en

Winkelwagen leeg

Denktank voor Sociaal-Ecologische Verandering

Over vrijheid, identiteit en liefde. Een gesprek.

27 april 2020 Luc Vandecasteele Cultuur 486 Views
Rate this item
(0 votes)

Voor Oikos pende Luc Vandecasteele een fictief gesprek neer, een gesprek dat we zouden kunnen voeren. Een conversatie tussen drie mensen - Saïd, Anja en Ben -  over ons brein, filosofie, identiteit en wetenschap. Over wat ons drijft, over ecologie en vernieuwende ideeën. Een boeiende dialoog die stemt tot nadenken.

Veel leesplezier!

 

Over vrijheid, identiteit en liefde

SAÏD: Ik heb een probleem. Sommige neurowetenschappers zeggen dat de mens geen vrije wil heeft. Hoe kunnen we dan ooit de mensen zo ver krijgen dat ze hun mentaliteit en gedrag veranderen? Opdat onze planeet het nog een tijdje uithoudt?

BEN: Volgens mij ga je ze met memes moeten bestoken. Onze hersenen veranderen alleen van idee als ze vaak genoeg hetzelfde horen. Want de vrije wil is inderdaad een illusie. Ik geloof daarin. Onze hersenen hebben al een paar tienden van een seconde beslist wat we gaan doen vóór we onszelf daarvan bewust worden. De indruk dat we zelf beslisten, dat is een resultaat van de evolutie. Het gaf een evolutionair voordeel aan de exemplaren die door toevallige genetische mutaties in het brein de illusie van een vrij besluit ontwikkelden, want dat voelt leuk aan. En die zijn uitgeselecteerd en overleefden de anderen.

ANJA: Geloof jij dit echt? Heb jij onlangs niet zelf beslist om je auto weg te doen en met autodelen te starten?

BEN: Nee, bij het idee van autodelen hadden mijn hersenen al enkele keren een extra stoot gelukshormoon, oxytocine weet je wel, afgescheiden. Omdat het me een leuk idee lijkt dat je niet meer zelf voor het onderhoud van je auto moet instaan. En vaak had ik hem toch niet nodig. Vandaar dat ik tot dit besluit gekomen ben.

SAÏD: Wie had dan het idee van autodelen overwogen, je brein of jij?

BEN: Mijn brein natuurlijk. Ik ben geen ik, ook dat is een illusie.

ANJA: We raken hier aan een fundamenteel filosofisch probleem. Jij (ik zal niet zeggen: je brein) bent een reductionist. Jij meent dat alles te reduceren valt tot materiële processen. Elektrische prikkels en  chemie in je hersenen bepalen volgens jou wat je denkt en wat je besluit. “Jij” bent een illusie die zich inbeeldt dat ze gedachten en motieven heeft, maar dat brein van jou is willoos overgeleverd aan ingebakken structuren en impulsen van buitenaf.

BEN: Dat is toch aantoonbaar met hersenscans? Als ik aan biefstuk denk gaat een bepaalde zone in mijn hersenen oplichten.

SAÏD: Is dat een bewijs dat het je hersenen zijn die denken en dat “jij” niks voorstelt? De signalen die op de harde schijf van mijn pc heen en weer flitsen zijn toch niet de oorzaak van de opgeslagen gedachten en informatie? Dat laatste essay van Dirk Holemans op oikos.be, met al die goeie ideeën, dat is toch evenmin veroorzaakt door zijn brein maar door zijn denkwerk?

ANJA: Daar raak je de kern van de zaak. Ik ben fenomenoloog. Ik kijk naar de fenomenen zoals ze zich voordoen. Ik stel vast dat ik ideeën heb en andere mensen ook. Ik stel vast dat ik een ruime marge vrijheid heb om vanavond niet te veel wijn te drinken en om straks dit recycleerbare flesje niet op straat te gooien. Ik zie dat mensen in staat zijn morele keuzes te maken en zich verantwoordelijk te voelen. Wetenschappers die bewustzijn en wil reduceren tot hersenverschijnselen begaan fundamentele fouten tegen wat goede wetenschap is. Zij kunnen of willen maar niet inzien dat het hele veld van de psyche met al haar bewustzijnsfenomenen in een andere laag van de werkelijkheid ligt dan het veld waarin de natuurwetenschappen voorspellingen kunnen doen. Die laag moet je op zichzelf voor werkelijk nemen en haar eigen wetmatigheden onderzoeken met methodes die erbij passen.

BEN: Jij durft nogal. Ik protesteer. We kunnen maar beter geloven wat toonaangevende wetenschappers zeggen. Zij hebben toch gestudeerd en ze hebben er veel over nagedacht.

SAÏD: Je brein protesteert dus, als ik je brein goed begrijp? Want jij bestaat toch niet?

BEN: Jouw brein heeft gelijk. Mijn brein protesteerde al vóór ik mij bewust werd dat ik zou protesteren. Omdat er al een heleboel schema’s klaarlagen in mijn brein die mij zeggen dat je het brein van de wetenschappers maar beter kan geloven.

SAÏD: Is dat niet griezelig? Dat betekent dat de enige weg om onze planeet te redden inderdaad bestaat uit massale beïnvloeding met de gewenste denk- en gedragsschema’s. Dat is waar ze nu in China mee bezig zijn. Een mierenstaat creëren, waar iedereen bewaakt wordt en ongewenste gedachten en gedrag bestraft worden. Zeker als je tot een ethnische minderheid behoort zoals de Oeigoeren of de Tibetanen. Je moet in de pas lopen. Eerst werden artsen bestraft omdat ze te vroeg informatie publiek maakten over het coronavirus, in een latere fase omdat ze te lang wachtten. Geef mij dan maar een transparante maatschappij waar je vrij mag denken en ook publiek mag zeggen wat je weet en denkt.

BEN: Daar ben ik het mee eens.

SAÏD: Maar zei je daarnet niet dat vrij denken niet bestaat?

BEN: euh…

ANJA: Daar heb je het. Het materialisme als filosofie ondergraaft zijn eigen stellingen. Er zijn gelukkig ook wetenschappers die eerlijk toegeven dat we nog bijna niets weten over hoe het bewustzijn eigenlijk functioneert en hoe onze geest met hersenfuncties samenhangt. Steven Laureys, comaspecialist in Luik, is zo iemand. Hij stelt dat hij in de eerste plaats heel verwonderd is. Over wat wij allemaal kunnen bedenken, voelen, fantaseren, gewaarworden, willen… Verwondering, dat moet de basishouding zijn van elke wetenschapper.

SAÏD: Van materialisme gesproken: de neiging van veel mensen om altijd maar meer te willen bezitten, is die niet de grootste oorzaak dat onze planeet uitgeput raakt? Dat is nog wat anders dan filosofisch materialisme.

ANJA: Jazeker. Op het 10-jaarsfeest van Oikos stelde Jason Hickel duidelijk dat de begeerte van de rijksten naar steeds meer rijkdom verantwoordelijk is voor zogenaamde noodzaak van een blijvende economische groei. Als daar paal en perk zou aan gesteld worden kan het ook zonder ongebreidelde groei en kunnen alle mensen goed leven binnen een duurzame en circulaire economie.

BEN: Eigenlijk kan mij dat allemaal niet veel schelen. Als ik maar plezier kan maken en genieten. En onze kinderen dan, zeggen ze. Maar ik heb bewust geen kinderen. Als de planeet op is is ze op. We zijn tenslotte toch maar een stofje in het heelal.

SAÏD: Waar halen veel mensen dan de drang vandaan om voor minderbedeelden op te komen? Om mee te werken aan een transitie die de planeet respecteert zodat het voor zoveel mogelijk mensen goed leven is? Om de waarheid uit te puren tussen al het fake news dat de geesten vergiftigt? Om iets zinvols te doen? Hannah Arendt formuleerde het zo: “mensen kunnen enkel betekenis ervaren omdat ze kunnen spreken met en zin toekennen aan elkaar en aan zichzelf”.

BEN: Gelukshormoon! Goed doen voor een ander, een ecologisch ideetje hebben of lekker duurzaam met de bakfiets rondrijden: het stimuleert dezelfde hersenzones als lekker eten en seks. Dat is al wat ons drijft, de rest is illusie.

ANJA: Dus jij gelooft wat Etienne Vermeersch in zijn laatste boek schreef: “wij zijn materieel-energetische systemen, zoals computers”? Jullie vergeten dat zelfs de slimste computer nooit out of the box kan denken of creatief zijn. Hoe intelligent AI ook wordt, ze zal nooit de fantasie van de kunstenaar ontwikkelen of verantwoordelijkheid nemen voor wat ze veroorzaakt. Ik wens je in je oude dag de nabijheid, empathie en betrokkenheid van een medemens toe en geen robot die al je materiële behoeften vervult en je met robotstem toespreekt. En vooral humor.  Heb jij al een computer een grap horen verzinnen?

SAÏD: Maar als we dan geen computers zijn, wat zijn we dan? We gaan toch niet weer een ziel uitvinden?

BEN: Godverdomme nee! Euh, ik bedoel, ik heb in mijn rebelse jaren God en mijn katholieke wortels vaarwel gezegd, en nu ga jij beweren dat er meer is dan materie?

ANJA: Je zegt het zelf: jij hebt je vrij gevochten. Je hebt je vrijheid genomen. En tegelijk beweer je dat er geen vrijheid bestaat. Volgens Arendt kunnen we betekenis geven door te spreken en zin te geven, ook aan onszelf. We kunnen tegenover onszelf gaan staan en reflecteren over wat we tot nu toe dachten en deden. Dat zijn momenten van vrijheid. Dit fenomeen moeten we in zijn waarde laten en het niet in de tang van de materialistische verklaringen nemen.

SAÏD: Het lijkt wel alsof niet alleen ons milieu zwaar vervuild is maar ook onze gedachtenwereld! Er wordt ons wijsgemaakt dat we geen vrije wil hebben. Dat alleen memes onze overtuigingen en ons gedrag bepalen zonder dat we daar zelf iets over te zeggen hebben. Zo’n materialistische visie kan enkel leiden tot een dictatuur waar de machthebbers bepalen wat goed is om te denken en te doen. Aan de andere kant is de grove hebzucht, die we vooral in het Westen zien, de oorzaak van de snelle achteruitgang van ons leefmilieu. En hoewel ze daar de opperste vrijheid prediken doen ze hetzelfde met de gedachten van de mensen: ze misleiden, slaafs en afhankelijk maken en opvullen met onwaarheden. Als het volk maar consumeert en straks de president herverkiest die het zogezegd voor hen opneemt tegen de elite. Maar met zijn beleid wordt alleen die elite rijker.

ANJA: Hij bespeelt ook handig het identiteitsgevoel. Gekleurde mensen verdacht maken gewoon omdat ze gekleurd zijn. Moslims een inreisverbod geven. Muren optrekken tegen vreemdelingen. Ook het identiteitsdebat is zwaar vervuild.

SAÏD: Bedoel je dat we niet fier mogen zijn op onze identiteit?  

BEN: Ja, we hebben toch maar een Van Eyck voortgebracht.       

ANJA: Hebben “wij” die voortgebracht? Ik herinner me niet dat ik daarbij betrokken was. Dit is hetzelfde probleem als daarnet. Materialistisch denken. We zijn zogezegd het resultaat van onze genetische afkomst en daarbovenop alles wat ons gevormd heeft door opvoeding en omgeving. Maar je hoort bijna nooit dat er ook een derde factor bestaat. Terwijl daar precies onze eigenlijke identiteit ligt. We zijn met niemand identiek behalve met ons eigenste zelf. En dat is een innerlijke factor die in staat is om zich in meer of mindere mate vrij te maken van erfelijke aanleg en beïnvloeding door de cultuur. Alleen, je kan dat enkel als je het zelf wilt én doet.

SAÏD: Onze professor Paul Verhaeghe, jawel de onze, zegt dat identiteit ontstaat door identificatie en separatie. We worden geboren met onze genen, en die bepalen ons al aanzienlijk. Dan komt het hele spel van confrontatie met de omgeving. Met een deel ervan identificeren we ons, een ander deel stoten we af. Dat bepaalt uiteindelijk wie we zijn. Hij heeft het over slechts twee factoren, geen derde. 

ANJA: Precies! Ook hij reduceert in feite. De taal zelf toont de beperktheid van die visie aan. Identificeren en separeren zijn werkwoorden, maar die vragen om een onderwerp. Wie bepaalt of je je van iets wil separeren of niet? Reflecteren op jezelf, je al dan niet identificeren met wat je meegekregen hebt: iémand doet dat. Als er “iets” in jou separeert zonder dat jijzelf daar iets over te zeggen hebt ben je principieel onvrij. Als adolescenten hebben we ons allemaal afgezet, iets diep in ons voelt eigen motieven ontluiken en wil daarvoor gaan.

BEN: Verhaeghe heeft het wel over unieke factoren in ieder kind die we niet kunnen vatten. Over kernkernmerken. Ieder kind maakt zelf keuzes in de wisselwerking tussen identificatie en separatie. Voor jou als fenomenoloog moet dat als muziek in de oren klinken. Ik vind het wazig. 

ANJA: Het is niet omdat we iets niet in positivistische zin kunnen verklaren dat het er niet is. We beleven toch voortdurend aan elkaar dat we allen een soort innerlijk “zelf” hebben, iets unieks. Fukuyama schreef ook een boek over identiteit, een van de velen. Hij heeft het over het “true inner self”, en gaat daarvoor terug op Plato en Sokrates. Er zit een derde deel in onze ziel – excusez le mot – dat uitgaat boven begeerte en berekening. Het kan zichzelf in vraag stellen. Het is de plek waar we waarde-oordelen kunnen vormen en ons geweten spreekt. De Grieken noemden het de “thymos”. Fukuyama situeert er ook het element dat ons ons zelfwaardegevoel geeft. En dat tegelijk vraagt om waardering en erkenning vanwege de ander, en die ook aan de ander kan schenken.  

SAÏD: Ik begin te vermoeden dat heel het identiteitsdebat eigenlijk daarom draait. Vragen nieuwkomers respect voor hun religie, hun huidskleur, hun tradities? Of willen ze vooral dat we hen als mens nemen, uniek en terzelfdertijd gelijkwaardig aan alle mensen ter wereld?

ANJA: Velen willen juist af van allerlei dwang en gewoontes uit de traditie of religie waar ze in opgroeiden. Een aantal zijn hun land juist daarom ontvlucht. Anderen grijpen des te meer terug naar hun roots omdat ze zich ontworteld of niet welkom voelen. In beide gevallen leeft er een diepere vraag naar erkenning van wie ze eigenlijk zelf zijn als mens. Als we hen hier dan weer fixeren op groepsidentiteiten van biologische of culturele aard doen we hen geen recht als persoon. Ik wil niet als een witte jonge vrouw van Oosteuropese afkomst of als iemand van de Vlaamse of Belgische cultuur geëtiketteerd worden. Ik wil iemand niet identificeren met zijn of haar huidskleur of gender of religie. Ik wil iemand ontmoeten als medemens. Er is al genoeg oorlog in de wereld door conflicten tussen zogenaamde identiteiten als religies en culturen.

SAÏD: Nathalie Heinich schreef recent een boekje over wat identiteit niét is. Op het eind stelt ze een eigen concept voor. En ze sluit af met een verhaal over de Joodse identiteit. Die heeft zowel een etnische (je Joodse afkomst, met hoofdletter) als een religieuze (de joodse religie, met kleine letter) invulling. Haar vader was Jood, voor een aantal orthodoxen is zij dus geen echte want dat ben je enkel als je moeder Joods is. En bovendien noemt ze zich ongelovig, en dat is zeker vloeken in de joodse kerk. Wat ben ik nu eigenlijk, vraagt ze? Is het te verwonderen dat ik zoveel tijd nodig had om te begrijpen waarom het identiteitsvraagstuk dat zo beproefd is door het jood-zijn, zoveel invloed gehad heeft op mijn denken en mijn werk? Ook zij identificeert zij blijkbaar nog meer met dit soort identiteit dan met haar eigen unieke kern die daar onafhankelijk van is.

BEN: Bart De Wever heeft ook een boekje over identiteit gepleegd. Hij sluit aan bij de Duits-Syrische politicoloog Bassam Tibi. Gek dat een Syriër dit hier moet komen zeggen: Europa moet staan voor haar eigen verlichtingswaarden. Scheiding van kerk en staat, tolerantie tegenover andersdenkenden, aanvaarden dat je levensbeschouwing of religie één onder de velen is en dat geen enkele aanspraak kan maken op de absolute waarheid. Dit is wat we in Europa van nieuwkomers mogen verwachten. Voor de islamitische geloofsgemeenschap houdt dit de opgave in van de concepten van jihad en sharia. Hun inhoud is daar immers niet mee verenigbaar. De Wever leidt daar een aantal principes uit af. In onze verlichte “Leitkultur” waar Tibi voor pleit moet de overheid neutraal zijn. De taal is hét verbindende element tussen alle burgers, daarom is het leren van onze taal prioriteit. Vrijheid, gelijkheid, volkssoevereiniteit, de rechtsstaat, solidariteit: deze waarden zijn volgens hem de sofware van onze publieke cultuur. Hij staat voor een zogenoemd inclusief nationalisme.

SAÏD: Als hij die solidariteit nu eens wat meer in zijn programma zou opnemen in plaats van het neoliberalisme te omhelzen. En aan de scheurtjescentrales vast te houden. Onafhankelijke experts noemen onze kerncentrales tijdbommen, Engie en de Fanc zien geen probleem. Zo worden de overheid en wij allemaal gegijzeld door industriële grootmachten.

ANJA: Zelf nadenken en de waarheid uitpuren, het komt altijd op hetzelfde aan. De Wever mag best het warme nest van de heimat verdedigen, mensen moeten zich inerdaad thuis kunnen voelen. Hij mag onze rechtsstaat verdedigen, hoewel niet al zijn partijgenoten dat even consequent doen. Maar naast het temmen van het grootkapitaal mis ik ook bij hem een visie op wat ons unieke innerlijkste zelf nu eigenlijk inhoudt.

SAÏD: Jij hebt het over de vervuiling van onze denkwereld in verband met ons vermogen tot vrijheid en met onze identiteit. Met onszelf als op louter eigenbelang beluste wezens. Dit soort denken en wat er uit voorkomt helpt onze planeet om zeep. Maar ik zie ook veel kiemen van vernieuwing. Niet enkel de acties van de klimaatjongeren. We moeten ook anders gaan denken, leren in samenhangen denken, schrijven opiniemakers. Onze planeet aarde met al haar levende wezens en haar wonderlijke evenwichten doet het ons voor. Ook wij mensen zijn op velerlei manieren met elkaar en de planeet verbonden. Zelfs in de economische wetenschap moeten we anders gaan denken. Johan Lambrecht wil er de ziel terug in, ze is teveel een wetenschap van het hoofd geworden en het hart werd vergeten. Formules en abstracte grafieken, met winstmaximalisatie als hoofdmotief.

ANJA: Van motief gesproken. Ons aller Dirk Van Duppen…

BEN: Hij is van de PVDA.

ANJA: Hij is van iedereen. Dirk zei in zijn laatste interview het volgende: “Ik heb voldoende bewijs dat liefde de drijvende kracht is geweest om de evolutie tot de homo sapiens waar te maken. Het is een belangrijk onderdeel van de zorg en wij zijn de enige zoogdieren die zo kwetsbaar, afhankelijk, zorgbehoevend ter wereld komen. Wij kunnen niet zonder de zorg van anderen.” Zijn inzet tegen ongelijkheid is legendarisch. Zijn boek over de mens als supersamenwerker heeft grenzen verlegd. Niet alleen omdat het aantoont hoe samenwerking ons meer ingebakken zit dan eigenbelang. Maar hij is ook op het spoor van iets anders.  

BEN: Wat nu weer?

ANJA: Hij vloekt in de kerk van de evolutiebiologen. Een drijvende kracht in de evolutie? Streng verboden! De evolutie was blind, louter toeval heeft geleid tot de complexe levensvormen die we kennen, de homo sapiens inbegrepen. Spontane variatie van genen, selectie van gunstige mutaties, strijd om het bestaan: van drijvende kracht kan geen sprake zijn. En dan nog de liefde! Het hedendaagse dogma zal Van Duppens ontboezemingen algauw reduceren tot een metafoor. Liefde is een kwestie van hormonen en van overleven. Terwijl Van Duppen aantoont dat de mens een grote uitzondering is onder de dieren en zelfs de primaten. Hij spreekt van een kwalitatieve sprong tussen dieren en mens. Leg dat maar eens uit als alleen toevallige factoren in een materiële omgeving toegelaten zijn.     

SAÏD: Ik vraag me ook al lang af hoe je dit dogma kunt rijmen met de bewezen statistische onmogelijkheid dat het leven en de mens door toeval zouden ontstaan zijn in de kosmos. Meerdere auteurs hebben het al beschreven, ik noem maar Bogdanov en Denton, ondersteund door diverse  Nobelprijswinnaars. Er zijn zo gigantisch veel wetmatigheden en voorwaarden die tegelijk aanwezig en vervuld moesten zijn om die enorme complexiteit en onderlinge afstemming mogelijk te maken. Ons universum is niet door toeval maar met een enorme mathematische precisie ontstaan. Het algoritme van de verdere ontwikkeling, het leven inbegrepen, lag al ingebakken van in het begin.

BEN: Als dat klopt… dat zou nogal eens een transitie zijn voor de wetenschappen. Waarom hoor je dat nooit op de universiteit?

ANJA: Al van in de Middeleeuwen waren de universiteiten de plek waar de dogma’s uitgedragen werden. Maar er waren ook altijd rebellen. Nu brengen we die niet meer naar de brandstapel maar we verketteren ze verbaal. Of we zwijgen ze dood. Maar Etienne Vermeersch, die er ook wat van kon, was aan het einde van zijn leven toch maar bezig met de vraag naar de “informatie”. Naast energie, velden, deeltjes en straling ligt er in het universum ook een massa informatie besloten. Hoe valt dat te rijmen met toeval? Waar komt die vandaan?

SAÏD: ik ga met nog meer vragen naar huis dan ik gekomen ben. Informatie? De stap naar intelligentie is niet groot. Of, zoals ze vroeger zeiden, wijsheid. Op de duur lijken we weer uit te komen bij de oude invulling van spiritualiteit. Maar nu via de wetenschappen en de filosofie. Zou er dan niet alleen materie en energie maar ook spirit, geest, in het universum bestaan? Waar onze geest toegang toe heeft? Zijn we niet zomaar een onbetekend stofje?

BEN: Ik houd het er voorlopig bij dat spiritualiteit louter bestaat uit menselijke concepten die ons brein evolutionair mogelijk gemaakt heeft. Terwille van  onze overleving. Zo konden we het uithouden temidden van een woeste en bedreigende natuur en met de dood als enig uitzicht van dit zinloze bestaan.

ANJA: Al blij dat je zegt “voorlopig”. Voor mij hebben we dringend nood aan een nieuwe basishouding in de wetenschap, die al deze vragen open houdt. Want het denken is tot het uiterste verschraald. Over onszelf, de ander, de planeet, de economie. Met als resultaat een vreselijke verschraling van onze leefomgeving wereldwijd. Met een klimaat dat ontregeld is en een innerlijk klimaat dat overspoeld wordt door depressie en zinloosheid. Maar ik doe niet mee aan doemdenken, hoe ernstig de situatie ook is. Ik ga voor de kracht van nieuwe ideeën.  

 

Luc Vandecasteele
Huisarts in Gent
Auteur van
Het dierbare België,
Islam en christendom – in wezen diep verbonden?
Geen mens zonder god – het boek “over God” van Etienne Vermeersch doorgedacht

Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account