
Fractiesecrertaris van de Groen!-fractie in het Vlaams
Parlement - voormalig parlementslid en politiek
secretaris van Groen!
Website URL: C:\Users\johan.malcorps\Pictures\080620_01_JohanMalcorps.jpg
Ecologische economie is het alternatief voor een (neo-)klassieke op groei gerichte economie. Maar ecologische economie staat ook voor een andere manier van wetenschap bedrijven, niet vanuit een ivoren toren, maar in voortdurend overleg met basisgroepen, NGO’s of groepen die opkomen voor ecologische rechtvaardigheid. Dat is al sinds jaar en dag de manier van werken van ecologist en wetenschapper Joan Martinez-Alier en dat is ook het uitgangspunt voor het boek “ECOLOGICAL ECONOMICS FROM THE GROUND UP”[1]. Het boek schetst de principes van een ecologische economie, maar dan vanuit de praktijk, vanuit de strijd van gewone mensen in Afrika, Azië, Latijns Amerika, Europa voor een beter leefmilieu en daardoor voor een beter leven.
In oktober 2010 overleed Hermann Scheer aan een hartaanval. Hij was Duits socialistisch parlementslid. Maar bovenal vurig pleitbezorger van hernieuwbare energie en vooral zonne-energie. Hij was voorzitter van EUROSOLAR en van de World Council for Renewable Energy. Hij schreef geschiedenis als grondlegger van de Hernieuwbare Energiewet (EEG) in Duitsland met het systeem van feed-in-tarieven (zie kader) dat inmiddels door zowat 40 landen is overgenomen. En hij was de drijvende kracht achter de totstandkoming van het internationaal agentschap voor hernieuwbare energie (IRENA) dat in 2009 van start ging.
Zijn publicaties vonden internationaal weerklank : “The Solar Economy “(2004), “Energy Autonomy” (2006) en postuum “The Energy Imperative” (2011). De laatste vier jaar van zijn leven werkte hij aan de documentairefilm ‘The 4th Revolution. Energy Autonomy – Free Energy for All” die maart 2010 uitkwam.
‘The Energy Imperative’ werd dus ongewild het testament van Scheer. Het is een indrukwekkend testament geworden. Typisch voor Scheer is dat hij een vlijmscherpe analyse brengt van de machtsgreep van de oude energiecorpo-raties en de wijze waarop ze NGO’s en politici, ook van zijn partij of van de Groenen, in de luren leggen. Scheer spaart geen heilige huisjes. En hij is niet bereid toegevingen te doen. Hij gaat voor een 100% hernieuwbare toekomst, wereldwijd, en dat binnen de 25 jaar. Al wie daar tegen in gaat, speelt met de toekomst.
Scheer gelooft niet in een conflictloze overgang naar de zonne-economie van de toekomst. Bij de energie- transitie zullen er duidelijke winnaars en ver-liezers zijn. De hernieuwbare energieën die decentraal kunnen instaan voor autonome productie van stroom en warmte, vormen een bedreiging voor de bestaande centralistische energiemaatschappijen. En die hebben dat maar al te goed begrepen. Zij stellen alles in het werk om de doorbraak van de hernieuwbare technologieën te vertragen. Ook (Vooral) als ze schijnbaar meesurfen op de groene golf. Het zogenaamde “coëxistentie”- of “consensus-denken” berust op een illusie en is bovendien dodelijk. Hernieuwbare energie kan niet vreedzaam samen leven met fossiele energie en kernenergie. De systeemvereisten voor beide vormen van energie zijn tegengesteld (infrastruc-tureel, organisatorisch, financieel). De grote energiebedrijven moeten hun grote kostelijke installaties afschrijven. En door elke nieuwe investering die ze doen zetten ze zich zelf weer voor tientallen jaren vast en trachten ze ook ons mee te gijzelen. Terwijl investeren in hernieuwbare energie op enkele jaren tijd rendeert. Het bereiken van eensgezindheid rond lange termijn- energieplannen waarin fossiele brandstoffen, opslag van CO2 en kernenergie nog decennia lang een toonaangevende rol spelen, is uit den boze. Veel conservatieve maar ook progressieve politici, maar ook grote milieuverenigingen zijn in die val getrapt.
Meer zelfs, het denken in quota voor hernieuwbare energie, remt juist de stormachtige ontwikkeling van de nieuwe groene technologieën af en dringt hen een rol op in de marge van het bestaande energiesysteem. Ook al gaat het om 10 of zelfs 20 % groene energie. Scheer gelooft in een “creatieve destructie” naar het model van Joseph Schumpeter. Zoals de auto op korte termijn kar en paard van de weg ruimde, of de PC de oude schrijfmachines, zo zal ook de hernieuwbare energieproductie binnen de kortste keren de fossiele en nucleaire energie-installaties naar de schroothoop verwijzen. Fossiele en nucleaire installaties moeten verdwijnen. Zo vlug mogelijk. Hierover kan of mag niet gemarchandeerd worden. Hoogstens kan aanvaard worden dat in de overgang “hybride fasen” optreden. Maar de richting van de evolutie moet steeds duidelijk zijn : de toekomst is voor 100% hernieuwbaar.
Wat kernenergie betreft gaat Scheer nog een stap verder : er zal maar een toekomst zijn voor hernieuwbare energie als snel en onvoorwaardelijk werk gemaakt wordt van de ontmanteling van alle kernwapens. Zo lang landen hun status van kernmogendheid willen handhaven (en dat geldt even zeer voor Iran, Noord-Korea als de klassieke kernmachten) zullen ze ook blijven kiezen voor ‘vreedzame’ kernenergie. En zullen ze DUS blijven ageren tegen hernieuwbare energie.
Scheer verwerpt noties als ‘CO2-neutraal’ of ‘low carbon’ : die zijn op maat gesneden van de grote energiemaatschappijen. Die willen kun kerncentrales verkopen als ‘zero emissie’-centrales en hun kolencentrales als schone centrales omdat ze hun uitstoot van CO2 kunnen opvangen en opslaan (“Carbon Capture and Storage” of CCS).
Alles omrekenen in CO2-emissies is bijzonder bedrieglijk en misleidend.
Eerst en vooral omdat de oude energiecentrales zorgen voor veel meer en veel gevaarlijker vervuiling dan enkel CO2. Zo bijv. fijn stof, NOX, SO2, CO, radio-actieve straling, olielozingen op zee. Daarom mogen we ook niet meegaan in valse pleidooien voor energieheffingen die vooral neerkomen op CO2-heffingen. Laat ons alle energieheffingen omvormen tot “vervuilingsheffingen”.
En door te focussen op CO2 en klimaat, verdwijnen ook andere levens-belangrijke aspecten uit het zicht. Het nijpend bevoorradingsprobleem bijv. : olie en uranium worden schaars en straks onbetaalbaar. Zon en wind zijn er in overvloed. De veiligheidsproblemen voor huidige en toekomstige generaties. Daarover wordt in alle talen gezwegen. Maar ook de kansen die groene energie biedt voor economie en tewerkstelling worden weg gemoffeld. Olie en kernenergie laten alleen grootschalige productie en distributie toe en versperren de weg naar een groene lokale economie met duizenden groene jobs en veel meer energievrijheid.
Hermann Scheer gelooft in het belang van de Rio-conferentie van 1992 en looft de rapporten van het IPCC. Internationale bewustwording is meer dan ooit nodig. Maar in bindende internationale afspraken gelooft hij niet. Integendeel de grote verworvenheden van Kyoto zoals de quota, de emissiehandel, de flexibele mechanismen brachten ons van de regen in de drop. In het Duits parlement stemde Scheer als enige (samen met Hans-Jozef Fell van de Groenen) tegen de wet die Europese CO2-emissiehandel omzette in Duits recht. Met Eurosolar voerde hij campagne tegen de emissiehandel onder het motto ‘onze lucht is niet te koop’. De CO2-emissiehandel heeft als enige bedoeling de bestaande energiestructuren te betonneren en hernieuwbare energie tegen te houden. Het feit dat de hele operatie begon met het gratis uitdelen van uitstootrechten aan grote vervuilers, zegt genoeg.
Zelfs de befaamde maximum opwarming van 2°C is voor Scheer een valstrik. Want een verdere opwarming toestaan is in feite onverantwoord. We zouden de opwarming onmiddellijk moeten bevriezen en beginnen aan projecten om de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer terug te dringen.
Decennia van grote milieuconferenties hebben nauwelijks iets opgeleverd. Voor hem was de mislukking van de Kopenhagen-conferentie geen verrassing. Hij gelooft meer in een nieuw elan voor Agenda 21, voor de participatieve projecten die het adagio ‘Think globally, act locally’ in het vaandel dragen. De invoering van het feed-in-tarief in Duitsland en andere landen om hernieuw-bare energie te bevorderen, heeft veel meer CO2 uitgespaard dan het hele Kyoto-proces. En zonder eindeloze onderhandelingen en bureaucratie. Zijn oplossing voor het falen van de grote klimaatconferenties is radicaal gaan voor ‘coalitions of the willing’ : groepen van landen, regio’s, steden die zonder dralen de weg op gaan van 100% hernieuwbare energie of die kiezen voor grote herbebossingsprogramma’s en de aanmaak van CO2-rijke humus om woestijngronden te heroveren. Dat zal heel wat meer opleveren dan complexe procedures om schone lucht te verkopen of te laten betalen voor het niet omhakken van bossen.
Grote zonnecentrales in Zuid-Europa of in de Sahara met super-zonnespiegels (‘Centralized Solar Power’ of CSP) die massa’s zonne-energie opwekken en dan via lange HVDC-kabels (HVDC staat voor 'High Voltage Direct Current', ofwel gelijkstroom met hoge spanning) en een Supergrid (elektriciteitsnet) al die groene stroom vervoeren over de bodem van de Middellandse Zee, doorheen de Pyreneeën en Alpen en dwars doorheen heel Europa. Scheer ziet het als een ‘fata morgana’, maar tegelijk als één van de laatste maar gevaarlijkste kunstgrepen om hernieuwbare energie alsnog af te stoppen. Een dergelijk project is op maat gesneden van de grote energie-multinationals. Hun wijze van denken, energie produceren en verdelen, wordt klakkeloos gekopieerd. Dergelijke projecten vergen per definitie een grootschalige aanpak en stromen vol geld. En wat voor de grote producenten het belangrijkst is : dergelijke projecten vragen veel tijd, zijn niet op korte termijn realiseerbaar. Denk maar eens aan het aantal vergunningen dat je moet binnenhalen om zo’n supergrid van de ene tot de andere kant van Europa aan te leggen. Over een afstand van 5.000 kilometer. Terwijl nu al voor elke kilometer hoogspanningslijn die wordt aangelegd een actiecomité wordt opgericht. En als klap op de vuurpijl citeert Scheer het groen Europees parlementslid Claude Turmes die vreest voor een geheime nucleaire agenda. Frankrijk zou wat graag kerncentrales bouwen in Noord Afrika en die stroom via dezelfde kabels in Europa aan land brengen.
Zonnespiegels in Noord-Afrika, het is alleen maar een goed idee als de groene stroom die zo opgewekt wordt ten goede komt aan de landen zelf (bv. de straatarme landen van de Sahel) en de mensen die er wonen. We hebben eerder nood aan stimuli voor een ‘Desert Economy’. De plaatselijke bevolking heeft die energie veel meer nodig dan wij. Zij kunnen de groene stroom aanwenden om hun milieu terug leefbaar te maken (bijv. via bevloeiings-projecten of als alternatief voor peperdure olie).
Dezelfde redenering geldt voor SEATEC, de prestigeplannen voor mega windturbine-eilanden ver op de Noordzee of de Baltische Zee. Hier is Scheer voorzichtiger : het gaat allicht niet over de bestaande turbineparken, eerder over de nog veel straffere plannen voor bijv. een ‘Windring’ op de Noordzee of zelfs de Atlantische Oceaan. Windmolens op land zijn stukken goedkoper en bieden veel meer mogelijkheden voor autonome productie bijv. met bewonerscoöperatieven. Hoe groter de windmolenprojecten op zee, hoe verder weg van de kust, hoe meer ze het model overnemen van de grote olieboorplatforms en hoe meer ze in de kaart spelen van de grote energie-multinationals.
Scheer is hier bijzonder scherp, omdat hij door deze megalomane plannen, die overal grote bijval krijgen, de belangrijkste troeven van hernieuwbare energie ziet verloren gaan. De mogelijkheid van decentrale productie van stroom en warmte, dus vlak bij de consument. Het verwerven van energie-autonomie, dus los van de grote multinationals. Het uitbouwen van slimme energienetten die hernieuwbare energie in al zijn verscheiden vormen lokaal of regionaal op mekaar laat aantakken. En dat zonder dat hiervoor een supergrid nodig is dat enkel door machtige concerns en kapitaalgroepen gecontroleerd wordt. Scheer droomt eerder van een internet, een los weefsel van regionale slimme netten, die wel alle verbonden zijn, maar die niet afhangen van heuse energie-autostrades.
Hernieuwbare energie is te lang beschouwd als een technisch snufje in de marge. Een parkeermeter die nu werkt op een zonnepaneeltje. En voor de rest blijft alles gelijk. Niets is minder waar. De overgang naar 100% hernieuwbaar verandert alles.
Het gaat om te beginnen om veel meer dan enkel zonne- en windenergie. Het gaat ook om andere energiebronnen : biogas, biomassa, waterkracht, getijden – en golfslag-energie, geothermie, nieuwe technieken zoals warmte-kracht-koppeling, warmtepompen, isolatietechnieken, enz.
In feite gaat het om een totaal nieuwe gebruik van de energie die we rechtstreeks cadeau krijgen van de zon en die we direct (zonnestralen) of via fotosynthese (planten) gebruiken om landbouw te bedrijven, maar nu ook om een groene industrie aan te drijven.
Het gaat ook om hernieuwbare grondstoffen. Biomassa als alternatief voor petroleum) in de chemie bijv. Of hernieuwbare bouwstoffen (hout). Of het gaat om hernieuwbare producten (producten uit biomaterialen die 100% afbreekbaar en herbruikbaar zijn).
Het gaat om transport op basis van hernieuwbare energie : wagens op groene stroom, energie- autonome schepen, vliegtuigen op biobrandstoffen.
Het gaat vooral ook om totaal nieuwe ontwikkelingskansen voor landen in het Zuiden die veel kostelijke investeringen in grootschalige infrastructuur kunnen overslaan en meteen de sprong kunnen maken naar de zonne-economie.
Hernieuwbare energie en -productie is een nieuw paradigma, een nieuwe manier van produceren, van verplaatsen, van leven. Hernieuwbare energie wordt letterlijk en figuurlijk de motor van een ander soort technologie en een ander soort maatschappij. Dat is de vierde industriële revolutie. En die zal nog veel ingrijpender zijn dan de derde industriële revolutie op basis van ICT.
De zon stuurt ons geen rekening. Hernieuwbare energie is spotgoedkoop in vergelijking met fossiele of nucleaire energie. In feite zelfs gratis. Als de initiële investeringen zijn afgeschreven. Dus we mogen ons niets laten wijs maken. Zeker niet door de grote energiemaatschappijen die ons al jaren gepeperde rekeningen sturen en die nu geen weg weten met de steeds grilliger prijsschommelingen voor brand- en grondstoffen. Scheer beschrijft hoe de fossiele en nucleaire energie altijd kon rekenen (tot vandaag) op enorme onderzoeksbudgetten en subsidiestromen. Zij kunnen maar overleven door constante manipulatie van de markt. Zij hebben per definitie een staatsgeleide economie nodig en kunnen maar overleven door een groot stuk van de politiek aan zich te binden. Een vrije energiemarkt gebaseerd op conventionele niet-hernieuwbare energie en op massale energie-invoer, is een illusie.
Dat hernieuwbare energie in de opstartfase ook steun nodig heeft, is niet meer dan normaal En dus helemaal geen schande. Zeker omdat ze de competitie moeten aangaan met de “overgesubsidieerde” traditionele energietechnolo-gieën. Maar hernieuwbare energie wordt in ijltempo goedkoper en slagkrachtiger. Binnen de kortste keren zullen zij zonder steun verder open bloeien, als echt vrije spelers op de markt. En de andere wegdrukken. Tenzij men de markt blijft vervalsen.
In die zin is het bijzonder cynisch dat de tegenstanders van hernieuwbare energie nu vooral op het kostenaspect inhakken. Het gaat immers om een zeer tijdelijk gegeven. En bovendien om een erg éénzijdig verhaal. Alle andere voordelen van hernieuwbare energie worden terzijde gelaten. En vooral het feit dat er geen alternatief is voor de transitie naar hernieuwbare energie. Tenzij we echt willen afwachten tot olie en uranium compleet onbetaalbaar zijn geworden.
In het licht van de klimaatcrisis en andere crises kan politiek niet langer simpel weg gezien worden als ‘de kunst van het mogelijke’. We moeten politiek omzetten in ‘de’ kunst van het noodzakelijke’. De politiek kan en moet veel meer doen om hernieuwbare energie te bevorderen dan vandaag. In plaats van de steun overhaast af te bouwen.
Naast feed-in-tarieven ziet Scheer nog andere politieke instrumenten die kunnen ingezet worden :
• Wettelijke verankering van de voorrang voor hernieuwbare energie op het net
• Voorrang voor hernieuwbare energieprojecten als projecten van algemeen belang in de ruimtelijke planning
• Meer rechten voor lokale besturen : die moeten bijv. zonnepanelen voor nieuwbouw kunnen verplichten, of het gebruik van bepaalde fossiele brandstoffen kunnen verbieden op hun grondgebied
• Het creatief gebruik van infrastructuur (bv. om de 900 meter windmolens plaatsen langs alle Duitse autostrades : een project dat minder kost dan DESERTEC, veel sneller kan gerealiseerd worden en niet in strijd is met het streven naar meer energie- autonomie)
• het instellen van een vervuilingstaks op alle energie
Louter spelen op technische argumentatie (CO2 – kostprijs) zal niet volstaan. Hernieuwbare energie heeft vooral een veel grotere morele legitimiteit. Hernieuwbare energie uitbouwen is zoveel als een ethische imperatief.
Het betoog van Hermann Scheer is bijzonder gedreven, soms bijna fanatiek of zelfgenoegzaam. Hernieuwbare energie is het antwoord op alle problemen, zijn hernieuwbare energiewet is het enige goede model om hernieuwbare energie aan te drijven. Alle anderen dwalen.
Het minimaliseren van het belang van internationale akkoorden is niet zonder risico. Want ongewild kom je zo in het kamp terecht van staten en lobby’s die tegen verregaande klimaatinspanningen ageren. Hij komt daar zeer dicht bij als hij het model van Obama van ‘pledge and review’1 verdedigt dat werd opgenomen in het Kopenhagen Akkoord (2009). (1Alternatief voor bindende internationale doelstellingen (zoals het Kyoto Protocol) – alle landen geven eigen doelstellingen op die nadien kunnen geëvalueerd worden)
Ook de discussie over de oplopende kosten van de overheidssteun voor hernieuwbare energie kan niet langer ontweken worden. Oversubsidiëring kan wel degelijk het draagvlak voor hernieuwbare energie aantasten. Dat is de laatste tijd ten overvloede bewezen.
Tegelijk is het pleidooi van Scheer bijzonder confronterend. Ontluisterend bijna. Als hij gelijk heeft zit een groot deel van het energie- en klimaatbeleid in ons land, in Europa, wereldwijd, op een doodlopend spoor. In eigen land vertelt iemand als Aviel Verbruggen ook al jaren eenzelfde verhaal. Lees zijn boek ‘De Ware Energiefactuur’ er maar op na. Scheer geeft genadeloos aan welke belangen spelen. Daaraan voorbij gaan, zou bijzonde naïef zijn. Hij maakt ook duidelijk dat er een immense politiek opdracht rest voor wie echt werk wil maken van een energie- transitie.
Ook in Vlaanderen en België beleefde de sector van de hernieuwbare energie de voorbije jaren een echte boom. Maar dat is relatief. Wereldwijd gingen de ontwikkelingen nog veel harder. Ons land blijft achteraan bengelen. We zijn dus bijzonder slecht geplaatst om de kritiek van Scheer hautain naast ons neer te leggen. Hieronder een grafiek voor de productie van windenergie. België moet 15 Europese landen laten voorgaan.

(< Europese Vereniging voor Windenergie – “Wind in Power 2011” – Europese statistieken)
Hermann Scheer heeft de kernramp van Fukushima (maart 2011) niet meer mee gemaakt noch de beslissing van de Duitse regering om voor goed te breken met kernenenergie. De geschiedenis geeft hem steeds meer gelijk. Maar tegelijk blijven zijn recepten omstreden. In zijn Duitsland woedt opnieuw een debat over de zinvolheid van de hernieuwbare energiewet. Bondsminister Rösler wil de wet nu zelfs helemaal afschaffen. Tot grote ontsteltenis van groenen en socialisten. De strijd is nog lang niet gestreden. In heel Europa wordt de steun voor hernieuwbare energie afgebouwd. Veel te vroeg, waardoor de sector een zware duik dreigt te maken. Maar om Scheer een laatste keer te citeren : de uiteindelijke winnaars zijn al lang bekend. De zonne-economie komt er. Daar is geen weg naast.
Het nieuwe beleveniscenter, of zeg maar shopping center Uplace dat de Vlaamse regering wil/wou bouwen in Machelen/Vilvoorde, zorgt recent voor heel wat discussie. Terecht wordt gewezen op milieu- en mobiliteitseffecten en op de negatieve weerslag voor de middenstand in Vilvoorde, Machelen, Leuven, zelfs Aalst.
Maar de vraag ten gronde is of grote shopping centra, type Wijnegem Shopping Center, nog wel van deze tijd zijn. Gaat het niet om de dinosaurussen van de retail? Is het model van de grote shopping centra buiten de stadskernen niet op sterven na dood? Als dat zo is, dan hinkt de Vlaamse Regering hopeloos achterop. De vorige en deze regering hebben dure contracten getekend met de projectontwikkelaars van Uplace. Zogezegd voor een creatief en vernieuwend project van de toekomst. Maar kiest men niet eerder voor een project dat hopeloos en nostalgisch blijft vast hangen in het verleden?
Om deze vragen te beantwoorden, is het wellicht nuttig even kort in de geschiedenis te duiken van de shopping malls.
In haar proefschrift “Living with Less. Prospects for Sustainability” (2010) maakt Jeanine Schreurs op basis van praktijkonderzoek duidelijk dat rond komen met minder geld kan leiden tot meer persoonlijk geluk en alleszins een meer duurzame levenswijze. Maar dat mag natuurlijk niet gebruikt worden om sociale inleveringen en koopkrachtverlies goed te praten.
Er was de laatste maanden veel te doen rond de veldproef met genetisch gemanipuleerde aardappelen te Wetteren. Onderzoekers, politici, jan en alleman nam standpunt in voor of tegen genetisch gemodificeerde organismen (GGO's.
Maar is genetische manipulatie nog wel top of the bill? Zijn GGO's niet achterhaald en is het niet hoog tijd om de keuze te makjen voor nieuwe en meer duurzame biotechnologieën?
De EHEC bacterie zorgt voor paniek. Een bacterie waartegen geen enkel antibioticum nog werkt. Maar zo zijn er al verschillende bacteriën onder ons. De antibiotica resistentie kost wereldwijd duizenden slachtroffers. Het werd jaren geleden allemaal voorspeld. De farma industrie pleegde schuldig verzuim. Andermaal zal de overheid moeten ingrijpen en redding brengen.
Theodore Dalrymple is in. Bart De Wever plaatste hem op een voetstuk. De liberale denktank Libera! gaf hem de Prijs van de Vrijheid. De Standaard geeft hem een vaste tribune. Het denken van Dalrymple staat model voor het nieuwe conservatisme dat nu ook in Vlaanderen opgang schijnt te maken. Reden om een reeks essays van de hand van Dalrymple door te nemen.
Het EREC (European Renewable Energy Council), de koepel van de hernieuwbare energiesector in Europa, biedt met het boek ‘Renewable Energy in Europe ‘ een goed gedocumenteerd overzicht van de verschillende soorten hernieuwbare energie, van wind- en zonne-energie, tot geothermie en biobrandstoffen. Maar van veel zelfkritiek kunnen de auteurs niet verdacht worden.
Hoe groen is een Master Management opleiding aan de Vlerick school in Gent of in Leuven? Het is een vraag waar je niet meer om heen kan, als je het boek “The Positive Deviant. Sustainability in a Perverse World” (2010) hebt gelezen van Sara Parkin. Sara Parkin gelooft dat we nood hebben aan goed gevormde leiders om te bouwen aan de transitie naar een meer duurzame samenleving.
Op zoek naar een origineel geschenk?
Geef dan een Oikos-abonnement cadeau!
Zomerworkshop: Maak je eigen geldvr aug 30 @14:30 - 05:30 |
Zomerlezing: Transitie: noodzaak of modewoord?vr aug 30 @19:00 - 08:30 |
De Groene Academie - Bouwstenen van de groene ideologieza okt 05 @09:00 - 04:00 |
Documentaire 'Economics of Happiness'di okt 08 @20:00 - 10:00 |
Documentaire 'Economics of Happiness'wo okt 23 @20:00 - 10:00 |
Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op 001-5987701-64 van Oikos vzw.
Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina je gegevens in en wij sturen een gratis proefnummer.