken om de welvaart voor hun kinderen te vergroten, vandaag vragen ouders zich angstig af of de massieve uitstoot van gifstoffen en broeikasgassen de toekomst niet op het spel zet.

Omdat we vastzitten in expansie­denken, proberen we de risico’s voor een stuk weg te moffelen om die ‘vooruitgang’ niet in het gedrag te brengen. Het onvermogen van het systeem leidt tot een gedwongen individualisering van risico’s, we moeten nu bijvoorbeeld zelf beslissen of we nog groenten uit onze tuin eten. Of we krijgen dat advies twintig jaar te laat. Dat maakt mensen boos, ze verliezen het vertrouwen in de overheid. Ondertussen blijven de privébedrijven die de milieuschade veroorzaken buiten schot – zag u al een woordvoerder van het chemiebedrijf 3M in tv-studios? – terwijl ze de winsten blijven incasseren.

Nog erger is dat traditionele politieke partijen vastzitten in oude denkschema’s. Hoe anders te begrijpen dat de Vlaamse regering en het Antwerpse stadsbestuur met open armen chemiereus Ineos in de Antwerpse haven verwelkomen, en zelfs een waarborg verlenen? Zo verleggen ze opnieuw de risico’s van de initiatiefnemende industrie naar de gemeenschap en de toekomst. Het Ineos-project wil op basis van bijproducten van vervuilend schaliegas uit de Verenigde Staten basisgrondstoffen produceren om plastics te maken, terwijl de wereldwijde productie nu al hoger is dan de vraag. Ondertussen recycleren we in Europa amper een fractie van de geproduceerde plastics. Voor een klimaatneutrale samenleving moeten we volledig van de fossiele brandstoffen en van wegwerpplastics afraken.

Gevaarlijke cocktail

Een redactioneel commentaar in deze krant wees op de nood aan een andere logica voor onze samenleving (DS 16 juni): welvaart produceren zonder dat het ons welzijn aantast. Daarop voortbouwend kun je stellen dat de overheid het sociaal contract – waarbij ze zekerheid biedt aan haar burgers – eenzijdig heeft opgezegd in haar streven naar ‘vooruitgang’. Daar kun je geen antwoord op formuleren als je louter wat morrelt aan de regels. Enkel rule-altering politics kan ons uit deze situatie helpen: we hebben nieuwe regels nodig voor de milieuwetgeving en voor het publieke debat.

Zo is er nood aan nieuwe regels die het gebruik van chemicaliën regelen. Voor de meeste is amper kennis voorhanden over de risico’s voor mens en milieu. En een geval-per-geval-analyse gaat voorbij aan de gevolgen van de blootstelling aan een cocktail aan chemicaliën. Een doorbraak zou zijn dat geen enkele chemische verbinding die niet-afbreekbaar is of hormoonverstorend werkt, toegelaten wordt zonder de uitdrukkelijke goedkeuring van de overheid, op basis van cruciale maatschappelijke meerwaarde.

Voor afval geldt eenzelfde redenering. We hebben stapels wetten en normen opgesteld waar afvalverwerking aan moet voldoen. Langzaam verschuift de aandacht van verwerking naar recyclage en hergebruik. Maar de noodzakelijke trendbreuk ligt in de ontwikkeling van een kringloopeconomie, en zelfs van een regeneratieve economie. Zo wordt afval een bruikbaar product in een andere productieproces en worden producten echt duurzaam, zodat we niet elk weekend containerparken vullen met het zo­genaamde wit- en bruingoed.

De instelling van een terugnameplicht voor de producent was een eerste stap in die richting. Met een Europese herstelplicht zouden we een belangrijke nieuwe stap kunnen zetten. Geen right to repair voor consumenten, maar een duty to repair voor producenten.

Rule-altering politics slaat ook op een radicale omslag in transparantie, aanspreekbaarheid en aansprakelijkheid. Het is onaanvaardbaar dat onderzoeksrapporten over schadelijke producten niet publiek worden gemaakt. Producenten moeten aangesproken worden in het publieke debat over wat ze willen produceren. En er zal alleen iets veranderen als de juridische aansprakelijkheid sluitend is. De dading tussen Lantis, de bouwheer van de Oosterweelverbinding, en 3M is dan ook stuitend (DS 15 juni).

De Vlaamse regering wil de rechten van burgers om bezwaren in te dienen bij vergunningsdossiers inperken. Daarmee doet ze net het omgekeerde als wat nodig om het vertrouwen in de politiek te herstellen, en probeert ze een oud vooruitgangsconcept overeind te houden. Misschien is dat geen toeval. Het cynische aan de situatie is dat Vlaanderen beschikte over een vooruitstrevend instituut dat kon helpen om de uitdagingen van de risicomaatschappij aan te gaan. In 2000 richtte het Vlaams Parlement het autonome Instituut Samenleving en Technologie op. Dat deed van 2000 tot 2011 diepgravend onderzoek naar de maatschappelijke aspecten verbonden met wetenschappelijke en technologische evoluties en ontwikkelde nieuwe concepten voor publieke participatie. Nauwelijks tien jaar later werd het afge­schaft door de keizer-koster­mentaliteit die de Vlaamse regering al een decennium domineert.

Maar wie denkt de risicomaatschappij in de doofpot te kunnen steken, werkt zich in de nesten. Alleen als we bereid zijn om in alle openheid de discussie aan te gaan over een nieuw sociaal contract, ligt een nieuwe logica die welvaart en welzijn combineert in het verschiet.

Dit opiniestuk verscheen in De Standaard op 26/06/21.

Read more...

Minder is Meer

09 juni 2021 by Economie 1317 Views
Administrator

Written by

De Nederlandstalige versie van Jason Hickel's nieuwe boek 'Less is More' is nu beschikbaar!

Centraal in Minder is Meer staat de vaststelling dat het kapitalisme niet in staat is de klimaatverandering en ecologische ineenstorting op te lossen. Ons dominant economisch systeem, zo legt Jason Hickel uit, heeft voortdurende expansie nodig om de eigen ineenstorting te vermijden. Het legt een enorme druk op mensen om te blijven consumeren, om schulden aan te gaan. Hoe bevrijdend is het besef dat het anders kan! Dit boek schetst een duidelijke weg naar een postkapitalistische economie, die rechtvaardiger, zorgzamer en leuker is. Een economie die de mens laat floreren en de ecologische ineenstorting terugdraait. Want door minder te nemen, kunnen we meer worden.

Bestel hier het boek

jason hickel

Read more...

Wanneer zijn wij, modernen, eindelijk voldaan?

19 april 2021 by Economie 1424 Views
Dirk Holemans

Written by

Kunnen modernen ook zorg dragen?

Dat de avonturier Sylvain Tesson dat ‘kleine meisje Greta Thunberg’ charmant vindt omdat ze de wereld wil redden, maar dat het te laat is, want ‘niets zal die tien miljard mensen stoppen die allemaal een modern leven willen leiden’, is aanleiding voor een boeiend debat. De klimaatdocent Pieter Bousse­maere (DS 7 april) is akkoord dat iedere aardbewoner recht heeft op een modern leven, maar ook dan kunnen we een klimaatneutrale wereld realiseren. Een deel van het debat gaat over de rol van technologieën waar volgens ecomodernisten Maarten Boudry en Manuel Sintubin het grootste deel van de oplossing ligt. De energie-expert Joannes Laveyne (DS 14/4), waarschuwt hierop terecht voor benaderingen die, zodat we geen verantwoordelijkheid moeten nemen, klimaatverandering reduceren tot een technologisch oplosbaar probleem. Ik ben het met Laveyne eens dat er geen mirakeloplossingen bestaan, dat ook economische en maatschappelijke innovaties vereist zijn. Een cruciale vraag is dan ook: mogen we de economische grondslag van de moderne samenleving in vraag stellen? En wat is dat eigenlijk, het moderne leven waar iedereen recht op heeft?

De twee gezichten van de moderniteit

Onze moderne samenleving is gestoeld op Verlichtingswaarden zoals autonomie, vrijheid, recht en rede, maar ook een scheiding tussen mens en natuur – het cartesiaanse denken – dat de basis legde voor ons economisch bestel en de daarmee verbonden plundering van de planeet. Etienne Vermeersch formuleerde dit helder in zijn milieu-essay De Ogen van de Panda. Als rationeel denker was hij overtuigd van de Verlichtingswaarden, tegelijk legde hij de oorzaak van de ecologische crisis bij het zogenaamde WTK-bestel: een elkaar versterkende ontwikkeling van westerse wetenschap, technologie en kapitalisme. Door haar arrogant technologisch optimisme blijft dit bestel blind voor de schade die ze aanricht. Want elk probleem lossen we wel op door technologische innovatie, de aanpak van de zogenaamde technofiksers. De Britse antropoloog Jason Hickel stelt hierbij de vraag waarom we elke dag worden aangemoedigd om te geloven in Verlichtingswaarden van kritisch denken, maar dat niet mogen toepassen op ons economisch systeem, het kapitalisme, en de daarmee verbonden machtsverhoudingen en ongelijkheden?

Om dit concreet te maken naar het moderne leven: gaat dat over een samenleving die zorgt dat al haar leden zich kunnen ontplooien, door te voorzien in basisbehoeften zoals gezond voedsel en een degelijke woonst, emancipatorisch onderwijs, hoogstaande gezondheidszorg, een sterke rechtstaat en een levende democratie? Of hoort daar ook het recht op grenzenloze consumptie bij, een economie die verslaafd is aan groei, waarbij we de stabiele levensvoorwaarden op aarde op het spel zetten? Waarbij we ontkennen dat onze rijkdom gebouwd is op eeuwenlang uitbuiting en plundering van andere delen van de wereld, alsook het in eigen samenleving profiteren van niet of veel te weinig betaalde zorgarbeid? Kunnen we vanuit kernwaarden van de Verlichting, zoals rede, vrijheid en solidariteit, kritisch het WTK-bestel ter discussie stellen?

De oplossing die de dominante machtshebbers in onze samenleving naar voor schuiven om dit debat niet te voeren, is – jawel – een nieuwe technofix. Ze stellen dat ontkoppeling tussen economische groei en milieudruk mogelijk is: onze economie blijft groeien terwijl we minder beslag leggen op de aarde. En als we kijken naar de uitstoot van broeikassen, zijn er inderdaad landen die hun broeikasgasuitstoot verminderen terwijl hun economie licht verder groeit. Dat is mogelijk als je bijvoorbeeld kolencentrales sluit en investeert in hernieuwbare energie. Maar ook die hernieuwbare energie is niet eindeloos, want komt, net als elke andere productie, met de nood aan materialen.

Het is deze materialenblik die toont waarom van ontkoppeling geen sprake is. Als we kijken naar de materialenvoetafdruk van moderne hoog-inkomenslanden, dan vereist onze levenswijze maar liefst 28 ton materiaal, per inwoner, per jaar! Dat is tien keer meer dan in lage-inkomenslanden. Wetenschappers geven aan dat een duurzaam niveau op ongeveer acht ton per jaar ligt. En al die materialen komen niet uit de lucht vallen. Ze worden, steevast in andere delen van de wereld, opgedolven en verwerkt. En zo komen we tot de andere ecologische crisis: het ineenstorten van de biodiversiteit. Want onze grondstoffenhonger is catastrofaal voor het diverse leven op aarde. Volgens de Verenigde Naties is maar liefst tachtig procent aan verlies aan biodiversiteit verbonden met het ontginnen en verwerken van grondstoffen. Om onze vraag naar hout en veevoeder bijvoorbeeld, kappen we elk jaar opnieuw bosgebied ter grootte van Nederland. Maar ook het zand nodig in de bouw geraakt op. Voor elke kilometer autosnelweg is er bijvoorbeeld 30.000 ton zand nodig.

Technofiksers stellen dat we dit gaan oplossen door producten efficiënter te produceren, met minder materialen en energie, en toestellen energiezuiniger maken. Dat gebeurt inderdaad, maar in een groeiverslaafde economie betekent dat gewoon dat we hiermee behaalde winst opnieuw investeren in meer productie en consumptie. Dit rebound effect is ondertussen op tal van vlakken aangetoond: we produceren meer efficiënte toestellen maar we kopen en gebruiken ze meer. Een recente analyse van 835 wetenschappelijke artikelen besluit dat de we massieve en snelle reducties in emissies noodzakelijk om klimaatontwrichting tegen te houden, niet kunnen realiseren binnen de geobserveerde mate van ontkoppeling. En ontkoppeling op vlak van materialen is nog helemaal niet aan de orde: de materialenvoetafdruk per inwoner steeg in de Europese Unie met nagenoeg een derde van 1995 tot 2015.

Dat brengt ons tot de vraag die modernen tot nu toe niet stelden: hoeveel is genoeg? Of nog, als we solidariteit ernstig nemen: hoeveel vinden wij genoeg zodat er voldoende is voor iedereen op aarde? Als we een stabiele en rechtvaardige wereld willen achterlaten, moeten we ervoor zorgen dat de sociale en ecologische kosten van de duurzaamheidstransities in rijkere delen van de wereld niet gewoon opnieuw worden doorgeschoven naar de armere delen, bovenop de historische ongelijkheden. Dit vergt het dekoloniseren van consumptie en productie, aangezien onduurzame consumptie door rijkere groepen, op basis van ‘zo goedkoop mogelijk’, enkel mogelijk is door neokoloniale vormen van extractie, toeëigening en handel.

Uitdagende tijden vragen om sterke beeldspraak. Misschien zitten we niet op de Titanic, maar we zitten alleszins ook niet met zijn allen op hetzelfde dek van het mensenschip. Een groep hogere inkomens zit op het bovenste dek, genietend van de zon en de non-stop catering, terwijl ze aan de lagergelegen groepen blijven beloven dat er ooit bovenaan voor iedereen plaats zal zijn. Waarbij ze ontkennen dat het bovenste dek niet functioneert zonder uitbuiting van de onderste.

Het debat is dus hoe we onze moderniteit kunnen moderniseren. Waarbij we de waarden van rede, autonomie, democratie, vrijheid en gelijkheid behouden maar er een fundamenteel zorgperspectief aan toevoegen. Dat kan toelaten een nieuw economisch model te ontwikkelen, dat zorg wil dragen en aarde en mens beschermt. Waarbij we onze waarde-onttrekkende economie omvormen tot een waardencreërende, generatieve economie. Dat we telkens als we economische waarde creëren, ervoor zorgen dat het ook sociaal en ecologisch waardevol is. Denk aan de boer die zijn bodem niet uitput en natuur omploegt, maar de bodemkwaliteit koestert en zorgt voor biodiversiteit op en langs zijn akkers. En meer zorgpersoneel terug de tijd krijgt om kwali-tijd te besteden aan warm, menselijk contact. Eigenlijk lijkt dat niet meer dan de redelijkheid zelve.

 

Dit opinistuk verscheen in ingekorte vorm in De Standaard van 17 april 2021.

Read more...

Een corona-solidariteitstransfer van €2000 voor elke Europeaan uit de geldpers van de Europese Centrale Bank

15 maart 2021 by Economie 1057 Views

 

De coronacrisis weegt op ons welbevinden, onze spaarcenten, de economie, en de begroting. Om de coronaschok op te vangen, heeft de Europese Centrale Bank (ECB) sinds het begin van de coronapandemie al voor miljarden in ‘de economie’ gepompt. In december 2020 stond de teller al op € 718 miljard. Recent breidde de ECB haar Pandemic Emergency Purchase Programme uit tot € 1.850 miljard, oftewel € 5.403 per inwoner van de eurozone. Dit wil zeggen dat de ECB nog tot en met maart 2022 pakweg € 1.000 miljard (€ 2.920 per eurozonebewoner) extra in de economie kan injecteren. Aangezien het serieus valt te betwijfelen of deze ECB-miljarden zullen doorsijpelen van de instabiele financiële economie naar de echte, reële economie kan de ECB haar bazooka beter van schouder wisselen en noodlijdende burgers een levenslijn toewerpen in de vorm van een corona-geldtransfer van € 2.000 per eurozonebewoner. Een beetje monetaire rechtvaardigheid kan immers geen kwaad.

De ECB injecteert geld door overheids- en bedrijfsobligaties op te kopen op financiële markten. Dit zou financiële spelers zoals banken en verzekeraars moeten aanzetten om leningen te verstrekken zodat er geïnvesteerd wordt en de reële economie aantrekt. Helaas gebeurt dit amper in de praktijk. Het geld blijft plakken op de financiële markten en vindt zijn weg naar aandelen, vastgoed en beleggingen in plaats van naar consumptie of investeringen. Het is dan ook weinig verbazingwekkend dat twee economen van het Internationaal Muntfonds vaststellen dat er een ontkoppeling ontstaan is tussen de financiële markten en de reële economie.

De rijken worden rijker

Een onderbelichte schaduwzijde van het opkoopprogramma is dat multinationals het coronageld van de ECB doorsluizen naar hun aandeelhouders, zoals blijkt uit onderzoek van Follow the Money. De ECB kocht bijvoorbeeld € 3 miljard obligaties aan van Shell, dat dit geld gebruikt voor dividenduitkeringen – ook al staat Shell serieus onder druk doordat de olie- en gasprijzen gedaald zijn. Bovendien ontmantelen we Shell beter zo snel mogelijk om de klimaatcrisis te bezweren, aangezien haar bedrijfsmodel niet toekomstbestendig (en dus in feite maatschappelijk failliet) is. Ook Louis Vuitton Moët Hennessy kreunde onder de crisis, maar wist de geldpersen staan. Het luxeconcern gaf voor € 1,5 miljard aan obligaties uit en hield zo haar dividenduitkering op peil. De derde rijkste man ter wereld, Bernard Arnault werd plotsklaps 600 miljoen rijker. Deze voorbeelden illustreren dat het aankoopbeleid van de ECB niet neutraal, noch monetair rechtvaardig is wanneer tegelijkertijd mensen niet rondkomen, de rijen bij de voedselbanken langer worden en de klimaatcrisis doorbreekt.

Helikoptergeld

De ECB is aan herbronnen toe om de euro te democratiseren en rechtvaardiger te maken. Nu de financiële markten al konden profiteren, waarom zou de ECB niet een deel van het coronageld dat ze bijdrukt rechtstreeks bijschrijven op de bankrekening van de gewone Europeaan? De beweging DiEM25 (Democracy in Europe Movement 2025) waarvan de Griekse econoom Yanis Varoufakis medeoprichter is, stelt voor om elke Europeaan een solidariteitstransfer van €2.000 te geven, terwijl de ngo Positive Money Europe € 1.000 aan helikoptergeld voorschrijft. Als we er van uitgaan dat de burger evenveel recht heeft op de geldpersen van de ECB als de financiële markten, dan lijkt € 2.000 eerlijk. Dit zou in totaal neerkomen op €685 miljard, wat onze economie een enorme boost zal geven. Aangezien velen de crisis voelen en aankopen uitstellen, zullen de meest kwetsbaren en behoeftigen dit geld niet oppotten maar uitgeven.

Critici zullen ongetwijfeld opperen dat dit helikoptergeld tot inflatie zal leiden. Aangezien de inflatie laag is, valt dit ten zeerste te betwijfelen. In 2020 bedroeg de inflatie 0,2 procent en de ECB ziet deze zachtjesaan stijgen naar 1,4 procent in 2023. Dit betekent dat de inflatie dus nog minstens voor drie jaar onder de inflatiedoelstelling van ‘minder dan maar dicht bij 2 procent' blijft. Bovendien kan de ECB geld weer uit de economie halen als het algemene prijspeil te fel zou stijgen.

Om de euro te democratiseren, is politieke moed nodig om het mandaat van de ECB te wijzigen. Om de sociale crisis het hoofd te bieden, is meer nodig dan een experiment binnen het huidige, onrechtvaardige kader. Het is hoog tijd om de spelregels zelf te wijzigen. Het is nooit te laat voor wat monetaire rechtvaardigheid: werp Europese burgers een coronalevenslijn toe van € 2.000. De toekomst van de euro ligt immers in publieke handen.

 

Jonas Van der Slycken
Doctor in de economische wetenschappen (UGent)

Read more...

Een wedstrijd die niemand kan winnen

04 januari 2021 by Economie 1261 Views
Dirk Holemans

Written by

Van de megastallen in de landbouw tot de tsunami van pakjes: het moet steeds sneller en goedkoper. We moeten leren ondernemen binnen de grenzen van mens en planeet, schrijft Dirk Holemans.

 

2020: het jaar waarin alle klimaat­records werden gebroken (DS 29 december): 38 graden in Siberië, hittegolven in ons land, het warmste decennium ooit. De grenzeloze natuur­vernietiging ging door. Ondertussen weten we ook in Europa hoe dat een toename van pandemieën kan veroorzaken. Tot een omslag van ons economische model heeft dat inzicht nog niet geleid. Nog steeds draait het om sneller, meer en goedkoper, gedreven door winst en groeidwang in een geglobaliseerde economie.

Neem de impact van winstgedreven schaalvergroting in de veeteelt. Die kennen we nu goed door de onderzoeksreeks over ‘veefabrieken’ in deze krant. De noodzaak om wereldwijd te concurreren, drijft boeren naar megastallen. Dat betekent: je vastrijden in steeds meer schulden of loonslaaf worden van grote concerns. Het is treffend hoe de vertegenwoordiger van een boerenorganisatie het samenvatte: dit is een wedstrijd die je niet winnen kunt (DS 28 november).

Niet alleen boeren verliezen. Megastallen zijn gigantische uitstoters van stikstof. Die verzuurt de grond tot er alleen bramen en netels overblijven (DS 19 december). In Nederland besliste de rechter al dat de stikstofuitstoot niet mag stijgen, maar in Vlaanderen blijft het uitkijken naar een goede regelgeving.

Niet alleen bij ons verliezen mens en natuur. Veevoeder komt uit Zuid-Amerika, waar biodiverse regenwouden verdwijnen voor zielloze monoculturen, vol uitbuiting en pesticiden. Dat allemaal omdat we het logisch vinden dat boeren wereldwijd met elkaar concurreren, sociale en ecologische bescherming bijzaak is en de plofkip tegen de laagste prijs een grote meerwaarde betekent. Economen spreken van global value chains. Spreken we niet beter van wereldwijde ontwaardingsketens? Voor de winst van een kleine groep investeerders, onttrekken of vernietigen we wat van waarde is, van Brazilië tot de boer en het natuurgebied in de buurt.

 

Pakjestsunami

De zielloze globalisering in de landbouw vertoont gelijkenissen met de pakjestsunami, als illustratie van het wereldwijde consumptiepaleis. Zat online kopen al in de lift, de lockdown deed er nog een schep bovenop. De gigant Amazon toont de waanzin van de interneteconomie: ceo Jeff Bezos is nu de rijkste man ter wereld, terwijl arbeiders in zijn magazijnen zich wereldwijd in mensonterende omstandigheden uit de naad werken. Alleen al in Oostenrijk vernietigde Amazon vorig jaar meer dan een miljoen geretourneerde pakjes. Het vernietigt dus systematisch nieuwe goederen. Een pijnlijke zaak die doet denken aan al het weggegooide voedsel deze lente, toen door corona de uitvoer stilviel voor onder meer onze aardappelsector, wereldkampioen in de export van diepvriesaardappelen. Nog een voorbeeld van een zogenaamde wereldwijde ‘waardeketen’.

De sector van pakjesleveraars is in hetzelfde bedje ziek. Het zou, als het niet tragisch was, bijna lachwekkend zijn, het verschil tussen vervoer per bestelwagen of per vrachtwagen. Voor de camions is er al decennia regulering, maar bij bestelwagens lijkt het wel het Wilde Westen. Geen rij- of rusttijden, geen acties tegen sociale dumping. Terwijl we vrachtwagens zo veel mogelijk uit de bebouwde kom weren, racen onderbetaalde chauffeurs met hun bestelwagens onder grote tijdsdruk door onze woonstraten. De gelijkenis met de boeren is treffend: die moeten steeds meer produceren tegen kleinere marges, terwijl de druk blijft stijgen. Zowel in Nederland als in eigen land is het slecht gesteld met de arbeidsvoorwaarden. Mensen zonder contract werken veel te lange dagen (DS 12 december).

 
Digitale 19de eeuw

Dan zijn er nog de koeriers die maaltijden aan huis bezorgen. Hun werkomstandigheden staan haaks op zaken waarvoor decennia sociale strijd is gevoerd. Stel je voor dat je gaat solliciteren, en ze je een fijne arbeidservaring aanbieden. Maar je bent niet verzekerd, je moet je eigen vervoersmiddel – essentieel voor de job – betalen en je wordt betaald op basis van stukwerk. Dan zit je eigenlijk niet ver van een digitale 19de eeuw. De strijd tegen stukwerk, dat vervangen werd door een goed uurloon, was een cruciale overwinning richting een welvaartsstaat met arbeidsrechten.

Zoals elk jaar toonden we in december tijdens De Warmste Week gretig dat de meeste mensen deugen. Maar daar zijn we niets mee als we onze ogen sluiten voor hoe de neoliberale economie wereldwijd de concurrentie organiseert ten koste van mens en natuur. Steeds sneller, meer en goedkoper: het is een race to the bottom die ecosystemen onderuithaalt, mensen uitbuit en de sluipende onvrede in onze samenleving aanwakkert. Niet toevallig pleiten economen als Kate Raworth voor een regeneratieve economie, die mens en natuur niet degenereert, maar maakt dat mens en natuur floreren. Dat lukt alleen als een democratie de moed heeft om de economie te reguleren en er harde grenzen aan te stellen. Wat niet helpt, zijn uitspraken zoals die van minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V), die doet uitschijnen dat de vrijemarkteconomie de enig aanvaardbare optie is. Dat is bullshit: landbouw is op Europees vlak net de sterkst gesubsidieerde sector. Met de goedkeuring van Crevits jaagt die al decennialang schaalvergroting en wereldwijde concurrentie aan.

Nu, geen enkele economie kan zonder regelgevende overheid. De cruciale vraag is ten dienste van welke groepen ze wordt gereguleerd. Daarnaast is een beleid dat ecologische grenzen negeert onhoudbaar. Dat weten we al een halve eeuw, sinds het rapport Grenzen aan de Groei, maar de Vlaamse regering denkt die ecorealiteit te kunnen ontkennen met een falend beleid op het gebied van energie, ruimtelijke ordening, klimaat, mobiliteit en landbouw.

Mijn nieuwjaarswens: politici met een toekomstvisie die de economie weer in een democratische doos stoppen, gericht op het welzijn van mens en natuur. Waarbij een warme samenleving de normen oplegt waaraan de economie moet voldoen, en niet omgekeerd. Dat was ook de kernboodschap van het Natuurrapport Vlaanderen (DS 14 december): er is nood aan ‘systeemveranderingen in sectoren als de huishoudens, landbouw, energie, industrie, transport en handel’. Alleen ‘transformatieve verandering’ geeft zicht op een betere toekomst.

Het gaat niet louter om minder stikstof uitstoten of sociaal misbruik bannen bij pakjesdiensten. Het gaat om de positieve zoektocht naar een goed leven voor iedereen binnen de grenzen van de planeet. Dat is de opdracht voor 2021.

Dit opiniestuk verscheen op 2/1/21 in De Standaard.

Read more...

Burgereconomie: de derde pijler van een toekomstgerichte economie

14 december 2020 by Economie 819 Views
Dirk Holemans

Written by

Door Dirk Holemans, Oikos-coördinator en Koen Wynants, Commons Lab

Corona heeft aangetoond hoe noodzakelijk de overheid is, naast de privébedrijven, om de economie in tijden van crisis vitaal te houden. Bijna onderhuids zorgt een derde sector voor onmisbare vitamines voor de maatschappij: de burgereconomie.

De heetste oktobermaand ooit gemeten In Europa, na een hittegolf die deze zomer een punt zette achter het West-Vlaamse agrobusinessmodel van water slurpende groenten. Lockdowns in coronatijden die ons lokaal winkelapparaat ondermijnen, terwijl het marktaandeel van digitale giganten als Amazon ongekende proporties aanneemt.

Het zijn maar twee voorbeelden uit het aflopende jaar die tonen dat we in tijden van grote verandering leven. Wat ons vertrouwd overkomt en de samenleving stabiliteit verschaft – de gekende seizoenen zonder extremen of het lokale netwerk van winkels en horeca – staat op de helling. Of het een tijd wordt van harde disruptie en schokken die ons overkomen waarbij we telkens uitslaande branden proberen te blussen, of een periode waar we gaan voor een gestuurde transformatie zonder de illusie te hebben dat we alles kunnen controleren, ligt volledig in onze handen.

De coronacrisis toont het belang van de overheid

De coronacrisis is een wake-upcall. Het toont het belang van een overheid die stuurt en investeert. Ook neoliberale voorstanders van de vrije markt zijn nu blij dat we in een welvaartstaat wonen die grote publieke budgetten besteedt aan gezondheidszorg. 

Louter de markt laten spelen voor de vaccins, waarbij de farmaceutische bedrijven landen uitspelen om de hoogste prijs te krijgen waardoor ook sommige landen uit de boot vallen, is niet aan de orde. De rol van de Europese Unie, in samenspel met de lidstaten, is helder. Het belang van grote publieke investeringen is terug evident. 

Tegelijk tonen burgers zich van hun beste kant: ze bouwen spontane solidariteitsnetwerken uit, melden zich als vrijwilliger om woonzorgcentra te ondersteunen, organiseren zich om mondmaskers te maken die de markt niet kon leveren en de overheid niet in voorraad had.

Ook de privébedrijven zijn wakker

Op vlak van klimaatbeleid zijn er positieve tekenen. De Europese Green Deal toont de wil tot transformatie in plaats van onmachtig te proberen disrupties in te perken als ze zich voordoen. Behalve de Vlaamse regering  scharen alle andere regeringen van ons land zich nu eensgezind achter ambitieuze klimaatambities. 

Ook de industrie is wakker. Zo vindt Pieter Timmermans, topman van het VBO, het positief (De Standaard 19/11) dat de federale regering een investeringsplan uitwerkt. Voor hem is het hierbij belangrijk dat de overheden "de krachten bundelen met de privésector in de vorm van pps (publiek-private samenwerking)’’. Burgers worden daarbij in de eerste plaats gezien als mensen met geld op hun spaarrekening die deze pps kunnen versterken. 

De zelforganiserende burger speelt voluit in de transitie

Wat in dergelijke visies op transitie van onze economie ontbreekt, is de rol van zelforganiserende burgers. Nochtans kan je er niet naast kijken. In tal van burgercollectieven of commons bouwen burgers nu al twintig jaar de fundamenten van een duurzame en lokale economie. Over heel het land leggen burgercoörporaties zonnepanelen op daken van scholen en cultuurcentra, ondersteunen ze hun leden actief op vlak van energiebesparing en lokale productie. 

En dat werkt: zo is de gemiddelde elektriciteitsafname van een coöperant bij Ecopower met de helft gedaald doorheen de jaren. Mochten private bedrijven dezelfde ijver aan de dag hebben gelegd, dan was onze energievraag nu een pak kleiner. 

Maar ook op vlak van voeding tonen de commons de weg. Terwijl de agrobusiness zweert bij schaalvergroting en export naar verre landen, gingen lokale burgerpioniers samen met innovatieve boeren aan de slag om met voedselpakketten, zelfoogstboederijen en boerenmarkten de korte keten opnieuw uit te bouwen. En dat bewijst nu ongelooflijk zijn diensten in tijden dat veel mensen thuiswerken.

Een voorbeeld: Fairbnb

Maar ook op digitaal vlak ontwikkelen burgers initiatieven voor soms nefaste ontwikkelingen. Zo lijdt de leefbaarheid van wijken in toeristische steden door het succes van Airbnb. Wat net als Amazon een digitale versie is van mijnbouw gebaseerd op extractie. Het zuigt de winst grotendeels uit de transactie en verstoort het lokale weefsel. Welke politici weten dat burgers ondertussen in de luwte bouwden aan Fairbnb, dat ervoor zorgt dat de meerwaarde van de economische activiteit gaat naar de versterking van de lokale gemeenschap en economie, en niet alleen naar de verhuurder. 

Vertrouwen in de burger

De concrete initiatieven van burgers zijn hoopgevend. Ze tonen een ander beeld dan de verzuurde burger, geven hen vertrouwen in hun eigen kunnen en versterken sociale samenhang. Kijk naar de voorbije zomer: burgers pikten het niet dat bouwbedrijven in volle zomer opgepompt grondwater zomaar lieten weglopen. Omwonenden vinden het zinloos dat het regenwater van kerken niet wordt opgevangen, organiseren groepsaankopen voor grote regentonnen. En zo zijn er ondertussen talloze initiatieven in tal van domeinen.

Uiteraard hebben bedrijven een belangrijke rol te spelen in de transformatie, net als overheden met een duidelijke toekomstvisie. Maar finaal staat of valt een democratie met haar vertrouwen in burgers. Die willen meer dan een bolletje kleuren bij verkiezingen of machtige bedrijven nog versterken met hun spaarcenten. Ze vormen de derde pijler onder een duurzame economie van de toekomst. 

Deze opinie verscheen op VRT.be

 
Read more...

Hoeveel rekeningen schuiven we door naar de jongeren?

07 september 2020 by Economie 1270 Views
Jan Mertens

Written by

Hoeveel rekeningen schuiven we door naar de jongeren?

Dit opiniestuk verscheen eerder in Knack.

Als maatschappij gaan we nu waarschijnlijk veel geld uitgeven om de economische schok van de huidige coronacrisis op te vangen. Als we dat niet oordeelkundig doen, schuiven we een grote financiële factuur door naar de volgende generaties. Maar dat argument geldt minstens zo sterk voor de maatschappelijke factuur van de klimaatcrisis, schrijft Jan Mertens. Dat besef zou het nieuwe normaal moeten zijn in onze kijk op de huidige crisis.

Het blijft fascinerend om te zien hoe door de huidige coronacrisis stellig verdedigde posities in het economisch beleid snel kunnen wijzigen. Ineens bleek het mogelijk om wel meer overheidsmiddelen te investeren. Van het lokale tot het Europese niveau zijn in een snel tempo soms zeer verregaande beslissingen genomen die tot voor kort niet bespreekbaar waren. Dat is globaal een goede zaak, maar tegelijk niet zonder grote risico's. Dezelfde euro kun je niet tweemaal uitgeven. Je kunt die wel zo uitgeven dat die een gewenste verandering ondersteunt en dat die geen bijkomende schade veroorzaakt die onze capaciteit om de volgende crisis aan te pakken definitief onderuit zou halen. En dat laatste wordt wel eens vergeten door de grote roergangers van het klassieke economische denken.

In een recent opiniestuk in De Standaard presenteerde de hoofdeconoom van VOKA, Bart Van Craeynest, de lezer acht lessen die we volgens hem vooral niét moeten leren uit de coronacrisis. Zowat alle suggesties die de voorbije weken zijn gedaan om de aanpak van deze crisis te gebruiken om de transitie naar een duurzame en rechtvaardige maatschappij te versnellen, schuift hij opzij. We moeten volgens hem - een beetje schematisch samengevat - de groei niet in vraag stellen, niet meer geld willen investeren in zorg, niet pleiten voor arbeidsherverdeling, niet voor herverdelende belastingen, niet voor meer sociale bescherming voor mensen die hun job gaan verliezen. Zijn stelling is eigenlijk dat we vooral de klassieke groeilogica moeten versterken door een 'efficiënte' economie. Door die groei zullen we dan terug geld genereren en komen we weer op het pad waarbij de koek steeds groter wordt. 
 
Het klinkt waarschijnlijk goed voor velen, maar die zogenaamde logica kan er alleen maar zijn door systematisch de ecologische en sociale kost van die normaliteit buiten beeld te duwen. Of de econoom van VOKA dat nu leuk vindt of niet, de planeet is begrensd. Je kunt honderd keer de mantra herhalen dat 'deze crisis het belang van groei zelfs nog vergroot, want die is nodig om de opgelopen schade weg te werken', daarmee verandert er nog niets aan de planetaire werkelijkheid. Het is in wezen niet zo moeilijk om te zeggen, zoals hij doet, waarom in het huidig systeem groei nodig is. Maar daarmee heb je nog niet bewezen dat groei in de werkelijke wereld mogelijk is. En daarvoor zijn er - hoe hard je met het herhalen van de groeimantra ook probeert de kritische stemmen te overroepen - geen bewijzen. 

Je kunt gewoon niet op grote schaal, voor een lange tijd, voor de hele wereld volgens het gangbare pad productie en consumptie laten toenemen. De klimaatcrisis is geen vervelend bijverschijnsel dat we wel even zullen weggroeien, het is een symptoom van een model dat zichzelf alleen maar economisch kan noemen door systematisch de sociale en ecologische kost ervan te ontkennen, door in wezen 'oneconomisch' te zijn, zoals de ecologische econoom Herman Daly zou zeggen.

Ik deel overigens wel de zorg dat we ook in crisistijden steeds goed moeten opletten waaraan we ons geld besteden. Onze jongeren kunnen via hun stem nog niet mee bepalen welke keuzes de huidige generatie maakt, maar ze zullen er wel de gevolgen van dragen. Als we nu niet de juiste keuzes maken, zullen de jongere generaties een zware financiële erfenis voorgeschoteld krijgen. Maar dat is een reden te meer om net wel naar de systeemfouten te kijken van het model dat we 'normaal' zijn gaan vinden

 Een illustratie is het debat over de luchtvaart. Dat we terug dicht op elkaar gepakt in een vliegtuig zitten is voor velen het ultieme bewijs dat we weer gewoon bezig zijn. De voorbije weken werd nochtans duidelijk in de extreme kwetsbaarheid van de sector hoe oneconomisch die eigenlijk is. Het is een beetje wraakroepend om te zien dat de luchtvaart die voor deze crisis al enkel kon blijven functioneren door systematisch fiscaal positief gediscrimineerd te worden, door ruime directe en indirecte steun aan luchthavens, door systematisch geen zware klimaatengagementen op te nemen en door slechte sociale werkomstandigheden in het kader van een lagekostenmodel nu ineens zonder voorwaarden overheidsgeld wil krijgen. De inzet is immens. De baan van heel veel mensen staat op het spel. En een heel groot deel van die banen zat al in een zeer slecht statuut. Vanuit de samenleving kwam er zeer brede ondersteuning voor een beleidskeuze om aan de steun van de luchtvaart ook extra sociale en ecologische voorwaarden te koppelen. Daar is uiteindelijk weinig van in huis gekomen. En ook in de mondiale klimaatafspraken van de sector heeft de kortetermijnvisie het gehaald. Doel is dus andermaal: zo snel mogelijk de groei as usual opstarten. Dat komt evenwel in de werkelijke wereld met planetaire grenzen en een verder op hol slaande klimaatverandering neer op: sneller bomen kappen om het bos te redden. 

De hoofdeconoom van VOKA zegt dat niet kunnen groeien neerkomt op een 'nulsomspel: individuen of bevolkingsgroepen kunnen er dan alleen op vooruitgaan ten koste van anderen'. Wat hij als een ongewenst toekomstbeeld beschouwt is echter in de feiten al lang de keiharde planetaire realiteit van vandaag. De ecologische gulzigheid van onze nagestreefde levensstijl is alleen maar mogelijk door de inperking van de levenskansen van anderen, binnen en tussen generaties. De klimaatverandering is bovenal een rechtvaardigheidskwestie. Zij die het minst verantwoordelijk zijn voor het probleem, dragen er de grootste gevolgen van.

Het is voor het gangbaar economisch model 'moeilijk' om sterke klimaatdoelen echt te integreren. Dat wil zeggen dat in die redenering bedrijven alleen competitief kunnen zijn of dat internationale handel alleen maar 'rendabel' kan zijn door systematisch een deel van de kost uit de boekhouding te duwen. Wat we als groei beschouwen, wat van dichtbij gezien en op korte termijn veel meerwaarde lijkt op te leveren, is een illusie die er alleen kan zijn door het niet-duurzaam interen op de planeet en door grote mondiale ongelijkheid.

De klimaatverandering is al volop bezig onze maatschappij nog veel grondiger te ontwrichten dan de coronacrisis tot nu toe al deed. En eens we voorbij de gevaarlijke 'tipping points' zijn, zal er geen eenvoudige exitstrategie meer mogelijk zijn. Wat steeds opvalt in stellingen van de verdedigers van het klassieke economische normaal is dat ze een gigantische blinde vlek hebben voor de werkelijk massieve maatschappelijke kost van de versnellende klimaatcrisis. In een recent interview maakt de gouverneur van de Nationale Bank zich terecht zorgen over de financiële kost van de crisisaanpak, maar blijkbaar helemaal niet over de kost die de klimaatverandering zal veroorzaken: 'We moeten inspanningen doen voor het klimaat, maar het is niet juist om dat te verkopen als goed voor de economie.' 

De puur financiële schade aan de economie door de klimaatverandering is nu al erg groot, vraag dat maar bv. aan de boeren of aan de verzekeringssector. Het allerminste dat je zou kunnen en moeten doen is alle investeringen die je nu gaat doen met publieke middelen zo in te zetten dat ze tegelijkertijd de klimaatverandering intomen (en dus schade vermijden) en zorgen voor meer duurzame werkgelegenheid. Allerlei internationale organisaties en gerenommeerde economen zeggen ook dat dat de beste weg is. Nu fors investeren in energetische renovatie van woningen, en dan liefst zoveel mogelijk van maatschappelijk kwetsbare groepen, is goed voor het klimaat én de werkgelegenheid. Nu bij het afwegen van steunvragen voluit de kaart trekken van een duurzame mobiliteit - en dus bv. van de trein, veeleer dan het vliegtuig - zorgt voor een beter klimaat en voor goede banen. Nu voluit de kaart trekken van een circulaire economie die zich richt op het echt verkleinen van onze ecologische voetafdruk, zorgt tegelijk voor innovatie en voor banen voor mensen die mogelijk in de komende jaren werkloos zullen worden. 

Binnen de planetaire grenzen, in een wereld die al ernstig bedreigd wordt door de klimaatverandering, streven naar een maatschappij die eerlijk verdeelt wat er is en die een welvaartsmodel nastreeft dat ecologisch wel vol te houden is, dat is niet zozeer een nulsomspel. Het is vooral een oproep tot een grote creativiteit, ingegeven door de wil om liever hoop te creëren voor onze kinderen en kleinkinderen dan financiële meerwaarde voor de aandeelhouders van het economisch systeem dat ons in deze fundamentele kwetsbaarheid heeft gebracht. 

Om dat te kunnen moet je wel de moed hebben om oog te hebben voor de gigantische maatschappelijke kost die naar ons toe zal komen als we de werkelijke omvang van de klimaatcrisis blijven wegduwen uit onze zogenaamd normale boekhouding. De moed om dat wel te doen, dat zou het nieuwe normaal moeten worden.

Jan Mertens

Read more...

Zorg moet centraal staan in de economische heropbouw

06 augustus 2020 by Economie 1281 Views
Jef Peeters

Written by

Zorg moet centraal staan in de economische heropbouw

Jef Peeters

Dit opiniestuk verscheen eerder in Knack

'Zorg maakt een wezenlijk deel uit van het leven, en is dus veel meer dan een bijzondere sociale dienstverlening', schrijft Jef Peeters van Oikos. Hij roept op om zorg dan ook centraal te stellen in de post-corona economie.

Dat de corona-pandemie die we nu meemaken het belang van zorg en de onmisbaarheid van zorgverleners toont, werd al overvloedig benadrukt, net als het feit dat een aantal besparingen in de (gezondheids)zorg niet zo'n goed idee waren. In dit opiniestuk willen we dieper ingaan op de meer fundamentele betekenis van zorg en wat dat als uitgangspunt oplevert om onze economie te heroverwegen. Om te beginnen wijst onze nood aan zorg op het fundamentele gegeven dat we afhankelijk zijn van anderen, niet alleen wanneer er problemen zijn, maar om welzijn tot stand te brengen en in stand te houden. Aldus is zorg nodig tijdens heel ons leven, het maakt er wezenlijk deel van uit, en is dus veel meer dan een bijzondere sociale dienstverlening. In die lijn toont zorg ook wat voor mensen wezenlijk van tel is, wat onze fundamentele waarden zijn. Veel meer dan om materiële welvaart gaat het om veiligheid en geborgenheid, om op elkaar kunnen rekenen en vertrouwen, om solidariteit. Vooral ook gaat het om de betekenis van warm menselijk contact, wat we vandaag ervaren net omdat we onze familieleden en vrienden noodgedwongen moeten missen.

Maar zorg verwijst ook naar die meer dan menselijke omgeving. Net de ecologische oorzaak van de huidige pandemie, het ondergraven van een gezonde relatie met onze natuurlijke omgeving, toont het fundamenteel levensonderhoudend karakter van zorg. 'Omgeving' is daarbij wellicht een foute term. Natuur is immers niet iets buiten ons. Onze huidige kwetsbaarheid laat ons aan den lijve ervaren dat we natuur zijn, dat we ook daarin afhangen van relaties die veilig en betrouwbaar zijn, en dat we daar zelf mee verantwoordelijkheid voor dragen.

Feministen wijzen al lang op de onderwaardering van zorg als 'soft' in een al eeuwenoude masculiene cultuur. Dat vertaalt zich onder meer in het miskennen van de waarde die door zorg gecreëerd wordt, het mogelijk maken en instandhouden van het leven zelf. In tegenstelling tot de oude Griekse betekenis van 'economie' als de kunst van het huishouden, wordt economie thans vooral gezien als de markt, verder toegespitst op het creëren van 'harde' valuta. Voor beleidsmakers draagt dat bij aan de groei van het bbp, voor neoliberale economen gaat economie om het scheppen van aandeelhouderswaarde. De noden van de samenleving zijn daartoe hoogstens een aanleiding. De Spaanse ecofeministe Yayo Herrera formuleert het als volgt: 'De grote overwinning van het kapitalisme is dat het ons de idee heeft bijgebracht dat we, om mensen te beschermen, eerst de zakenwereld moeten beschermen. Het heeft de belangen van het publiek verward met de belangen van bedrijven.'

Een 'zorggerichte' economie is daartegenover een economie die zorg als maatschappelijk uitgangspunt neemt en aldus meebouwt aan een zorgzame samenleving. Het is daarbij de verdienste van de ecofeministen te laten zien dat zorg en natuur onverbrekelijk samenhangen. Vanuit een historische ervaring van een masculiene cultuur die het vrouwelijke associeerde met het natuurlijke en beide als inferieur beschouwde, maken zij net de verbinding van natuur en zorg tot uitgangspunt van een zorgzame samenleving. Daartoe moet de economie herinnerd worden aan haar eigenlijke reden van bestaan: voldoen aan de menselijke behoefte om het leven en de kwaliteit van dat leven te behouden en in stand te houden. Volgens Ina Praetorius moeten we daarvoor uitgaan van een begrensde, kwetsbare natuur. En dat betekent twee dingen: allereerst opnieuw focussen op het gegeven dat het hele menselijke bestaan materieel is ingebed in die natuur. En vervolgens het opnieuw zichtbaar maken van die handen, domeinen, mensen en activiteiten die de zorg voor dat bestaan opnemen, en 'ze opnieuw beschouwen als het centrum van alle economische activiteiten'. Aldus zijn milieu- en sociaal beleid onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zorg centraal stellen, betekent dan eerst definiëren wat we nodig hebben om te waarborgen dat er voor levens gezorgd wordt, en daarop verder bouwen.

Dat impliceert dat economie veel breder is dan markteconomie. Ze omvat alle activiteiten die tegemoet komen aan de noden van mensen en daarbij de natuurlijke grond van hun bestaan vrijwaren. Dat slaat uiteindelijk op het sociale leven als dusdanig, wat de New Economics Foundation verwoordt met het begrip 'kerneconomie': 'de menselijke hulpbronnen die het sociale leven omvatten en in stand houden. Deze bronnen zijn ingebed in het dagelijkse leven van elk individu (tijd, wijsheid, ervaring, energie, kennis, vaardigheden) en in de onderlinge relaties (liefde, empathie, verantwoordelijkheid, zorg, wederkerigheid, lesgeven en leren)'. Ze zijn essentieel voor de samenleving en vormen er de 'kern' van, door kinderen op te voeden, te zorgen voor zieke, kwetsbare en gehandicapte mensen, gezinnen te voeden, huishoudens te verzorgen en vriendschappen en sociale netwerken op te bouwen en te onderhouden. Omdat alledaagse menselijke gedragingen en levensstijlen van grote invloed zijn op de manier waarop we met de natuurlijke hulpbronnen omgaan, speelt de kerneconomie ook een sleutelrol in de bescherming van de economie van de natuur.

Hoewel de menselijke mogelijkheden en relaties die deel uitmaken van de kerneconomie grotendeels niet vermarkt zijn - ongeprijsd en onbetaald - scheppen ze waarde en worden ze uitgewisseld. Bovendien bieden ze een noodzakelijke ondersteuning voor de markteconomie en de overheidseconomie. In ieder geval is een bloeiende kerneconomie een essentiële bron voor een 'duurzaam' welzijnssysteem, een dat geschikt is voor de toekomst. In die zin noemt Riane Eisler niet onterecht de huishoudeconomie, de onbetaalde gemeenschapseconomie en de natuureconomie samen The Real Wealth of Nations.

 Zorg biedt in ieder geval een goede bril om economische uitgangspunten te heroverwegen bij de opbouw van een post-corona economie. Ik geef enkele voorbeelden.
 
Het voorzorgsprincipe staat onder druk omdat het innovatie en groei zou tegenhouden. Wijst de groeiende ecologische crisis er niet op dat het net om een wijs en zorgzaam principe gaat dat eerder beter zou moeten toegepast worden?
 
Hoe gaan we economie meten? Al die belangrijke waarde die via de kerneconomie tot stand komt wordt nu niet meegeteld in het bbp omdat ze niet gemonetariseerd is. Hoe gaat maatschappelijke waardering verschuiven wanneer we indicatoren zouden hanteren die dat wel doen? En wat zouden daarvan de gevolgen zijn voor het beleid?

We horen voortdurend dat de 'activiteitsgraad' verhoogd moet worden. Waartoe en voor wie? Hoe komt dat aan bij mensen die niet toekomen aan 'betaald' werk omdat ze de handen vol hebben met zorg voor kinderen of voor zieke of bejaarde familieleden? Moeten we er niet eerder over nadenken hoe we voor hen voor sociale zekerheid en een menswaardig pensioen kunnen zorgen?

Er wordt vaak gezegd dat zorg onbetaalbaar is. We betalen echter wel de kosten van schooluitval, burn-out, ongezonde voedingspatronen, criminaliteit, etc. die in grote mate samenhangen met een te kort aan zorg en zorgzaam beleid. Brengen we dat in rekening? Overigens wijzen heel wat studies erop dat zorg voor mensen net heel 'kosteneffectief' is. Mensen die zich verzorgd en gesteund weten zijn creatiever en productiever.

Dat zijn een aantal vragen waarmee we aan de slag kunnen. In ieder geval mag duidelijk zijn dat zonder een betere maatschappelijke waardering voor zorg we nooit tot een leefbaar en kwaliteitsvol samenleven kunnen komen.

Jef Peeters is verbonden aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek, KU Leuven, en is lid van Oikos. 
 
Read more...

De koers win je niet met een surplace

18 EU-landen willen snel werk maken van Green Deal, Vlaanderen knijpt de remmen dicht. 

De koers win je niet met een surplace

 
Door Tine Hens (MO* Magazine), Dirk Holemans (Denktank Oikos) en Sacha Dierckx (Denktank Minerva)
Deze opinie verscheen oorspronkelijk in MO* Magazine
 
Steeds meer bedrijven en regeringen schuiven de Europese Green Deal naar voren als kader voor het economisch herstel na corona. België doet dat niet en dreigt zo de kopgroep in de race naar de toekomst te missen. De reden? De Vlaamse regering knijpt de remmen dicht en investeert blijkbaar liever in het verleden dan in de toekomst.
 
Eind vorig jaar lanceerde de Europese Commissie haar Green Deal. In vergelijking met het flauwe ecologisch beleid onder de vorige voorzitter Juncker, is dit plan meer dan twee stappen vooruit in de goede richting. Het plaatst de aanpak van de klimaatcrisis en andere ecologische uitdagingen op een hoger niveau en wil die op een geïntegreerde wijze aanpakken. De Green Deal wil de Europese Unie omvormen tot een welvarende en rechtvaardige samenleving, met een competitieve economie, die tegen 2050 netto geen broeikasgassen meer uitstoot.
 

Toekomst in Europa is duurzaam en rechtvaardig

De Green Deal is een samenhangend pakket aan beleidsprojecten dat Europa wil klaarstomen voor de toekomst. Centraal staat een Europese Klimaatwet, zodat er een bindend engagement komt om tegen 2050 klimaatneutraal te worden, in tegenstelling tot het vrijblijvende Klimaatakkoord van Parijs. Er wordt ingezet op een Europese kringloopeconomie, wat ons meteen minder kwetsbaar maakt bij een pandemie omdat productielijnen korter worden.

Met de zero-pollution aanpak krijgen we een gezond leefmilieu terwijl de Farm to Fork-strategie moet zorgen voor gezonder voedsel op ons bord, minder pesticiden op het veld en meer biodiversiteit rond de akkers. Het Just Transition Fonds moet ervoor zorgen dat landen met bijvoorbeeld steenkoolregio’s voldoende ondersteuning krijgen om de reconversie op een sociaal verantwoorde wijze te realiseren. Neem daarbij nog andere beleidspakketten zoals mobiliteit en je hebt een totaalpakket. Het is een verdienste van de Commissie om bijna alle lidstaten achter dit nieuwe ambitieuze beleid te krijgen.

De Green Deal is helemaal niet perfect. De Farm to Fork-strategie dreigt een lege doos te worden zo lang ze losstaat van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, dat goed is voor meer dan een derde van het Europese budget. Terwijl de huidige handels- en investeringsakkoorden moeilijk verenigbaar zijn met een ambitieus klimaatbeleid, geeft de Commissie geen enkele indicatie dat ze het op dat vlak over een andere boeg wil gooien.

Waar het geld voor de nodige overheidsinvesteringen vandaan moeten komen als de EU vasthoudt aan begrotingsdiscipline en een verbod op monetaire financiering, is nog een groot vraagteken. En als regio die vroeg industrialiseerde, heeft Europa de verantwoordelijkheid sneller te gaan. 2050 is binnen het kader van mondiale rechtvaardigheid te laat om klimaatneutraal te zijn.

Van 13 naar 18 koplopers, België bengelt achteraan

Toch biedt de Green Deal een degelijk kompas om Europa in de richting van een sociale en ecologisch duurzame samenleving te sturen. Het is dat des te meer in woelige tijden, zoals nu met de coronacrisis. Vertegenwoordigers uit alle hoeken van de samenleving erkennen dat ook. Zo verscheen op 14 april een oproep ondertekend door Europese parlementsleden van verschillende politieke families, CEO’s, bedrijfsverenigingen, vakbonden en ngo’s. Samen benadrukken ze dat het juist nu tijd is om te kiezen voor een versnelling van de ecologische transitie, en dringen ze aan om budgetten voor investeringen afhankelijk te maken van klimaatverbintenissen. Ook een groep van zeventig Duitse bedrijven deed recent een oproep in dezelfde zin.
 
Op politiek vlak zagen we dezelfde beweging. Op initiatief van Denemarken riepen milieuministers van aanvankelijk dertien lidstaten de Europese Commissie op om de Green Deal als kader te gebruiken voor haar antwoord op de economische coronacrisis. Ze beklemtonen dat we de verleiding moeten weerstaan om kortetermijnoplossingen te nemen die Europa verder opsluiten in een lock-in, waarbij we nog jaren vastzitten in een fossiele-brandstoffeneconomie.
 
Ondertussen zijn de dertien ministers met achttien en vormen ze binnen de EU een meerderheid. Al onze buurlanden hebben getekend, net als de Scandinavische landen waaraan de Vlaamse regering zich – in woorden althans – zo graag spiegelt. Ook landen als Slowakije, Slovenië en Roemenië hebben begrepen dat de economie van morgen niet die van gisteren zal zijn.

Niet innoveren is achterblijven

Je zou verwachten dat België als land dat graag uitpakt met innovatie en technologische ontwikkeling mee wil zijn met deze groep. Maar nee, België zit in het groepje achterblijvers waaronder landen die nog met steenkool zitten (Polen, Tsjechië), schalieolie produceren (Estland) of simpelweg illiberale democratieën (Hongarije). Het is niet de schuld van Wallonië of van Brussel, die wat graag willen demarreren tot bij de grote kopgroep.

Het probleem is een koppige surplace van Vlaanderen. Daarmee bewijst de Vlaamse regering België noch Vlaanderen een dienst, integendeel. Als we telkens niet thuis geven, en met een lekke band langs de kant staan te zwaaien en roepen terwijl de anderen een versnelling hoger schakelen, zullen we finaal in de bezemwagen belanden.

We hopen dat de Vlaamse regering het risico van haar beleid goed beseft. Ooit dachten we dat filmrolletjes de eeuwigheid hadden. Zelfs toen de digitale camera’s in de etalages verschenen en onze telefoons camera’s werden. De grote producenten van filmrolletjes zagen de verandering met lede ogen aan en toen ze wakker schoten, was het te laat. Als we niet opletten is deze Green Deal is het kodakmoment voor Vlaanderen.

Je kan de rode loper met belastinggeld blijven uitrollen voor fossiele plasticbedrijven als Ineos, of je kan diezelfde pot subsidies gebruiken om bedrijven in de richting van circulaire processen te duwen. Je kan geld uit het Klimaatfonds blijven doorspelen naar fossiele ondernemingen als ExxonMobil, of je kan het gebruiken om de broodnodige klimaatinvesteringen te financieren.

Als de Vlaamse regering blijft rekenen op fossiele technologie zal ook de daarvan afhankelijke economie in Vlaanderen verkommeren tot een fossiel. We kunnen ons niet voorstellen dat ze dat wil. Want België kan als hoogtechnologisch en innovatief land mee de leiding nemen in de overgang naar een fossielvrije economie.

De Europese Green Deal als kader gebruiken voor het economisch herstel is daarin een eerste stap. Waar wacht de Vlaamse regering op om aansluiting te maken bij de groeiende kopgroep, en daarna hopelijk mee het tempo richting toekomst te bepalen en op te drijven?

Tine Hens (MO*), Dirk Holemans (Oikos) en Sacha Dierckx (Denktank Minerva) schreven deze opinie in naam van #BeterNaCorona, een initiatief van elf media en denktanks die de wereld na de coronacrisis socialer en ecologische willen zien.

Read more...

Onze economie ligt aan de beademing

04 mei 2020 by Economie 1666 Views

We leven vandaag allemaal in een wereld die voor het Coronavirus ondenkbaar leek te zijn. Van één ding zijn we zeker: we zitten in onbekende waters.

Dat geldt ook voor onze economie. Ons economisch en financieel systeem heeft duidelijk last van het virus en ligt al in het ziekenhuis. Dit is tegelijk een veeg teken aan de wand én een opportuniteit. Wat velen al lang aan het roepen zijn wordt met deze pandemie bevestigd: we kunnen niet verder met ‘business as usual’. Er is dringend nood aan systemische verandering.

Toch roepen de meest prominente en meest gehoorde stemmen op tot meer ‘business as usual’ na de crisis. We kunnen het wel verteren als de economie nadien nog harder groeit dan voor de crisis. De optimistische cijfers swingen de pan uit!

“Concreet: zelfs al krimpt de economie in 2020 met 8 procent, dan wordt dat uitgevlakt als de economie volgend jaar groeit met 10,6 procent.”

Het IMF pakt met een wat minder optimistisch cijfer van 4,5% uit voor geavanceerde economieën. Sowieso, meer groei dan voorheen dus. De onzekerheid die rond deze cijfers hangt wordt echter duidelijk uit dit stukje van het IMF rapport ‘The Great Lockdown’.

"There is extreme uncertainty around the global growth forecast. The economic fallout depends on factors that interact in ways that are hard to predict, including the pathway of the pandemic, the intensity and efficacy of containment efforts, the extent of supply disruptions, the repercussions of the dramatic tightening in global financial market conditions, shifts in spending patterns, behavioral changes (such as people avoiding shopping malls and public transportation), confidence effects, and volatile commodity prices. Many countries face a multi-layered crisis comprising a health shock, domestic economic disruptions, plummeting external demand, capital flow reversals, and a collapse in commodity prices. Risks of a worse outcome predominate."

De vraag die we ons echter moeten stellen is, zelfs als we deze onwaarschijnlijke groeicijfers halen, we dit wel moeten will. Want de structurele problemen van voor de crisis zullen, zelfs met deze waanzinnige groei, terug komen. En wat betekent die groei precies? Economische groei wordt gemeten aan de hand van één cijfer, het bruto binnenlands product (BBP). Als dat BBP stijgt dan groeit de economie. In dat BBP zitten alle economische transacties vervat. Dus alles wat er verkocht wordt, diensten waarvoor betaald wordt, … ongeacht wat die producten of diensten zijn. Of die nu bijdragen aan een betere samenleving of niet doet er niet toe bij deze meting. Bovendien worden een heel aantal activiteiten niet meegenomen in dit BBP. Namelijk al het vrijwilligerswerk, de mantelzorg, het opvoeden van kinderen, de psychologische steun die vrienden en familie aan elkaar geven, … Allemaal activiteiten die duidelijk waarde toevoegen aan onze samenleving maar niet meetellen voor de economische groei. Dus, als er meer van dit soort activiteiten zouden uitgevoerd worden, is dat slecht voor de economie. Concreet betekent dit dat mensen die steun vinden bij hun vrienden in plaats van naar de psycholoog te gaan, mensen die deeltijds werken zodat zij zelf hun kinderen kunnen opvangen en mensen die zelf voor hun bejaarde ouders zorgen allemaal slecht zijn voor de economie. Daarentegen is de verkoop van producten van slechte kwaliteit, zoals kleren waar na een paar wasbeurten gaten in zitten, dan weer goed voor de economie. Natuurlijk, de verkoop van kwaliteitsvolle producten tikt ook aan in het BBP maar die gaan langer mee en komen dus niet zo vaak op de teller te staan.

Om die verkoop van producten en diensten aan te zwengelen hebben we een sterke reclame machine in het leven geroepen. Langs alle kanten worden we aangezet tot consumeren. Op de radio, op televisie, in de bioscoop, op het internet en, tot voor de Corona crisis, ook overal op straat. Op die laatste plek hebben vele van de reclameborden plaats geruimd voor, naar mijn mening, nuttiger gebruik.

foto1

Er wordt vaak gezegd dat we in een consumptiemaatschappij leven en dat er geproduceerd wordt naargelang de vraag van de consument maar dat is eigenlijk een leugen. We leven in een productiemaatschappij die dolgedraaid is en er alles aan doet om er voor te zorgen dat de overproductie geconsumeerd wordt. Als we elke dag gebombardeerd worden door boodschappen dat onze keuken aan vernieuwing toe is, dat we een nieuwe auto nodig hebben, dat we absoluut niet zonder deze nieuwe aardappelschiller kunnen en dat we pas hip zijn met dit flitsende koffie apparaat kunnen we moeilijk verwachten dat dit geen invloed uitoefent op ons gedrag en ons denken. Nu we, door de sluiting van de winkels, gedwongen worden tot consuminderen (ook al zijn er nu tal van mogelijkheden om onze consumptie via webwinkels te doen) kunnen we misschien eens stil staan bij wat we nu écht nodig hebben. En waarom het altijd méér zou moeten zijn.

Het hele idee van economische groei moet dringend onder de loep genomen worden en herkadert worden naar kwaliteitsvolle groei in plaats van kwantitatieve groei.

Er is natuurlijk ook nog de andere kant, iedereen die voor hun inkomsten afhankelijk is van deze verkoop. Daar stoten we op een ander aspect van onze economie, namelijk die van jobcreatie en iedereen aan het werk krijgen. Voor ik verder ga wil ik even het onderscheid maken tussen een job en werk. Als iemand zijn/haar eigen tuin aan het herinrichten is dan is dit werk maar geen job want die persoon wordt er niet voor betaald. Integendeel, vaak kost het geld. Kinderen opvoeden is, vanuit mijn perspectief, zeker werk. Zeer belangrijk werk zelfs. Maar het is geen job tenzij je, tegen betaling, andere mensen hun kinderen opvoedt. Een job is werk waar je voor betaald wordt. En we halen de twee té vaak door elkaar. En daardoor wordt werk dat niet betaald wordt, wat geen job is, te vaak ondergewaardeerd. Want ook hier wringt er iets. Onze politieke leiders zijn gekend voor hun ‘jobs, jobs, jobs’ slogan. Maar er wordt nooit iets gezegd over welke jobs ze het dan wel hebben. Er is geen ‘kwaliteitslabel’ voor jobs. De ‘bullshit jobs’, jobs waarvan de werknemer zelf het nut niet van inziet, waar David Graeber het over heeft tellen even goed mee als de job van verpleger, onderwijzer, poetsvrouw, vuilnisophaler, .... Het enige verschil ligt hem in hoeveel de jobs in cijfers bijdragen aan de groei van het BBP. Meestal is dat minder voor de écht nuttige jobs dan voor de bullshit jobs. En al het werk dat niet betaald wordt telt natuurlijk al helemaal niet mee want dat is geen ‘job’.

Door de focus op het BBP wordt er alleen nog maar in termen van geld gedacht en verdwijnt al de rest naar de achtergrond. Er is een tendens om van alles een economische transactie te maken, met nefaste gevolgen voor onze sociale cohesie en ons algemeen welzijn.

Kan het niet anders? Wat als we nu eens zouden streven naar betekenisvol werk voor iedereen? Wat als we afstappen van ons te concentreren op een weinig zeggend cijfer (BBP) en ons concentreren op levenskwaliteit, duurzaamheid en toekomstgericht denken? Wat als we er voor zorgen dat iedereen een goed inkomen heeft én een goed leven? Wat als er ook waardering komt voor niet betaald werk en mensen daar ruimte voor krijgen zonder financieel gestraft te worden?

Het is natuurlijk gemakkelijk te zeggen dat het anders moet en ik wil met dit stuk verder gaan dan alleen maar roepen vanaf de zijlijn. Vanuit Happonomy zijn we al enkele jaren bezig met onderzoek rond economie, geld, gedrag en maatschappij. Wat volgt is een samenvatting van onze bevindingen gevolgd door een aantal concrete voorstellen die niet alleen soelaas kunnen brengen in de huidige situatie maar ook de basis kunnen vormen van een veerkrachtige en duurzame post-Corona economie waar menselijkheid, welzijn en betekenis centraal staan.

De Corona crisis brengt aan het licht wat de basis noodzakelijkheden van onze maatschappij zijn. We hebben momenteel vooral nood aan een goed werkende logistiek die onder andere onze voedselvoorraden en medische benodigdheden op peil houdt, goed werkende informatie verstrekkers die ons correcte informatie geven over wat er allemaal moet gebeuren en een goed werkend gezondheidssysteem. We hebben ook nood aan psychologische steun om door deze moeilijke tijden van isolatie te geraken. Daar hebben we materieel en capabele mensen voor nodig. Strikt genomen hebben we daar voldoende mee. Maar, er zit nog een speler tussen, namelijk geld. Als er niet voldoende geld beschikbaar is ontstaan er spanningen en dreigt de boel vast te lopen. We hebben zowat alles afhankelijk gemaakt van geld en dat geld is té vaak het obstakel waar we over struikelen.

Nu meerdere landen in (semi-) lockdown zitten wordt die afhankelijkheid van geld overduidelijk. Zaken die hebben moeten sluiten zien hun inkomensstromen naar nul herleid worden. Dat maakt het moeilijk om de vaste kosten te blijven dragen. Als die kosten niet betaald worden komen de inkomensstromen van de volgende economische speler in het gedrang waardoor die de vaste kosten niet meer kan betalen. De ene dominosteen na de andere valt op die manier omver. Alles is afhankelijk van consumptie om geld in beweging te houden.

Dat merk je ook in de exit maatregelen. Voor de algemene mentale gezondheid van de bevolking zou het beter zijn om eerst beperkt sociaal contact toe te laten, bijvoorbeeld door clusters van 2 of 3 huishoudens te creëren, alvorens de economie op gang te trekken. Maar dat zou ernstige problemen opleveren voor die economie en dus moeten we onze mentale gezondheid op het offerblok leggen.

Dat stelt ons voor een harde waarheid: we zijn verplicht om te consumeren want anders valt onze economie in duigen. Zelfs producten die we eigenlijk strikt gezien niet nodig hebben. Zou het niet veel beter zijn dat consumptie van niet noodzakelijke goederen beschouwd kan worden als een luxe en dat, als die consumptie stilvalt, er niets aan de hand zou mogen zijn?

Zoals eerder gezegd is die consumptie, in ons huidig systeem, nodig om mensen een inkomen te geven. Een basis- of gegarandeerd inkomen voor iedereen zou hier soelaas kunnen brengen. De vraag wordt dan: waar moet dat geld voor dat gegarandeerd inkomen vandaan komen?

Uiteindelijk is geld maar een construct, een door de mens uitgevonden middel dat alleen waarde heeft als je het kan inruilen voor iets reëel. Als niemand je geld wil aannemen ben je er niks mee. Probeer in België maar eens een brood te kopen met Mexicaanse Pesos.

Hiermee wil ik niet zeggen dat geld geen nut heeft. Het is een prima middel om handel te vergemakkelijken. Ik kan met een papiertje, of met een app die verbonden is met mijn bankrekening, naar de bakker gaan en er een brood voor in ruil krijgen. Zolang de bakker vertrouwen heeft in het papiertje dat ik hem geef of de app die ik gebruik. Daarmee komen we tot de kern van geld: vertrouwen. Geld werkt vooral op vertrouwen. Dat betekent dat zowat alles kan gebruikt worden als geld, zolang mensen er maar vertrouwen in hebben. Het verhaal van de bank stakingen in Ierland in de jaren ‘60 en ‘70 zijn daar een mooi voorbeeld van. In 1976 sloten de banken zelfs voor 6 maanden! Met weinig effect op de economie. Mensen begonnen hun eigen cheques te schrijven op stukjes papier met een zegel erop. De zegel zorgde voor het vertrouwen en bijgevolg werden de papiertjes omgetoverd tot universeel geaccepteerd geld. De banken hebben de staking na 6 maanden opgegeven omdat hun actie gewoon geen impact had.

De staking van vuilnismannen in New York, die na 9 dagen 100.000 ton vuilnis op de straten als gevolg had en de burgemeester op zijn knieën bracht, toont dan weer duidelijk aan hoe belangrijk het is om noodzakelijk werk uit te voeren en wat de gevolgen zijn als we een construct als geld in de weg laten staan.

In deze crisis blijkt er plots ook heel wat mogelijk met dat geld. Er worden ongekende maatregelen naar voren geschoven om de economische slachtoffers bij te staan. Er is mogelijkheid tot aanvraag van tijdelijke werkloosheid, Vlaio zet een crisisfonds ter beschikking en in Amerika wordt er zelfs al gesproken van helikoptergeld voor de bevolking.  (Helikoptergeld is geld dat rechtstreeks op de rekening van burgers wordt gezet) Plots is er geld beschikbaar en maakt het niet meer uit hoeveel schuld er gecreëerd wordt of hoeveel dat allemaal moet kosten. Zet dat in schril contrast met het beleid van voor de crisis. Er was te weinig geld voor cultuur, opvang van langdurig zieken, sociale woningen, gezondheidszorg, nodige maatregelen voor het milieu, het openbaar vervoer, … Er moest overal bespaard worden! En nu? Nu worden alle bezwaren van tafel geveegd en is geld plots geen probleem meer! Dat is goed nieuws voor nu maar het doembeeld van een gigantische schuldenberg dreigt al aan de horizon. Dat stemt tot nadenken.

Het is dan ook belangrijk om te weten hoe ons huidig geld systeem werkt. Er wordt vaak beweerd dat het allemaal erg complex is maar in de kern is het dat helemaal niet. Het is eigenlijk erg simpel. Zo simpel dat het moeilijk te geloven is. Ongeveer 95% van het geld in omloop is gecreëerd door commerciële banken door het uitgeven van leningen. U zal misschien denken: maar lenen banken het geld van spaarders niet uit aan mensen die geld willen lenen? Neen! Richard A. Werner, een Duitse econoom, heeft een lening van 200.000 euro gevolgd in de computers van een echte bank. Er werd geen eurocent verplaatst. De volledige 200.000 euro werd volledig vanuit het niets gecreëerd, samen met de bijbehorende schuld. Dit geld creatie proces dat banken uitvoeren wordt ook beschreven op de website van de Europese Centrale Bank. En bij afbetaling van de schuld wordt het gecreëerde geld terug vernietigd. De betaalde rente is winst voor de bank.

Misschien moet u dit even laten inzinken.

Dit heeft een aantal gevolgen. Ten eerste betekent dit dat quasi elke euro die iemand heeft waarvoor ze niet in schuld staan er ergens iemand die schuld moet dragen want geld wordt gecreëerd vanuit schuld. Ten tweede betekent dit dat, als er meer afbetaald wordt dan er geleend wordt, de totale beschikbare geldhoeveelheid afneemt. Het is zoals een bad waar de kraan symbool staat voor het aantal leningen en de afloop symbool staat voor de schuldaflossing. Als er minder water wordt toegevoegd dan er water wegloopt is het bad uiteindelijk leeg.

foto2

 Bovendien wordt de kraan bewaakt. Niet zomaar iedereen kan die open draaien. Dat kunnen alleen de banken voor mensen die aan de juiste voorwaarden voldoen. En het zijn die mensen die het geld dan verder moeten laten stromen naar al de rest die geen toegang heeft tot de kraan.

De schrijnende ongelijkheid in onze maatschappij toont aan dat dit model niet iedereen bedeelt. Het gaat er een beetje aan toe zoals bij een erfenis waar enkele familieleden alles erven en de rest hoopt om ook een graantje mee te pikken. Dat loopt meer dan eens verkeerd af.

Deze vorm van geldcreatie is echter geen natuurwet. Misschien heb je al eens van de term ‘quantitative easing’ gehoord. Dat is geld dat centrale banken schuldenloos, en uit het niets, creëren en gebruiken om schulden op te kopen. Tussen maart 2015 en december 2018 heeft de Europese centrale bank op die manier meer dan 2.600 miljard euro ‘bijgedrukt’. Omgerekend is dat a rato van ongeveer 1.3 miljoen euro per minuut. Dat geld is vooral de financiële wereld ten goede gekomen. Deze methodiek is terug opgestart op 1 november 2019 a rato van 20 miljard euro per maand. Op 12 maart is er een extra voorziening van 120 miljard bekend gemaakt en op 18 maart is daar nog 750 miljard aan toegevoegd om extra schuldpapier op te kopen, met schuldenvrij gecreëerd geld, tot aan het einde van het jaar.

Dit bewijst dat geld zomaar bij gecreëerd kan worden. Wat als we dat geld creëren om het rechtstreeks, in de vorm van een gegarandeerd inkomen, op de bankrekening van onze de burgers te zetten? Permanent helikopter geld dus.

Voor velen is dit vloeken in de kerk en het woord inflatie zal al snel vallen als je dit oppert in gesprekken. Inflatie hoeft echter geen probleem te zijn. Banken spreken nu al over negatieve rente op spaargeld en in Duitsland is dat voor vele klanten al het geval. Als je die negatieve rente invoert vanaf een bepaalde hoeveelheid spaargeld, zoals Denemarken van plan is, dan kan je de totale geldhoeveelheid in toom houden … op voorwaarde dat dat geld vernietigd wordt. Dat betekent dus het einde van het oneindig oppotten van geld. In ruil daarvoor krijgt iedereen wel een gegarandeerd inkomen.

Om het met de metafoor van water uit te leggen, je geeft iedereen een emmer die permanent gekoppeld is aan het waternet waardoor er een permanente toevoer van water is. Iedereen zijn eigen kraan dus. In de zijkant van de emmer zitten vanaf een bepaalde hoogte gaatjes die het water er uit laten lopen. Hoe hoger het gat zit, hoe groter het is. Een beetje zoals de belastingschijven op ons inkomen. En het water dat uit de emmers loopt is gewoon weg.

foto3

 Het klinkt waarschijnlijk allemaal zeer onorthodox maar laat ons de feiten die we vandaag kennen even op een rijtje zetten:

  • De inkomens van vele mensen staat momenteel onder druk.
  • Banken zijn bezig met het invoeren van negatieve rente op spaargeld.
  • Banken moeten al negatieve rente van -0.5% aan de ECB betalen voor hun surplus reserves.
  • Er wordt constant geld vanuit het niets gecreëerd door commerciële banken wanneer zij leningen uitschrijven. Hier staan schulden tegenover die terugbetaald moeten worden, met rente (ook al staat die momenteel erg laag).
  • De ECB heeft al meerdere malen schuldenvrij geld bij gecreëerd en is dat momenteel ook aan het doen.
  • Bij afbetaling van schulden wordt er geld vernietigd. Dat maakt deel uit van de normale werking van het huidige geld systeem.
  • Elke keer we geconfronteerd worden met een situatie die vergelijkbaar is met het Coronavirus zullen we, als we geen veranderingen doorvoeren in het geldsysteem, met economische crisis situaties geconfronteerd worden.

Aan dat lijstje kunnen we dan nog toevoegen dat ons huidige systeem alles behalve stabiel is. Iedereen herinnert zich de crisis van 2008 nog wel. En velen denken dat dat de laatste was die we gehad hebben. Dit is echter niet waar. Het International Monetary Fund (IMF) heeft niet minder dan 390 systemische crisissen geïdentificeerd tussen 1970 en 2017. De meesten hebben geen internationaal karakter gehad maar het zijn wel meer dan 8 crisissen per jaar! Niet echt het kenmerk van een stabiel systeem.

Is het dan zo gek dat we een ander systeem naar voren schuiven? Een systeem waar iedereen, ook in tijden van crisis, een gegarandeerd inkomen heeft. Een systeem waarbij het platvallen van de consumptie geen ramp betekent.

Mensen die de keuze maken om niet betaald werk uit te voeren kunnen met dit systeem terugvallen op een gegarandeerd inkomen en worden dus niet in een onmogelijke financiële situatie gedwongen. Ondernemers kunnen ook met minder financiële stress hun zaak opstarten omdat ze in het begin niet gedwongen zijn om onmiddellijk winst te maken. Failissementen van bedrijven zijn in dit systeem ook geen onoverkomelijke ramp meer voor de werknemers. En vooral, mensen hebben nu de vrijheid om op zoek te gaan naar betekenisvol werk zodat we de bullshit jobs voor eens en altijd de geschiedenis kunnen inschrijven.

Dit systeem heeft nog enkele positieve neveneffecten. We hebben experimenten gedaan door middel van een spel. De conclusies van de deelnemers waren overwegend dat er minder stress ervaren werd dan met het standaard geldsysteem. Omdat iedereen beter voor zichzelf kon zorgen en dus minder financiële stress ervaarde, was er meer samenwerking tussen de deelnemers én was er meer aandacht voor het algemeen belang.

We horen vaak dat we voor complexe problemen staan en er geen kant en klare oplossingen zijn. Er wordt vaak geroepen: er is geen alternatief. Met de stand van zaken waar we vandaag in zitten lijkt het me duidelijk dat er plots wel alternatieven zijn die nog niet zo lang geleden ondenkbaar waren. We hebben een uitgebreidere blauwdruk liggen van het systeem dat hier kort is voorgesteld. Dat heeft ondertussen al heel wat kritische blikken doorstaan, ook van economen.

Het toeval wil dat er vorig jaar, op 18 oktober 2019, een simulatie oefening gedaan is rond het eventuele uitbreken van een pandemie. Die oefening is slecht afgelopen. Laat ons daar lessen uit leren en het anders aanpakken. De simulatie is voorbij, we zitten nu in het echte scenario.

Er zijn alternatieven, we hebben oplossingen. Onze vraag is nu: zijn onze beleidsmakers bereid om te luisteren naar mensen die hun oplossingen aanreiken, ook al zijn ze onorthodox, en zijn ze bereid om er over in gesprek te gaan?

 

Read more...
Pagina 1 van 3
Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account