Fakegate?
Het Heartland Institute reageert bijzonder scherp op de actie van DeSmogBlog. Vooral de publicatie van ‘Confidential Memo: 2012 Heartland Climate Strategy’ wekt de woede op. Deze memo zou “total fake apparently intended to defame and discredit The Heartland Institute” zijn. De instelling dreigt met gerechtelijke stappen en financiële eisen tegenover elke publicatie die niet zou wachten tot het instituut de memo bevestigde of ontkende.
“We respectfully ask all activists, bloggers and other journalists to immediately remove all of these documents and any quotations taken from them, especially the fake ‘climate strategy’ memo and any quotations from the same, from their blogs, websites and publications and to publish retractions” (Heartland Institute website).
Op de blog van de instelling wordt de kwestie gerapporteerd onder de titel ‘Fakegate’ met vermelding van de kranten, instituten en weblogs die de feiten niet in de versie van Heartland bekendmaakten: Greenpeace, DeSmogBlog, Huntington Post, Pacific Institute en het National Center for science Education.
Pedagogie als strijd om de publieke opinie
Het Heartland Institute is opgericht in 1983. Sinds 2008 organiseert de instelling tweemaal per jaar een Internationale Klimaatconferentie. De strategie van het instituut is daarbij gericht op het in vraag stellen van de invloed van menselijk handelen op de verandering van het klimaat. En via deze klimaatconferentie wordt aan mensen en groepen inhoud aangereikt voor hun klimaatsceptische publicaties in allerlei media.
De actie die in de mails beschreven worden hebben vooral ook betrekking op het bewerken van de publieke opinie:
Studieprogramma’s voor het onderwijs om het “alarmisme omtrent het klimaat” bij leerkrachten van de nodige vraagtekens te voorzien. Vooral de antropogene tendens in de opwarming van de aarde moet als controversieel en onzeker voorgesteld worden in het ter beschikking gestelde onderwijsmateriaal. Het financieren van personen die snel gemobiliseerd kunnen worden om tegenwicht te bieden aan wetenschappelijke bevindingen, persartikels of blogs die de consensus op het gebied van klimaatverandering ondersteunen. De oppositie tegen de consensus van de klimaatwetenschap moet georganiseerd worden langs alle media. De financiering van een panel van onderzoekers die rapporten moeten aanbieden op diverse fora van besluitvorming: een NIPCC (Non-Intergovernmental Panel on Climate Change) als tegenwicht voor het IPCC.In The Wall Street Journal van 27 januari 2012 verscheen een opiniestuk ondertekend door 16 wetenschappers ‘No need to panic about global warming’, met als centrale these: “There’s no compelling scientific argument for drastic action to ‘decarbonize’ the world’s economy”. Waarschijnlijk is deze persactie de aanleiding van de ‘rel’, want een opiniestuk van 255 leden van de US National Academy of Sciences was door The Wall Street Journal geweigerd. Een van de initiatiefnemers van het niet opgenomen artikel is Peter Gleick, die ‘Fakegate’ organiseerde in een schreeuw om aandacht van de media.
Het Heartland Institute en het neoliberalisme
Het Heartland Institute is heel actief in het bestrijden van de klimaatwetenschap, maar zijn veel ruimer. Het instituut is een eerder late loot op de stam van de free-market- denktanks in de VS. Zo bestaat The Heritage Foundation sinds 1973 en het Cato Institute sinds 1974. In 1982 werd het Ludwig von Mises Institute opgericht(1982), net voor het Heartland Institute (1983). Dat laatste behoort dus tot de groep van denktanks die zich labelen als “a free market institute” en met “Ideas that empower people”, en presenteert zichzelf als volgt:
“The Heartland Institute works with free-market oriented experts to discuss the good and bad of national, state and local government policies in the tax and spending arenas.
Topics include income, sales and excise taxes, economic development, targeted tax incentives, government pensions and health costs and other influences on taxes and spending. We favor policies that reduce the size and power of government and expand choice and freedom for citizens. We oppose government programs and tax regimes that favor some at the expense of others.”
Elke (potentiële) bedreiging van de vrije markt moet bestreden worden, dus ook het “groene paard van Troje” dat in zijn buik de rode marxistische leerstellingen herbergt van interventie van de staat en beknotten van het vrije ondernemerschap2. In de Mission Statements van deze denktanks vind je steeds hetzelfde verhaal terug. Ze zijn allemaal op bedevaart geweest naar de Mont Pelerin Society van Friedrich Hayek en zijn medestanders. Zo presenteert The Heritage Foundation zich als:
“a research and educational institution – a think thank – whose mission is to formulate and promote conservative public policies based on the principle of free enterprise, limited government, individual freedom, traditional American values and a strong national defense”.
Deze denktanks benadrukken ook hun onafhankelijkheid van financiering door de overheid. Hun financiering komt uit private bronnen – burgers, bedrijven, schenkingen – die meestal niet bekend gemaakt worden. In de rel over de gelekte mails van het Heartland Institute is de informatie over de financieringsbronnen dan ook het grootste probleem. De echtheid van de andere mails wordt erkend, de informatie over de financiering zou echter “fake” zijn. In een zuiver ideologisch kader zou deze informatie geen probleem zijn. Maar als het over belangen gaat dan is er duidelijk meer aan de orde en is publieke informatie wel een probleem. Het gaat dan immers niet om de verdediging van opvattingen, maar om macht en economische belangen.
Merchants of doubt
Noami Oreskes en Erik Conway, twee historici van wetenschap en technologie, schreven een boek over de geschiedenis van de strijd tegen de klimaatwetenschap: Merchants of doubt3. Daarin analyseren ze de acties van wetenschappers die zich in dienst stellen van industriële belangen: in het kader van de wapenwedloop tijdens de koude oorlog, in de kwesties van de zure regen en van het gat in de ozonlaag, en in de strijd tegen de wetenschappelijke bevindingen over de gevolgen van roken en mee-roken. Het betwisten van resultaten van wetenschappelijk onderzoek van de klimaatwetenschappen past in die keten. Telkens worden wetenschappers ingezet om twijfel te zaaien over verworven kennis. En deze handel in twijfel wordt aangewend om “politieke ondernemers” te bedienen in hun lobbywerk. De acties van deze wetenschappelijke dienaren van industriële belangen zijn ook gericht op de beïnvloeding van de publieke opinie. Niet alleen het politieke bestel, maar ook de media-industrie is mikpunt van de pijlen van de merchants of doubt.
De auteurs geven voorbeelden van wetenschappers die op meerdere terreinen in deze geschiedenis actief zijn: niet alleen op het gebied van de invloed van roken op de gezondheid, maar ook op het gebied van de klimaatproblematiek. Op zoveel terreinen wetenschappelijk competent zijn is al kwestieus. De anti-campagnes worden royaal gefinancierd door de betrokken industriële groepen. Een heel apparaat dat functioneert in het kader van de bewustzijnsindustrie schept een draagvlak bij (delen van) de bevolking.
De stelling van Oreskes en Conway is echter dat niet alleen financiële drijfveren een rol spelen bij de wetenschappers die zich laten verleiden tot het verdedigen van industriële belangen, maar ook en misschien vooral ideologische. Er is een continuïteit van de koude oorlog tot aan het scepticisme ten aanzien van klimaatwetenschap volgens één ideologische lijn: de verdediging van de ideologie van de vrije markt tegen de ideologieën van links waarin de staat een belangrijke rol krijgt. En de dreiging van “de staat”, “de weg naar de slavernij” wordt vlug van stal gehaald.
Het verdedigen van industriële belangen die bedreigd worden door wetenschappelijke bevindingen komt voort uit een vrees voor staatsinterventie, uit angst voor regulering. De verdediging van de vrije markt staat centraal. Zo ontstaan er coalities tussen diverse industriële belangen en ideologisch gemotiveerde groepen. De financiële middelen die gemobiliseerd worden om belangen te verdedigen vloeien zo ook naar het verspreiden van een ideologisch discours. Over industrieën heen ontstaan er dus geldstromen om een ideologie te propageren en in het politieke bestel te vertalen. Denktanks leveren daarbij materiaal aan voor het mediabestel en werken politieke technologie uit om politici te bevoorraden met argumenten en concrete voorstellen.
De strijd om invloed in het Cato Institute
Het Cato Institute is een gerenommeerde neoliberale denktank, ontstaan in 1974 als The Charles Koch Foundation, in 1976 omgevormd tot Cato Institute. De familie Koch speelt met haar Koch Industries een belangrijke rol in de olie-industrie. Op dit ogenblik is er een hele strijd aan de gang naar aanleiding van het overlijden van een beheerder van het Cato Institute. De Koch’s willen hun invloed in het dagelijks beheer van het Cato Institute versterken, hun 50 % aandelen omzetten in 68 % en de structuur van het instituut aanpassen om hun positie te versterken in het beleid. Terzake is een rechtszaak ingeleid door de gebroeders Koch tegen de huidige leiding van het Cato Institute.
De strijd gaat niet om de ideologie van het Cato Institute. De gebroeders Koch betwisten niet de missie van de instelling: “The Cato Institute is a public policy research organization - a think thank - dedicated to the principles of individual liberty, limited government, free markets and peace”. De denktank benadrukt sterk zijn autonomie en omschrijft die vooral als onafhankelijkheid ten aanzien van overheidsfinanciering: “In order to maintain its independence, the Cato Institute accepts no government funding”.
Waarom draait dat conflict tussen ideologisch gelijkgezinden, dat niet intern geregeld kon worden? Het is een conflict tussen de vrijheid van het instituut binnen de lijnen van de ideologie van de vrije markt enerzijds en anderzijds het meer dienstbaar zijn aan de politieke en bedrijfsbelangen van de familie Koch. Dat blijkt duidelijk uit een tekst van Robert A. Levy, de huidige voorzitter van het Cato Institute4. Volgens Levy willen de gebroeders Koch Cato omvormen tot een instrument dat intellectuele munitie aanreikt voor de belangrijke politieke organisatie Americans for Prosperity. Deze breed uitgebouwde organisatie met lokale afdelingen in alle staten van de VS en federaal gecoördineerd, is een groepering van activisten voor de zaak van de vrije markt en een beperkte overheid. Zij wordt gefinancierd en gecontroleerd door Koch Industries. Americans for Prosperity is een van de belangrijkste voertuigen van de conservatieve Tea Party-beweging die de Republikeinse Grand Old Party zwaar onder druk zet.
De huidige leiding van het Cato Institute heeft vooral moeite met de directe controle door de familie Koch: “… they wanted to be in the driver’s seat – not just with respect to Cato’s philosophical base, with which the Koch’s had no disagreement, but also with respect to issue choice, timing and even geographic focus”.
Zeggenschap over de Grand Old Party
Het publieke conflict om de zeggenschap over een gerenommeerde denktank als het Cato Institute plaatst de rel om de gelekte mails van het Heartland Institute in een ander daglicht. Het legt de fundamentele conflicten bloot tussen industriële groepen die hun gevestigde belangen willen beschermen met behulp van de ideologie van het neoliberalisme. De strijd om de publieke opinie, om de gevestigde en om een bredere basis van de Republikeinse Partij wordt compromislozer dan ooit gevoerd. Gevestigde kapitalen, met prominent de familie Koch en hun Koch Industries, willen niet alleen de centrumpolitiek van Obama bestrijden maar ook de Republikeinse Partij controleren. Ze hebben de Tea Party uitgebouwd tot een voertuig om de dialoogpolitiek van ‘bipartisanship’ van de Obama-Democraten te doen mislukken. Het Republikeinse ‘conservatisme’ is grondig aan het transformeren5, en dat proces heeft invloed op de centrumpositie van de Democraten.
Dit hele proces raakt direct aan de klimaatpolitiek. Een economisch denken dat de grenzen van de groei, de beperkte draagkracht van de aarde, de limieten van de regeneratieve krachten van de aarde niet wil erkennen en geen rekening wil houden met de beperktheid van grondstoffen herkent en erkent de wet van de schaarste niet. Een dergelijke economie miskent de kern van het economisch denken, dat juist geconcentreerd is rond de schaarste van de middelen. Het ideologisch discours van de vrije markt geeft ook een draai aan de leer van de ‘creatieve destructie’ van Joseph Schumpeter. Het remt de innovatie door de destructie verder te zetten. En we hebben het dan nog niet over de invloed binnen de multipolaire machtsverhoudingen inzake klimaatpolitiek.
Nawoord
In haar interview met Le Monde zegt Oreskes6 dat de geschiedenis van het scepticisme ten aanzien van de klimaatwetenschap spoort met een specifiek traject in de Verenigde Staten. De lijn gaat terug tot de angst voor het communisme in de periode van de koude oorlog. Het Europese traject volgt eigen sporen. Los van de invloed van de VS op het denken in Europa, onder meer op het gebied van economische argumentatie, zou het de moeite waard zijn om de vergelijking te maken. Ook om de specifieke routes te volgen in België en Vlaanderen. Wat loopt parallel, wat verschillend wat betreft actoren, opvattingen, machtsverhoudingen, economische en sociale contexten?
De recente introductie van denktanks, hun invloed op de klassieke gecommercialiseerde pers en de audiovisuele media, de introductie van de nieuwe sociale media en hun invloed op het “maken” van de publieke opinie vraagt nieuw onderzoek. Wat vooral intrigeert is het optreden van economische commentatoren in de geschreven en in de audiovisuele media. Ze worden vaak opgevoerd als onafhankelijke deskundigen, maar ze zijn ingebed in ideologische stromingen en vaak in financiële belangen. Hoe verhouden hun gedachtegangen zich tot ecologische modernisering, tot de ideologieën van de vrije markt. En hoe beïnvloeden die ideeën hun commentaren op de meervoudige crisis van deze tijd? Maar dat vraagt om meerdere bijdragen.
Paul Everaert
19 april 2012
Noten
1. Stéphane Foucart, Les dessous du lobby climato-sceptique révélés, Le Monde, 18 février 2012.
2. Naomi Klein, Klima vs Kapitalismus. Was die linke Umwelbewegung von den rechten Think Tanks lernen kan, Blätter für deutsche und internationale politik, 2012/1, p. 75. Klein was aanwezig op de 6de Internationale Klimaatconferentie van het Heartland Institute en maakte op basis daarvan een analyse van het denken binnen deze denktank. Het artikel verscheen oorspronkelijk in The Nation (28/11/2011) waarin ze een column heeft.
3. Naomi Oreskes & Erik Conway, Merchants of doubt, Bloomsbury Press, 2010.
4. A Response to Charles Koch from Robert A .Levy, Chairman Cato Institute, March 12, 2012. Verschenen op de website van het Cato Institute.
5. Theda Skocpol and Vanessa Williamson, The Tea Party and the remaking of Republican conservatism, Oxford University Press, 2012. Om misverstanden te voorkomen: het Cato Institute is geen conservatieve, maar een ‘libertarian’ think tank.
6. Het boek van Oreskes en Conway is pas in het Frans vertaald (Les Marchants de doute, Le Pommier, 2012, 524 p.) Naar aanleiding van daarvan verscheen er een interview met Oreskes : Stéphane Foucart, Des chercheurs touchent beaucoup d'argent pour attaquer la science, Le Monde, 30 mars 2012.



