logo

%AM, %28 %349 %2014 %07:%mei

Het Dikke-Ik

Written by René De Ryck
Rate this item
(10 votes)

Ik werk met software uit de US op een computer met onderdelen uit wel 50 landen, mijn jeansbroek en schoenen komen uit Italië, wij hier thuis zijn verlekkerd op de Thais-Vlaamse keuken, vorige week maakten we een optreden van de Portugees-Mozambikaanse zangeres Mariza mee, ik lees momenteel graag Haruki Murakami, onze volgende wagen is mogelijk van Koreaanse makelij, en over drie weken bezoeken we drie dagen de kastelen van de Loire. Op straat zie je yuppies naast hiphoppers, gabbers, punkers, grunge-fans, en “gewone” jonge mensen. Voor de centen stemmen we blauw, voor duurzaamheid groen, voor solidariteit rood en als Vlaming geel. Mijn hoofd denkt links, de plaats waar mijn portefeuille zit rechts. Leefstijlen, sportrages, muziektrends, modes, de nieuwste media, … we mixen, blenden, integreren en fuseren erop los op de meest creatieve manieren. Wij voelen ons wereldburgers, oneindig. En als het effe kan willen wij onszelf laten zien, wij willen node herkend en erkend worden.

Ik ben een God

Wij leven in het meervoud. Veelheid primeert op eenheid, contradictie en discussie gaan boven eensgezindheid. Veelkleurig en veelkantig gedijen we als nooit voorheen in een internationale en globale cultuur met ieder zijn of haar eigen leefstijl. Alvin Toffler beschreef in zijn klassieker “De Derde Golf” in 1982 al de duidelijke trends van individualisering, fragmentarisatie en demassificatie – een afstappen van het uniforme massa-denken. Ons hedendaagse ideaal staat voor “een individu zijn”, geen homogene cultuur meer, wel diverse kleine subculturen. Mozaïekmensen werden we met een meerkantige identiteit en onderweg gingen we ons tegelijk individualistischer, veeleisender, verwender en verwaander gedragen. Kortom, wij werden Michelin-mannetjes en -vrouwtjes, dikke-ikjes. Om dat te duiden even een duikje in onze geschiedenis. In de “duister-barbaarse” Middeleeuwen gold nog het adagio van het collectieve en anonieme, vanaf de 15-16de eeuw echter – bij opkomst van Humanisme en Renaissance – merk je geleidelijk dat “betere” concept van de mens als maat van alle dingen, m.a.w. de creatie van het “zelf”. Eind 19de eeuw glasscherp aldus verwoord door Willem Kloos: “Ik ben een god in ’t diepst van mijn gedachten en zit in ‘t binnenst van mijn ziel ten troon over mijzelf en ’t al”. Eigen emoties en stemmingswisselingen die primeren, tijden van l’art pour l’art. Vanaf 1700 zowat zien we een geleidelijke groei naar meer zeggenschap, naar een met mondjesmaat ruimere vrijheidsmarge t.a.v. religie en overtuigingen. Vandaag is het concept van grote ideologieën en religies hier in het westen voorbij, voortaan organiseert en improviseert elkeen z’n eigen doen en laten. Wij sprokkelen onze levens bijeen, wij bouwen op van onderuit, niet meer gedicteerd van bovenaf. Zoiets geeft een boost van vitaliteit, energie en vernieuwing aan de samenleving, tegelijk een gevoel van verbrokkeling, verspintering en onzekerheid voor wat nog meer op ons afkomt.

Zowat 200 jaar nu zien wij de mens hier echt als een individu, een peulschil dus in de menselijke geschiedenis. In ons modern-seculiere denken begint en eindigt de wereld bij “ik”, “mij”, “mijn”. Mijn geluk, mijn plezier, mijn wereldje, voortaan houdt ieder z’n eigen broek op. Een identiteitsobesitas. Die verontrustende opmars van het dikke-ik in de openbare ruimte analyseert de Nederlander Harry Kunneman in zijn boek “Voorbij het dikke-ik. Bouwstenen voor een kritisch humanisme”. Hij heeft het over lomp en hufterig gedrag, alleen voor je eigen belangen gaan, minachting voor andersdenkenden, onverzadigbaarheid en zelfingenomenheid: enkele kenmerken van het dikke-ik dat zich inmiddels in vele gedaanten manifesteert. Variërend van zichzelf verrijkende managers, ijdele tv-persoonlijkheden en elkaar verdringende politici tot kijvende columnisten en gewelddadige voetbalsupporters, agressie in het verkeer, op straat, in de trein, op internet. Het dikke-ik neemt wat het nodig denkt te hebben, en dat is heel wat, opvallend en zonder enige gêne. Het wil niet alleen alsmaar meer consumeren, maar eist ook erkenning van zijn of haar handelingsvrijheid, én respect voor z’n hoogstindividuele verlangens en opvattingen. Het dikke-ik is vrij, autonoom en welvarend, en tegelijkertijd hoogst ontevreden. Het dikke-ik vormt een verontrustende uitvergroting van het autonome individu dat zich bevrijd heeft van alle vormen van moreel gezag en dat zich aan niets en niemand nog wat gelegen laat liggen. Maar een terugkeer naar bindende normen en waarden en naar de bijbehorende verticale gezagsverhouding is evenmin aanvaardbaar. Daarmee rijst de vraag hoe voorbij het dikke-ik te komen: in naam van welke waarden kunnen de autonomie en onverzadigbaarheid van het dikke-ik in het dagelijkse leven begrensd worden zonder z’n eigenheid geweld aan te doen?

Kunneman, hoogleraar Sociale en Politieke Theorie in Utrecht, gaat in op dit eigentijds fenomeen van aan de ene kant onze onbegrensde behoeften en aan de andere kant onze ontevredenheid. De opmars van het dikke-ik manifesteert zich op 3 onderling verbonden niveaus: op persoonlijk niveau, op het niveau van groepen en organisaties en op het nog grotere niveau van onze planeet en omgang met de natuur. En 3 elkaar versterkende krachtenvelden maken deze opmars begrijpelijk. Ten eerste: de voortdurende verleiding tot dikke-ik gedrag. Genieten van voeding, drank, erotiek, spel en allerlei vormen van comfort worden onafgebroken op de voorgrond geplaatst. Consumptieve overdaad maakt de kern van een goed leven uit en daar heeft als de evidentie zelve iedereen recht op. Ten tweede: het ik maakt zich dik ten koste van anderen. Postindustriële samenlevingen zijn gebaseerd op concurrentie, op sneller-sterker-slimmer zijn dan anderen. Een druk om steeds beter te presteren en succesvol te zijn, zowel voor organisaties als individuen. Die druk is een bron van constructieve energie en creativiteit, maar tegelijk een bron van stress en frustratie voor degenen die op de toppen van hun tenen moeten lopen. Wie niet meekan wordt eraf gelopen, maatschappelijk gemarginaliseerd, uitgesloten. Drie: de versnelling van de technisch-wetenschappelijke vooruitgang vergroot onze kans op dikke-ik gedrag. De consumptieve verleiding gaat zich uitstrekken over meer levensgebieden: van spel en communicatie tot plastische vormgeving van het eigen lichaam of mogelijk de beïnvloeding van genetische kenmerken van toekomstige generaties. En bij dit alles worden morele waarden al wel e’s aan de kant gezet voor het marktperspectief. De toenemende welvaart lijkt eerder een honger naar meer te stimuleren dan tot tevredenheid te leiden. Het dikke-ik is welvarend én ontevreden. Is een bestaan dat vooral uit presteren, concurreren en consumeren bestaat, in een samenleving die verhardt, al die moeite wel waard?

Flatterende selfiecultus

Dé plaats bij uitstek waar het moderne dikke-ik aan z’n trekken komt zijn onze nieuwe sociale media. Ze geven als geen ander een boeiende inkijk op de tijdsgeest, een intrigerende evolutie. Vele grote verhaallijnen en onderstromen komen in deze moderne spin-offs bovendrijven: narcisme, beeldvorming, status, technologie, privacy, grof geld, massagedrag, emo, verveling, communicatie. Door de opkomst van televisie in de zestiger jaren van de vorige eeuw kwam de mens helemaal in het middelpunt van de aandacht te staan. De huidige interactieve media deden daar nog een flink schepje bovenop. Elk individu staat continu in de belangstelling en we zijn er heilig van overtuigd dat dàt onze rechtmatige plek is. Vele musjes die denken adelaars te zijn. We fotograferen en filmen onszelf, we openbaren verhalen over onszelf als nooit voorheen. De mens als aloude verhalen-lover, nu door technologie massaal ter beschikking van elkeen. Er is niets fout met erkenning, vroeger kon je het stellen met de erkenning van een paar mensen uit je familie of nabije omgeving, maar vandaag wordt die vraag: hoeveel mensen zien me? Liefst zóóóveel mogelijk, de gehele publieke ruimte als het effe kan. Daarom willen we op tv, voor die 15 minutes of fame, daarom tellen we fier ons aantal vrienden op Facebook en twitteren we ons te pletter. De dwang tot meedelen, ik word gezien dus ik besta.

We houden mekaar permanent op de hoogte, alles – élke emotie – kunnen we melden aan de ander. Jouw grote mening in het kleine duimpje van “I like”. Via music player Spotify kan je op Facebook muziek delen met je vrienden. “I like”. Op een Google-kaart kan je de 3 belangrijkste plaatsen aanduiden waar je die maand was. “I like”. Samen met Nike & gps kan je het traject van je “longest run” op een kaart uittekenen. “I like”. Alles wordt “social”: welke film je kijkt, welke muziek je beluistert, waar je winkelt en wat je koopt, wanneer je naar toilet gaat, het nieuws dat je volgt, live commentaar en roddel op afstand over tv-programma x of y, gebouwen die je ziet al wandelend, welk gerecht je aan het koken bent, welk boek je leest in je leesclubje 3.0. Eén levendige en groeiende “community” waar je liket. Alles in de online wereld ga je liken en delen – in “realtime” – met een klein gevaar van “oversharen”, maar daarvoor heb je dan weer “filtertools”. Jezelf in the picture geplaatst op een zelf getimmerd podiumpje, spotje erop, de catwalk van ons leven. La mise en scène de soi, jezelf in de rol van jezelf, de wereld van make believe. Wij krijgen allen de kans onszelf te presenteren als een A-merk. In feite gingen we van “zijn” (intussen oude religieuze moraal) over “hebben” (kapitalisme, welvaartsstaat) naar “verschijnen” (nieuwe sociale media). Samengevat: het vanitas vanitatum heruitgevonden en opgepoetst, als Narcissus verslaafd. De selfie – een uitvergroting van het ik – als icoon van deze tijd, dat kan geen toeval zijn. Vroeger enkel weggelegd voor de rijken der aarde via hun veelal protserig geschilderde zelfportretten, nu klikklik democratisch voor iedereen. En pleit ikzelf “schuldig”? Hhmm, toch wel, op z’n minst gezegd: ik zoek de balans. Sowieso leven we voortaan – door internet – in een nieuwe publieke ruimte. Even wennen toch.

De Verlichting lukte té goed!

Wij zijn allen individuen en zelfbeschikking is sedert de Verlichting een van de belangrijkste, zo niet de belangrijkste waarde van onze westerse cultuur. René Descartes leerde ons, regelrecht tegen de toen heersende opvattingen in, de werkelijkheid vanuit het individu te bekijken, en dat doen we nog steeds. “Ik denk, dus ik ben”. Dat het individu volkomen onafhankelijk moet zijn, stamt uit de tijd van Descartes en de Verlichting. Knap idee. Immanuel Kant kwam met “Durf te weten” op tegen onmondigheid, tegen de leiding van kerk of stand, tegen de overheersing van driften en impulsen. Schitterend. Maar die Verlichting stelde de mens wellicht te centraal. De Verlichting is inherent agressief en kernwaarden als sympathie, empathie, sociale harmonie verschoven geleidelijk naar het achterplan. Een mooi woord als “mededogen” verdween uit onze Nederlandse woordenschat, geen toeval. Het enige waar wij nog warm voor lopen is “zelf”-realisatie, “zelf”-ontplooiing, empowerment. Wellicht lukte de Verlichting te goed. De laatste 50 jaar hebben milieuactivisten, alternatieve denkers, feministen, de homobeweging, voorvechters van pluralisme, en recent de Occupy-beweging bepaalde ideeën van de Verlichting bestreden. Je merkt bij het begin van de 21ste eeuw een duidelijke tegenbeweging in een streven naar rechten én verantwoordelijkheden, niet alleen vrijheid maar ook rechtvaardigheid, opnieuw een streven naar hogere spirituele waarden, niet enkel het individu telt, ook het collectief, niet enkel de economische mens, ook een universele waarde als medemenselijkheid telt. Humanomics naast Economics. In economische kringen (lees neoliberale) lacht men voorlopig die gedachte weg, dat vraagt nog wel enkele decennia.

Individualisering, prima. Keuzevrijheid, prima. Paradoxaal, maar meer en meer en nog meer keuze werkt niet bevrijdend, eerder verlammend. Het idee dat volop leeft over het óh zo vrije individu met een oneindig aantal keuzemogelijkheden zou wel eens de grootste illusie van onze tijd kunnen blijken. In een enge definitie van vrijheid als consumentenvrijheid kan dat kloppen. Wij hier in onze grootwarenhuizen kunnen inderdaad kiezen uit 15 soorten shampoo, 20 soorten parfum en 30 kledingmerken. Op de kabel 500 zenders, een absurde overvloed. Wat wij doordeweeks “keuzes maken” noemen kan je definiëren als “uitpikken” of “selecteren”. Of je worst, steak, hamburger of gebraad koopt, lijkt me niet echt een keuze. Echt kiezen doe je bij het nemen van bewuste beslissingen, bijvoorbeeld bij het aanpassen van je levensstijl omdat je duurzamer wil leven, of omdat je echt beseft dat je te dik werd, omdat je weet dat je niet zo kan blijven roken. De begrippen “vrijheid” en “autonomie” klinken al iets moeilijker bij deze 2 gewone vragen: ben ik vrij en autonoom als ik me voortdurend de laatste modes en snufjes laat aansmeren? Ben ik vrij en autonoom als ik me laat verbouwen om aan het huidige schoonheidsideaal te voldoen? Wij moderne mensen leven met het waandenkbeeld dat we autonoom en vrij geworden zijn, in feite conformeren we aan alles en nog wat, maar we ontkennen vanbinnen hardnekkig dat een postmoderne cultuur ons daartoe dwingt. Met Slavoj Žižek, bijgenaamd het denkbeest van Ljubljana: “Juist de ultieme keuzevrijheid die mensen in deze tijd beleven maakt hen onvrij”.

Onze comfortbroeikas

Dat is meteen de andere paradox van het westen, nl. dat individuele vrijheid en conformisme zo nauw samengaan. We horen het niet graag zeggen, maar wij dikke-ikjes consumeren hetzelfde, wij denken hetzelfde, wij doen hetzelfde, ik heb nog nooit zoveel massagedrag gezien rondom. Wereldwijd luisteren we naar dezelfde muziek, spelen we dezelfde games, kijken we dezelfde films, gebruiken we dezelfde formats in Facebook, dansen we op dezelfde manier. Wij kunnen voor het eerst alle soorten kleren kopen en toch ziet iedereen er ongeveer hetzelfde uit. Alle shoppingcentra lijken op elkaar, idem voor moderne stadscentra. Lijkt wel copy-paste overal ter wereld. De fabriekjes van de mainstream draaiden nooit voorheen op voller toerental met hypes, modegrillen, trends, rages, cultussen, … algeheel universeel. Vreemd, wij westerlingen vinden onszelf zo modern, zo uniek, zo vrij terwijl we ons gedragen als de ergste massamensen. We bedachten er al een hele resem mediagenieke neologismen voor als McDonaldisering, Disneyficatie, Neckermannisatie, Globalisering, Mondialisering. Voor mij geeft het Franse “formatter les esprits” dit conformeren het treffendst weer, nl. in de betekenis van ons denken en doen “in vaste formats of sjablonen gestopt”. De Duitse cult- en cultuurfilosoof Peter Sloterdijk gebruikt het rake beeld “zeepbel”, wij wonen in een gesloten universum van egootjes, met een onbehaaglijk teveel, wereldvreemd en kneuterig. Een “comfortbroeikas” met enkel behaaglijke luxe, met een vrijheidsideaal van onbekommerd je gang gaan en je eigen behoeften uitleven. De neoliberale cultuur ondersteunt voor Sloterdijk enkel frivoliteiten en Spielerei: toerisme, sport, seks, muziek, tv, mode. In die “schuimbel” moeten wij opnieuw leren gestalte geven aan ons leven in plaats van het geconditioneerd te ondergaan. Ik ken wel wat mensen die het zelfs niet meer de moeite waard vinden het nieuws te volgen want teveel nabijheid, té veel nood en narigheid. Beetje vetgemest zien we liefst zo weinig mogelijk van dat soort bullshit, hoogstens vermoeid schouderophalen.

Wij ikjes zijn voortdurend bezig, wij hoppen van de ene interessante gebeurtenis naar de volgende, bang iets te missen. Never a dull moment. Er zit een onrust in ons, een ontevredenheid, een onbehagen. Opnieuw paradoxaal, maar wellicht het bewijs dat we ons diep vanbinnen vervelen. Verveling is de grondstemming en vloeibare onderstroom van onze cultuur. Een structurele verveling in de zin van “Is that all there is?”, en hop naar de volgende hippe gebeurtenis, de volgende nog leukere partner, het volgende must have gadget, de volgende nóg beter betaalde job, de volgende nóg lucratievere belegging. Een tantaluskwelling, telkens je denkt te bereiken wat je wilde, ligt dat toch weer veraf. Nochtans, wij in het westen hebben alles, alles is zo af, alles is hier zo netjes dat bijvoorbeeld Afrikanen zich afvragen waarom wij eigenlijk nog danig draven en pezen.

Hier leven wij dan op onze eilandjes, veeleisender dan ooit, welstellender dan ooit. Ergens onderweg werden we dikke-ikjes met te korte beentjes, ontevreden prinsjes en prinsesjes. Blank, welvarend, zelfgenoegzaam. Wat dat betreft kunnen we nog wat leren van de spontane blijdschap van volkeren zonder onze welvaart. Terug van reis merk ik keer op keer weer het contrast: wij beetje verzuurd volkje, wij moppersmurfjes, wij Icarusjes. Altijd iets om over te zeuren en te zeiken.
______________________________________________________________________

Bibliografie:

Het Dikke-Ik. Over de PR van het ik

▪ “Sonnet V”, Willem Kloos, uit “Verzen” (Uitg. W. Versluys, A’dam – 1894)
▪ “Voorbij het Dikke-Ik. Bouwstenen voor een kritisch humanisme”, Harry Kunneman (Uitg. SWP, A’dam – 2005)
▪ “De Spektakelmaatschappij”, Guy Debord (Uitg. de Dolle Hond, A’dam – 2005)
▪ “Wikipedia”, Slavoj Žižek, http://nl.wikipedia.org/wiki/Slavoj_%C5%BDi%C5%BEek
▪ “Sferen”, Peter Sloterdijk (Uitg. Boom, A’dam – 2009)

René De Ryck

Website Bio RenéGeboren in Asse-Mollem 1952. Volgt middelbare studies in wiskundige afdeling, studeert Germaanse in Leuven en geeft een tijdje les. Tussendoor freelance medewerker aan VRT-sportredactie radio. Nadien 30 jaar directeur van Centrum Volwassenenonderwijs Merchtem-Ternat met innovatieve opleidingen informatica, talen, human resources, ondernemen, gastronomie, mode & deco.
Woont nu in Gent. Auteur boek “Droommachines en Denkbeesten”, een essaybundel. Meer info via: www.renéderyck.be.

 

 

Read 5952 times Last modified on %PM, %28 %567 %2014 %12:%aug

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.