en

Winkelwagen leeg

Denktank voor Sociaal-Ecologische Verandering

Transitie

Transitie (35)

De wolven van Wall Street

08 februari 2021 by Transitie 588 Views

‘De predatoren zijn nu plots zelf de prooi’ is te lezen in De Standaard van 29 januari. Pascal Paepen zegt : "het is populistisch om te zeggen dat shorters en hefboomfondsen per definitie slecht zijn. Ze kunnen een ‘corrigerende factor’ zijn op de beurs". Ik begrijp de overtuiging niet van deze bekende en gewaardeerde beleggingsadviseur over dergelijk anoniem, ongereglementeerd verdienen van ‘geld met geld’.

Want een belangrijke vraag is natuurlijk of deze ‘corrigerende factor’ het bestaan van hedge funds/shorters/credit defaults etc. legitimeert. Ligt het probleem nu opeens bij de amateur-beleggers die ook een stukje van de taart willen en plots een revolte veroorzaken of ligt het probleem dieper?

De Amerikaanse filosoof Michael Sandel behandelt die vraag in zijn laatste boek ‘De tirannie van de verdienste'. Hij verwijst daarbij naar Rana Fooroohar (Financial Times) die reeds in 2016 in haar boek ‘Makers en Takers – the rise of finance and the fall of American Business’ schreef : “de belangrijkste graaiers in de economie van nu zijn diegenen die door financiële transacties enorme winsten opstrijken zonder iets bij te dragen aan de reële economie”*. Ook verwijst Sandel naar Adair Turner (London School of Economics) die in het LSE Report ‘The Future of Finance’ onthutsende cijfers brengt : slechts vijftien procent van de financiële stromen heeft betrekking op productief ondernemen. De rest zijn derivaten, is speculatie.

Sinds de bloei van het neoliberale kapitalisme, met onder meer de deregulering die tijdens het presidentschap van Bill Clinton werd toegestaan, is het percentage van financiële stromen dat productief bijdraagt continu gedaald. De morele en politieke implicaties van deze beslissing met dergelijk financieel handelen als gevolg zijn enorm. De beurs is voor een groot deel enkel en alleen een instrument van speculatie en niét van economische activiteit.

De financialisering heeft in de Verenigde Staten de ongelijkheid sterk vergroot. Geen wonder dus dat de ‘deplorables’ (dixit Hillary Clinton) ook een graantje willen meepikken. Bovenal leidt deze financialisering tot periodieke financiële crisissen (bv. 2008) die economische waarde vernietigen. De financiële sector helpt de economie niet meer, maar hindert eerder.

Rana Fooroohar zegt, hetgeen ik volledig beaam : "de werkelijke makers zijn de mensen die werken in de reële economie die ons nuttige goederen en diensten levert, alsook diegenen die investeren (met aandelen/leningen…) in productieve activiteiten".  

Willen wij een transitie naar een gezond economisch leven, dan is het noodzakelijk dat geldstromen zich richten naar reële economische activiteiten. De rol en het nut van de beurs dient teruggebracht te worden tot datgene waarvoor ze dient, namelijk om vraag en aanbod van financiële middelen die nodig zijn in het bedrijfsleven voor de productie van goederen en diensten te regelen.

Tegelijk moeten we ons als burger de vraag stellen wat we met ons ‘spaargeld’ aanvangen, waar het kan bijdragen tot de reële economie. Goedmenende spaarders zoeken naar zinvolle beleggingen maar krijgen nauwelijks inzicht in de mogelijkheden. Er is geen transparantie, ze geven daardoor maar al te makkelijk carte blanche aan institutionele beleggers, pensioenfondsen enz. en zijn zich niet bewust van het feit dat ze bijdragen aan deze financiële handel. Zo lazen we onlangs in de krant dat het actieterrein zich nu focust op zilver. De hedgefondsen proberen dit te ontkennen, maar meteen hebben Belgische beleggingsadviseurs hun klanten gewaarschuwd dat hun posities mogelijk drastische koersveranderingen kunnen ondergaan. Het beperkt zich dus niet tot Wall Street maar het reikt tot onze eigen spaarders die hun centen ter goeder trouw toevertrouwen aan – jawel – vermogensbeheerders en fondsenbeheerders. 

De vraag stelt zich hoe Belgische spaarders en beleggers een correct beeld kunnen krijgen over het beleid van onze Belgische banken. In België is er de beweging ‘Move your Money’ en vooral de organisatie FAIRFIN die focust op het financieel systeem en de banken aanspreekt op hun beleid. Fairfin lichtte in 2020 de banksector door en publiceerde haar bevindingen in Bankwijzer XL*. Ze analyseert de ‘zieke’ activiteiten van de sector en geeft diverse aanbevelingen tot veranderingen. Belangrijk is de ranking die ze opmaakt op basis van de investeringen van de banken in de reële economie en hoeveel ze speculeren op de financiële markten. Voor spaarders en beleggers is dit een goede tool want daarin wordt weergegeven welke banken beschikken over duurzame spaarrekeningen, duurzame beleggingsproducten en /of duurzaam pensioensparen. Triodos Bank behaalt de hoogste score want duurzaam financieel beheer behoort ontegensprekelijk tot de missie van de bank. VDK-bank bekleedt de tweede plaats, zet stappen vooruit op weg naar een versterking van haar duurzaam beleid en levert inspanningen tot ondersteuning van de lokale economie.

Read more...

OPINIE Lokaal en met de burger naar duurzame wijken

01 februari 2021 by Transitie 326 Views
Dirk Holemans

Written by

Het energiemodel met enkele centrale productie-eenheden en burgers louter in de rol van passieve consumenten is voorbijgestreefd, vindt Dirk Holemans. Lokaal liggen de kansen voor het grijpen.

Zoals de wieken van een windmolen rondjes draaien, zo blijft het Vlaamse energiebeleid zich vastrijden in cirkels van gepruts. Alleen is die windmolen productief, wat we van het nieuwste debacle moeilijk kunnen zeggen. Het is ontstellend om te zien hoe Vlaamse ministers morsen met de goodwill van de bevolking en denken dat grondwettelijke kaders van geen tel zijn.

Dat de Vlaamse regering een uitweg zoekt en de gedupeerden wil compenseren, het zal wel. Als je mensen een bepaald rendement voorhoudt en dat valt ineens weg, zijn ze terecht boos. Het hoofdprobleem ligt dieper. Het beleid beschouwt de Vlaming in de eerste plaats als een financiële ­actor, zeg maar een combinatie van consument en belegger. En dan spreek je mensen vooral aan op wat ze er financieel kunnen uithalen, elk voor zich. Dan zitten koopkrachtige gezinnen elk rond hun keukentafel het verschil te berekenen tussen wat zonnepanelen en een beleggingsfonds kunnen opbrengen. Dat de investering ook goed is voor het klimaat, is een extra stimulans.

Dit beeld strookt met het dominante verhaal van onze neoliberale economie. Ieder voor zich geld verdienen is belangrijker dan ­samen waken over het welzijn van de samenleving en de planeet. De realiteit is anders, zoals ook de nieuwe Amerikaanse president Joe Biden stelde in zijn inaugurale rede. ‘A cry for survival comes from the planet itself …’

Als de Vlaamse regering burgers actief zou ondersteunen om ­samen te werken, ontstaan er hoopvolle, collectieve verhalen

Ook onze democratie verdient beter. Als de Vlaamse regering burgers actief zou ondersteunen om ­samen te werken, ontstaan er hoopvolle, collectieve verhalen. Bijvoorbeeld als ze de groene stroom die ze op hun daken produceren aan hun ­buren kunnen leveren in smart grids.

 

Wijk per wijk

Daarom dit constructieve voorstel aan de Vlaamse regering. Neem een adempauze en zet een nieuw energiebeleid op poten dat de Vlaming in de eerste plaats wil betrekken als burger. Dat laatste is ondertussen trouwens een Europese verplichting. De Europese wetgeving Clean Energy for All Europeans verplicht de lidstaten en hun regio’s de burgers een centrale rol te geven in de energiemarkt en te betrekken bij het beleid via zogenaamde energy communities. Dat is een ideaal kader om de bevolking te benaderen als burger in plaats van als consument-belegger. Daarmee kunnen veel meer burgers actief bijdragen aan de energietransitie en die kunnen ze zich ook toe-eigenen.

Dus, Vlaamse regering, verander het geweer van schouder en motiveer lokale overheden en burgers om ­samen hun wijk of gemeente duurzaam te maken. In een benadering van gezin per gezin op basis van premies en subsidies zijn de koopkrachtige gezinnen altijd de winnaars. Mensen met een laag inkomen vallen uit de boot, terwijl ze dikwijls de hoogste energiefactuur betalen.

Het is ook veel efficiënter en goedkoper om een hele wijk in één keer aan te pakken. Door overkoepelende wijkisolatieplannen te maken krijg je voor alle bewoners goed geïsoleerde ­woningen waar je de stroom van de zonnepanelen nuttig kan inzetten voor de kleine vraag naar verwarming en afkoeling. We kijken graag naar onze noorderburen. Wel, in Amsterdam hebben ze al een programma ‘buurt voor buurt aardgasvrij’. En de bewoners worden zo vroeg mogelijk ­betrokken in het proces om buurt­uitvoeringsplannen te maken.

Het is tijd dat de Vlaamse regering kleur bekent. Er bestaat een voorontwerp van decreet over de omzetting van de Europese regelgeving. Maar het is mossel noch vis. In hun gezamenlijk advies van 30 november jongstleden stellen het huis van het Vlaams sociaal overleg (Serv) en de Milieu- en ­Natuurraad (Mina) dat de beoordeling van het voorgestelde ­decretale ­kader ‘moeilijk is omdat het onduidelijk is welke keuzes de Vlaamse regering precies maakt, waar ze naartoe wil en wat de implicaties op het terrein zullen zijn’. De advies­raden voegen eraan toe: ‘besteed extra aandacht aan burgerparticipatie, ­lokale besturen, en kwetsbare groepen en samenhang’.

 

Toasten op groene stroom

Ondertussen blijven geëngageerde burgers in energiecoöperaties tonen hoe het wel kan. Ze vertrekken vanuit een draagvlakmodel en actieve burgerparticipatie. Ze groeien als kool. Van de achttien energiecoöperaties in Vlaanderen bestonden de meeste tien jaar geleden niet. Kijk bijvoorbeeld naar het Gentse Energent, opgericht in 2013. Het telt ondertussen duizend coöperanten en richt zich bewust op collectieve woningrenovatie en groepsaankopen.

Met het innovatieve project Buurzame Stroom liet het bovenal zien dat het mogelijk is een hele wijk te betrekken bij de energietransitie, zowel ­eigenaars als huurders, mensen met veel en met minder koopkracht. ­Samenwerking met energiecoöperaties is ook een gouden kans voor lokale besturen.

Een studie van het Institute for Distributed Energy Technologies (IdE) laat zien dat er bij een windmolenpark met zeven windmolens in handen van een internationaal bedrijf amper 7 miljoen euro terugvloeit naar de ­lokale gemeenschap. Als je de ontwikkeling lokaal in handen neemt, is dat acht keer meer.

We staan voor een reusachtige omslag in ons energiesysteem. Het oude model met enkele centrale productie-eenheden in handen van grote buitenlandse bedrijven en burgers louter in de rol van passieve consumenten is voorbijgestreefd. We evolueren ­razendsnel naar een model van decentrale productie. Dat is verspreid over heel het grondgebied, met flexibiliteit in energieproductie en -afname, zoals het draaien van wasmachines in functie van de productie.

Dit is een gouden kans om de ­Vlaming als burger serieus te nemen. Of laten we de controle weer over aan buitenlandse bedrijven? Net als vroeger zullen ze dan niet alleen met de winsten lopen, ze krijgen ook nog eens onschatbare data in handen over wie, wanneer, hoeveel energie verbruikt. Geef mij maar een nieuwe versie van de jaarlijkse buurtbarbecue, waar we samen toasten op de hoeveelheid groene stroom die we samen produceerden. En, nog belangrijker, hoeveel energie we bespaarden. Want daar valt nog altijd de meeste winst te rapen.

 

Geschreven door Dirk Holemans - Coördinator denktank Oikos. Verschenen in De Standaard op zaterdag 23 januari 2021

Read more...

Een donut als uithangbord voor steden in transitie

01 februari 2021 by Transitie 416 Views

Een donut met municipalistisch smaakje

Wat heeft een zoet smakend Amerikaanse broodje-met-een-gat-in-het-midden te maken met een politieke stroming die ‘municipalisme’ wordt genoemd? Heel veel volgens Kate Raworth die een hoofdrol speelde in de uiterst boeiende Oikos-webinar Doughnut Economics in Practice, gemodereerd door Dirk Holemans, op vrijdag 22 januari 2021. Ook aanwezig waren de Amsterdamse wethouder Marieke Van Doorninck van Groenlinks (bijgestaan door haar kat) en Barbara Trachte van Ecolo, de Brusselse  staatssecretaris voor Economische Transitie. De titel van die affiche alleen al geeft een antwoord op de uitgangsvraag.

De theorie van Kate Raworth die zij in 2017 al heeft uitgeschreven in haar baanbrekende werk Doughnut Economics: Seven Ways to Think Like a 21st-Century Economist heeft intussen ingang gevonden bij een aantal steden die in haar werk inspiratie hebben gevonden om te werken aan een andere economie voor de 21ste eeuw. Philadelphia, Portland en Amsterdam hebben het voortouw genomen, maar ook Berlijn en Cambridge zijn op de kar gesprongen. Seoel, Kopenhagen en Rio de Janeiro kijken met belangstelling naar de ervaringen van Amsterdam  en daar is nu intussen ook Brussel bijgekomen. En van die twee laatste steden waren Marieke Van Doorninck en Barbara Trachte politieke vertegenwoordigers op de Oikos-webinar.

Andermaal blijkt dat van het stedelijk niveau soms meer vernieuwende impulsen uitgaan – denk maar aan de rebelse steden Spaanse steden – dan van hogere overheidsniveaus. Municipalisme of communalisme verwijst naar een politieke praktijk die uitgaat van het lokaal niveau waar de ‘nabijheid’ het grootste is: de wijk, de gemeente, de stad. Dat werd ook benadrukt door Kate Raworth tijdens een van haar tussenkomsten.

Met verbazing en veel respect luisterde ik naar die atypische Engelse econoom, die  haar academische achtergrond in functie van een ruimer maatschappelijk engagement heeft gesteld. Raworth is een buitenbeentje in dat wereldje en dat blijkt zeer duidelijk uit haar parcours dat zij – ze is nu 51 jaar – heeft afgelegd.  Na haar afstuderen aan de universiteit van Oxford, werkte ze in de dorpen van Zanzibar met micro-ondernemers. Ze was ook co-auteur van de Human Development Report voor het UNDP en daarna was ze een decennium lang senior onderzoeker bij Oxfam. Zij is dus in verschillende werelden thuis en het is dan ook vanuit een planetaire benadering dat zij aan haar donuttheorie heeft gewerkt. Bovendien beschikt ze over de gave om ingewikkelde zaken op een zeer bevattelijke manier over te brengen. Tijdens haar uiteenzetting zwaaide ze nu en dan met een rubberen slang waarmee ze bliksemsnel lineaire groeicurven omtoverde tot de worstvormige voorstelling van een circulaire economie. Raworth begint niet toevallig haar boek met de zin: ‘Het krachtigste instrument in de economie is geen geld, zelfs niet algebra, het is een potlood. Want met een potlood kun je de wereld hertekenen.’ Een gecompliceerde wereld herleiden tot een donut mét heel veel inhoud vraagt om een synthetische én pedagogische geest. En die heeft ze ongetwijfeld. Dichter bij huis doet het denken aan het bierviltje waarop ingenieur-architect Peter Vermeulen enkele jaren geleden de contouren van een overkoepelde oplossing voor de Antwerpse ring visualiseerde en nu zit dat megaproject in de fase van de concretisering. Zo zou het ook kunnen gaan met de donut van Kate Raworth.

 

Wat theorie achter de donut

Wat is nu de essentie van wat zij die donuteconomie noemt? Raworth gebruikt het zoete Amerikaanse broodje-met-een-gat-in-het-midden als beeld om de twee doelstellingen te benadrukken waar het volgens haar in de economie én in de politiek om zou moeten draaien. Namelijk enerzijds een bloeiende, leefbare aarde en anderzijds een humane, op menselijke ontplooiing gerichte samenleving. In de donut, aldus de auteur, worden beide doelen gevisualiseerd in de twee concentrische cirkels die de binnen- en de buitengrens van de donut vormen.  Binnen de binnenste cirkel – het sociale fundament – situeert Raworth menselijke ellende zoals honger, armoe en analfabetisme. De binnenste rand van het broodje staat dus voor het sociale fundament, voor wat minimaal noodzakelijk is voor het welzijn van iedereen. De buitenrand stelt  het ecologische plafond voor, met name de grens van wat onze planeet kan verdragen. Daar voorbij heb je klimaatverandering, afnemende biodiversiteit, uitgeputte bodems en verzuring van de oceaan. Tussen deze twee cirkels bevindt zich de donut, de ruimte waarin we – binnen de mogelijkheden van de planeet – kunnen voorzien in de behoefte van iedereen. De donut staat, concludeert Raworth, voor ‘een sociaal fundament van welzijn waar niemand onder mag zakken, en een ecologisch plafond dat niet mag worden doorbroken’.

 

Ecologisch én sociaal

In haar donuttheorie verenigt zij dus ecologische en sociale doelstellingen, want voor haar is de klimaatcrisis niet alleen een ecologisch probleem, maar ook een zeer groot sociaal vraagstuk’. ‘Rood’ en ‘groen’ moeten elkaar weten te vinden, want ‘Er zijn geen jobs op een dode planeet!’ zegt Sharan Burrow, de secretaris-generaal van de internationale vakbondsconfederatie ITUC. Deze vorm van ecosocialisme of van sociale ecologie zoals de Amerikaanse anarchist Murray Bookchin het noemt, begint stilaan vorm te krijgen in sommige steden en gemeenten – ik denk dan bijvoorbeeld aan het beleid van burgemeester Éric Piolle van Grenoble, aan burgemeester Jean-François Caron van Loos-en-Gohelle, aan Anne Hidalgo van de PS die in juni makkelijk opnieuw verkozen werd als rode burgemeester van Parijs, maar die zich tevens ontpopte als groene bezieler en natuurlijk mogen we in dit gezelschap zeker ook Ada Colau niet vergeten die voor de tweede verkozen werd tot burgemeester van Barcelona waar zij, samen met een sterke burgerbeweging, gedurfde roodgroene accenten weet uit te rollen. (1)

Toen deze notoire vertegenwoordigers van de municipalistische beweging begonnen was er nog geen sprake van een donut-theorie, noch van Kate Raworth. Dat is natuurlijk ook niet nodig om tot het inzicht te komen dat systeemverandering en klimaatverandering samen moeten gaan om te kunnen overstappen naar een kringloopeconomie, maar heel het donutverhaal blijft een inspirerende visualisering van een groenrode visie op een planetaire transitie. Dat is een van de grote sterktes van Kate Raworths analyse. De donut kan een sterk wapen zijn om de vele mensen die intussen met enthousiasme deelnemen aan kleinschalige burgerinitiatieven die met andere voedings-, kledings- en woonvormen te maken hebben - de lijst van creatieve, nieuwe samenlevingsvormen wordt met de dag uitgebreider -  een langere termijnperspectief voor ogen te houden.  Daarvoor zijn ambitieuze doelstellingen nodig. En die zijn er. Dat bleek onder meer uit de boeiende uiteenzetting van Marieke Van Doorninck.

 

Amsterdam als trekker

In Amsterdam is er sinds enkele jaren een progressief stadsbestuur aan het bewind. De Amsterdamse wethouder vertelde dat zij al enkele jaren geleden contact had met Kate Raworth en dat daaruit het idee gegroeid was om een Donut Coalitie op te richten, bestaande uit burgers en ondersteund door het stadsbestuur. Die Donut Coalitie is een samenwerkingsverband tussen de Hogeschool van Amsterdam (HvA), de Amsterdam Economic Board en Pakhuis De Zwijger, een ontmoetingscentrum rond inno­vatie. Belangrijk is ook dat, zoals in andere municipalistische experimenten, veel aandacht besteed wordt aan democratische besluitvorming en burgerparticipatie. Intussen heeft het Amsterdamse stadsbestuur de donut-principes ook verwerkt in een plan om tegen 2050 een volledig ‘circulaire stad’ te zijn. ‘En,’ voegt Van Doorninck er aan toe ‘In 2025, als de stad 750 jaar bestaat, moet het grondstoffenverbruik al met de helft zijn teruggedrongen.’ Dat zijn ambitieuze doelstellingen die dus ook een concreet tijdspad hebben meegekregen die veel verder reiken dan een politiek mandaat. (2)

Een donut verorber je in enkele happen, de stad en en passant de wereld veranderen duurt iets langer. Het gaat om kleine en grote stappen waarbij overheid, ambtenaren én burgers samen betrokken worden. Zo worden er zogenaamde donut-deals afgesproken. Nu al zijn tweehonderd projecten geïdentificeerd in Amsterdam om dat mogelijk te maken. Daarbij zijn opvallende ­initiatieven zoals de verwerking van urine tot meststof (GreenPee) of de aanleg van een ‘verticaal park’ in een voormalige ­gevangenis. Van Doorninck geeft nog enkele sprekende voorbeelden. In de Amsterdamse buurt Tuttifruttidorp bijvoorbeeld krijgen huurders een regenton, waarmee ze water kunnen besparen. In Amsterdam Zuidoost, in de wijk Gaasperdam leren kansarme vrouwen tijdens de naailes hoe ze hun energierekening naar beneden kunnen krijgen: door achter de stof waarvan ze gordijnen maken, isolatiemateriaal aan te brengen. Kleinschalige projecten, maar zeker nuttig.

Er wordt echter ook nagedacht over grotere, meer structurele interventies, maar die roepen heel wat vragen op, vragen die ook in de analyse van Raworth worden gesteld. Daarvoor ontwierp de overheid een aantal stadsselfies. Portretten van Amsterdam als haven bijvoorbeeld en wat daar zoal vanuit de ruime wereld binnen en buiten komt. Bijvoorbeeld dat in Ghana 3.500 mensen dwangarbeid verrichten op cacaoplantages. Cacao die vervolgens naar ­Amsterdam verscheept wordt, want de ­Nederlandse hoofdstad is de grootste cacao­haven ter wereld. Moet ­Amsterdam zijn cacao-import afbouwen om binnen de donut te passen? Maar wat als daardoor Amsterdammers werkloos worden en ­misschien wel door de sociale ondergrens heen zakken? Boeiende, maar zeer moeilijke vragen die vanuit het donut-denken moeten worden gesteld, maar waarop vooralsnog geen afdoend antwoord bestaat.

 

Brussel pikt aan

Ook in Brussel wordt de donut van Kate Raworth intussen gesmaakt. Dat vernemen we van Barbara Trachte die echter ruiterlijk toegeeft dat de Belgische hoofdstad nog maar in de beginfase staan van een donut-implementatie. Ook daar is corona een onverwachte spelbreker geweest.  Maar in Brussel is er heel wat beweging van onderuit dat resulteert in mooie,  vaak kleinschalige projecten. Een Pizza ‘la casa cocreativa’ in verband met sociale huisvesting, een groentesoep met zelfgemaakte tripartite bouillon over gronden en panden, een salade Bruxelloise ‘Jardin Citoyen’ over groen in de stad, een tajine van gemengde burgers met zilverstukkenrijst over burgerpanels, borrelhapjes van kennis met de smaak van fijnstof over milieu en burgerwetenschap, tijdballetjes à la sauce locale over time banking, pittige ‘électrique’ over energie(coöperaties) en een online dessertenbuffet over online participatie. Het is slechts een greep uit de vele initiatieven van onderuit. Een groter project is CitizenDev geworden, waar ook de stadsbeweging BRAL aan deelneemt, een stadsbeweging die al bijna een halve eeuw ijvert voor een duurzaam Brussel. BRAL is officieel erkend als gesprekspartner van de Brusselse gewestelijke overheid en is lid van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie, de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie, de Gewestelijke Milieuraad en de Brusselse Hoge Raad voor Natuurbehoud. Dat lijkt allemaal heel officieel en dat is het ook, maar dat belet echter niet dat BRAL zich inzet om een cultuur van burgerinitiatief en solidariteit van onderuit te doen groeien. En dan is er natuurlijk het intussen meer bekende  Community Land Trust Brussel (CLTB), een vereniging die blijvend betaalbare woonprojecten in Brussel ontwikkelt voor mensen met een beperkt inkomen op gedeelde gemeenschapsgronden.

Intussen is ook de vzw Confluences opgericht, die veel ervaring heeft met inspraak op wijkniveau en die samenwerkt met de managementschool Ichec en het praktijklaboratorium van ­Raworth. Het ­Gewest, zo vertelt Barbara Trachte, trok 145.000 euro uit voor het project, waarvan een klein deel naar Raworths ­organisatie gaat voor methodologisch ­advies. Een driehonderdtal Brusselaars wil meedenken en heeft zich ingeschreven op het platform www.donut.brussels. Barbara Trachte sprak de hoop uit dat zij met een Brusselse delegatie naar Amsterdam en naar de realisaties van de Donut Coalitie kan komen kijken. Netwerkvorming tussen steden is ook in het municipalisme een sterk wapen gebleken. Dat toonde Ada Colau enkele  jaren geleden aan door in Barcelona ‘Fearless cities’ van over de hele wereld bij elkaar te brengen op een grote conferentie.

 

Creating City Portraits

Ook Raworth is intussen niet bij de pakken blijven zitten. Haar boek, haar concrete aanpak en haar frisse verschijning hebben indruk gemaakt. Overal ter wereld werd zij als spreker gevraagd. Ook bij ‘de groten der aarde’. Tijdens de webinar liet zij toevallig vallen dat zij, voordat Joe Biden US-president werd, al door hem werd uitgenodigd om haar ideeëngoed te komen verduidelijken.

Maar er is meer. Het boek was voor haar geen eindpunt maar het begin van een activistisch proces. In de voorbije jaren hebben zij en haar medewerkers een arsenaal aan hulpmiddelen ontwikkeld om de implementatie van de donut-principes te faciliteren. Dat praktijklaboratorium van haar geeft een nieuwsbrief uit (https://www.kateraworth.com) dat tools hiervoor ter beschikking stelt. Een daarvan is ‘Creating City Portraits’ . Deze publicatie wil een methodologische gids zijn om stadsportretten te maken. 'Stadsportretten maken' is een methodiek om de donut van sociale en planetaire grenzen naar de stad te verkleinen. De tool biedt een holistische momentopname van de stad en haar impact door middel van vier lenzen - zowel sociaal als ecologisch, lokaal en globaal - die samen een nieuw perspectief bieden op wat het betekent voor een stad om te bloeien. Het waardeert wat een stad uniek maakt, terwijl het de wereldwijde invloed en verantwoordelijkheid ervan begrijpt. Het nadenken over de aanvoer van cacao uit Ghana is daarvan een mooi voorbeeld.

Think globally, act locally of hoe een simpele donut met een goed uitgebalanceerde inhoud hiervoor richtinggevend kan zijn.  Raworths boek heeft wat aan het rollen gebracht.

--

(1) Meer hierover in mijn boek ‘Rebelse plekken, over municipalisme en commons, Gompel&Svacina, 2019

(2) Dat was ook het idee achter ‘Onze stad’, onder redactie van Danielle Dierckx en Marc Swyngedouw die in 2018 academici, experten en geëngageerde burgers bij elkaar bracht om inspiratie op te doen voor het Antwerpen van morgen. Nog steeds een aanrader.

Read more...

Van onwetendheid naar inzicht, van inzicht naar actie: een persoonlijk pad naar duurzamer leven

11 januari 2021 by Transitie 535 Views

 

‘Papa, wat is CO2?’, vroeg mijn negenjarige zoon Leo me onlangs tijdens een pittige boswandeling. Onvoorbereid en me bewust van het belang van de vraag legde ik uit wat CO2 is, hoe het vrijkomt, wat voor mens en natuur de gevolgen zijn van een hoge uitstoot en welke alternatieven er zijn. De bomen waren welgekomen didactisch materiaal.

De vraag stemde me hoopvol. Inzicht in een bepaald onderwerp kan ons gedrag immers beïnvloeden. Kennis van de positieve of negatieve gevolgen van een actie kan bepalen of je deze actie al dan niet onderneemt. En het kost doorgaans minder moeite om een goede gewoonte aan te leren dan om een slechte gewoonte af te leren. Menig verstokte roker zal zeggen dat hij in zijn jonge jaren nog niet wist dat roken slecht is voor de gezondheid en er dus mee begon zonder goed te beseffen wat de gevolgen zijn. Roken was bovendien lange tijd algemeen sociaal aanvaard. Waarom de schadelijke gevolgen van roken zo lang onder de radar bleven is een andere discussie.

Ik ben geboren in 1980 en dus net geen millennial. Als tiener had ik weleens gehoord van zure regen en het gat in de ozonlaag, maar begrippen als ecologische voetafdruk, klimaatneutraliteit en energie- efficiëntie waren nog niet ingeburgerd. De klimaatproblematiek situeerde zich - voor het grote publiek althans - in de marge. Er was nog geen breed maatschappelijk debat en klimaatgerelateerde berichten kwamen slechts sporadisch in het nieuws.

Mijn besef dat individuele keuzes een impact kunnen hebben op het klimaat is de afgelopen jaren sterk gegroeid, in een periode waarin ik vaker dan me lief was te horen kreeg dat het nu echt wel vijf voor twaalf is en we het punt van onomkeerbare gevolgen met rasse schreden naderen. In onze gemediatiseerde en gedigitaliseerde samenleving is bovendien een exponentiële hoeveelheid aan beelden en animaties beschikbaar, die de gevolgen van klimaatopwarming en verlies aan biodiversiteit meer zichtbaar maken. De aanblik van een uitgehongerde ijsbeer of orang-oetans die zich verschansen in de laatste nog rechtstaande bomen maakt indruk, net als beelden van overstroomde dorpen en reusachtige bosbranden.

Parallel met een toenemend bewustzijn van de negatieve gevolgen van klimaatopwarming, kreeg ik meer oog voor de rijkdom en het unieke karakter van onze leefomgeving. Een gunstig bijeffect, de andere zijde van dezelfde medaille. Ook het vaderschap speelt een rol in mijn groeiend klimaatbewustzijn. Dat betekent niet dat kinderen krijgen je automatisch gevoelig maakt voor dit onderwerp. In mijn directe omgeving zie ik zowel (groot)ouders die de ongemakkelijke waarheid niet onder ogen (willen) zien en blijven geloven dat consumptiekwantiteit en levenskwaliteit communicerende vaten zijn als klimaatbewuste mensen zonder kinderen.

Een sluimerend gevoel van urgentie is natuurlijk niet genoeg. Het zijn meestal specifieke gebeurtenissen of observaties die mij uiteindelijk aanzetten tot concrete acties. Netflixfilm Okja (Bong Joon-ho, 2017) gaat over de vriendschap tussen een jong meisje en een sprookjesachtig, gemuteerd varken. Een multinational creëerde het dier in het kader van een onderzoek naar nieuwe vleesvarianten voor menselijke consumptie. De prent trok me over de streep om mijn vleesconsumptie drastisch te verminderen. En ja, je kan gezond, lekker én gevarieerd vegetarisch eten. Onze ervaringen hebben een aantal mensen geïnspireerd om hun eigen voedingspatroon kritisch te bekijken. Positivisme werkt aanstekelijk! Slechts een minderheid kijkt me nog ongelovig en lacherig aan als ik vertel dat tofu, kikkererwten, linzen en noten tot mijn dieet behoren.

Mijn dagelijkse fietstocht naar kantoor over de Antwerpse ring begon me letterlijk en figuurlijk naar de keel te grijpen en deed me nadenken over mijn autogebruik. Als een verplaatsing met de fiets of het openbaar vervoer mogelijk en praktisch haalbaar is, blijft de auto staan. Als ik met vrienden, familie of collega’s op dezelfde locatie moet zijn, probeer ik zoveel mogelijk te carpoolen. De troosteloze aanblik van afval in alle maten, soorten en kleuren in bermen en rivieren deed me besluiten om van flessenwater over te schakelen op kraanwater en niet meer te kiezen voor overdreven verpakte producten. 

Eerlijk is eerlijk: ik kies niet altijd voor de (meest) duurzame optie. Het vergt een zekere inspanning om gebruiken en gewoonten aan te passen (maar eens ingebouwd in de dagelijkse routine kost het weinig moeite om ze vol te houden). De zoektocht naar duurzame alternatieven vraagt bovendien tijd en energie, en die zijn net als grondstoffen gelimiteerd. Daarenboven is de lijst aan handelingen die een impact hebben schijnbaar eindeloos. Het knaagt wel eens dat ik meer zou kunnen doen en een aantal mogelijkheden laat liggen.

Anderzijds ben ik tevreden dat ik al een aantal stappen heb gezet en hierbij geleidelijk aan een kleinere voetafdruk nalaat. Het heilzaam karakter van een dalende curve is ondertussen wel bekend, en alle beetjes helpen. Een vertegenwoordiger die sinds kort op zonnige dagen de auto inruilt voor de fiets om klanten te bezoeken? Prima! Iemand die twee keer per week vegetarisch eet in plaats van het dagelijks stuk vlees? Ik juich het toe! Zolang we maar evolueren naar een koolstofarme samenleving. Want net zoals mijn zonen me vol ongeloof aankijken als ik hen vertel dat er in restaurants, cafés en kantoren ooit duchtig gerookt werd, hoop ik dat hun kinderen zich niets zullen kunnen voorstellen bij sterk vervuilde lucht en een verder opwarmende aarde.
 
Peter Carpentier, 3 januari 2021
Read more...

Vertragen in urgente tijden

27 oktober 2020 by Transitie 998 Views
Jan Mertens

Written by

Op deze Dag van de Stilte is het goed om stil te staan, en de stormen die ons dreigen mee te sleuren onder ogen te zien, in plaats van ervoor te vluchten.

De klimaatcrisis raakt onze innerlijke grenzen. We zijn bang overspoeld te worden door machteloosheid. Samen met dit gevoel de urgente werkelijkheid van ons wegduwen en blind vertrouwen in oplossingen die buiten ons liggen, biedt geen uitweg. Kijken naar alles wat is en bewust rouwen om illusies van gisteren, daarmee kunnen we een nieuw perspectief vinden om te handelen in wankele tijden.

Het is een gevoel dat we in de huidige coronacrisis allemaal kennen: we kunnen de dingen niet controleren. We geloven tegenwoordig dat alles "maakbaar" is en dat we als het ware los van van de natuur kunnen leven. We zijn verslaafd aan produceren en consumeren. Genoeg is nooit genoeg. Altijd maar meer.

Het maakt ons rusteloos en het vergroot de ongelijkheid tussen mensen. Die rusteloosheid in de ogen kijken maakt ons onzeker. We willen liever niet zien dat we op grote schaal de planetaire grenzen overschrijden. Maar juist daardoor brengen we de plek waar we ons relatief veilig zouden moeten kunnen voelen in gevaar. We verergeren zelf de onzekerheid die we willen ontvluchten.

De huidige coronacrisis is in een aantal opzichten een oefening voor de omvattende klimaatcrisis die in de maak is. We voelen tot in ons lichaam wat onzekerheid met ons doet en hoe we ook hiervoor proberen "oplossingen" te vinden. We leggen het probleem en het antwoord daarop vaak buiten ons. Mensen vragen om "perspectief". Mensen die nu zwaar getroffen worden, vragen terecht steun.

De huidige coronacrisis is in een aantal opzichten een oefening voor de omvattende klimaatcrisis die in de maak is. We voelen tot in ons lichaam wat onzekerheid met ons doet en hoe we ook hiervoor proberen "oplossingen" te vinden. We leggen het probleem en het antwoord daarop vaak buiten ons. Mensen vragen om "perspectief". Mensen die nu zwaar getroffen worden, vragen terecht steun.

Maar vragen om perspectief betekent voor velen ook vragen naar iemand die zegt dat het allemaal wel "voorbij" zal gaan en dat we weer "gewoon" verder kunnen met wat normaal leek. Alsof een ander die rusteloosheid uit ons lichaam zou kunnen wegnemen zonder dat we zelf moeten stilstaan bij wat er werkelijk aan de hand is en in overeenstemming daarmee handelen. Als we ophouden met voorthollen, geven we onszelf de kans om onze neiging tot zekerheid en controle los te laten. Zo leren we elke dag opnieuw handelen in onzekerheid.

Waar coronacrisis en klimaatcrisis elkaar raken

Op dit punt kunnen we iets leren van de klimaatcrisis. Wie kijkt naar de omvang ervan voelt al snel een kramp. Beelden van smeltend ijs, bloedrode luchten als gevolg van bosbranden, rapporten die onweerlegbaar aantonen hoe de meest kwetsbaren het hardst getroffen worden door de gevolgen van het veranderende klimaat: de uitdagingen zijn enorm.

We zullen zeer snel een grondige transitie moeten organiseren van onze hele maatschappelijke "normaliteit". Als we dit niet doen, dreigt onder andere een klimaatapartheid waarbij de ecologisch gulzigen zich terugtrekken in hun beveiligde omgeving, terwijl wie kwetsbaar en arm is machteloos de gevolgen ervan moet ondergaan.

We zoeken allerlei vluchtwegen. We blijven onszelf voorhouden dat een of andere magisch-technologische oplossing het probleem tijdig zal wegnemen. Hiermee versterken we echter het spoor dat ons in deze crisis heeft gebracht: een welvaartsmodel dat veel te zwaar weegt op de planeet. We blijven hardnekkig geloven dat onze kinderen het beter moeten hebben, terwijl zij vaak heel goed de ernst van de situatie beseffen en inzien dat "meer" niet per se beter is.

Het is goed om in deze urgente tijden bewust te vertragen. Niet om je terug te trekken in je eigen veilige bubbel en weg te kijken van wat echt speelt. Integendeel. In de stilte van de onzekerheid gaan staan, leert ons opnieuw luisteren naar de aarde. Hier zijn we kwetsbaar. Hier voelen we het verdriet om die bijzondere planeet die ons langzaam van zich af lijkt te schudden. Hier voelen we de angst dat we onze kinderen niet zullen kunnen beschermen.

Hier voelen we hoezeer het "almaar meer en sneller" ons dwangmatig voortdrijft. In die kwetsbaarheid weten we ons verbonden met elkaar. Het klinkt als een paradox, maar door op deze plek rustig te kijken naar de omvang van de klimaatcrisis, als een structurele onzekerheid die we zelf hebben veroorzaakt, naar de toenemende ongelijkheid en ook naar ons verdriet, vinden we nieuwe energie. 

Aanwezig zijn in die stilte kan een innerlijke verandering op gang brengen die ons motiveert om in de wereld daarbuiten met verhoogde inzet te doen wat nodig is. Het gaat om het onder ogen zien, om rouwen en loslaten. Dat onze kleinkinderen nog kwaliteit van leven kunnen delen met hun kinderen is belangrijker dan dat wij zeven keer per jaar het vliegtuig kunnen nemen om elders nog destructiever te consumeren.

Een mens kan niet alles in de grote wereld controleren, maar hij of zij kan wel elke dag gericht handelen zonder daarbij zichzelf te verliezen in sporen die nergens toe leiden. Handelen wil ook zeggen onze ogen niet sluiten voor het reële lijden dat de klimaatverandering veroorzaakt en vooral hen treft die er het minst voor verantwoordelijk zijn. Elke dag handelen is elke dag oefenen in bewegen in onzekerheid. En dat is een krachtig perspectief.

 

Deze opinie verscheen op zondag 25 oktober op vrt.be

 
Read more...

Hoe houden we de planeet voedzaam en gezond?

20 augustus 2020 by Transitie 871 Views
Wouter Vanhove

Written by

Hoe houden we de planeet voedzaam en gezond?

Wouter Vanhove

Dit opiniestuk verscheen oorspronkelijk in Knack

Hoe kunnen we in 2050 voldoende en gezond voedsel voor 9 miljard mensen voorzien en tegelijk de milieu-impact van de voedselproductie indijken? 

Binnen enkele decennia is de wereldbevolking aangedikt tot 9 miljard. Dat zijn 2 miljard monden meer te voeden dan vandaag. Landbouw is onze voornaamste voedselleverancier maar wordt ook met de vinger gewezen als boosdoener bij tal van milieuproblemen. Landbouw- en voedselsystemen stoten een derde van alle broeikasgassen uit. Intensieve landbouw heeft tot op vandaag bossen, bodems, watergebieden en de daarin levende biodiversiteit onherstelbaar aangetast. De vruchtbare bovenlaag van een kwart van alle landbouwbodems is geërodeerd. Driekwart van het landbouwareaal op aarde is beplant met slechts 10 gewassoorten (tarwe, rijst, mais, soja, gerst, sorghum, koolzaad, bonen, gierst en katoen). Andere gewassen en variëteiten verdwijnen aan een ongezien tempo.

De uitdaging is duidelijk: hoe kunnen we in 2050 voldoende en gezond voedsel voor 9 miljard mensen voorzien en tegelijk de milieu-impact van de voedselproductie indijken? De visies hierover lopen uiteen. Volgens sommigen moet resoluut gekozen worden voor een verdere intensivering van de landbouw en worden ingezet op technologie (precisielandbouw, ggo's), opschaling en globalisering van landbouw. Op die manier - zo luidt de hypothese - wordt meer geproduceerd op een kleinere oppervlakte, worden minder broeikasgassen uitgestoten en legt landbouw minder beslag op landgebruik, wat ruimte vrijmaakt voor natuur.

Er zijn echter heel wat kanttekeningen te maken bij deze benadering. Eerst en vooral het uitgangspunt: het is evident dat een hogere bevolking meer voedsel vergt, maar het is fout uit te gaan van een stijging in de voedselvraag die de huidige - ongezonde - consumptiepatronen volgt. De gerenommeerde Lancetcommissie luidde vorig jaar de alarmbel. Twee miljard mensen lijden aan obesitas, en nog eens 2 miljard kampen met micronutriëntentekorten (vitamine A, ijzer, zink), terwijl 820 miljoen mensen chronisch ondervoed blijven, en de COVID-19 crisis dat cijfer tegen eind dit jaar wellicht met 130 miljoen doet stijgen.

Het is verontrustend dat meer dan de helft van de wereldbevolking te maken heeft met een ongezond voedingspatroon. Toekomstige voedselproductie kan en moet daarop inspelen. Er is een grote consensus dat een voedingspatroon dat veel minder vlees bevat, veel minder beslag legt op landbouwoppervlakte en bovendien veel minder CO2 uitstoot. Dat is omdat momenteel 30 % tot 50 % van alle graanproductie dient om vee i.p.v. mensen te voeden. Vanuit milieuoogpunt hoeft echter niet alle vleesconsumptie totaal gebannen te worden. Vee zet gras en een aantal voor mensen oneetbare reststromen uit andere landbouwproducten (bv. de perskoeken van oliegewassen, bietenpulp en stro) om tot hoogwaardig eiwit. Bovendien is vlees in gebieden waar gewasproductie moeilijk is (bv. bij nomaden in de Afrikaanse Sahel) en voor kwetsbare bevolkingsgroepen (kinderen en ouderen in de minst ontwikkelde landen), een belangrijke eiwitbron.

Een verschuiving in het voedingspatroon is dus een belangrijke hefboom in het verduurzamen van de mondiale landbouw. Bijkomend moet ook werk worden gemaakt van het terugdringen van voedselverspilling: één derde van alle door landbouw geproduceerde voedsel wordt nooit door mensen of dieren geconsumeerd. In ontwikkelingslanden zijn de verliezen hoofdzakelijk te wijten aan de naoogstbehandelingen (verwerking, opslag), in industrielanden zijn het vooral de consumenten zelf die veel voeding in de vuilbak doen belanden.

De vraag rijst dan welk bijkomende, complementaire meerwaarde een meer intensieve en nog sterker geglobaliseerde landbouw kan bieden voor zowel mondiale voedselzekerheid als ecologische duurzaamheid. Een recente in Nature gepubliceerde studie stelt dat als 16 gewassen geteeld zouden worden in gebieden waar ze omwille van klimatologische en bodemomstandigheden het meest kunnen opbrengen, tot de helft van hun huidige landbouwoppervlakte kan worden bespaard en aan de natuur kan worden teruggegeven. Zo zouden bovendien ook meststoffengebruik en broeikasgassen teruggedrongen kunnen worden. Dat klinkt op het eerste zicht goed, maar er zitten zowel voor het milieu als voor voedselzekerheid belangrijke addertjes onder het gras.

Eerst en vooral is het onjuist te veronderstellen dat landgebruik snel inwisselbaar is. Om vrijgekomen landbouwoppervlakte in natuur om te zetten, is een gedegen, consequent milieubeleid nodig, met beschermingsmaatregelen voor het nieuw in te richten natuurgebied. Veel landen, zeker in tropische gebieden met de meest waardevolle natuur, slagen daar niet of moeizaam in. Landen (zoals in Europa en de VS) die dat wel doen, zorgen vaak voor een 'verplaatsingseffect' waarbij een opgelegde inkrimping van het landbouwareaal voor natuurdoeleinden zorgt voor een landbouwuitbreiding in gebieden in het Zuiden met hoge biodiversiteit. Ook leidt intensievere productie met hogere opbrengsten paradoxaal genoeg vaak net tot uitbreiding van het landbouwareaal van een gewas. Landbouwondernemers investeren immers graag in succesverhalen met hoge opbrengsten en lage kosten.


Alternatieve, zogenaamd agroecologische vormen van landbouw integreren landbouw en natuur. Ze maken gebruik van een veelheid aan gewassoorten aangepast aan het lokale milieu, brengen verschillende gewassen samen in teelt (boslandbouw in het geval van gewassen en bomen) en doen aan gewasrotatie. Het basisprincipe is dat de natuur diensten verleent aan de landbouw (sommige insecten bestuiven planten, andere onderdrukken schadelijke plaaginsecten, bodemschimmels en -bacteriën helpen gewassen om voedingsstoffen op te nemen). Terzelfdertijd houden agroecologische landbouwpraktijken biodiversiteit in stand. Of ze daar beter of minder goed in slagen dan bij uitgespaard en tot natuurgebied omgezet land, hangt af van de specifieke soorten die worden beschouwd en de termijn waarop hun populaties ontwikkelen.


Veel studies tonen aan dat agroecologische landbouwmethodes het potentieel hebben om de huidige opbrengstkloof met conventionele intensieve landbouw drastisch te verkleinen. In de cacaoteelt die essentieel van bestuivende insecten afhangt, kon worden aangetoond dat een bepaalde combinatie tussen schaduwbomen en cacaobomen nodig is om zowel biodiversiteit als opbrengst duurzaam te verankeren.

Zelfs met technologische innovaties blijft intensieve landbouw met een aantal duurzaamheidsproblemen kampen. De diensten die de natuur aan de landbouw levert, worden in een doorgedreven intensief en opgeschaald landbouwsysteem nagenoeg volledig uitgeschakeld.


Ik herinner me een bezoek in het kader van een onderzoeksproject aan een gigantische suikerrietplantage in Santa Cruz, Bolivia. De eigenaar had in het midden ervan enkele rijen passievruchten staan die geen vruchten droegen en vroeg ons of hij mogelijks verkeerd zaad had gekocht. De werkelijke reden was dat passievruchten volledig afhankelijk zijn van bijen voor bestuiving en vruchtzetting en dat die in het volledig verschraalde suikerrietlandschap geen habitat hadden. Voor veel teelten is grootschalige monocultuur dus totaal ongeschikt. Industriële monoculturen zijn bovendien heel gevoelig aan ziektes en plagen. Technologische innovaties die de op de ene plaag mikken zullen er niet in slagen om andere toekomstige ziektes en plagen duurzaam te bestrijden.


Nemen we tenslotte de bijdrage van geglobaliseerde, intensieve landbouwsystemen aan voedselzekerheid onder de loep. De productie van veel gewassen die rijk zijn aan micronutriënten (bv. diverse fruitsoorten en pompoenen) hangen essentieel af van bestuivende insecten en zijn dus niet geschikt om geteeld te worden in niet-natuurlijke landschappen. Globalisering van landbouw- en voedselsystemen verhoogt voedselzekerheid in goed functionerende open markten, zoals in de Europese Unie. In het Zuiden echter wordt 80 % van het geconsumeerde voedsel geproduceerd door ongeveer 500 miljoen kleinschalige (met minder dan 2 ha grond) landbouwers. Bovendien zijn het netto-voedselkopers. Dat betekent dat de consumptie van hun gewassen en de inkomsten uit de verkoop ervan niet volstaan om aan de voedingsbehoeften van hun gezinnen te voldoen en ze dus afhankelijk zijn van voedselmarkten, waar vooral ongezonde vet- en zetmeelrijke voeding voorhanden zijn.


Een recent rapport van de Speciale Rapporteur voor Extreme Armoede en Mensenrechten van de Verenigde Naties, toont aan dat het veelgehoorde optimisme over globale armoedebestrijding misleidend is. Sedert 1990 leven nagenoeg onveranderd ongeveer 3,5 miljard mensen in extreme armoede. Veel boeren verdienen geen leefbaar inkomen. Verhoogde afhankelijkheid van wereldvoedselmarkten waar speculatie zorgt voor grillige prijzen en waar humanitaire crisissen zoals oorlog, natuurrampen of wereldwijde recessies zoals bij de financiële crisis van 2008 of de huidige COVID-19 crisis, de markttoegang belemmeren, brengen dan ook de helft van de wereld in een heel precaire voedselzekerheidssituatie. 

Het wereldwijde handelsregime uitgetekend door de Wereldhandelsorganisatie en gedragen door o.a. handelsverdragen tussen ontwikkelings- en industrielanden, bewerkstelligt bovendien de extractie van landbouwproducten uit landen met lage voedselzekerheid, wat voedselonzekerheid in het Zuiden verhoogt.

Globalisering heeft veel en goedkoop, maar ook ongezond en eenzijdig voedsel voortgebracht. In zowat alle sectoren stoot globalisering op haar limieten. Grootschalige, intensieve landbouw heeft haar eigen ecologische en socio-economische fundamenten ondergraven. Lokale landbouw- en voedselsystemen bieden een waardevol alternatief. Maar dan zal er meer moeten geïnvesteerd worden in onderzoek naar, en ontwikkeling van lokale, diverse en agroecologisch geïntensiveerde landbouwsystemen. In combinatie met het terugdringen van voedselverliezen en een transitie naar een minder vlees-gedreven voedingspatroon (vooral in ontwikkelde landen) wordt onze voeding zo op termijn gezonder, kunnen we globaal gezien minder beslag leggen op landgebruik, kunnen we landbouw als economische activiteit opwaarderen, kunnen we natuur en biodiversiteit optimaal in stand houden én minder broeikasgassen uitstoten dan met de conventionele systemen die vandaag de planeet voeden.

Grootschalige, intensieve landbouw houdt boeren, consumenten en het milieu in een wurggreep. Hoog tijd om die te lossen!

 
Read more...

3 lessen die de coronacrisis ons leert om het klimaat te redden

15 mei 2020 by Transitie 1677 Views
Dirk Holemans

Written by

Dirk Holemans trekt drie lessen uit de coronacrisis waarmee we het klimaat kunnen redden. Hij stelt dat we dit momentum moeten grijpen. Want de bereidheid tot verandering bij de bevolking kan snel omslaan in brede frustratie als de samenleving, met de politiek voorop, nu geen toekomstperspectief biedt en dat hard maakt. In het Canvas-programma "Nachtwacht" diept hij zaterdagavond z'n visie verder uit.

Dit opiniestuk verscheen oorspronkelijk op vrt.be

 

De coronacrisis leert ons een belangrijke les. Als onze gezondheid op het spel staat, ontdekken we opnieuw de juiste volgorde der dingen. We werken om te leven, en niet omgekeerd. De economie is er voor de samenleving, de mens komt voor de winst.

3 lessen

Wat velen tot voor kort omschreven als onhaalbaar of zelfs ondenkbaar, is in enkele maanden gerealiseerd. En dat zijn zeker drie zaken. Zo luisteren ten eerste ministers weer naar wetenschappers, ze nemen hun adviezen ernstig en voeren hun strafste voorstellen uit. Tegelijk krijgen we als bevolking een turbocursus wetenschap: we weten nu wat een exponentiële curve is, dat onderzoek voortschrijdend inzicht inhoudt zodat wetenschappers hun visie bij stellen. Wetenschappers hebben dus opnieuw een duidelijke plaats in het publieke debat en het zal belangrijk zijn dit te behouden.

De tweede les gaat over de economie. De geglobaliseerde wereldeconomie blijkt niet die gigant waar de politiek geen greep op heeft. Die economie is ook niet supersterk, wel integendeel uiterst fragiel. Door de bedreiging van de volksgezondheid sloot de politiek in grote en kleine landen bedrijven en winkels. Een economie gebaseerd op lange productieketens met de meeste productie in Azië viel in duigen. Geen mondmaskers uit China, we ontdekken dat al onze paracetamol uit Indië komt. En ondertussen weten we welke de cruciale beroepen in deze crisis zijn: medisch personeel, verzorgenden, mensen aan de kassa’s, enzovoort. 

Ten derde hebben we met z'n allen blijk gegeven van een ongelooflijke burgerzin. Wie had gedacht dat we gehoor zouden geven aan het regeringsorder tot huisarrest? De burgerzin gaat trouwens veel verder. Ontzettend veel burgers zijn spontaan overgegaan tot vormen van solidariteit en lokale productie. Geen mondmaskers te krijgen vanuit China? Geen nood, burgers kruipen zelf achter hun naaimachine. Anderen wagen hun gezondheid om de meest kwetsbare burgers te ondersteunen met voedselpakketten of sanitaire producten, in samenspraak met lokale besturen. Dat betekent niet dat veel mensen het niet moeilijk hebben, veel mensen leven in onzekerheid over hun job, de armoede stijgt. Ook dat is deel van de analyse.

Beter na corona

We aanvaarden het advies van wetenschappers en de verregaande politieke maatregelen, vertonen burgerzin, omdat we weten dat het virus laten woekeren nog veel grotere schade zou berokkenen. Met meer doden, een ontredderde economie en wie weet een samenleving op drift. Ondertussen komen ook ideeën bovendrijven om de samenleving na de coronacrisis beter te maken dan ervoor. Om zaken aan te pakken waarvan we al lang weten dat ze niet deugen, bedrijven die in belastingparadijzen zijn gevestigd, de productie uitbesteden naar verre landen waar arbeiders uitgebuit worden en de natuur leeggeroofd, om ons te voorzien in goedkope wegwerpspullen.

Door het stilvallen van fabrieken, transportketens en verkoop van spullen zal de uitstoot van broeikasgassen dit jaar waarschijnlijk acht procent lager liggen dan voorzien. Dat komt overeen met de daling aan broeikasgassen die we elk jaar moeten bereiken. En waarbij de komende tien jaar cruciaal zijn om het tij nog te kunnen keren. Je zou dus kunnen zeggen, dat is goed nieuws voor het klimaatbeleid, we hebben een jaar gewonnen. Maar dat is te optimistisch, misschien verliezen we wel een heel decennium. Als we de honderden miljarden die nu geïnvesteerd gaan worden in de Europese economie enkel gebruiken om niet-duurzame bedrijven overeind te houden zonder daar voorwaarden aan te koppelen, zijn we verder van huis. 

Zoals de Nederlandse Triodos Bank strateeg Hans Stegenman stelt: we hebben geen loodgieters nodig, maar wel architecten. Jazeker, we moeten problemen als ze zich aandienen aanpakken. Maar dat kan je zoveel beter doen als je werk maakt van een veerkrachtige economie en samenleving die niet alleen beter schokken kunnen opvangen, maar ze ook proberen te voorkomen in de mate van het mogelijke. Dat betekent de economie niet alleen terug op de sporen krijgen, maar tegelijk de aanleg van nieuwe sporen in duurzame richtingen.

Klimaatcrisis efficiënt aanpakken

En dat kan, als we de drie lessen van de coronacrisis toepassen op de klimaatcrisis.

  • Politici gaan eindelijk luisteren naar de klimaatwetenschappers én nemen de drastische maatregelen die ze voorstellen. En die gaan steeds in dezelfde richting: we hebben een volledige ombouw nodig van onze systemen: hoe we energie produceren, voedsel voortbrengen, ons verplaatsen. Ook hier is er voortschrijdend inzicht en de politiek neemt de beslissingen.
  • Het is de democratie die de economie vorm geeft, en niet omgekeerd. Dus bouwen we veerkracht in onze economie door productie deels terug naar Europa te halen, niet meer te aanvaarden dat bedrijven belastingen ontwijken en verschuiven, met een stevige fiscale shift in Europa de belastingen op arbeid naar die op milieu en vermogen. En wie van buiten Europa zaken wil invoeren die niet voldoen aan onze normen, betaalt een fikse grensbelasting.
  • We ondersteunen maximaal de duurzame initiatieven van burgers. Ook dat sociaal kapitaal is een wezenlijk onderdeel van veerkracht. Het is opvallend hoe burgercollectieven of commons de voorbije vijftien jaar de bouwstenen van een duurzame economie ontwikkelden, denk aan het succes van plukboerderijen, energiecoöperaties en autodeelprojecten. Die moeten nu ondersteund worden om uit te groeien tot volwaardige economische actoren. Waarbij nieuwe technologie zoals 3D-printers toelaat om decentrale productienetwerken uit te bouwen. Die kunnen perfect een plaats krijgen in de nieuwe maakwinkelcentra zoals Broeklin, het alternatief voor het achterhaalde Uplace concept van shoppingcentra.

Nieuwe economie

Uiteraard zal in deze post-corona-economie internationale handel blijven bestaan net als grote bedrijven, de treinen gaan we heus niet in elke streek produceren. Maar zoals nu in het CETA-handelsakkoord voorligt om meer Europese auto’s uit te voeren in ruil voor Canadees vlees, is niet houdbaar. Net zoals het dogma dat het de enige opdracht van bedrijven is om winst te maken voor hun aandeelhouders. Hun verantwoordelijkheid strekt zich uit tot alle belanghebbenden, inclusief de natuurlijke omgeving. In de nieuwe economie is het evident dat bedrijven waarde creëren op diverse terreinen, door bijvoorbeeld te investeren in lokale gemeenschappen of de heropbouw van biodiversiteit.

Het goede nieuws is dat wat we nodig hebben om veerkracht op te bouwen nu al vervat zit in Europese beleidsplannen. Zo maakt de kringloopeconomie deel uit van de Green Deal. Die mikt terecht op een grondige transitie. Het gaat bijvoorbeeld niet alleen over kleren die we nu kunnen kopen als zouden het wegwerp doekjes zijn, het gaat over onze wegwerpmaatschappij in haar geheel. We recycleren amper tien procent van alle grondstoffen, da’s belachelijk weinig. Het komt er dus op aan met eenvoudige maatregelen straffe zaken te realiseren. Wat als bijvoorbeeld alle spullen dubbel zo lang zouden meegaan? En we ze maximaal onderhouden, herstellen en vernieuwen? Dan hebben we voor hetzelfde comfort de helft minder grondstoffen nodig en creëren we heel wat jobs?

En zijn we veel minder afhankelijk van wereldwijde en dus fragiele productieketens. Dat is het beeld van de nieuwe economie: nabij, afvalarm en rijk aan waarde. Niet louter financieel maar bovenal ecologisch en sociaal.

Nog goed nieuws: voor de omslag naar een duurzame samenleving is helemaal geen inperking van het sociale leven nodig, integendeel. Als we allemaal uit ons kot komen en samen werk maken van duurzame levensstijlen, kan dat in samenhang met de juiste beleidsmaatregelen straffe resultaten opleveren. Kijk hoe bijvoorbeeld steden wereldwijd nu hun straten vol auto’s omvormen tot ruimte voor fietsers en voetgangers en mensen daar gretig van gebruik maken. 

Nieuw sociaal-ecologisch pact

Het komt er finaal op aan terug de juiste maat te vinden. Zoals een inwoner van Venetië recent op het nieuws vertelde: de leegte nu is ondraaglijk, maar de vijf miljoen toeristen elke twee maand was dat ook. Weer activiteiten ontplooien met oog voor duurzaamheid en levenskwaliteit, inclusief de ruimte hebben om stil te staan bij de zaken, is cruciaal. 

Die omslag moeten we met heel de samenleving maken, en dat is geen sinecure. Het vergt openheid en veranderingsbereidheid van alle groepen. Het verleden leert ons dat het kan. In 1944 sloten in ons land, in navolging van Engeland, de overheid, werkgevers en vakbonden het Sociaal Pact. Dat legde het fundament voor het naoorlogse sociaaloverlegmodel dat veel welvaart bracht. Een nieuw Sociaal-Ecologisch Pact kan ervoor zorgen dat we opnieuw met verenigde krachten de uitdagingen aangaan.

De eerste indicaties leren dat de bevolking er klaar voor is. Uit een peiling in Engeland blijkt dat acht op de tien willen dat de regering voorrang geeft aan welzijn en gezondheid boven economische groei tijdens de coronacrisis, en dat zes op de tien willen dat na de crisis levenskwaliteit prioritair blijft. En in een peiling van Fair Trade in België geven zeven op de tien van de respondenten aan we door de crisis opnieuw de mens centraal moeten stellen in de economie en dat de overheid veel sterker de transitie naar een meer duurzame economie moet stimuleren.

Dit momentum moeten we grijpen, die kans mogen we niet verloren laten gaan. Want de bereidheid tot verandering bij de bevolking kan snel omslaan in brede frustratie als de samenleving, met de politiek voorop, nu geen toekomstperspectief biedt en dat hard maakt.

Hoe bijzonder de huidige situatie wel is, leerde mijn negentigjarige moeder me. Ze vertelde tijdens een van onze telefoongesprekken dat je zoiets als de coronacrisis maar een keer om de honderd jaar mee maakt. Dat lijkt me ook het juiste toekomstperspectief: drie generaties vooruitkijken, nu zorgen voor het welzijn van iedereen zonder de toekomstige generaties uit het oog te verliezen.

 

 

Read more...

Samenleving bruist van ideeën voor duurzame samenleving

14 mei 2020 by Transitie 1256 Views

Terwijl onze regeringen verkiezen te werken met telkens een heel beperkte expertengroep om de toekomst na corona uit te tekenen, bruist het in de samenleving van brede samenwerkingsverbanden. Eerder zette Denktank Oikos al mee haar schouders onder #BeterNaCorona, een samenwerking van elf progressieve Nederlandstalige denktanks, tijdschriften en media. Op Belgisch niveau is Oikos dan weer actief bij de Resilience Management Group, bestaande uit academici, economen en transitieondernemers, die wetenschappelijke kennis en theoretische reflecties verbinden met concrete ervaringen in het veld. 

Van half april tot half mei 2020 werkten in de Resliience Management Group meer dan 100 wetenschappers en 182 ecologische transitieondernemers samen aan een Transitieplan dat bestaat uit een synthetisch deel (3 pagina's) en 15 maatregelenpakketten. De voorstellen weerspiegelen tonen de diversiteit en de breedte van mogelijke oplossingen om naar de transitie toe te werken. Er is dan ook niet gestreefd naar consensus, belangrijk is nu te tonen welke rijkdom aan ideeën en voorstellen voorhanden zijn. 

De ambitie van het Transitieplan is het debat te stimuleren, nieuwe bijdragen aan te moedigen, de regeringen (federale en gewestelijke) erop te wijzen dat er veel academici beschikbaar zijn om met hen samen te werken om de voorstellen van dit plan te verfijnen en zo een veerkrachtig en duurzaam België op te bouwen. 

Je vindt het volledige Transitieplan hier.

Read more...

Lessen trekken uit de COVID-19-crisis om toekomstige systeemcrisissen te voorkomen

08 mei 2020 by Transitie 891 Views
 

Transitieplan voor België moet nu vorm krijgen: 
Lessen trekken uit de COVID-19-crisis om toekomstige systeemcrisissen te voorkomen

Wat onmogelijk leek tijdens de woelige klimaatdebatten van vorig jaar, is vanzelfsprekend vandaag: luister naar de wetenschap, bouw er je beleid op, bescherm zo bevolking en toekomst. De Resilience Management Group, bestaande uit academici, economen en transitieondernemers, werkt alvast aan plannen om de transitie naar een duurzame en rechtvaardige maatschappij ook zo te onderbouwen. Hun basisvisie schreven ze alvast uit.


C
OVID-19 kost nog dagelijks honderden medeburgers het leven, terwijl duizenden anderen gered worden dankzij de voorbeeldige toewijding van het personeel van de ziekenhuizen en de zorgsector, dat gedwongen wordt te werken in bijzonder moeilijke omstandigheden. Intussen kijken onze overheden logischerwijs naar scenario’s voor het beëindigen van deze crisissen.

We gebruiken bewust het meervoud, omdat we zowel een gezondheidscrisis doormaken, die door de lockdown onder controle wordt gehouden, als een economische crisis, die door de lockdown dreigt te verergeren. Dat toont meteen de complexe uitdaging die we moeten aangaan om te voorkomen dat we ook nog eens in een ernstige sociale crisis terechtkomen.

Gezondheid heeft prioriteit gekregen en iedereen is daar blij om. Regeringen herontdekken “cruciale” eerstelijnsberoepen die tot voor kort voor hun banen en salarissen moesten knokken. Nu komt de economie weer op het voorplan. Dat is noodzakelijk, maar niet op gelijke welke manier.

Sommigen willen een snel herstel, business as usual, zonder iets te veranderen aan het systeem en de gebreken ervan, ook al zijn die in de oorzaken en gevolgen van de pandemie aan het licht gekomen. Anderen stellen vast dat de veerkracht van de economie even belangrijk is als de productiviteit en het concurrentievermogen. Zij pleiten voor een herstelplan dat de nodige middelen voorziet om enerzijds een noodzakelijke en “rechtvaardige transitie” mogelijk te maken en anderzijds ons in staat zal stellen de gevolgen van toekomstige crisissen te vermijden, uit te stellen of te verzachten.

Wij maken deel uit van die ‘transitie-specialisten’ die, samen met vele anderen, een dynamiek voorstellen die ons toelaat om deze crisis op zo een manier te boven te komen dat we er voordelen uithalen.

Observatie, diagnose en lessen 

Volgens een publicatie van het Harvard Global Health Institute, in opdracht van het World Economic Forum in 2019, ‘is er door de toenemende bevolkingsdichtheid, het reizen en de menselijke migratie, de ontbossing en klimaatverandering een nieuw tijdperk van epidemiegevaar aangebroken. Het aantal en de diversiteit van de epidemieën zijn de afgelopen 30 jaar toegenomen, een trend die naar verwachting enkel nog zal versterken.’

Het kan dus niet worden ontkend, ook al blijft de precieze oorsprong van Covid-19 een onderwerp van discussie, dat er een verband bestaat tussen deze pandemieën en een meer globaal en structureel verschijnsel waarvan de gevolgen zich nog maar beginnen voor te doen.

Het dominante geglobaliseerde systeem, gebaseerd op oneindige materiële groei in een eindige wereld, put de natuurlijke hulpbronnen uit en veroorzaakt vervuiling die de oceanen, de bodem en onze atmosfeer en alle levende wezens die ervan afhankelijk zijn, ernstig aantast. Water, land en lucht worden ernstig bedreigd. De ‘ecologische voetafdruk’ van de mensheid is twee keer zo groot als de capaciteit van de planeet en is zeer ongelijk verdeeld tussen de verschillende landen en lagen van de bevolking.

Met andere woorden, de mensheid leeft op krediet ‘ten koste van toekomstige generaties’. Mogelijk is het overdreven is om te beweren dat de planeet nu wraak neemt op het menselijk handelen, maar dan is het wel juist om te zeggen dat ze stikt onder het gewicht van de huidige productie- en consumptiewijzen. Samen met haar beginnen wij te stikken, en dit op een zeer ongelijke manier: het ‘systeem’ straft huishoudens met een laag inkomen en mensen die in armoede leven al veel zwaarder, op alle breedtegraden.

Er is vandaag nood aan een systemische en globale reactie, die onze band met de natuur herstelt, de menselijke soort herpositioneert en opnieuw verbindt met de natuurlijke ecosystemen.

Lessen uit de gezondheidscrisis voor een snel en duurzaam herstel

Door deze crisis verandert ons gedrag, door keuze of omdat we moeten. Dit kan ons bewust maken van wat essentieel is en ons helpen de rationaliteit en de betekenis van de huidige consumptie- en productiepatronen zeer ernstig in vraag te stellen. De dingen plots fundamenteel anders moeten doen is ook een kans om fundamentele lessen te trekken.

Marius Gilbert, de Waalse tegenhanger van de Vlaamse viroloog Mark Van Ranst, herinnert ons eraan: ‘De impact van de klimaatverandering op de gezondheid is veel groter dan die van het coronavirus. Voor Covid-19 hebben we niet geaarzeld om in lockdown te gaan en bijna de hele economie stil te leggen. Als we echter de sterfgevallen in verband met de opwarming van de aarde zouden tellen, zoals we dat voor Covid doen, zouden we ons realiseren dat klimaatverandering dodelijker is. Maar omdat het een fenomeen is dat we niet direct waarnemen, slagen we er niet in ons gedrag collectief aan te passen.”

Het is niet de bedoeling om de economie te stoppen of ‘terug te keren naar kaarslicht’, wel om te zorgen voor de snelle en noodzakelijke overgang naar een andere economie: inclusief, coöperatief, circulair. Een economie die opereert binnen de grenzen van de planeet en andere waarden respecteert dan de concurrentie en obsessie voor de laagste prijs. Aangezien we, geconfronteerd met een onherstelbare bedreiging, in staat zijn om ons gedrag te veranderen, laten we dat dan zeker doen om het klimaat, de biodiversiteit en alle hulpbronnen die gewoonweg onmisbaar zijn voor het overleven van de Belgen en alle bevolkingen in de wereld.

De coronaviruscrisis vereist onmiddellijke en radicale economische maatregelen om de slachtoffers van de economische achteruitgang te helpen. Er is nu nood aan een sociaal vangnet van hoge kwaliteit voor werknemers — zowel in loondienst als zelfstandigen — die een groot inkomensverlies lijden, en dat zorgt voor de sociale integratie van de meest kwetsbaren. Voor maatregelen op lange termijn is het ook noodzakelijk om het duurzame productiepotentieel van de economie te behouden door criteria van gezond verstand toe te passen: eerst moeten gunstiger perspectieven zichtbaar worden, negatieve maatschappelijke gevolgen moeten worden vermeden en er moet gemikt worden op een goede ‘rendement/risico’ verhouding. Tot slot is het een kwestie van luciditeit, met het stimuleren van sectoren die gunstig zijn voor de gezondheid en het milieu, en tegelijkertijd het begeleiden van de noodzakelijke ontwikkeling van de andere sectoren.

Routekaart

Er wordt vaak gezegd dat regeringen alleen ‘business as usual’ steunen omdat er geen alternatief plan is. Niets is minder waar! De regeringen hebben internationale overeenkomsten (met inbegrip van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, de Conventie over biodiversiteit en de Conventie over de strijd tegen de verwoestijning) en de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen (sdg’s) goedgekeurd. Deze sdg’s vormen samen en onafscheidelijk de doelstellingen waarvan alle lidstaten in 2015 hebben toegezegd om ze integraal te realiseren tegen 2030, wat eigenlijk bijna tegen morgen is. Sinds december 2019 heeft de Europese Unie een coherente strategie (de Green Deal) die ‘de economie en de planeet met elkaar verzoent … en ervoor zorgt dat niemand achtergelaten wordt’.

Onze eerste eis is dat de Federale Regering en de Gewesten zich aansluiten bij de Europese lidstaten die duidelijk voorstander zijn van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het wetgevingsprogramma van de Green Deal, die het vermogen heeft om de Europese economie in de juiste richting te sturen. Het is onverantwoord, zelfs schandalig, dat tegenwerkende krachten, achterhaalde economische en politieke ideeën, misbruik maken van de bezorgdheid van werkgevers en werknemers om het debat van “het einde van de maand” versus “het einde van de wereld” opnieuw aan te wakkeren.

Ze vertragen de creatie van deze nieuwe en wenselijke, minder koolstof-intensieve, eerlijkere, circulaire en regeneratieve economie. De verschillende bedrijfsondersteunende maatregelen zijn een kans om de overgang naar een regeneratieve economie te versnellen. Daartoe moet deze steun aan een aantal voorwaarden voldoen:

a) het stopzetten van alle subsidies voor fossiele brandstoffen, en ze omzetten naar duurzame energiebronnen.

b) om te voorkomen dat de speculatie opnieuw wordt aangewakkerd, moeten alle miljarden die momenteel worden gegenereerd, via de Europese Investeringsbank worden gekanaliseerd om ten goede komen aan de reële economie en aan het scheppen en instandhouden van dubbele “duurzame” banen (die niet gemakkelijk worden verplaatst omdat ze bijdragen aan de circulaire economie en de economie van de functionaliteit, en die de grenzen van de planeet respecteren).

c) een EU-belasting op de winst van grote ondernemingen (tegen een variabel percentage aangepast aan hun koolstofvoetafdruk)

Een democratische donut-economie

In het economische relanceplan moeten sociale en ecologische grenzen gerespecteerd worden. Het conceptuele kader van de “donut-economie” bepaalt een ecologische bovengrens en een sociale ondergrens waartussen een gezonde economie zich kan ontwikkelen. Dit kader moedigt ons dus aan om te beperken wat schadelijk is voor de ontwikkeling van de samenleving en tegelijkertijd de investeringen en het scheppen van banen in de duurzame en toekomstgerichte sectoren te versnellen.

Deze strategie, die men al met succes begint uit te voeren, is door de stad Amsterdam gekozen om haar ‘post-Covid-19-herstel’ te definiëren. Ze kan ook in ons voordeel dienen als gids voor het herstel in ons land door de bevolking te inspireren en de ondernemer wakker te schudden voor het algemeen belang dat we delen.

Het gaat er niet om de vrijhandel in twijfel te trekken, maar wel om de gevaren ervan te onderkennen: de extreme afhankelijkheid die deze met zich meebrengt, de excessen van het financiële systeem die ermee gepaard gaan en de risico’s van destabilisatie van politieke, sociale en ecologische systemen.

Enerzijds moeten we de voordelen ervan benutten, bijvoorbeeld door voorrang te geven aan de intra-Europese handel in de meest kritische goederen en diensten zoals voedsel, gezondheid, energie en infrastructuur (met een mogelijke meerprijs, de prijs die moet worden betaald om onze onafhankelijkheid op bepaalde gebieden te waarborgen en een veerkrachtiger economisch systeem uit te bouwen in het licht van crisissen). Anderzijds moeten we de mens een echte plaats geven in het bestuur van de ondernemingen, wat een voorwaarde is om de ondergeschiktheid van onze ondernemingen aan de heerschappij van de financiële wereld te overwinnen.

Het gaat erom de handel in dienst te stellen van duurzame ontwikkeling. Dit betekent dat bindende gezondheids-, sociale en milieunormen in handelsovereenkomsten moeten worden opgenomen en dat de bevordering ervan een onderdeel van het handelsbeleid moet worden, zodat de inspanningen van de ontwikkelingslanden die zich inzetten voor duurzame ontwikkeling, worden ondersteund. De normen die zijn ontwikkeld in het kader van de Wereldgezondheidsorganisatie, de Internationale Arbeidsorganisatie en multilaterale milieuovereenkomsten moeten door de internationale handel worden bevorderd.

Sterke en visionaire overheden ondersteund door participatief bestuur

De overheid moet terugkeren naar haar rechtmatige rol, die te beperkt is geworden ten opzichte van die van een markt die te veel mikt op onmiddellijk privébelang en te weinig op de collectieve toekomst. Deze zwakte heeft twee rampzalige gevolgen gehad:

- de moeilijkheid om op lange termijn te plannen, dit moet worden gecorrigeerd door de politiek en administraties te responsabiliseren, ondersteund door multidisciplinair wetenschappelijk advies en overleg met de belanghebbenden.

- de toename van de ongelijkheid, die moet worden beteugeld om sociale bitterheid en sociaal-economische conflicten te voorkomen.

De zorg om te voorkomen dat er te veel regelgeving komt, is begrijpelijk. Maar de bindende regelgeving die nodig is om de doelstellingen te bereiken waartoe België zich internationaal heeft verbonden, moet worden aangenomen en effectief worden uitgevoerd.

De pandemie dwingt ons tot een uitzonderingsregime voor minstens enkele maanden. Toch werd de democratie in Europa en elders al bedreigd door autoritaire neigingen, populisme en het wantrouwen van de mensen ten aanzien van de politieke macht. Het economisch herstelplan zal dus gepaard moeten gaan met een grote transparantie in het politieke leven, een herziening van de instellingen en de versterking van de participatieve democratie.

Gedeelde welvaart en sociale zekerheid

Er moet een echt werkgelegenheidspact komen:

  • Iedereen een inkomen garanderen door middel van een betekenisvolle activiteit in deze veranderende wereld, met inbegrip van degenen wier banen op korte termijn ingrijpend kunnen worden veranderd of zelfs verdwijnen.
  • Ervoor zorgen dat alle ongelijkheden waarop onze huidige samenleving is gebouwd, sterk worden verminderd met het oog op een eerlijker en vreedzamer herstel; met name door mannen en vrouwen te activeren in hun bedrijf door hen in staat te stellen deel te nemen aan de governance en aan het kapitaal ervan.
  • De sociale zekerheid, die verstoord is door de vergrijzing en de stijging van de verhouding inactieve/actieve bevolking, wordt versterkt.
  • Financiering en bescherming van essentiële goederen en diensten als prioriteit (kwaliteitsbanen, voedsel, energie & water, gezondheid, …).

Het is tijd om een toekomst voor te bereiden die vermijdt dat we verzanden in een eeuwige uitputtingsslag die ons herleidt tot een ‘gelaten Sisyphus’. Het is daarom dringend noodzakelijk om op een duurzame manier te denken en te handelen, om te vermijden dat we onszelf permanent moeten genezen.

Voorkomen is beter dan genezen!

***

In co-auteurschap geschreven en/of ondersteund door een ‘Resilience Management Group’ bestaande uit academici, economen en transitieondernemers die reflectie en praktijkervaring met elkaar verzoenen. De groep werkt momenteel aan een reeks concrete maatregelen die in overeenstemming zijn met de hierboven gepresenteerde visie. Ze zullen binnenkort worden gecommuniceerd.

Bijdragende ‘leden’ in alfabetische volgorde: Philippe Baret, Tom Bauler, Philippe Bourdeau, Luc de Brabandere, Thierry Bréchet, Vincent Burnand-Galpin, Isabelle Cassiers, Cédric Chevalier, Bertrand Collignon, Dr Yves Coppieters, Eric Corijn, Gaëtan Dartevelle, Dr. Jan De Maeseneer, Etienne de Callataÿ, Philippe Defeyt, Sabine Denis, Dr. Ri De Ridder, Olivier De Schutter, Pascal Durdu, Dr William Dhoore, Dr. Natalie Eggermont, Isabelle Ferreras, Francois Gemenne, Thibaut Georgin, Luc Hens, Julie Hermesse, Dirk Holemans, Brigitte Hudlot, Marek Hudon, Dirk Jacobs, Paul Jorion, Olivier Klein, Ilios Kotsou, Marc Labie, Nicolas Lambert, Olivier Lefebvre, Laurent Lievens, Cathy Macharis, Kevin Maréchal, Bernard Mazijn, Sybille Mertens, Emmanuel Mossay, Dr Thomas Orban, Pierre Ozer, Dr. Jean Pauluis, Gunter Pauli, Jill Peeters, Alain Peeters, Andréa Rea, Ignace Schops, Christophe Sempels, Henry Tulkens, Raphaël Stevens, Géraldine Thiry, Vincent Truyens, Dr Maye Vandenbussche, Leo Van Broeck, Philippe Van Parijs, David Van ReybrouckDominique Vanpee, Sybille van den Hove, Pascal Vermeulen, Marjolein Visser, Sébastien Yasse, Jean-Pascal van Ypersele, Grégoire Wallenborn, Romain Weikmans, Edwin Zaccai en Fred Chomé, Roland Moreau, Cordelia Orfinger, Magali Ronsmans, Marc Lemaire en de ecologische overgangsondernemers van de KAYA-coalitie.

 

Read more...

#BeterNaCorona

14 april 2020 by Transitie 5365 Views
Administrator

Written by

#Beter Na Corona. Bouwen aan sociaal-ecologisch beleid voor het post-coronatijdperk

Oikos lanceert samen met 10 andere media en denktanks een oproep voor dringend debat over een sociaal-ecologische heropbouw na de pandemie. 

 

De coronacrisis verandert alles. Wat gisteren nog ondenkbaar was, is nu goedgekeurd beleid. Als samenleving herontdekken we wat essentieel is: solidariteit en een goede gezondheid. Als mensen missen we wat ons dierbaar is: ontmoetingen en samen zijn. De crisis zet de prioriteiten opnieuw in de juiste volgorde: de economie is er voor de mens, niet omgekeerd. Dat is goed, maar het is onvoldoende.

Met de coronacrisis worden er ongeziene maatregelen genomen om de economie overeind te houden, banen te vrijwaren, mensen een inkomen te garanderen. Dat zijn legitieme doelstellingen. Maar de grootste financiële injectie sinds decennia moet meteen ook een antwoord bieden op de grote maatschappelijke uitdagingen die door deze pandemie alleen maar duidelijker zijn geworden: de klimaatcrisis en de ineenstorting van biodiversiteit; de groeiende ongelijkheid, de gebrekkige arbeidsvoorwaarden en werk- en inkomenszekerheid, sociale bescherming onder druk; en de opdracht om met superdiversiteit een inclusieve samenleving te bouwen. Nu massief investeren in groene banen, duurzame infrastructuren, zorg en onderwijs, en in de strijd tegen armoede en uitsluiting zal ervoor zorgen dat we sterker uit deze crisis komen.

 

De pandemie legt een falend systeem bloot

Deze crisis legt de structurele fouten van het huidige economische systeem bloot. Mondiale productie- en bevoorradingsketens functioneren niet als de nood het hoogst is, maar ook dan gaat de uitbuiting door ‘flexibele’ jobs hier en in het Zuiden gewoon door. Besparingen in de zorg maken dat mensen er zich nu driedubbel moeten plooien. Mensen in armoede verkeren in nog grotere nood. Wie weggezet wordt als buitenstaander, blijft onzichtbaar. Zonder sociale zekerheid, nieuwe solidaire burgerinitiatieven en de inzet van vele eerstelijnswerkers zou de corona-ellende nog groter zijn.

Aan het tempo waarmee we wereldwijd broeikasgassen uitstoten, hebben we volgens het internationaal klimaatpanel (IPCC) nog tien jaar voor het koolstofbudget is opgebruikt om de klimaatopwarming te beperken tot 1,5 graad. Laat dat de deadline zijn voor een ingrijpend toekomstplan, en tegelijk een duidelijke toetssteen voor de keuzes die gemaakt worden. Elke euro overheidssteun moet toekomstgericht ingezet worden.

De kredietcrisis van 2008 toonde al aan dat het huidige systeem niet (langer) in staat is om welvaart, welzijn, gezondheid en vrijheid te garanderen voor het gros van de wereldbevolking. De huidige financiële injecties mogen ons niet opnieuw voor tien jaar vastzetten in een door financieel kapitaal gedomineerde of door fossiele brandstoffen aangedreven industrie en economie. Toekomstgericht beleid moet worden ingezet om een rechtvaardige transitie mogelijk te maken en te versnellen.

 

Wachten is verliezen

Vandaag zeggen dat zo’n toekomstplan voor later is, zorgt ervoor dat alles bij het oude blijft. Nu het onvermogen van het oude systeem zo duidelijk is, moet dringend werk gemaakt worden van een economie voor alle mensen, binnen de grenzen van de planeet. Nu is ook het moment om de democratie, met al haar levende krachten in het middenveld, een nieuw elan te geven. Het #tousensembles van de coronacrisis moet vertaald worden in maatschappelijke afspraken en economische structuren.

Grote crisissen zijn immers vaak de voorbode van grote maatschappelijke veranderingen. Na de Eerste Wereldoorlog kwam er dankzij de sociale beweging de achturendag en het enkelvoudig stemrecht voor mannen. De Grote Depressie in de jaren 1930 bracht in de Verenigde Staten de New Deal, en vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog sloten in ons land overheid, werkgevers en vakbonden het Sociaal Pact. Dat legde het fundament voor het naoorlogse sociale model, en voor stemrecht voor allen.

Het is duidelijk: in 2020 is er nood aan een nieuw soort overeenkomst, een Green New Deal of sociaal-ecologisch pact, waar burgers en overheden, werkers, ondernemers en zelfstandigen, bewegingen en vrijwilligers hun verenigde schouders onder kunnen zetten. Dat zou ook een dynamiek kunnen creëren die het land opnieuw vooruit stuwt. Dat betekent niet dat er geen meningsverschillen meer zouden zijn of verschillende visies op de toekomst, maar wel dat we opnieuw het belang van voldoende gemene grond erkennen en het algemeen belang vooropstellen.

 

Oproep tot onderzoek, debat en samenspraak

Wat is er nodig om onze maatschappij zo te organiseren dat mens, samenleving en natuur gerespecteerd worden, dat iedereen gelijke rechten en kansen heeft om een waardig bestaan op te bouwen? Wij bieden geen blauwdruk aan, maar doen wel een oproep aan academici, studiediensten van middenveldorganisaties of partijen, denktanks, organisaties en burgers. Zij moeten het debat voeden met becijferde en doordachte voorstellen, met ideeën voor de korte en visies voor de lange termijn, met praktische plannen en noodzakelijke veranderingen – ook al zullen de hoeders van de status-quo die proberen wegzetten als utopisch.

Hier alvast zeven terreinen die volgens ons in het debat behandeld moeten worden.

1. Een slagkrachtige overheid zal nodig zijn om een duurzame economie te garanderen. Moet de overheid zelf economische initiatieven nemen? Op welke manier gaat die overheid met diverse economische sectoren en burgerbewegingen overleggen om een duurzaam toekomstpad uit te stippelen? Hoe zorgen dat sociale zekerheid, universele dienstverlening en ecologisch herstelbeleid naar draagkracht en vermogen gefinancierd worden?

2. Een vitaal middenveld behoort in Vlaanderen en in België tot het onmisbare culturele erfgoed. Welke rol kan dat middenveld spelen in het ontwikkelen van nieuwe economische modellen en in het vernieuwen van politieke participatie? Welke initiatieven moet de overheid nemen om die basisinitiatieven te ondersteunen? Hoe kan een sterk sociaal overleg bijdragen tot een betere samenleving?

3. De economie heeft een nieuw kompas nodig. Hoe zien bedrijfsmodellen eruit die het creëren van maatschappelijk en ecologische meerwaarde voorop zetten en zowel productieve als reproductieve arbeid honoreren? Hoe zorgen we ervoor dat de groeiende groep werknemers met precaire arbeidsstatuten opnieuw betere sociaal bescherming genieten? Welke investeringen zijn nodig voor een rechtvaardige transitie van de economie?

4. Ongelijkheid schaadt de sociale samenhang, ondergraaft maatschappelijke structuren en belet daadkrachtig klimaatbeleid. Hoe verkleinen we inkomens- en vermogensongelijkheid? Hoe versterken we onze sociale zekerheid voor iedereen? Hoe verzekeren we gelijkheid voor mensen en groepen die uitgesloten worden wegens afkomst, religie, gender, seksualiteit, huidskleur? Hoe versterken we opnieuw de deelname aan politiek en maatschappij van kort geschoolden en slecht betaalden?

5. De toekomst moet beter, niet steeds meer. Hoe realiseren we de goede combinatie van betaalde arbeid, gezinsleven, persoonlijke ontplooiing en zorgzaam engagement voor de leefomgeving?

6. Rechtvaardige mondialisering, meer samenwerking. Hoe kunnen internationale handelsafspraken sociaal-ecologisch gemaakt worden? Wat is er nodig om historisch opgebouwde ongelijkheid tussen landen en regio’s om te keren tot vrije en gelijkwaardige samenwerking? Hoe gaan we van een wereldmarkt naar een robuuste economie? En hoe maken we werk van een wereldwijd afdwingbaar klimaatakkoord?

7. Groene jobs en investeringen moeten nu al prioritair zijn. Welke initiatieven verdienen die investeringen en hoe garanderen we de sociale en culturele inclusiviteit van de maatregelen?

Wij roepen op om alle bijdragen tot het debat de hashtag #BeterNaCorona mee te geven. Zo wordt kruisbestuiving en uitdieping beter mogelijk.

 

De initatiefnemers: Aktief, Apache, DeWereldMorgen, De Gids op Maatschappelijk Gebied, Furia, Kifkif, Lava, Minerva, MO*, Oikos, Sampol

Read more...
Pagina 1 van 3
Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account