logo

%PM, %15 %611 %2014 %13:%jan

Vergeet de schaarste, kies voor overvloed

Written by
Rate this item
(1 Vote)

HET ECO-OPTIMISME VAN MICHAEL BRAUNGART EN WILLIAM MCDONOUGH

In hun tweede boek ‘De Upcycle’ schetsen Braungart en McDonough opnieuw een wereld van ecologische overvloed. Als we kiezen voor het ecologisch ontwerpen van producten, stoppen we niet alleen de verloedering van onze planeet, maar gaan we ons milieu effectief upgraden. Zij kiezen voor radicale oplossingen die ecologisch maar ook sociaal rechtvaardig zijn.

STOP HET GEZEUR OVER GRENZEN

Met hun boek “Cradle to Cradle” maakten William Mc Donough en Michael Braungart in 2002 furore. Zij lieten een geheel nieuw geluid horen binnen de milieubeweging. Ze trokken ten strijde tegen het pessimisme en doemdenken van de klassieke ecologisten. Hun vertrekpunt was niet schaarste of het denken in grenzen. Zij gingen uit van de rijkdom van de natuur, van overvoed. Het beeld dat ze daarvoor gebruikten was dat van de kersenboom die overvloedig bloesemt in de lente. Die kersenboom staat voor hen symbool voor “a world of abundance, not one of limits, pollution and waste”. In hun visie op economie is onbeperkte groei mogelijk als we onze producten zorgvuldig ontwerpen. Eco-efficiëntie volstaat niet. “Less bad is no good”. Zij willen niet minder milieuschade, zij willen NUL milieuvervuiling. Dat heet bij hen eco-effectiviteit. Alle afval moet terug als grondstof kunnen gebruikt worden (“zero waste” of “afval is voedsel”). Zij willen alle kringlopen sluiten. De economie mag niet langer werken van “wieg tot graf”, maar moet leiden van “wieg tot wieg”. Meer zelfs: in plaats van down cycling (recyclage waarbij producten steeds aan waarde verliezen), willen zij zorgen voor up cycling, producten die het milieu juist beter maken. En als dat mogelijk is, staat er ook geen maat op de groei. Hoe meer afval hoe beter. Want afval is voedsel, meer afval is beter voor het milieu… Met dit boek werden ze dé protagonisten van het groene groei – denken wereldwijd. In een Cradle-to-cradle (C2C)-economie gaan economische groei en ecologie immers perfect samen. Hoe meer groei, hoe meer sociaal inkomen en hoe beter voor de planeet.

ECOLOGIE IS VOOR LEVENSGENIETERS

In hun nieuw boek “The Upcycle” (2013) werken ze deze ideeën verder uit. En verheffen ze die tot een echte levensfilosofie. “Het doel van de upcycle is een verrukkelijk diverse, veilige, gezonde en eerlijke wereld met schone lucht, schoon water, schone grond en schone energie, waar we op een spaarzame , rechtvaardige, ecologische en verfijnde manier van genieten” (p. 37). Hun tweede boek straalt zo mogelijk nog meer voluntarisme en optimisme uit dan “Cradle to Cradle”. Ecologisme is plezier halen uit het leven, is genieten van de natuur. Dat kan als je kiest voor een economie die ontwerpt in functie van de natuur, van de planeet, die zorgt voor een ‘positieve voetafdruk’.

Veel mensen vandaag houden van lang en heet douchen. Wat is daar mis mee? Als alle water gefilterd en herbruikt wordt en als de warmte wordt opgewekt door zonne-energie? Niets toch? Laten we genieten van een heerlijke douchebeurt. En het vermanende vingertje achterwege laten.

VOORBIJ DE KRINGLOOPECONOMIE

Daarbij kiezen ze niet voor simpele of halfslachtige oplossingen. Compromissen wijzen ze af. Zo verduidelijken ze dat een “cradle tot cradle” – economie veel radicaler is dan een simpele kringloopeconomie. De klassieke recyclagesector gaat dikwijls uit van niet-optimaal ontworpen producten. Als je die in kringloop brengt, veroorzaak je meer schade. Zoals bij het in kringloop houden van harde plastics zoals PVC. De cascade “beperk, hergebruik, recycle” is niet ambitieus genoeg . Zij gaan voor “herontwerp, hernieuw en regenereer”. Zij denken niet aan een gesloten cirkel als model, maar aan een oplopende spiraal. Zeker geen downcycling, waarbij producten steeds meer aan waarde verliezen, ook geen simpele re-cycling, waarbij schadelijke stoffen blijven circuleren, maar upcycling waarbij producten en het milieu er juist op vooruit gaan. Alle materialen zijn bijzonder waardevol. Via een Materialenbank of intelligente materialenpool (IMP) en de invoering van ‘materiaalpaspoorten’ kunnen we ervoor zorgen dat er geen schaarste komt aan waardevolle grondstoffen en dat de waarde van materialen op een hoog niveau gehandhaafd blijft. Ook chemische stoffen kunnen bijvoorbeeld gemerkt en geleast worden. Verpakkingen kunnen overbodig worden door een nieuw slim display-systeem voor het uitstallen van producten in winkels. Stadsrenovatie gebeurt met materialen die “ontgonnen” worden in oude stadsdelen. Alle materialen worden als voedingsstoffen voor natuurlijke of technische kringlopen beschouwd en opgevolgd door een ‘voedingsstoffenmanager’.

Vandaar dat zij geen kwaad woord willen horen over groei. Groei is puur natuur. Een groene economie moet de groei vieren. Groeien is bloeien. Meer groei kan nooit een probleem zijn. Een boodschap die bij veel industriëlen natuurlijk als muziek in de oren klinkt. Veel meer dan het normerende, taxerende, begrenzende verhaal van de klassieke milieubewegingen en administraties.

ONBEPERKTE ENERGIESTROMEN

Eén van de belangrijkste kritieken op “Cradle to Cradle” kwam vanuit energiespecialisten. Om alle afval 100% terug te kunnen inzetten als nieuwe grondstoffen, is immers veel energie nodig. Braungart en McDonough antwoorden hier nu op door radicaal te kiezen voor 100% hernieuwbare energie. Ook de energie willen ze upcyclen. Vooral de energie van de zon is onuitputtelijk. Ze willen af van fossiele brandstoffen. Olie beschouwen ze als een spaarpotje van de aarde, waar we zuinig moeten mee omspringen, en dat we zeker niet snel, snel mogen opbranden. Biobrandstoffen zoals palmolie en het verbranden van houtpellets zijn minderwaardige oplossingen, omdat zij natuurwaarden definitief vernietigen. En omdat ze vervuilen. Biodieselwagens en houtkachels stoten fijn stof uit en dikwijls ook veel meer CO2 dan officieel begroot. Grootschalige waterkracht beschouwen ze als “de vorige generatie hernieuwbare energie”. De toekomst is nu aan wind en vooral zon. Ook het elektriciteitsnet zelf moeten we upcyclen en daarbij radicaal de kaart trekken van decentrale opwekking en verder de uitwisseling via netwerken. Echte duurzaamheid ontstaat altijd lokaal. Verder dromen Braungart en McDonough van elektrische treinen die rijden op fotovoltaïsche panelen in de spoorbermen, van windturbines in hoogspanningsmasten, van een relighting programma op basis van LED-lampen,…

HOE MEER ZIELEN, HOE MEER VREUGD

Ook de bevolkingsaangroei weigeren Braungart en McDonough als een last te zien. Dus voor hen geen “population bomb” maar “bevolkingsbloei”. De geboorte van iedere nieuwe mens moet juist gevierd worden, is een kans op verrijking van het leven. Want als we de juiste keuzes maken is er voedsel genoeg om meer mensen te voeden.

Daarbij bekennen ze zich tot de permacultuur, bezingen ze de ecologische efficiëntie van de regenworm die onze bodems vruchtbaar houdt. Bodems opschonen zoals gebeurt in de agro-ecologie is een ultieme vorm van upcyclen. Dat kan bijv. door korrels magnesiumammoniumfosfaat (struviet) te halen uit ons rioleringswater en daarmee de bodems terug te verbeteren. Onze generatie bezit de aarde niet, maar heeft slechts het vruchtgebruik ervan. We hebben niet het recht de aarde letterlijk en figuurlijk op te eten. Want de aarde en de bodem behoort aan de levenden en niet aan de doden.

CO2 WORDT VOEDSEL

En er is meer. In plaats van biomassa te ontrekken aan de voedselketen en in te zetten als brandstof, kunnen we extra biomassa aanmaken en planten gebruiken om CO2 in op te slaan : de aarde gebruiken als een biologische batterij. Wat veel zinvoller is dan het domweg capteren en opslaan van CO2 onder de grond (CCS). Dat kan door de overtollige CO2 in de lucht via een systeem van “horizontale schoorstenen” op te vangen, daarmee planten (bijv. algen) te kweken en die dan te gebruiken om energie te vervoeren en terug op te wekken waar ze nodig is.

Nog futuristischer is hun idee van de vertikale gestapelde (broei)kassen. Op die manier kunnen massa’s voedsel geteeld worden op beperkte ruimte, in het midden van steden (zodat er geen verre verplaatsingen nodig zijn voor de afzet van de producten). En dat kan zelfs onder de grond. De energiebron is de zon of op specifiek op bepaalde (hydro)culturen afgestelde led-lichten, op zonne- of windenergie. Op die manier zouden grote oppervlakten land terug vrijkomen voor natuur en voor het vieren van biodiversiteit. Het behoud en actief herstel van de vruchtbaarheid van de bodem is cruciaal.

ETHISCH ONTWERPEN IS OOK SOCIAAL ONTWERPEN

In hun boek geven ze ook antwoord op kritieke uit sociale hoek. “Cradle to Cradle” hield allicht te weinig rekening met sociale verhoudingen, was zeker geen “fair trade”-keurmerk. Ook aan dit gemis trachten ze nu tegemoet te komen. Het optimaal (her)ontwerpen van producten moet ook een ethisch en sociaal ontwerpen zijn. Men kan een product bezwaarlijk ideaal noemen als het later in haar levenscyclus leidt tot vervuiling of tot gezondheidsproblemen. We moeten steeds de vraag stellen : wat komt hierna? (na het ontwerp of de verkoop van het product). Dat geldt evenzeer voor de sociale effecten. Een optimaal ontwerp is ecologisch én sociaal. Dat bereik je niet door te “benchmarken”, want dan vergelijk je enkel minder goede, sub-optimale oplossingen. Echte vernieuwing komt er niet door te benchmarken. Maar door van bij het ontwerp van een product uit te gaan van “waarden”. C2C wordt dus ook MVO (maatschappelijk verantwoord ondernemen).

GEEN NOOD AAN POLITIEK?

Ten opzichte van ‘Cradle to Cradle’ biedt ‘Upcycle’ meer een totaalvisie, geeft het antwoord op meer vragen. Daardoor wordt het geheel nog een stuk radicaler, zelfs utopisch.

Maar het boek charmeert. Het is misschien net iets te mooi om waar te zijn. Maar het is een bevlogen verhaal, een uitdaging en het geeft een scheut optimisme mee.

Het grootste manco blijft allicht het bewust a-politieke karakter van het hele verhaal. De overheid of politiek komen aan de hele C2C-omwenteling nauwelijks te pas. De nieuwe groene groei kan vooral op het conto geschreven worden van goed bedoelende bedrijven. De blinde vlek van de C2C-filosofie is het denken over machtsmechanismen. Er zijn tal van lobby’s in de politiek, de industrie, de economische en financiële wereld, die geen baat hebben bij een dergelijke omvattend herontwerp van alle producten en productieprocessen. Om de aarde ecologisch her uit te vinden zal een politieke machtsstrijd nodig zijn, een strijd zelfs op leven en dood. Daarbij is het uitstekend om te dromen, visionaire horizonten te verkennen, maar men mag niet naïef zijn. Voor een dergelijke transitie zal een sterke overheid nodig zijn, die goed bedoelende bedrijfsleiders steunt en minder goed bedoelende ondernemers aanport, die nieuwe sociale en ecologische kaders uitbouwt voor de economie zodat die heel geleidelijk kan toegroeien van een economie van de schaarste en ongelijkheid naar een economie van overvloed en rechtvaardigheid.

Maar zoveel optimisme doet deugd. Daarom eindigen we met de laatste zin van het boek:

‘En vertel je kinderen dat de lucht opklaart’ … 

Read 6395 times Last modified on %AM, %03 %534 %2015 %11:%apr
Johan Malcorps

Fractiesecrertaris van de Groen!-fractie in het Vlaams

Parlement - voormalig parlementslid en politiek

secretaris van Groen!

C:\Users\johan.malcorps\Pictures\080620_01_JohanMalcorps.jpg

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.