en

Winkelwagen leeg

Denktank voor Sociaal-Ecologische Verandering

Transitie

Transitie (30)

Hoe houden we de planeet voedzaam en gezond?

20 augustus 2020 by Transitie 382 Views
Wouter Vanhove

Written by

Hoe houden we de planeet voedzaam en gezond?

Wouter Vanhove

Dit opiniestuk verscheen oorspronkelijk in Knack

Hoe kunnen we in 2050 voldoende en gezond voedsel voor 9 miljard mensen voorzien en tegelijk de milieu-impact van de voedselproductie indijken? 

Binnen enkele decennia is de wereldbevolking aangedikt tot 9 miljard. Dat zijn 2 miljard monden meer te voeden dan vandaag. Landbouw is onze voornaamste voedselleverancier maar wordt ook met de vinger gewezen als boosdoener bij tal van milieuproblemen. Landbouw- en voedselsystemen stoten een derde van alle broeikasgassen uit. Intensieve landbouw heeft tot op vandaag bossen, bodems, watergebieden en de daarin levende biodiversiteit onherstelbaar aangetast. De vruchtbare bovenlaag van een kwart van alle landbouwbodems is geërodeerd. Driekwart van het landbouwareaal op aarde is beplant met slechts 10 gewassoorten (tarwe, rijst, mais, soja, gerst, sorghum, koolzaad, bonen, gierst en katoen). Andere gewassen en variëteiten verdwijnen aan een ongezien tempo.

De uitdaging is duidelijk: hoe kunnen we in 2050 voldoende en gezond voedsel voor 9 miljard mensen voorzien en tegelijk de milieu-impact van de voedselproductie indijken? De visies hierover lopen uiteen. Volgens sommigen moet resoluut gekozen worden voor een verdere intensivering van de landbouw en worden ingezet op technologie (precisielandbouw, ggo's), opschaling en globalisering van landbouw. Op die manier - zo luidt de hypothese - wordt meer geproduceerd op een kleinere oppervlakte, worden minder broeikasgassen uitgestoten en legt landbouw minder beslag op landgebruik, wat ruimte vrijmaakt voor natuur.

Er zijn echter heel wat kanttekeningen te maken bij deze benadering. Eerst en vooral het uitgangspunt: het is evident dat een hogere bevolking meer voedsel vergt, maar het is fout uit te gaan van een stijging in de voedselvraag die de huidige - ongezonde - consumptiepatronen volgt. De gerenommeerde Lancetcommissie luidde vorig jaar de alarmbel. Twee miljard mensen lijden aan obesitas, en nog eens 2 miljard kampen met micronutriëntentekorten (vitamine A, ijzer, zink), terwijl 820 miljoen mensen chronisch ondervoed blijven, en de COVID-19 crisis dat cijfer tegen eind dit jaar wellicht met 130 miljoen doet stijgen.

Het is verontrustend dat meer dan de helft van de wereldbevolking te maken heeft met een ongezond voedingspatroon. Toekomstige voedselproductie kan en moet daarop inspelen. Er is een grote consensus dat een voedingspatroon dat veel minder vlees bevat, veel minder beslag legt op landbouwoppervlakte en bovendien veel minder CO2 uitstoot. Dat is omdat momenteel 30 % tot 50 % van alle graanproductie dient om vee i.p.v. mensen te voeden. Vanuit milieuoogpunt hoeft echter niet alle vleesconsumptie totaal gebannen te worden. Vee zet gras en een aantal voor mensen oneetbare reststromen uit andere landbouwproducten (bv. de perskoeken van oliegewassen, bietenpulp en stro) om tot hoogwaardig eiwit. Bovendien is vlees in gebieden waar gewasproductie moeilijk is (bv. bij nomaden in de Afrikaanse Sahel) en voor kwetsbare bevolkingsgroepen (kinderen en ouderen in de minst ontwikkelde landen), een belangrijke eiwitbron.

Een verschuiving in het voedingspatroon is dus een belangrijke hefboom in het verduurzamen van de mondiale landbouw. Bijkomend moet ook werk worden gemaakt van het terugdringen van voedselverspilling: één derde van alle door landbouw geproduceerde voedsel wordt nooit door mensen of dieren geconsumeerd. In ontwikkelingslanden zijn de verliezen hoofdzakelijk te wijten aan de naoogstbehandelingen (verwerking, opslag), in industrielanden zijn het vooral de consumenten zelf die veel voeding in de vuilbak doen belanden.

De vraag rijst dan welk bijkomende, complementaire meerwaarde een meer intensieve en nog sterker geglobaliseerde landbouw kan bieden voor zowel mondiale voedselzekerheid als ecologische duurzaamheid. Een recente in Nature gepubliceerde studie stelt dat als 16 gewassen geteeld zouden worden in gebieden waar ze omwille van klimatologische en bodemomstandigheden het meest kunnen opbrengen, tot de helft van hun huidige landbouwoppervlakte kan worden bespaard en aan de natuur kan worden teruggegeven. Zo zouden bovendien ook meststoffengebruik en broeikasgassen teruggedrongen kunnen worden. Dat klinkt op het eerste zicht goed, maar er zitten zowel voor het milieu als voor voedselzekerheid belangrijke addertjes onder het gras.

Eerst en vooral is het onjuist te veronderstellen dat landgebruik snel inwisselbaar is. Om vrijgekomen landbouwoppervlakte in natuur om te zetten, is een gedegen, consequent milieubeleid nodig, met beschermingsmaatregelen voor het nieuw in te richten natuurgebied. Veel landen, zeker in tropische gebieden met de meest waardevolle natuur, slagen daar niet of moeizaam in. Landen (zoals in Europa en de VS) die dat wel doen, zorgen vaak voor een 'verplaatsingseffect' waarbij een opgelegde inkrimping van het landbouwareaal voor natuurdoeleinden zorgt voor een landbouwuitbreiding in gebieden in het Zuiden met hoge biodiversiteit. Ook leidt intensievere productie met hogere opbrengsten paradoxaal genoeg vaak net tot uitbreiding van het landbouwareaal van een gewas. Landbouwondernemers investeren immers graag in succesverhalen met hoge opbrengsten en lage kosten.


Alternatieve, zogenaamd agroecologische vormen van landbouw integreren landbouw en natuur. Ze maken gebruik van een veelheid aan gewassoorten aangepast aan het lokale milieu, brengen verschillende gewassen samen in teelt (boslandbouw in het geval van gewassen en bomen) en doen aan gewasrotatie. Het basisprincipe is dat de natuur diensten verleent aan de landbouw (sommige insecten bestuiven planten, andere onderdrukken schadelijke plaaginsecten, bodemschimmels en -bacteriën helpen gewassen om voedingsstoffen op te nemen). Terzelfdertijd houden agroecologische landbouwpraktijken biodiversiteit in stand. Of ze daar beter of minder goed in slagen dan bij uitgespaard en tot natuurgebied omgezet land, hangt af van de specifieke soorten die worden beschouwd en de termijn waarop hun populaties ontwikkelen.


Veel studies tonen aan dat agroecologische landbouwmethodes het potentieel hebben om de huidige opbrengstkloof met conventionele intensieve landbouw drastisch te verkleinen. In de cacaoteelt die essentieel van bestuivende insecten afhangt, kon worden aangetoond dat een bepaalde combinatie tussen schaduwbomen en cacaobomen nodig is om zowel biodiversiteit als opbrengst duurzaam te verankeren.

Zelfs met technologische innovaties blijft intensieve landbouw met een aantal duurzaamheidsproblemen kampen. De diensten die de natuur aan de landbouw levert, worden in een doorgedreven intensief en opgeschaald landbouwsysteem nagenoeg volledig uitgeschakeld.


Ik herinner me een bezoek in het kader van een onderzoeksproject aan een gigantische suikerrietplantage in Santa Cruz, Bolivia. De eigenaar had in het midden ervan enkele rijen passievruchten staan die geen vruchten droegen en vroeg ons of hij mogelijks verkeerd zaad had gekocht. De werkelijke reden was dat passievruchten volledig afhankelijk zijn van bijen voor bestuiving en vruchtzetting en dat die in het volledig verschraalde suikerrietlandschap geen habitat hadden. Voor veel teelten is grootschalige monocultuur dus totaal ongeschikt. Industriële monoculturen zijn bovendien heel gevoelig aan ziektes en plagen. Technologische innovaties die de op de ene plaag mikken zullen er niet in slagen om andere toekomstige ziektes en plagen duurzaam te bestrijden.


Nemen we tenslotte de bijdrage van geglobaliseerde, intensieve landbouwsystemen aan voedselzekerheid onder de loep. De productie van veel gewassen die rijk zijn aan micronutriënten (bv. diverse fruitsoorten en pompoenen) hangen essentieel af van bestuivende insecten en zijn dus niet geschikt om geteeld te worden in niet-natuurlijke landschappen. Globalisering van landbouw- en voedselsystemen verhoogt voedselzekerheid in goed functionerende open markten, zoals in de Europese Unie. In het Zuiden echter wordt 80 % van het geconsumeerde voedsel geproduceerd door ongeveer 500 miljoen kleinschalige (met minder dan 2 ha grond) landbouwers. Bovendien zijn het netto-voedselkopers. Dat betekent dat de consumptie van hun gewassen en de inkomsten uit de verkoop ervan niet volstaan om aan de voedingsbehoeften van hun gezinnen te voldoen en ze dus afhankelijk zijn van voedselmarkten, waar vooral ongezonde vet- en zetmeelrijke voeding voorhanden zijn.


Een recent rapport van de Speciale Rapporteur voor Extreme Armoede en Mensenrechten van de Verenigde Naties, toont aan dat het veelgehoorde optimisme over globale armoedebestrijding misleidend is. Sedert 1990 leven nagenoeg onveranderd ongeveer 3,5 miljard mensen in extreme armoede. Veel boeren verdienen geen leefbaar inkomen. Verhoogde afhankelijkheid van wereldvoedselmarkten waar speculatie zorgt voor grillige prijzen en waar humanitaire crisissen zoals oorlog, natuurrampen of wereldwijde recessies zoals bij de financiële crisis van 2008 of de huidige COVID-19 crisis, de markttoegang belemmeren, brengen dan ook de helft van de wereld in een heel precaire voedselzekerheidssituatie. 

Het wereldwijde handelsregime uitgetekend door de Wereldhandelsorganisatie en gedragen door o.a. handelsverdragen tussen ontwikkelings- en industrielanden, bewerkstelligt bovendien de extractie van landbouwproducten uit landen met lage voedselzekerheid, wat voedselonzekerheid in het Zuiden verhoogt.

Globalisering heeft veel en goedkoop, maar ook ongezond en eenzijdig voedsel voortgebracht. In zowat alle sectoren stoot globalisering op haar limieten. Grootschalige, intensieve landbouw heeft haar eigen ecologische en socio-economische fundamenten ondergraven. Lokale landbouw- en voedselsystemen bieden een waardevol alternatief. Maar dan zal er meer moeten geïnvesteerd worden in onderzoek naar, en ontwikkeling van lokale, diverse en agroecologisch geïntensiveerde landbouwsystemen. In combinatie met het terugdringen van voedselverliezen en een transitie naar een minder vlees-gedreven voedingspatroon (vooral in ontwikkelde landen) wordt onze voeding zo op termijn gezonder, kunnen we globaal gezien minder beslag leggen op landgebruik, kunnen we landbouw als economische activiteit opwaarderen, kunnen we natuur en biodiversiteit optimaal in stand houden én minder broeikasgassen uitstoten dan met de conventionele systemen die vandaag de planeet voeden.

Grootschalige, intensieve landbouw houdt boeren, consumenten en het milieu in een wurggreep. Hoog tijd om die te lossen!

 
Read more...

3 lessen die de coronacrisis ons leert om het klimaat te redden

15 mei 2020 by Transitie 1055 Views
Dirk Holemans

Written by

Dirk Holemans trekt drie lessen uit de coronacrisis waarmee we het klimaat kunnen redden. Hij stelt dat we dit momentum moeten grijpen. Want de bereidheid tot verandering bij de bevolking kan snel omslaan in brede frustratie als de samenleving, met de politiek voorop, nu geen toekomstperspectief biedt en dat hard maakt. In het Canvas-programma "Nachtwacht" diept hij zaterdagavond z'n visie verder uit.

Dit opiniestuk verscheen oorspronkelijk op vrt.be

 

De coronacrisis leert ons een belangrijke les. Als onze gezondheid op het spel staat, ontdekken we opnieuw de juiste volgorde der dingen. We werken om te leven, en niet omgekeerd. De economie is er voor de samenleving, de mens komt voor de winst.

3 lessen

Wat velen tot voor kort omschreven als onhaalbaar of zelfs ondenkbaar, is in enkele maanden gerealiseerd. En dat zijn zeker drie zaken. Zo luisteren ten eerste ministers weer naar wetenschappers, ze nemen hun adviezen ernstig en voeren hun strafste voorstellen uit. Tegelijk krijgen we als bevolking een turbocursus wetenschap: we weten nu wat een exponentiële curve is, dat onderzoek voortschrijdend inzicht inhoudt zodat wetenschappers hun visie bij stellen. Wetenschappers hebben dus opnieuw een duidelijke plaats in het publieke debat en het zal belangrijk zijn dit te behouden.

De tweede les gaat over de economie. De geglobaliseerde wereldeconomie blijkt niet die gigant waar de politiek geen greep op heeft. Die economie is ook niet supersterk, wel integendeel uiterst fragiel. Door de bedreiging van de volksgezondheid sloot de politiek in grote en kleine landen bedrijven en winkels. Een economie gebaseerd op lange productieketens met de meeste productie in Azië viel in duigen. Geen mondmaskers uit China, we ontdekken dat al onze paracetamol uit Indië komt. En ondertussen weten we welke de cruciale beroepen in deze crisis zijn: medisch personeel, verzorgenden, mensen aan de kassa’s, enzovoort. 

Ten derde hebben we met z'n allen blijk gegeven van een ongelooflijke burgerzin. Wie had gedacht dat we gehoor zouden geven aan het regeringsorder tot huisarrest? De burgerzin gaat trouwens veel verder. Ontzettend veel burgers zijn spontaan overgegaan tot vormen van solidariteit en lokale productie. Geen mondmaskers te krijgen vanuit China? Geen nood, burgers kruipen zelf achter hun naaimachine. Anderen wagen hun gezondheid om de meest kwetsbare burgers te ondersteunen met voedselpakketten of sanitaire producten, in samenspraak met lokale besturen. Dat betekent niet dat veel mensen het niet moeilijk hebben, veel mensen leven in onzekerheid over hun job, de armoede stijgt. Ook dat is deel van de analyse.

Beter na corona

We aanvaarden het advies van wetenschappers en de verregaande politieke maatregelen, vertonen burgerzin, omdat we weten dat het virus laten woekeren nog veel grotere schade zou berokkenen. Met meer doden, een ontredderde economie en wie weet een samenleving op drift. Ondertussen komen ook ideeën bovendrijven om de samenleving na de coronacrisis beter te maken dan ervoor. Om zaken aan te pakken waarvan we al lang weten dat ze niet deugen, bedrijven die in belastingparadijzen zijn gevestigd, de productie uitbesteden naar verre landen waar arbeiders uitgebuit worden en de natuur leeggeroofd, om ons te voorzien in goedkope wegwerpspullen.

Door het stilvallen van fabrieken, transportketens en verkoop van spullen zal de uitstoot van broeikasgassen dit jaar waarschijnlijk acht procent lager liggen dan voorzien. Dat komt overeen met de daling aan broeikasgassen die we elk jaar moeten bereiken. En waarbij de komende tien jaar cruciaal zijn om het tij nog te kunnen keren. Je zou dus kunnen zeggen, dat is goed nieuws voor het klimaatbeleid, we hebben een jaar gewonnen. Maar dat is te optimistisch, misschien verliezen we wel een heel decennium. Als we de honderden miljarden die nu geïnvesteerd gaan worden in de Europese economie enkel gebruiken om niet-duurzame bedrijven overeind te houden zonder daar voorwaarden aan te koppelen, zijn we verder van huis. 

Zoals de Nederlandse Triodos Bank strateeg Hans Stegenman stelt: we hebben geen loodgieters nodig, maar wel architecten. Jazeker, we moeten problemen als ze zich aandienen aanpakken. Maar dat kan je zoveel beter doen als je werk maakt van een veerkrachtige economie en samenleving die niet alleen beter schokken kunnen opvangen, maar ze ook proberen te voorkomen in de mate van het mogelijke. Dat betekent de economie niet alleen terug op de sporen krijgen, maar tegelijk de aanleg van nieuwe sporen in duurzame richtingen.

Klimaatcrisis efficiënt aanpakken

En dat kan, als we de drie lessen van de coronacrisis toepassen op de klimaatcrisis.

  • Politici gaan eindelijk luisteren naar de klimaatwetenschappers én nemen de drastische maatregelen die ze voorstellen. En die gaan steeds in dezelfde richting: we hebben een volledige ombouw nodig van onze systemen: hoe we energie produceren, voedsel voortbrengen, ons verplaatsen. Ook hier is er voortschrijdend inzicht en de politiek neemt de beslissingen.
  • Het is de democratie die de economie vorm geeft, en niet omgekeerd. Dus bouwen we veerkracht in onze economie door productie deels terug naar Europa te halen, niet meer te aanvaarden dat bedrijven belastingen ontwijken en verschuiven, met een stevige fiscale shift in Europa de belastingen op arbeid naar die op milieu en vermogen. En wie van buiten Europa zaken wil invoeren die niet voldoen aan onze normen, betaalt een fikse grensbelasting.
  • We ondersteunen maximaal de duurzame initiatieven van burgers. Ook dat sociaal kapitaal is een wezenlijk onderdeel van veerkracht. Het is opvallend hoe burgercollectieven of commons de voorbije vijftien jaar de bouwstenen van een duurzame economie ontwikkelden, denk aan het succes van plukboerderijen, energiecoöperaties en autodeelprojecten. Die moeten nu ondersteund worden om uit te groeien tot volwaardige economische actoren. Waarbij nieuwe technologie zoals 3D-printers toelaat om decentrale productienetwerken uit te bouwen. Die kunnen perfect een plaats krijgen in de nieuwe maakwinkelcentra zoals Broeklin, het alternatief voor het achterhaalde Uplace concept van shoppingcentra.

Nieuwe economie

Uiteraard zal in deze post-corona-economie internationale handel blijven bestaan net als grote bedrijven, de treinen gaan we heus niet in elke streek produceren. Maar zoals nu in het CETA-handelsakkoord voorligt om meer Europese auto’s uit te voeren in ruil voor Canadees vlees, is niet houdbaar. Net zoals het dogma dat het de enige opdracht van bedrijven is om winst te maken voor hun aandeelhouders. Hun verantwoordelijkheid strekt zich uit tot alle belanghebbenden, inclusief de natuurlijke omgeving. In de nieuwe economie is het evident dat bedrijven waarde creëren op diverse terreinen, door bijvoorbeeld te investeren in lokale gemeenschappen of de heropbouw van biodiversiteit.

Het goede nieuws is dat wat we nodig hebben om veerkracht op te bouwen nu al vervat zit in Europese beleidsplannen. Zo maakt de kringloopeconomie deel uit van de Green Deal. Die mikt terecht op een grondige transitie. Het gaat bijvoorbeeld niet alleen over kleren die we nu kunnen kopen als zouden het wegwerp doekjes zijn, het gaat over onze wegwerpmaatschappij in haar geheel. We recycleren amper tien procent van alle grondstoffen, da’s belachelijk weinig. Het komt er dus op aan met eenvoudige maatregelen straffe zaken te realiseren. Wat als bijvoorbeeld alle spullen dubbel zo lang zouden meegaan? En we ze maximaal onderhouden, herstellen en vernieuwen? Dan hebben we voor hetzelfde comfort de helft minder grondstoffen nodig en creëren we heel wat jobs?

En zijn we veel minder afhankelijk van wereldwijde en dus fragiele productieketens. Dat is het beeld van de nieuwe economie: nabij, afvalarm en rijk aan waarde. Niet louter financieel maar bovenal ecologisch en sociaal.

Nog goed nieuws: voor de omslag naar een duurzame samenleving is helemaal geen inperking van het sociale leven nodig, integendeel. Als we allemaal uit ons kot komen en samen werk maken van duurzame levensstijlen, kan dat in samenhang met de juiste beleidsmaatregelen straffe resultaten opleveren. Kijk hoe bijvoorbeeld steden wereldwijd nu hun straten vol auto’s omvormen tot ruimte voor fietsers en voetgangers en mensen daar gretig van gebruik maken. 

Nieuw sociaal-ecologisch pact

Het komt er finaal op aan terug de juiste maat te vinden. Zoals een inwoner van Venetië recent op het nieuws vertelde: de leegte nu is ondraaglijk, maar de vijf miljoen toeristen elke twee maand was dat ook. Weer activiteiten ontplooien met oog voor duurzaamheid en levenskwaliteit, inclusief de ruimte hebben om stil te staan bij de zaken, is cruciaal. 

Die omslag moeten we met heel de samenleving maken, en dat is geen sinecure. Het vergt openheid en veranderingsbereidheid van alle groepen. Het verleden leert ons dat het kan. In 1944 sloten in ons land, in navolging van Engeland, de overheid, werkgevers en vakbonden het Sociaal Pact. Dat legde het fundament voor het naoorlogse sociaaloverlegmodel dat veel welvaart bracht. Een nieuw Sociaal-Ecologisch Pact kan ervoor zorgen dat we opnieuw met verenigde krachten de uitdagingen aangaan.

De eerste indicaties leren dat de bevolking er klaar voor is. Uit een peiling in Engeland blijkt dat acht op de tien willen dat de regering voorrang geeft aan welzijn en gezondheid boven economische groei tijdens de coronacrisis, en dat zes op de tien willen dat na de crisis levenskwaliteit prioritair blijft. En in een peiling van Fair Trade in België geven zeven op de tien van de respondenten aan we door de crisis opnieuw de mens centraal moeten stellen in de economie en dat de overheid veel sterker de transitie naar een meer duurzame economie moet stimuleren.

Dit momentum moeten we grijpen, die kans mogen we niet verloren laten gaan. Want de bereidheid tot verandering bij de bevolking kan snel omslaan in brede frustratie als de samenleving, met de politiek voorop, nu geen toekomstperspectief biedt en dat hard maakt.

Hoe bijzonder de huidige situatie wel is, leerde mijn negentigjarige moeder me. Ze vertelde tijdens een van onze telefoongesprekken dat je zoiets als de coronacrisis maar een keer om de honderd jaar mee maakt. Dat lijkt me ook het juiste toekomstperspectief: drie generaties vooruitkijken, nu zorgen voor het welzijn van iedereen zonder de toekomstige generaties uit het oog te verliezen.

 

 

Read more...

Samenleving bruist van ideeën voor duurzame samenleving

14 mei 2020 by Transitie 807 Views

Terwijl onze regeringen verkiezen te werken met telkens een heel beperkte expertengroep om de toekomst na corona uit te tekenen, bruist het in de samenleving van brede samenwerkingsverbanden. Eerder zette Denktank Oikos al mee haar schouders onder #BeterNaCorona, een samenwerking van elf progressieve Nederlandstalige denktanks, tijdschriften en media. Op Belgisch niveau is Oikos dan weer actief bij de Resilience Management Group, bestaande uit academici, economen en transitieondernemers, die wetenschappelijke kennis en theoretische reflecties verbinden met concrete ervaringen in het veld. 

Van half april tot half mei 2020 werkten in de Resliience Management Group meer dan 100 wetenschappers en 182 ecologische transitieondernemers samen aan een Transitieplan dat bestaat uit een synthetisch deel (3 pagina's) en 15 maatregelenpakketten. De voorstellen weerspiegelen tonen de diversiteit en de breedte van mogelijke oplossingen om naar de transitie toe te werken. Er is dan ook niet gestreefd naar consensus, belangrijk is nu te tonen welke rijkdom aan ideeën en voorstellen voorhanden zijn. 

De ambitie van het Transitieplan is het debat te stimuleren, nieuwe bijdragen aan te moedigen, de regeringen (federale en gewestelijke) erop te wijzen dat er veel academici beschikbaar zijn om met hen samen te werken om de voorstellen van dit plan te verfijnen en zo een veerkrachtig en duurzaam België op te bouwen. 

Je vindt het volledige Transitieplan hier.

Read more...

Lessen trekken uit de COVID-19-crisis om toekomstige systeemcrisissen te voorkomen

08 mei 2020 by Transitie 441 Views
 

Transitieplan voor België moet nu vorm krijgen: 
Lessen trekken uit de COVID-19-crisis om toekomstige systeemcrisissen te voorkomen

Wat onmogelijk leek tijdens de woelige klimaatdebatten van vorig jaar, is vanzelfsprekend vandaag: luister naar de wetenschap, bouw er je beleid op, bescherm zo bevolking en toekomst. De Resilience Management Group, bestaande uit academici, economen en transitieondernemers, werkt alvast aan plannen om de transitie naar een duurzame en rechtvaardige maatschappij ook zo te onderbouwen. Hun basisvisie schreven ze alvast uit.


C
OVID-19 kost nog dagelijks honderden medeburgers het leven, terwijl duizenden anderen gered worden dankzij de voorbeeldige toewijding van het personeel van de ziekenhuizen en de zorgsector, dat gedwongen wordt te werken in bijzonder moeilijke omstandigheden. Intussen kijken onze overheden logischerwijs naar scenario’s voor het beëindigen van deze crisissen.

We gebruiken bewust het meervoud, omdat we zowel een gezondheidscrisis doormaken, die door de lockdown onder controle wordt gehouden, als een economische crisis, die door de lockdown dreigt te verergeren. Dat toont meteen de complexe uitdaging die we moeten aangaan om te voorkomen dat we ook nog eens in een ernstige sociale crisis terechtkomen.

Gezondheid heeft prioriteit gekregen en iedereen is daar blij om. Regeringen herontdekken “cruciale” eerstelijnsberoepen die tot voor kort voor hun banen en salarissen moesten knokken. Nu komt de economie weer op het voorplan. Dat is noodzakelijk, maar niet op gelijke welke manier.

Sommigen willen een snel herstel, business as usual, zonder iets te veranderen aan het systeem en de gebreken ervan, ook al zijn die in de oorzaken en gevolgen van de pandemie aan het licht gekomen. Anderen stellen vast dat de veerkracht van de economie even belangrijk is als de productiviteit en het concurrentievermogen. Zij pleiten voor een herstelplan dat de nodige middelen voorziet om enerzijds een noodzakelijke en “rechtvaardige transitie” mogelijk te maken en anderzijds ons in staat zal stellen de gevolgen van toekomstige crisissen te vermijden, uit te stellen of te verzachten.

Wij maken deel uit van die ‘transitie-specialisten’ die, samen met vele anderen, een dynamiek voorstellen die ons toelaat om deze crisis op zo een manier te boven te komen dat we er voordelen uithalen.

Observatie, diagnose en lessen 

Volgens een publicatie van het Harvard Global Health Institute, in opdracht van het World Economic Forum in 2019, ‘is er door de toenemende bevolkingsdichtheid, het reizen en de menselijke migratie, de ontbossing en klimaatverandering een nieuw tijdperk van epidemiegevaar aangebroken. Het aantal en de diversiteit van de epidemieën zijn de afgelopen 30 jaar toegenomen, een trend die naar verwachting enkel nog zal versterken.’

Het kan dus niet worden ontkend, ook al blijft de precieze oorsprong van Covid-19 een onderwerp van discussie, dat er een verband bestaat tussen deze pandemieën en een meer globaal en structureel verschijnsel waarvan de gevolgen zich nog maar beginnen voor te doen.

Het dominante geglobaliseerde systeem, gebaseerd op oneindige materiële groei in een eindige wereld, put de natuurlijke hulpbronnen uit en veroorzaakt vervuiling die de oceanen, de bodem en onze atmosfeer en alle levende wezens die ervan afhankelijk zijn, ernstig aantast. Water, land en lucht worden ernstig bedreigd. De ‘ecologische voetafdruk’ van de mensheid is twee keer zo groot als de capaciteit van de planeet en is zeer ongelijk verdeeld tussen de verschillende landen en lagen van de bevolking.

Met andere woorden, de mensheid leeft op krediet ‘ten koste van toekomstige generaties’. Mogelijk is het overdreven is om te beweren dat de planeet nu wraak neemt op het menselijk handelen, maar dan is het wel juist om te zeggen dat ze stikt onder het gewicht van de huidige productie- en consumptiewijzen. Samen met haar beginnen wij te stikken, en dit op een zeer ongelijke manier: het ‘systeem’ straft huishoudens met een laag inkomen en mensen die in armoede leven al veel zwaarder, op alle breedtegraden.

Er is vandaag nood aan een systemische en globale reactie, die onze band met de natuur herstelt, de menselijke soort herpositioneert en opnieuw verbindt met de natuurlijke ecosystemen.

Lessen uit de gezondheidscrisis voor een snel en duurzaam herstel

Door deze crisis verandert ons gedrag, door keuze of omdat we moeten. Dit kan ons bewust maken van wat essentieel is en ons helpen de rationaliteit en de betekenis van de huidige consumptie- en productiepatronen zeer ernstig in vraag te stellen. De dingen plots fundamenteel anders moeten doen is ook een kans om fundamentele lessen te trekken.

Marius Gilbert, de Waalse tegenhanger van de Vlaamse viroloog Mark Van Ranst, herinnert ons eraan: ‘De impact van de klimaatverandering op de gezondheid is veel groter dan die van het coronavirus. Voor Covid-19 hebben we niet geaarzeld om in lockdown te gaan en bijna de hele economie stil te leggen. Als we echter de sterfgevallen in verband met de opwarming van de aarde zouden tellen, zoals we dat voor Covid doen, zouden we ons realiseren dat klimaatverandering dodelijker is. Maar omdat het een fenomeen is dat we niet direct waarnemen, slagen we er niet in ons gedrag collectief aan te passen.”

Het is niet de bedoeling om de economie te stoppen of ‘terug te keren naar kaarslicht’, wel om te zorgen voor de snelle en noodzakelijke overgang naar een andere economie: inclusief, coöperatief, circulair. Een economie die opereert binnen de grenzen van de planeet en andere waarden respecteert dan de concurrentie en obsessie voor de laagste prijs. Aangezien we, geconfronteerd met een onherstelbare bedreiging, in staat zijn om ons gedrag te veranderen, laten we dat dan zeker doen om het klimaat, de biodiversiteit en alle hulpbronnen die gewoonweg onmisbaar zijn voor het overleven van de Belgen en alle bevolkingen in de wereld.

De coronaviruscrisis vereist onmiddellijke en radicale economische maatregelen om de slachtoffers van de economische achteruitgang te helpen. Er is nu nood aan een sociaal vangnet van hoge kwaliteit voor werknemers — zowel in loondienst als zelfstandigen — die een groot inkomensverlies lijden, en dat zorgt voor de sociale integratie van de meest kwetsbaren. Voor maatregelen op lange termijn is het ook noodzakelijk om het duurzame productiepotentieel van de economie te behouden door criteria van gezond verstand toe te passen: eerst moeten gunstiger perspectieven zichtbaar worden, negatieve maatschappelijke gevolgen moeten worden vermeden en er moet gemikt worden op een goede ‘rendement/risico’ verhouding. Tot slot is het een kwestie van luciditeit, met het stimuleren van sectoren die gunstig zijn voor de gezondheid en het milieu, en tegelijkertijd het begeleiden van de noodzakelijke ontwikkeling van de andere sectoren.

Routekaart

Er wordt vaak gezegd dat regeringen alleen ‘business as usual’ steunen omdat er geen alternatief plan is. Niets is minder waar! De regeringen hebben internationale overeenkomsten (met inbegrip van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, de Conventie over biodiversiteit en de Conventie over de strijd tegen de verwoestijning) en de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen (sdg’s) goedgekeurd. Deze sdg’s vormen samen en onafscheidelijk de doelstellingen waarvan alle lidstaten in 2015 hebben toegezegd om ze integraal te realiseren tegen 2030, wat eigenlijk bijna tegen morgen is. Sinds december 2019 heeft de Europese Unie een coherente strategie (de Green Deal) die ‘de economie en de planeet met elkaar verzoent … en ervoor zorgt dat niemand achtergelaten wordt’.

Onze eerste eis is dat de Federale Regering en de Gewesten zich aansluiten bij de Europese lidstaten die duidelijk voorstander zijn van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het wetgevingsprogramma van de Green Deal, die het vermogen heeft om de Europese economie in de juiste richting te sturen. Het is onverantwoord, zelfs schandalig, dat tegenwerkende krachten, achterhaalde economische en politieke ideeën, misbruik maken van de bezorgdheid van werkgevers en werknemers om het debat van “het einde van de maand” versus “het einde van de wereld” opnieuw aan te wakkeren.

Ze vertragen de creatie van deze nieuwe en wenselijke, minder koolstof-intensieve, eerlijkere, circulaire en regeneratieve economie. De verschillende bedrijfsondersteunende maatregelen zijn een kans om de overgang naar een regeneratieve economie te versnellen. Daartoe moet deze steun aan een aantal voorwaarden voldoen:

a) het stopzetten van alle subsidies voor fossiele brandstoffen, en ze omzetten naar duurzame energiebronnen.

b) om te voorkomen dat de speculatie opnieuw wordt aangewakkerd, moeten alle miljarden die momenteel worden gegenereerd, via de Europese Investeringsbank worden gekanaliseerd om ten goede komen aan de reële economie en aan het scheppen en instandhouden van dubbele “duurzame” banen (die niet gemakkelijk worden verplaatst omdat ze bijdragen aan de circulaire economie en de economie van de functionaliteit, en die de grenzen van de planeet respecteren).

c) een EU-belasting op de winst van grote ondernemingen (tegen een variabel percentage aangepast aan hun koolstofvoetafdruk)

Een democratische donut-economie

In het economische relanceplan moeten sociale en ecologische grenzen gerespecteerd worden. Het conceptuele kader van de “donut-economie” bepaalt een ecologische bovengrens en een sociale ondergrens waartussen een gezonde economie zich kan ontwikkelen. Dit kader moedigt ons dus aan om te beperken wat schadelijk is voor de ontwikkeling van de samenleving en tegelijkertijd de investeringen en het scheppen van banen in de duurzame en toekomstgerichte sectoren te versnellen.

Deze strategie, die men al met succes begint uit te voeren, is door de stad Amsterdam gekozen om haar ‘post-Covid-19-herstel’ te definiëren. Ze kan ook in ons voordeel dienen als gids voor het herstel in ons land door de bevolking te inspireren en de ondernemer wakker te schudden voor het algemeen belang dat we delen.

Het gaat er niet om de vrijhandel in twijfel te trekken, maar wel om de gevaren ervan te onderkennen: de extreme afhankelijkheid die deze met zich meebrengt, de excessen van het financiële systeem die ermee gepaard gaan en de risico’s van destabilisatie van politieke, sociale en ecologische systemen.

Enerzijds moeten we de voordelen ervan benutten, bijvoorbeeld door voorrang te geven aan de intra-Europese handel in de meest kritische goederen en diensten zoals voedsel, gezondheid, energie en infrastructuur (met een mogelijke meerprijs, de prijs die moet worden betaald om onze onafhankelijkheid op bepaalde gebieden te waarborgen en een veerkrachtiger economisch systeem uit te bouwen in het licht van crisissen). Anderzijds moeten we de mens een echte plaats geven in het bestuur van de ondernemingen, wat een voorwaarde is om de ondergeschiktheid van onze ondernemingen aan de heerschappij van de financiële wereld te overwinnen.

Het gaat erom de handel in dienst te stellen van duurzame ontwikkeling. Dit betekent dat bindende gezondheids-, sociale en milieunormen in handelsovereenkomsten moeten worden opgenomen en dat de bevordering ervan een onderdeel van het handelsbeleid moet worden, zodat de inspanningen van de ontwikkelingslanden die zich inzetten voor duurzame ontwikkeling, worden ondersteund. De normen die zijn ontwikkeld in het kader van de Wereldgezondheidsorganisatie, de Internationale Arbeidsorganisatie en multilaterale milieuovereenkomsten moeten door de internationale handel worden bevorderd.

Sterke en visionaire overheden ondersteund door participatief bestuur

De overheid moet terugkeren naar haar rechtmatige rol, die te beperkt is geworden ten opzichte van die van een markt die te veel mikt op onmiddellijk privébelang en te weinig op de collectieve toekomst. Deze zwakte heeft twee rampzalige gevolgen gehad:

- de moeilijkheid om op lange termijn te plannen, dit moet worden gecorrigeerd door de politiek en administraties te responsabiliseren, ondersteund door multidisciplinair wetenschappelijk advies en overleg met de belanghebbenden.

- de toename van de ongelijkheid, die moet worden beteugeld om sociale bitterheid en sociaal-economische conflicten te voorkomen.

De zorg om te voorkomen dat er te veel regelgeving komt, is begrijpelijk. Maar de bindende regelgeving die nodig is om de doelstellingen te bereiken waartoe België zich internationaal heeft verbonden, moet worden aangenomen en effectief worden uitgevoerd.

De pandemie dwingt ons tot een uitzonderingsregime voor minstens enkele maanden. Toch werd de democratie in Europa en elders al bedreigd door autoritaire neigingen, populisme en het wantrouwen van de mensen ten aanzien van de politieke macht. Het economisch herstelplan zal dus gepaard moeten gaan met een grote transparantie in het politieke leven, een herziening van de instellingen en de versterking van de participatieve democratie.

Gedeelde welvaart en sociale zekerheid

Er moet een echt werkgelegenheidspact komen:

  • Iedereen een inkomen garanderen door middel van een betekenisvolle activiteit in deze veranderende wereld, met inbegrip van degenen wier banen op korte termijn ingrijpend kunnen worden veranderd of zelfs verdwijnen.
  • Ervoor zorgen dat alle ongelijkheden waarop onze huidige samenleving is gebouwd, sterk worden verminderd met het oog op een eerlijker en vreedzamer herstel; met name door mannen en vrouwen te activeren in hun bedrijf door hen in staat te stellen deel te nemen aan de governance en aan het kapitaal ervan.
  • De sociale zekerheid, die verstoord is door de vergrijzing en de stijging van de verhouding inactieve/actieve bevolking, wordt versterkt.
  • Financiering en bescherming van essentiële goederen en diensten als prioriteit (kwaliteitsbanen, voedsel, energie & water, gezondheid, …).

Het is tijd om een toekomst voor te bereiden die vermijdt dat we verzanden in een eeuwige uitputtingsslag die ons herleidt tot een ‘gelaten Sisyphus’. Het is daarom dringend noodzakelijk om op een duurzame manier te denken en te handelen, om te vermijden dat we onszelf permanent moeten genezen.

Voorkomen is beter dan genezen!

***

In co-auteurschap geschreven en/of ondersteund door een ‘Resilience Management Group’ bestaande uit academici, economen en transitieondernemers die reflectie en praktijkervaring met elkaar verzoenen. De groep werkt momenteel aan een reeks concrete maatregelen die in overeenstemming zijn met de hierboven gepresenteerde visie. Ze zullen binnenkort worden gecommuniceerd.

Bijdragende ‘leden’ in alfabetische volgorde: Philippe Baret, Tom Bauler, Philippe Bourdeau, Luc de Brabandere, Thierry Bréchet, Vincent Burnand-Galpin, Isabelle Cassiers, Cédric Chevalier, Bertrand Collignon, Dr Yves Coppieters, Eric Corijn, Gaëtan Dartevelle, Dr. Jan De Maeseneer, Etienne de Callataÿ, Philippe Defeyt, Sabine Denis, Dr. Ri De Ridder, Olivier De Schutter, Pascal Durdu, Dr William Dhoore, Dr. Natalie Eggermont, Isabelle Ferreras, Francois Gemenne, Thibaut Georgin, Luc Hens, Julie Hermesse, Dirk Holemans, Brigitte Hudlot, Marek Hudon, Dirk Jacobs, Paul Jorion, Olivier Klein, Ilios Kotsou, Marc Labie, Nicolas Lambert, Olivier Lefebvre, Laurent Lievens, Cathy Macharis, Kevin Maréchal, Bernard Mazijn, Sybille Mertens, Emmanuel Mossay, Dr Thomas Orban, Pierre Ozer, Dr. Jean Pauluis, Gunter Pauli, Jill Peeters, Alain Peeters, Andréa Rea, Ignace Schops, Christophe Sempels, Henry Tulkens, Raphaël Stevens, Géraldine Thiry, Vincent Truyens, Dr Maye Vandenbussche, Leo Van Broeck, Philippe Van Parijs, David Van ReybrouckDominique Vanpee, Sybille van den Hove, Pascal Vermeulen, Marjolein Visser, Sébastien Yasse, Jean-Pascal van Ypersele, Grégoire Wallenborn, Romain Weikmans, Edwin Zaccai en Fred Chomé, Roland Moreau, Cordelia Orfinger, Magali Ronsmans, Marc Lemaire en de ecologische overgangsondernemers van de KAYA-coalitie.

 

Read more...

#BeterNaCorona

14 april 2020 by Transitie 3659 Views
Administrator

Written by

#Beter Na Corona. Bouwen aan sociaal-ecologisch beleid voor het post-coronatijdperk

Oikos lanceert samen met 10 andere media en denktanks een oproep voor dringend debat over een sociaal-ecologische heropbouw na de pandemie. 

 

De coronacrisis verandert alles. Wat gisteren nog ondenkbaar was, is nu goedgekeurd beleid. Als samenleving herontdekken we wat essentieel is: solidariteit en een goede gezondheid. Als mensen missen we wat ons dierbaar is: ontmoetingen en samen zijn. De crisis zet de prioriteiten opnieuw in de juiste volgorde: de economie is er voor de mens, niet omgekeerd. Dat is goed, maar het is onvoldoende.

Met de coronacrisis worden er ongeziene maatregelen genomen om de economie overeind te houden, banen te vrijwaren, mensen een inkomen te garanderen. Dat zijn legitieme doelstellingen. Maar de grootste financiële injectie sinds decennia moet meteen ook een antwoord bieden op de grote maatschappelijke uitdagingen die door deze pandemie alleen maar duidelijker zijn geworden: de klimaatcrisis en de ineenstorting van biodiversiteit; de groeiende ongelijkheid, de gebrekkige arbeidsvoorwaarden en werk- en inkomenszekerheid, sociale bescherming onder druk; en de opdracht om met superdiversiteit een inclusieve samenleving te bouwen. Nu massief investeren in groene banen, duurzame infrastructuren, zorg en onderwijs, en in de strijd tegen armoede en uitsluiting zal ervoor zorgen dat we sterker uit deze crisis komen.

 

De pandemie legt een falend systeem bloot

Deze crisis legt de structurele fouten van het huidige economische systeem bloot. Mondiale productie- en bevoorradingsketens functioneren niet als de nood het hoogst is, maar ook dan gaat de uitbuiting door ‘flexibele’ jobs hier en in het Zuiden gewoon door. Besparingen in de zorg maken dat mensen er zich nu driedubbel moeten plooien. Mensen in armoede verkeren in nog grotere nood. Wie weggezet wordt als buitenstaander, blijft onzichtbaar. Zonder sociale zekerheid, nieuwe solidaire burgerinitiatieven en de inzet van vele eerstelijnswerkers zou de corona-ellende nog groter zijn.

Aan het tempo waarmee we wereldwijd broeikasgassen uitstoten, hebben we volgens het internationaal klimaatpanel (IPCC) nog tien jaar voor het koolstofbudget is opgebruikt om de klimaatopwarming te beperken tot 1,5 graad. Laat dat de deadline zijn voor een ingrijpend toekomstplan, en tegelijk een duidelijke toetssteen voor de keuzes die gemaakt worden. Elke euro overheidssteun moet toekomstgericht ingezet worden.

De kredietcrisis van 2008 toonde al aan dat het huidige systeem niet (langer) in staat is om welvaart, welzijn, gezondheid en vrijheid te garanderen voor het gros van de wereldbevolking. De huidige financiële injecties mogen ons niet opnieuw voor tien jaar vastzetten in een door financieel kapitaal gedomineerde of door fossiele brandstoffen aangedreven industrie en economie. Toekomstgericht beleid moet worden ingezet om een rechtvaardige transitie mogelijk te maken en te versnellen.

 

Wachten is verliezen

Vandaag zeggen dat zo’n toekomstplan voor later is, zorgt ervoor dat alles bij het oude blijft. Nu het onvermogen van het oude systeem zo duidelijk is, moet dringend werk gemaakt worden van een economie voor alle mensen, binnen de grenzen van de planeet. Nu is ook het moment om de democratie, met al haar levende krachten in het middenveld, een nieuw elan te geven. Het #tousensembles van de coronacrisis moet vertaald worden in maatschappelijke afspraken en economische structuren.

Grote crisissen zijn immers vaak de voorbode van grote maatschappelijke veranderingen. Na de Eerste Wereldoorlog kwam er dankzij de sociale beweging de achturendag en het enkelvoudig stemrecht voor mannen. De Grote Depressie in de jaren 1930 bracht in de Verenigde Staten de New Deal, en vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog sloten in ons land overheid, werkgevers en vakbonden het Sociaal Pact. Dat legde het fundament voor het naoorlogse sociale model, en voor stemrecht voor allen.

Het is duidelijk: in 2020 is er nood aan een nieuw soort overeenkomst, een Green New Deal of sociaal-ecologisch pact, waar burgers en overheden, werkers, ondernemers en zelfstandigen, bewegingen en vrijwilligers hun verenigde schouders onder kunnen zetten. Dat zou ook een dynamiek kunnen creëren die het land opnieuw vooruit stuwt. Dat betekent niet dat er geen meningsverschillen meer zouden zijn of verschillende visies op de toekomst, maar wel dat we opnieuw het belang van voldoende gemene grond erkennen en het algemeen belang vooropstellen.

 

Oproep tot onderzoek, debat en samenspraak

Wat is er nodig om onze maatschappij zo te organiseren dat mens, samenleving en natuur gerespecteerd worden, dat iedereen gelijke rechten en kansen heeft om een waardig bestaan op te bouwen? Wij bieden geen blauwdruk aan, maar doen wel een oproep aan academici, studiediensten van middenveldorganisaties of partijen, denktanks, organisaties en burgers. Zij moeten het debat voeden met becijferde en doordachte voorstellen, met ideeën voor de korte en visies voor de lange termijn, met praktische plannen en noodzakelijke veranderingen – ook al zullen de hoeders van de status-quo die proberen wegzetten als utopisch.

Hier alvast zeven terreinen die volgens ons in het debat behandeld moeten worden.

1. Een slagkrachtige overheid zal nodig zijn om een duurzame economie te garanderen. Moet de overheid zelf economische initiatieven nemen? Op welke manier gaat die overheid met diverse economische sectoren en burgerbewegingen overleggen om een duurzaam toekomstpad uit te stippelen? Hoe zorgen dat sociale zekerheid, universele dienstverlening en ecologisch herstelbeleid naar draagkracht en vermogen gefinancierd worden?

2. Een vitaal middenveld behoort in Vlaanderen en in België tot het onmisbare culturele erfgoed. Welke rol kan dat middenveld spelen in het ontwikkelen van nieuwe economische modellen en in het vernieuwen van politieke participatie? Welke initiatieven moet de overheid nemen om die basisinitiatieven te ondersteunen? Hoe kan een sterk sociaal overleg bijdragen tot een betere samenleving?

3. De economie heeft een nieuw kompas nodig. Hoe zien bedrijfsmodellen eruit die het creëren van maatschappelijk en ecologische meerwaarde voorop zetten en zowel productieve als reproductieve arbeid honoreren? Hoe zorgen we ervoor dat de groeiende groep werknemers met precaire arbeidsstatuten opnieuw betere sociaal bescherming genieten? Welke investeringen zijn nodig voor een rechtvaardige transitie van de economie?

4. Ongelijkheid schaadt de sociale samenhang, ondergraaft maatschappelijke structuren en belet daadkrachtig klimaatbeleid. Hoe verkleinen we inkomens- en vermogensongelijkheid? Hoe versterken we onze sociale zekerheid voor iedereen? Hoe verzekeren we gelijkheid voor mensen en groepen die uitgesloten worden wegens afkomst, religie, gender, seksualiteit, huidskleur? Hoe versterken we opnieuw de deelname aan politiek en maatschappij van kort geschoolden en slecht betaalden?

5. De toekomst moet beter, niet steeds meer. Hoe realiseren we de goede combinatie van betaalde arbeid, gezinsleven, persoonlijke ontplooiing en zorgzaam engagement voor de leefomgeving?

6. Rechtvaardige mondialisering, meer samenwerking. Hoe kunnen internationale handelsafspraken sociaal-ecologisch gemaakt worden? Wat is er nodig om historisch opgebouwde ongelijkheid tussen landen en regio’s om te keren tot vrije en gelijkwaardige samenwerking? Hoe gaan we van een wereldmarkt naar een robuuste economie? En hoe maken we werk van een wereldwijd afdwingbaar klimaatakkoord?

7. Groene jobs en investeringen moeten nu al prioritair zijn. Welke initiatieven verdienen die investeringen en hoe garanderen we de sociale en culturele inclusiviteit van de maatregelen?

Wij roepen op om alle bijdragen tot het debat de hashtag #BeterNaCorona mee te geven. Zo wordt kruisbestuiving en uitdieping beter mogelijk.

 

De initatiefnemers: Aktief, Apache, DeWereldMorgen, De Gids op Maatschappelijk Gebied, Furia, Kifkif, Lava, Minerva, MO*, Oikos, Sampol

Read more...

Groen werk, plezant werk. Het belang van werk voor ecologische transitie.

16 maart 2020 by Transitie 720 Views

Het wordt steeds duidelijker dat we de ecologische impact van onze manier van leven dringend fundamenteel moeten verkleinen, op heel veel vlakken. Minder broeikasgassen, minder grondstoffen, minder afval. Dat betekent anders consumeren, anders produceren, anders transporteren — een economische omwenteling. Bedrijven en organisaties moeten hun processen en machines omvormen en aanpassen, zodat ze zuiniger, efficiënter of schoner worden.

Read more...

PODCAST Ecopolis19 - Jonge klimaatactivisten Mariyam Safi & Flore De Pauw over activisme en hoop

07 oktober 2019 by Transitie 326 Views

Beluister hier.

Maak kennis met Mariyam Safi (Students for Climate) & Flore De Pauw (VN-jongerenvertegenwoordiger voor de Vlaamse Jeugdraad). Twee jonge klimaatactivisten die zich inzetten voor een duurzame toekomst op een leefbare planeet. Simon Bellens ging met beide jonge klimaatactivisten in gesprek. Wat betekent actie voeren voor hen? En wat geeft hen hoop?

Podcast naar aanleiding van Ecopolis - Generation Hope, op 10 november 2019 in Kaaitheater: www.ecopolis.be

Read more...

Eco – Optimisme – afscheid van het doemdenken

18 december 2019 by Transitie 586 Views
Johan Malcorps

Written by

In deze recensie plaatst Johan Malcorps twee boeken tegenover elkaar waarin de auteurs op zoek gaan naar een antwoord op de uitdagingen rond klimaatverandering. In het eerste boek: 'Hoe Gaan we dit uitleggen? Onze Toekomst op een steeds warmere aarde' (De Correspondent, 2019) pleit Jelmer Mommers vooral voor enige relativering. Aaron Bastani daarentegen stelt in zijn boek: 'Fully Automated Luxury Communism. A Manifesto' (Verso, 2019) dat het antwoord ligt in technologische vooruitgang.

Van angst naar hoop

In tijden van Trump en Bolsonaro en een stijgend aantal rampen dat direct of indirect verband houdt met de klimaatverandering, is er dringend nood aan hoop en positieve boodschappen. Wetenschappers, activisten, journalisten en filosofen hebben dit begrepen en  gaan in tegen doemdenken en klimaatdepressies. Niemand ontkent dat de strijd hard zal zijn, dat de tegenstanders niets ontziend zijn, maar de strijd tegen de klimaatchaos kunnen we, zullen we winnen. Maar dan wel met nieuwe strategieën en nieuwe middelen. Zo is klimaatactivist Bill McKibben tot het besef gekomen dat rationele wetenschappelijke argumenten onvoldoende zijn om politieke verandering te bewerken. Maar activisme kan dit wel : de divest-beweging, de klimaatbetogingen . 

Angst is geen goede motivatie om op lange termijn iets te doen aan het klimaatprobleem, zegt klimaatwetenschapster Katharine Hayhoe,” de mens kan het psychologisch niet aan om lang bang te zijn. Dan distantieert hij zich en keert hij het probleem de rug toe.

Angst is geen goede motivatie om op lange termijn iets te doen aan het klimaatprobleem, zegt klimaatwetenschapster Katharine Hayhoe,” de mens kan het psychologisch niet aan om lang bang te zijn. Dan distantieert hij zich en keert hij het probleem de rug toe. Als we het toch niet kunnen oplossen, waarom zouden we dan nog proberen?” In de plaats pleit Hayhoe voor ‘rationele hoop’. ‘Rationeel’ omdat we de problemen niet mogen minimaliseren. ‘Hoop’ omdat we er met doemberichten alleen niet zullen komen. Mensen hebben nood aan concrete haalbare oplossingen. Ze verwijst naar de lange lijst van technologische innovaties voorgesteld door de organisatie Drawdown . Als de markt echt vrij wordt en er een eind komt aan de massale subsidies voor fossiele brandstoffen (160.000 dollar per seconde volgens het IMF ), zullen groene oplossingen bovendrijven. De omslag die nodig is, is vergelijkbaar met de afschaffing van de slavernij. Toen werd ook de instorting van de economie voorspeld. Met de nieuwe klimaatacties van zoveel jongeren is er weer hoop .

Het gaat niet om minder, maar om meer

Jelmer Mommers van het Nederlands perscollectief De Correspondenten pleit in zijn boek eerst en vooral voor enige relativering. De klimaatverandering leidt niet binnen de kortste keren tot een apocalyps. Het is geen vijf voor twaalf. En zeggen dat de wereld binnen 12 jaar zal vergaan is onzin en pure bangmakerij. Ook het negatief zelfbeeld van de mens klopt niet. Mensen zijn geen onverbeterlijke egoïsten. Mensen zijn eerder tot samenwerking geneigd . 

Voor Jelmer Mommers is er een nieuw verhaal nodig over klimaatverandering. Dat verhaal gaat niet om ‘minder’ : minder vliegen of minder autorijden.

Het draait om ‘meer en beter’ : meer geluk, meer welvaart, meer gezondheid. We moeten af van het waanidee dat we voor een loodzware opdracht staan.  Of dat we geen tijd meer hebben om te kiezen voor geleidelijke stappen in de goede richting.

Het draait om ‘meer en beter’ : meer geluk, meer welvaart, meer gezondheid. We moeten af van het waanidee dat we voor een loodzware opdracht staan.  Of dat we geen tijd meer hebben om te kiezen voor geleidelijke stappen in de goede richting. Maar dat neemt niet weg dat de uitdaging groot blijft. Verdere klimaatverandering is geen vaststaand gegeven, maar een keuze die we zelf al dan niet maken. Er zijn twee scenario’s mogelijk : een negatief ‘Muren’-scenario waarin superrijke ‘doomsday preppers’ zich verschansen in gated communities en op beveiligde eilanden. Het is het cynisch scenario waarbij de fossiele industrie grof geld blijft verdienen tot de laatste druppel olie opgepompt is, in het volle besef van de rampen die ze over de rest van de mensheid afroepen. Mommers beschrijft hoe de wetenschappers van het American Petroleum Institute al eind jaren ’60 volledig doordrongen waren van de omvang van de klimaatcrisis die ze met hun oliewinning aanrichtten. Olieconcerns als ExxonMobil en het Nederlandse Shell waren al lang op de hoogte, maar beseften dat ze geen kant meer op konden. Het is misdadig dat ze meer dan een miljard dollar investeerden om de publieke opinie voor te liegen en klimaatwetgeving af te blokken .

Het scenario van de Hoop

Maar er is ook een bijzonder hoopvol scenario mogelijk : het ‘Bossen’-scenario. Mensen kunnen kiezen voor gemeenschapsvorming en samenwerking. Alle technieken om onze wereld te verduurzamen zijn voorhanden. We kunnen terug kiezen voor ondernemende en investerende overheden die samen met ngo’s en burgers gaan voor de massale aanplanting van bossen, voor de uitrol van een ambitieus programma van energiebesparing en van hernieuwbare energie, voor een agro-ecologische omwenteling in de landbouw,… Landen als Costa Rica, Belize en Nieuw Zeeland hebben nu al het boren naar nieuwe reserves van fossiele brandstoffen verboden. Een grote oliereus als het Deens DONG (Dansk Olie of Naturgas) vindt zich zelf opnieuw uit als het groene bedrijf Ørsted, wereldleider in de bouw van windturbines. Bedrijven die vooroplopen in verduurzaming scoren veel beter op de beurs dan bedrijven uit de fossielebrandstoffensector. Er is dus hoop. Maar dat neemt niet weg dat er een nog veel grotere versnelling nodig blijft. En dat het een epische strijd zal worden met Big Oil.  De totale waarde van fossiele investeringen die kunnen stranden, wordt geschat rond de 9 biljoen dollar. Voor investeerders loont het nu al om fossiel te dumpen. Het is simpelweg veel goedkoper om klimaatverandering aan te pakken dan het te laten gebeuren. Maar met elke ton CO2 die we niet uitstoten, besparen we de wereldeconomie van de toekomst naar schatting 400 dollar aan kosten. De circulaire economie biedt ons de kans om alle materialen die we nodig hebben voor de groene revolutie, in voldoende hoeveelheden te recyclen. Voor elke fossiel baan die verdwijnt, komen zeven groene banen in de plaats.

Politieke actie en persoonlijke actie

Maar een nieuw toekomstverhaal moet méér omvatten dan een beaat ‘ja’ tegen de alternatieven. Het moet ook een luide, duidelijke ‘nee’ bevatten tegen doorgaan op de huidige, gevaarlijke weg. Het is het gevecht van de eeuw.

Politieke actie is nodig, maar ook juridische actie. De kosten van de noodzakelijke klimaatverandering moeten deels verhaald worden op de oliemultinationals.

Politieke actie is nodig, maar ook juridische actie. De kosten van de noodzakelijke klimaatverandering moeten deels verhaald worden op de oliemultinationals. En dezelfde eis kan gesteld worden aan verzekeraars, banken en investeerders die de aanhoudende winning en verbranding van fossiele energie faciliteren. Investeerders moeten goed beseffen dat wie blijft investeren in klimaatchaos, ooit voor de rechter zal gesleept worden. Zoals nu de tabaksproducenten. 

Mommers gelooft ook vurig in individuele actie. 

In de eerste plaats in politieke actie, in activisme : op straat komen, je stem verheffen.  Individuele acties of betogingen kunnen mislukken, maar langdurige collectieve inspanningen blijven nooit zonder resultaat. Kijk naar grote voorbeelden van activisme als de strijd tegen de slavernij, de strijd voor de emancipatie van vrouwen, zwarten, bevrijdingsbewegingen,…

Maar ook zelf anders gaan leven, levert een reële bijdrage. Mommers pakt uit met een top 3 : 

  1. Eet meer planten en minder vlees
  2. Kies thuis voor echte groene energie
  3. Vergroen je reispatroon

Naïef optimisme ?

Alle beetjes helpen echt. We hebben alles in huis om het tij te keren. Als mens en als maatschappij. Er is nog tijd en er is altijd hoop.

Toch blijft het optimisme van Mommers ergens naïef, onvoldoende onderbouwd. Hij gaat wel erg relativerend om met nochtans forse wetenschappelijke data over klimaatverandering. Soms wordt de verleiding groot om te gaan minimaliseren, om toch maar nieuwe perspectieven te bieden. En dan is er de strijd van de eeuw. Hij geeft zelf treffend aan hoe groot de tegenkrachten zijn van de fossiele lobby’s. Maar hij geeft nergens geloofwaardig aan hoe hij die onder controle denkt te krijgen. 

Die strategie vinden we dan weer wel terug in het boek van Aaron Bastani.

Het groene rijk van de vrijheid

Aaron Bastani is een links publicist vooral gespecialiseerd in nieuwe media en technologie. Hij militeerde in het Verenigd Koninkrijk zowel voor de Green Party als voor Labour. Zijn boek is pas echt een optimistische belijdenis : een manifest, zoals hij zelf zegt, een nieuwe utopie, op sommige punten zelfs een regelrechte provocatie. Je zou hem kunnen onderbrengen bij de eco-modernisten. Maar daarvoor is zijn verhaal veel te links , uitgesproken marxistisch zelfs. 

Bastani gelooft dat de technologische vooruitgang al onze problemen zal oplossen.

Bastani gelooft dat de technologische vooruitgang al onze problemen zal oplossen. Nu pas, door de derde industriële revolutie (of ‘disruptie’ in zijn terminologie) wordt een sociale en tegelijk ecologische samenleving mogelijk. Want door de stormachtige technologische vooruitgang op vlak van automatisering, informatie-technologie, hernieuwbare energie en materialen, wordt arbeid overbodig en worden informatie en energie onbeperkt voorradig. De zero marginale kost van informatie, maar ook van energie wordt bijna nul . De nieuwe technologieën zorgen ervoor dat de schaarste wordt opgeheven, dat er een eind komt aan het rijk van de schaarste en dat het Rijk van de Vrijheid, zoals voorspeld door Karl Marx  zich eindelijk kan ontplooien. Nu pas wordt het mogelijk om een communistische samenleving te vestigen : “een samenleving waar werken niet meer nodig is, waar schaarste vervangen is door overvloed en waar werk en vrije tijd in mekaar overvloeien”. 

“een samenleving waar werken niet meer nodig is, waar schaarste vervangen is door overvloed en waar werk en vrije tijd in mekaar overvloeien”. 

Lang leve de robots

Voor Bastani is de komst van de robots geen doembeeld. Hij juicht toe dat zinloos, afstompend werk grotendeels zal vervangen worden door robots en computers. In plaats van achterhoedegevechten te leveren zoals de ludieten die de eerste mechanische weef getouwen aan diggelen sloegen, en hun opvolgers die zich kanten tegen de automatisering van menselijke arbeid, moeten we de automatiseringsgolf juist versnellen . Dat is immers de logica van de geschiedenis, van de vooruitgang : dat we steeds minder moeten gaan werken en steeds meer tijd vrij krijgen voor zelfontplooiing. Het is juist een schande dat we na decennia van technologische ontwikkeling, eerder langer moeten werken dan korter. John Maynard Keynes voorspelde ooit in zijn  “Letter on the Economic Possibilities of our grandchildren” dat we in de 21ste eeuw nog maar 15 uur per week zouden werken . En vandaag zitten we nog altijd met minstens 32- uren-weken, met stress en burn-out door overwerk en moeten we nog eens tot op veel latere leeftijd blijven werken. Complete waanzin, nu we omringd zijn door vernuftige machines en algoritmes die ons van al dat werk zouden moeten bevrijden. Maar Bastani is optimistisch : het doel - technologische  werkloosheid voor iedereen - is in zicht.

Gratis zon, gratis grondstoffen, gratis genen, gratis voedsel

Ook de dreigende klimaatcatastrofe kunnen we voorkomen door op grote schaal in te zetten op hernieuwbare technologieën. We moeten af van de fossiele brandstoffen. Zon en wind kunnen ons onbeperkt schone energie leveren en die zal steeds goedkoper en uiteindelijk zo goed als gratis worden. Voor Bastani is dat,  net zoals voor zijn voorgangers als Paul Mason,  het einde van het kapitalisme. Want kapitalisme kan maar gedijen als er schaarste is.

Kapitalisme stuikt ineen als het geconfronteerd wordt met grenzeloze overvloed. En dat is nu juist wat Karl Marx altijd al voorspeld had.

Kapitalisme stuikt ineen als het geconfronteerd wordt met grenzeloze overvloed. En dat is nu juist wat Karl Marx altijd al voorspeld had. Dit principe van onbegrensde voorradigheid en marginale kosten wil Bastani nu ook op andere sectoren gaan toepassen. Daarbij wordt zijn verhaal steeds geforceerder. En krijgt zijn betoog steeds meer trekken van het futurisme en transhumanisme van Yuval Noah Harari . Grondstoffen zijn voor Bastani geen probleem : ook die zijn onbeperkt voorradig. En dan verwijst hij niet zo zeer naar een circulaire economie, maar voorspelt hij dat we in het zog van de commerciële ruimtevaart gelanceerd door Elon Musk, straks alle zeldzame metalen nodig voor onze groene en slimme technologieën zullen ontginnen op asteroïden. Roofbouw op onze aarde door mijnen heeft zijn beste tijd gehad. Ze worden vervangen door ruimte-mijnen en zo breekt ook voor grondstoffen een tijdperk van post-schaarste aan. Ook de gezondheidszorg ondergaat een technische revolutie. Gene sequencing wordt steeds goedkoper. Ook genetische informatie wil vrij zijn, wordt op termijn gratis. Genetische ziekten worden uitgeroeid, mensen worden steeds ouder. Voedselschaarste wordt overwonnen door een radicaal doortrekken van de groene revolutie gebaseerd op gentechnologie en synthetische biologie. Megastallen voor dieren verdwijnen doordat we op grote schaal kweekvlees of plantaardige eiwitten gaan eten.  Het doden van dieren wordt verboden. Doordat landbouw en veeteelt steeds minder ruimte in beslag nemen, kan de natuur terug verwilderen. Hier loopt het verhaal van Bastani helemaal parallel met dat van de eco-modernisten.

Hier loopt het verhaal van Bastani helemaal parallel met dat van de eco-modernisten.

Nood aan een rood en groen populisme

Om deze paradijselijke toestand te bereiken is er nood aan een populistische politiek die ervoor zorgt dat de vruchten van de derde industriële revolutie (disruptie) niet gaan naar de rijken die steeds meer winst willen maken, maar dat de winsten gebruikt worden om de noden van alle mensen te lenigen. Dit populisme verwerpt het realisme van de kapitalistische economie die beweert dat we steeds meer moeten blijven werken en vervuilen. Technisch is het mogelijk en we hebben er recht op. Het nieuwe populisme moet tegelijk rood en groen zijn. Rood moet de grenzen van de planeet erkennen en strijden tégen werk, in plaats van vóór werk. Groen moet haar superioriteitswaan rond zelfgekozen versobering afleggen en haar strijd tegen de moderniteit en grootschaligheid  afzweren. 

In het laatste deel van zijn boek pakt Bastani uit met een reeks klassieke communistische oplossingen. Het nieuwe rood-groene populisme kan maar slagen als de vruchten van de technologische vooruitgang, als de machines in gemeenschapsbezit komen. Als de robots het werk doen, moet de opbrengst van hun werk naar de mensen, naar de gemeenschap gaan. Dat kan maar als we breken met het neoliberalisme. Er is nood aan vormen van staatsbezit, coöperatieven in de handen van werknemers, of nieuwe vormen van commons. 

Bastani pleit bewust niet voor een basisinkomen. Want dan blijven de machtsverhoudingen onaangetast. Hij pleit voor universele basisdiensten, publieke dienstverlening in overheidshanden : m.n. onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting, vervoer en natuurlijk informatie en energie. De overgang naar een duurzame economie moet er komen door publieke investeringen, bijv. nationale of lokale volksbanken die investeren in hernieuwbare energie, energiebesparing en -opslag. De economie moet van onderop herbouwd worden, met nadruk op lokale, organische productie met lokaal geproduceerde energie. De vergroening van de economie moet sociaal zijn, maar ook steeds kiezen voor democratisering, socialisering : groene politiek kiest steeds voor productiewijzen en technieken die zorgen voor zelfbeschikking van mensen, van lokale gemeenschappen. 

Een droom die nog niet af is …

Bastani’s boek doet zeker dromen. Hij zet gevestigde denkbeelden op hun kop. Bijvoorbeeld met zijn pleidooi om actief te vechten voor meer werkloosheid. Of met zijn voorspelling dat alles op termijn gratis en in overvloed ter beschikking komt : van energie tot informatie, van gentherapie tot kweekvlees.

Maar daarvoor gaat hij wel erg ver in zijn technologisch optimisme. Technologie maakt ons tot goden zegt hij ergens, daar kunnen we dan beter goed in worden. Waardoor hij bijna exact de bewoordingen overneemt van “Homo Deus” van Yuval Noah Harari.

Hij blijft blind voor de vele negatieve kanten die veel van de technologieën die hij zo beeldend oproept, met zich brengen.

Hij blijft blind voor de vele negatieve kanten die veel van de technologieën die hij zo beeldend oproept, met zich brengen. Kernenergie is niet echt zijn ding, voor de rest heeft hij veel gemeen met de eco-modernisten en hun blind geloof in innovatie. Maar hij plaatst zijn verhaal wel in een duidelijk links, marxistisch kader. Waardoor hij allicht in het rijtje van de eco-modernisten toch uit de toon valt. 

De klassieke communistische recepten waar hij uiteindelijk mee uitpakt om zijn verhaal sluitend te maken, missen dan weer de verbeeldingskracht die hij ten toon spreidde in de rest van het boek. Hij speelt even met coöperatieve en burgerbewegingen en met nieuwe commons, maar valt dan toch grotendeels terug op de bekende oplossingen van een staatsgeleide economie. Met alle vragen die daar weer bij te stellen zijn… 

[1] Bill McKibben, “Falter”, april 2019

[1] Paul Hawken, “Drawdown. The most comprehensive plan ever proposed to reverse global warming’, 2017

[1] IMF Working Paper, Global Fossil Fuel Subsidies remain large, 2/5/2019 - file:///C:/Users/Johan/Downloads/WPIEA2019089%20(1).pdf

[1] “Angst helpt niet om het klimaatprobleem op te lossen”, De Tijd, 14 mei 2019

[1] Cf. de gelijklopende analyse in Rutger Bregman, “De Meeste Mensen Deugen”, 2019

[1] Bill McKibben brengt dit relaas ook in geuren en kleuren in zijn boek ‘Falter’ – Nathaniel Rich beschrijft in zijn boekje ‘Het Verlies van de Aarde’ (2019) hoe de petroleumindustrie eind van de jaren ‘70 (onder president Carter) klaar stond om te anticiperen op klimaatwetgeving en klimaatfiscaliteit, maar tegen 1989 (na de periode Reagan en onder Bush) geheel van strategie was veranderd.

[1] Hoewel ecomodernisme perfect kan samengaan met een uitgesproken socialistische keuze, zoals de Australiër Jonathan Symons bewees in zijn uitwerking van een ambitieus ecomodern project in ‘Ecomodernism’ (Polity, Cambridge/Medford, 2019)

[1] Deze these ontwikkelt Jeremy Rifkin ook met glans in ‘The Zero Marginal Cost Society’ (2014)

[1] Bastani beroept zich vooral op het zgn. ‘Fragment over Machines’ uit de Grundrisse van Karl Marx

[1] Bastani volgt daarmee het voorbeeld van andere “accelerationisten” als Paul Mason (“Post-Capitalism”, 2015) en Nick Srnicek en Alex Williams (“Inventing the future : postcapitalism and a world without work”, 2016).

[1] Robert en Edward Skidelsky nemen deze brief van Keynes zelfs als uitgangspunt om een hele ‘grenzen aan de groei’ - ideologie op te baseren en te pleiten voor een economie van het genoeg (“Hoeveel is Genoeg”, Bezige Bij, 2013)

[1] Yuval Noah Harari, 21 lessen voor de 21ste eeuw, Thomas Rap, 2018

Read more...

Een klimaatinkomen voor iedereen ?

25 juli 2019 by Transitie 645 Views
Johan Malcorps

Written by

Een ambitieus klimaatbeleid kost geld. Maar zoals het protest van de gele hesjes toonde zal het Klimaatbeleid sociaal zijn of niet zijn. Hoe zorgen we ervoor dat het de grootste vervuilers zijn die betalen voor een daadkrachtig klimaatbeleid? Dat kan volgens James Boyce via de invoering van een carbon devidend. Een systeem, waarbij iedereen een bijdrage levert op basis van zijn verbruik en iedereen ontvangt op basis van gelijke bezitsrechten. Lees hier de recensie van Johan Malcorps.

James K. Boyce, The Case for Carbon Dividends, Polity Press, 2019, 137 p.

Klimaatbeleid zal sociaal zijn of zal niet zijn. Zo veel is duidelijk geworden na de laatste stembusgang in Vlaanderen. En na hoog oplopende discussies rond de kost van het klimaatbeleid in Nederland, Frankrijk, Duitsland, de VS,… Aan de andere kant vergt een ambitieus klimaatbeleid een beprijzing van de CO2-uitstoot. Een CO2-tax dus.  En dan schieten de gele hesjes in actie. Maar er bestaat een oplossing voor dit dilemma. En het is zelfs al uitgetest in de realiteit. Het heet ‘carbon dividend’ : een koolstof- of klimaatdividend. Je heft een koolstoftaks, maar je geeft de opbrengst ervan onmiddellijk en integraal terug aan de mensen, als een soort van koolstof-basisinkomen. Enkel de rijken, die heel veel vervuilen, scheuren er hun broek aan. En de fossiele industrie die weigert om te schakelen. Al de rest wint : de sociaal zwaksten, de middenklasse, de groene economie. In de VS zijn er al verschillende voorstellen ingediend in het parlement en wordt er actief voor gelobbyd. In Canada voerde Justin Trudeau een ‘carbon dividend’ systeem in dat binnenkort van kracht wordt. In Zwitserland bestaat al enige tijd een vergelijkbaar systeem.

Koolstoftaxen

James Boyce toont in zijn boekje aan dat een koolstoftax nodig is. Niet om de staatskas te spijzen. Ook niet om klimaatbeleid te financieren. Daarvoor dienen de algemene middelen. CO2 moet een prijs hebben om een energietransitie aan te sturen waarbij het gros van de nog voorradige fossiele brandstoffen in de grond blijft. En om consumenten en producerenten aan te zetten om anders te gaan consumeren en produceren. Het moet dus om een louter sturende heffing gaan. Alle andere motieven zijn bij voorbaat verdacht.

Om invloed te hebben, moet de tax voldoende hoog zijn. De bestaande koolstofheffingen (bijv. de prijs op CO2 binnen het Europees ETS-stelsel) voldoen niet. Boyce gelooft niet in het doorrekenen van de effectieve externe kost van de CO2-vervuiling. Hij gaat voor een koolstoftax die gericht is op het behalen van doelstellingen (“targeted tax”), m.n. de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs. Of dat dan gebeurt via een directe taxatie of via  het beperken van de uitstoot en het veilen van uitstootrechten heeft geen belang. Maar het probleem van klassieke ‘cap and trade’- voorstellen zoals dat van de republikein Waxman en de democraat Markey[i] tijdens de Obama-jaren, was dat het massaal gratis rechten uitdeelde aan de grote energie-intensieve bedrijven[ii]. De opbrengsten zouden de energietransitie mee financieren. De kost voor Amerikaanse gezinnen zou volgens de regering Obama beperkt blijven (de kost van één postzegel per dag). Maar de republikeinen trokken dat met succes in twijfel.

Waar je de koolstoftax legt, heeft volgens Boyce weinig belang. Uiteindelijk wordt ze toch altijd doorgerekend naar de consument. Boyce toont aan dat de rijken het meest zullen betalen, omdat zij de grootste CO2-voetafdruk hebben. Maar armere mensen betalen meer dan rijken als percentage van hun inkomen.

Linkse activisten die een koolstoftax verwerpen, spelen volgens Boyce de grote oliemaatschappijen in de kaart. Als het winnen van olie of gas radicaal verboden wordt in sommige landen, stijgen de olieprijzen en gaan de winsten naar de maatschappijen die toch verder olie of gas opboren. Hetzelfde gebeurt als olieproducerende landen of maatschappijen zelf beperkingen invoeren, om hun winstmarges te vergroten of om politieke redenen (zoals ten tijde van de oliecrisis in de jaren ’70). Zonder koolstoftax gaat de koolstofrente (het extra geld dat consumenten moeten betalen ten gevolge van een beleid dat de uitstoot van CO2 beperkt) naar de oliefirma’s zelf. Alleen door een koolstoftax in te stellen kunnen overheden ervoor zorgen dat deze gelden bij de gemeenschap terecht komen en nuttig kunnen aangewend worden.

Het koolstofdividend

Het idee van een koolstofdividend werd voor het eerst gelanceerd in het boek van Peter Barnes “Who owns the sky?” (2001). Ecologisten betogen al  langer dat lucht, water, bodem, bossen, .. als gemeenschappelijke goederen moeten beschouwd worden, eigendom van alle aardbewoners samen. Waarom kunnen we bij uitbreiding dan ook de beperkte capaciteit van de atmosfeer om broeikasgassen te absorberen, niet al een gemeenschappelijk bezit beschouwen? Een soort commons zeg maar.

Jay Hammond, gouverneur van Alaska richtte in de jaren ‘80 van de vorige eeuw het “Alaska Permanent Fund”  op. Dat fonds werd gespijsd met een belasting op de oliewinning in Alaska. En de opbrengst van die belasting werd via een dividend eerlijk verdeeld over alle inwoners van Alaska : iedereen kreeg jaarlijks 2.000 dollar op zijn of haar rekening gestort. Op zich is dit natuurlijk een slecht voorbeeld : want hoe meer olie er wordt gewonnen, hoe hoger het dividend voor alle inwoners. Maar Hammond zelf gelooft dat zijn systeem ook kon ingezet worden om het tegendeel te bewerken, om meer olie in de grond te houden. Als de staat CO2-emissies beperkt (een plafond of “cap” voor de CO2-uitstoot instelt) en vervuilingsrechten veilt, kan de opbrengst daarvan ook verdeeld worden onder alle burgers.

Dat is dan ook de essentie van het “carbon price and dividend”-systeem dat Boyce verdedigt. “Iedereen levert een bijdrage op basis van zijn gebruik en iedereen ontvangt op basis van gelijke bezitsrechten”. De koolstofdividenden zouden in die zin werken al een soort van universeel basisinkomen.

Boyce zelf gaat niet dieper in op het Canadees model dat premier Justin Trudeau in 2018 lanceerde. Het gaat om een koolstoftax van 20 dollar per ton CO2 in 2019 die per jaar met 10 dollar zou stijgen tot 50 dollar in 2022. Een gezin van vier zou 307 dollar terug krijgen van de belastingen in 2019, oplopend tot 718 dollar in 2022.

Boyce beperkt zich in zijn boekje tot voorstellen gelanceerd in de VS.  In het Amerikaans parlement werden immers al concrete ‘cap and dividend’ - wetsvoorstellen ingediend. Zo is er het “tweepartijenvoorstel” van Maria Cantwell (democrate) en Susan Collins (republikeinse) van 2009. Daarbij werd een koolstofheffing voorgesteld waarvan 75% rechtstreeks terugvloeide naar de burgers en 25% gestort werd in een overheidsfonds om klimaatbeleid mee te voeren. In het voorstel van democraat Chistopher Van Hollen (ook van 2009 – maar met een recente update) wordt 100% van de opbrengst van de tax uitgekeerd als dividend aan de burgers.

Deze 100%-retour-regeling geniet ook de voorkeur van Boyce. Productie en gedragsverandering sturen gebeurt via de tax. Dat ook nog eens doen via klimaatvoordelen (bijv. subsidies) verstrekt door de overheid, is dubbelop. Als de heffing goed werkt, zou dit niet leiden tot additionele emissiereducties. Boyce voorziet wel dat een deel van de opbrengst toch kan terugvloeien naar overheden (die ook de koolstofheffing zouden moeten betalen) en naar mensen met lagere inkomens die toch genoodzaakt zijn om meer beroep te doen op fossiele brandstoffen (bijv. mensen die in meer landelijke gebieden wonen). Om concurrentienadelen voor bedrijven tegen te gaan, voorziet hij dat ‘koolstof-invoertarieven’ kunnen opgelegd worden aan producten uit landen zonder vergelijkbare koolstofbeprijzing, en ‘koolstof kortingen’ voor de uitvoer van producten naar dergelijke landen (‘tariffs and rebates’).

De opbrengst van de koolstofheffing gebruiken als alternatieve financiering van de sociale zekerheid of om bijv. de arbeidskost te verlagen, vindt Boyce ook geen goed idee. Dan maak je sociaal gewenst beleid afhankelijk van een opbrengst die om milieuredenen gefaseerd zou moeten afnemen. Boyce is vooral erg pragmatisch : een cap-en-dividend-voorstel kan er maar komen met steun van beide partijen in het Amerikaans parlement. Republikeinen zullen geen koolstoftax steunen die gezien wordt als forse belastingsverhoging en die gebruikt wordt om meer overheidsbemoeienis te financieren. Democraten zullen geen voorstel steunen dat de sociaal zwaksten op kosten jaagt.

Een soort van super compromis dus dat zich niet uitspreekt over ‘big’ of ‘small government’ en toch reëel klimaatbeleid mogelijk maakt.

Kapers op de kust

Het klimaatdividend wordt sterk verdedigd door (een deel van de) Amerikaanse klimaatbeweging. Zo bijv. door Bill McKibben[iii] en zijn organisatie 350.org. en door de ‘Citizens’ Climate Lobby’ (CCL).  Ted Deutch (een republikein) legde in samenspraak met CCL recent een nieuw voorstel neer in het Congres[iv] .

Maar het voorstel krijgt ook steun uit meer verdachte hoek, m.n. de ‘Climate Leadership Council’ (CLC) met republikeinse voormannen als James Baker en George Schultz. Ze legden hun uitgangspunten vast in het document ‘The Conservative Case for Carbon Dividends’[v].

Beide voorstellen pleiten voor een koolstoftax die geleidelijk toeneemt, koolstofdividenden voor alle Amerikanen en een koolstofgrenscorrectie (‘border tax adjustment’). Maar er zijn ook belangrijke verschillen.   De milieu-activisten van de CCL zien klimaattax en -dividend als onderdeel van een ruimer pakket aan maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. De conservatieve CLC daarentegen ziet klimaattax en -dividend eerder als alternatief voor regulering op vlak van klimaatwetgeving. Hun bedoeling is juist de klimaatwetgeving te versoepelen, om te gaan voor deregulering. Bovendien willen ze paal en perk te stellen aan de juridische aansprakelijkheid van (olie)bedrijven zodat die niet meer kunnen vervolgd worden voor klimaatdisruptie in het verleden. Niet voor niets werpen ExxonMobil en Shell zich nu op als fervente verdedigers van een ‘carbon fee and dividend’- regeling[vi].

Want beide multinationals hebben toegegeven dat ze in een vroege fase weet hadden van de klimaatverandering, maar de feiten hebben stil gehouden en zelfs actief klimaatnegationistische campagnes hebben gesteund[vii].

De conservatieve Climate Leadership Council werft succcesvol steun van prominente politici en bedrijfsleiders, die zich opmaken voor een post-Trump periode waar klimaatactie onvermijdelijk zal worden.  Maar ze willen dan alvast de bakens uitzetten. Geen nieuwe reguleringsgolf, geen aanvetting van de staat. Zij willen de bestaande olie-industrie niet omverwerpen, maar juist begeleiden in een transitie waarbij ze hun machtsbasis grotendeels kunnen behouden, zij het dan wellicht in een nieuw groen gewaad.

De Citizens Climate Lobby leunt veel dichter aan bij de Sunrise Movement en het ‘New Green Deal initiatief’ van progressieve democraten zoals Alexandria Ocasio-Cortez en Edward Markey. Deze Green New Deal staat voor een groen neo-keynesiaans beleid : dus Big Government die veel nieuwe investeringen doet en maatregelen uitvaardigt. Volgens republikeinen maar ook veel gematigde democraten een recept voor Amerikaans socialisme of zelfs communisme… In elk geval het tegendeel van de plannen van de Climate Leadership Council die het hele klimaatprobleem geregeld ziet via een kleine ingreep (het klimaatdividend) en voor de rest vooral veel marktwerking.

Geen zilveren kogel

In deze titanenstrijd mengt James Boyce zich nauwelijks. Hij noemt zichzelf een ‘libertaire socialist’. Hij is duidelijk sociaal geëngageerd. In zijn loopbaan specialiseerde hij zich in milieubeleid en armoede[viii]. Maar hij beschouwt het klimaatdividend in zijn boekje te veel als geïsoleerde maatregel, als “silver bullet’ die in één slag het grote dispuut rond de sociale effecten van klimaatbeleid kan oplossen. Zo simpel is het ook weer niet.

Naast een klimaattax- en dividend zullen nog veel andere maatregelen nodig zijn om vorm te geven aan een ambitieus klimaatbeleid. En een sterke overheid zal daarvoor ook nodig zijn.

Hoe dan ook blijft het idee van een gegarandeerd universeel klimaat-inkomen bijzonder aantrekkelijk.

Klimaatbeleid moet lonen

Ook in Europa beginnen burgers nu steun te werven voor een klimaatdividend en dat via het instrument van een burgerinitiatief[ix]. De Duitse Groenen pleiten sinds kort ook voor een klimaatdividend. Ze kiezen voor een koolstofbeprijzing[x] die 8,2 miljard € moet opbrengen. Dat geld willen ze meteen terug geven aan de Duitse burgers via  een energiebonus van 100 € per jaar per persoon, of van 460 € voor een gezin met een gemiddeld energieverbruik. Ze volgen daarbij het voorbeeld van Zwitserland [xi]. De titel van hun nieuw voorstel : ‘Klimaatbescherming moet lonend zijn”… 


[i] American Clean Energy and Security Act of 2009(ACES), https://www.congress.gov/bill/111th-congress/house-bill/2454, goedgekeurd in de Kamer, nadien gesneuveld in de Senaat.

[ii] Hetzelfde gold voor het oorspronkelijk Europees systeem van verhandelbare emissierechten (ETS)

[iii] https://www.treehugger.com/corporate-responsibility/bill-mckibben-on-why-cap-and-dividend-is-the-best-approach-to-setting-a-price-on-carbon.html

[iv] https://www.congress.gov/116/bills/hr763/BILLS-116hr763ih.pdf

[v] https://www.clcouncil.org/media/2017/03/The-Conservative-Case-for-Carbon-Dividends.pdf

[vi] Zie ook Tom Cochez, Dividend op CO2-uitstopt moet de wereld redden in Apache, https://www.apache.be/2019/01/07/dividend-op-co2-uitstoot-moet-de-wereld-redden/?sh=b17a99370ed689b65eced-1307280654

[vii] Jennings, Katie; Grandoni, Dino; Rust, Susanne "How Exxon went from leader to skeptic on climate change research"Los Angeles Times, 23/10/2015 (over ExxonMobil)

Jelmer Mommers, Hoe gaan we dit uitleggen, 2019 (over Shell)

[viii] Cf. zijn nieuw boek ‘Economics for People and the Planet. Inequality in the era of climate change” dat in oktober uitkomt

[ix] https://climateincome.org/

[x] Besluit van de fractie in de Bundestag van 25/6/2019, Klimaschutz muss sich lohnen - https://www.gruene-bundestag.de/fileadmin/media/gruenebundestag_de/themen_az/klimaschutz/pdf/190628_Positionpapier_CO2-Preis.pdf

[xi] In Zwitserland vloeit tweederde van de inkomsten van de koolstofheffing terug naar de bedrijven en naar de gezinnen (a rato van hun bijdrage aan de tax). De gezinnen krijgen hun aandeel via de ziekenkassen (via een vermindering van de bijdragen voor de ziekteverzekering).  Een derde van de opbrengst wordt sinds 2009 gebruikt voor de financiering van een energierenovatieprogramma voor woningen.

Read more...

De economisch geïnstitutionaliseerde hebzucht duwt de planeet naar de afgrond

18 juli 2019 by Transitie 796 Views
Jan Mertens

Written by

Misschien is een duurzame en rechtvaardige welvaart ook wel beter voor onze geestelijke gezondheid. Zeker als je beseft welke ecologische conflicten nog op onze weg zouden kunnen komen, schrijft Jan Mertens van Oikos.

Wat is welvaart? Als je je afvraagt wat je echt nodig hebt om gelukkig te zijn, zullen er in je antwoorden waarschijnlijk waarden zitten. Je wilt dat je je verbonden kunt voelen met andere mensen, dat je je veilig voelt in een huis waar je je kinderen geborgenheid kunt geven, dat je een zinvolle bijdrage kunt leveren aan de samenleving, dat je gezond kunt blijven, dat je kinderen ook een waardige toekomst zullen hebben.

Als je je afvraagt wat je graag van Sinterklaas zou krijgen, zullen de antwoorden heel anders zijn. Je zult je verder misschien ook afvragen hoe het komt dat Sinterklaas in sommige gezinnen meer speelgoed brengt dan in andere. Bij de eerste vraag kom je misschien dichter bij iets van 'zijn', bij de tweede meer bij iets van 'hebben'.

De economisch geïnstitutionaliseerde hebzucht duwt de planeet naar de afgrond.

Wanneer we te horen krijgen dat we iets moeten doen voor 'de' economie, dan vinden we dat niet raar. Als men ons vraagt dat we iets doen voor de maatschappij, dan vinden velen dat een vorm van betutteling. Om goed te zijn voor de economie moet je meer willen hebben, altijd maar meer. De reclame legt je uit wat je nodig zou moeten hebben. In een SUV-advertentie in de krant lees je: "Met zijn verantwoorde luxe en nieuwe milde hybride motorisatie is de x perfect voor de stad. Daarbovenop maakt zijn aparte, uitgepuurde stijl deze SUV tot een echte trendsetter. Ontdek nu de rijkelijk uitgeruste en aantrekkelijk geprijsde x." 

Het is een 'trendsetter'. Het ding dat je koopt is dus niet gewoon een machine om je van A naar B te brengen, het is een ding dat zich verhoudt tot alle andere dingen en dat jou de kans geeft om je te onderscheiden van anderen. Je leert nieuwe exotische woorden als 'motorisatie', die je even lekker in de groep kunt werpen. En het gaat hier over 'verantwoorde luxe'.

Luxe is iets extra's, iets dat je eigenlijk niet nodig hebt. Maar in dit geval, zo verneem je, mag het, het is verantwoord. Het is niet dat de voorbije jaren in heel Europa de wegen gruwelijk snel slechter zijn geworden of de hellingen immenser. Het is niet zo dat de wegen overal zo leeg zijn dat we een zwaardere motor (oeps, motorisatie) nodig hebben om hard te kunnen rijden. Het is niet dat we het echt nodig hebben, we willen zo'n ding gewoon graag hebben. Officieel zijn we dan wel klimaatbewust en poetsen bedrijven hun groene imago op, in werkelijkheid blijkt dat in 2018 de gemiddelde CO2-emissie van nieuwe wagens steeg. Hoe komt dat? Ongeveer een derde van de nieuwe wagens waren SUV's.

Hebzucht

Het stimuleren van het willen hebben van dingen of het meer dingen willen hebben dan een ander noemen we eigenlijk hebzucht. Het is fascinerend dat in zowat alle spirituele en religieuze tradities hebzucht wordt afgewezen als iets dat ons ongelukkig of ziek kan maken. Het is bij wijze van spreken niet erg goed voor je karma. Het maakt je hard vanbinnen, in een permanente staat van rusteloosheid. En die rusteloosheid is nu net wat volgens de gangbare of 'realistische' visie op economie goed zou zijn.

Als iedereen, gedreven door rusteloosheid, zou denken in eigen belangen en meer wil hebben, zouden we er samen beter van worden. Er zijn jammer genoeg weinig bewijzen dat dat klopt. De economisch geïnstitutionaliseerde hebzucht duwt de planeet naar de afgrond en vergroot zo de ongelijkheid. En hoewel wij - laten we dat vooral niet vergeten - in een van de rijkste landen van de wereld wonen kun je niet zeggen dat we allemaal zo gelukkig zijn.

Zelfs mensen die eigenlijk veel meer hebben dan ze nodig hebben zullen een mogelijke toekomstige inperking van hun ecologische gulzigheid nu al ervaren als iets dat 'ze' van 'ons' afpakken. Of het nu kan of niet, we moeten blijven groeien, anders zouden we die rusteloosheid recht in de ogen moeten kijken.

Het streven naar voortdurende globale groei is de aandrijver van de uit de hand lopende klimaatverandering. Volgens Ian Gough zijn de fundamentele menselijke behoeften: sociale participatie (verbonden zijn, ergens bij horen), gezondheid (fysiek en mentaal) en autonomie. En net die dingen staan onder druk door een ongecontroleerde klimaatverandering. Maar dat willen velen liever niet weten.

Eenzame wereld

Bewust gecultiveerde onwetendheid is een rare vorm van vrijheid. Het is ook erg gevaarlijk. En dat sijpelt stilaan ook door tot in de veilige plekken van de machtigen van deze wereld, zoals het World Economic Forum. In het jaarlijkse Global Risks Report kun je de neerslag vinden van wat volgens de decision makersde grootste risico's zijn die ons bedreigen. Wat valt er op in de editie 2019? Klimaatverandering staat bovenaan bij de risico's die waarschijnlijk zijn en ook nog eens een grote impact zullen hebben. Maar in dat rapport is er ook een heel hoofdstuk over de menselijke kant van die risico's. Voor steeds meer mensen is dit een beangstigende, ongelukkige en eenzame wereld. Wereldwijd worden 700 miljoen mensen geconfronteerd met problemen van geestelijke gezondheid. Steeds meer mensen hebben het gevoel dat ze geen controle meer hebben over de dingen en die psychologische stress wordt een risico op zichzelf. We reageren echter niet zo goed op die risico's. Landen en groepen trekken zich terug in nationaal egoïsme, terwijl ze net meer zouden moeten samenwerken. En psychische kwetsbaarheid wordt door velen - in steeds dezelfde neoliberale logica - bekeken als een individueel probleem van 'gedrag', dat we via medicatie kunnen fiksen, waardoor mensen weer kunnen 'participeren' in de 'normale' economie, die door de nadruk op consumptie als doel op zich steeds meer spirituele leegte creëert.

Een recent rapport van een speciale VN-rapporteur klaagt die eenzijdige kijk op mentaal welbevinden ook aan. Een van de belangrijkste obstakels voor geestelijke gezondheid is wereldwijd de ongelijkheid. Maar vaak gaan nationalisme en austeriteitsbeleid samen, waardoor we nog minder antwoorden kunnen geven op reëel ervaren zingevingsproblemen.

De uitdagingen rond klimaat en mentale weerbaarheid komen samen in de jongere generaties. Veel jongeren voelen zich in allerlei richtingen getrokken. Ze maken zich terecht heel veel zorgen over hun toekomst met een dreigende klimaatchaos. Velen komen in verzet, wat in wezen psychisch een heel gezonde reflex is. Ze zouden zich beschermd moeten voelen door de oudere generaties, maar krijgen van een aantal welgestelde en zogenaamd 'realistische' ouderen vooral te horen dat ze hun mond moeten houden om nog meer mee te kunnen draaien met de groei-economie die onder geen enkel beding in vraag mag gesteld worden. Tegelijk moeten ze weerstaan aan het dagelijkse reclamebombardement en aan de druk van de bucket list van dingen die je moet gedaan hebben voor je 30 bent. Je bent wat je consumeert, en ervaringen zijn consumptieproducten die je kunt afvinken en die je steeds nog rustelozer achter zullen laten ("nog zoveel continenten te gaan").

Een doorgedreven keuze voor ecologische rechtvaardigheid is een vorm van sociaal preventief beleid. We zullen de volgende jaren moeten leren omgaan met een mogelijk snel veranderende omgeving.

Sommige politici willen hun kiezers doen geloven dat we tegelijk op geen enkele manier ons consumptiemodel in vraag moeten stellen en dat we ook nog eens alle migratie kunnen tegenhouden. In hun hoofden is dat misschien the best of both worlds, alleen is er in de feiten maar één wereld.

Zonder een ambitieus rechtvaardig klimaatbeleid zal de ongelijkheid alleen maar toenemen - onder meer door hittestress, zoals de IAO onlangs duidelijk maakte - wat ook de druk op mensen en samenlevingen zal verhogen. Het stimuleren van nog meer hebzucht zal de rijken tijdelijk kunnen vrijwaren van wat komt, maar dat is dan alleszins geen 'verantwoorde' welvaart.

Een van de manieren om de toenemende wereldwijde spanningen te analyseren die zich ook uitten in de recente verkiezingen, is te zien dat het naast andere dingen ook gaat om ecologische conflicten. Wie krijgt toegang tot water, grondstoffen, zuivere lucht, voedsel, ... Het zijn machtsconflicten. (Zie ook dit recente opiniestuk bij MO.) Je kunt die niet even 'wegstemmen'.

Je kunt ervoor kiezen om die vreedzaam en dus rechtvaardig op te lossen, daarbij uitgaand van de vaststelling dat we de echte menselijke behoeften, die dingen die we echt nodig hebben om gelukkig te zijn, moeten realiseren binnen de planetaire grenzen.

De aarde is nu al niet groot genoeg voor de hebzucht van een mondiale minderheid. Hun zogenaamd verworven levensstijl willen uitbreiden naar iedereen zal alleen de ongelijkheid versterken. Dat zoveel mensen zich nu al ongelukkig, eenzaam, kwaad en angstig voelen zou ons moeten aanzetten om in onze visie op economie niet langer de hebzucht centraal te stellen, maar misschien wel iets als een rechtvaardige cultuur van het genoeg. 

De klimaatverandering maakt onze planeet immers letterlijk gezien nog kleiner. Er zijn te veel mensen die te weinig hebben. Maar er zijn ook erg veel mensen die in wezen meer hebben dan ze nodig hebben. In plaats van het steeds meer van de 'verantwoorde luxe' zouden we misschien beter evolueren naar het genoeg van een rechtvaardig verdeelde 'verantwoorde welvaart'.

Het zou ook goed zijn als we de reële existentiële vragen die mensen zich stellen in deze wereld die in overdrive lijkt te gaan erkennen voor wat ze zijn en beantwoorden door verbinding en rechtvaardigheid, niet als een individueel falen om mee te draaien in de zogenaamd normale rat race van de groei-economie. 

Jan Mertens, medewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling en lid van de Denktank Oikos. Dit artikel verscheen op 17/07 in Knack. 

Read more...
Pagina 1 van 3
Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account